Nieuws zonder blog

  • Energielijst voor EIA 2022 gepubliceerd

Energielijst voor EIA 2022 gepubliceerd

De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft de nieuwe Energielijst voor dit jaar gepubliceerd. De Energielijst bevat tal van wijzigingen, die zowel voor ondernemers zowel voor- als nadelig uit kunnen pakken.

Energielijst
Bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan, komen in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA). Deze zijn energiebesparend ten opzichte van bedrijfsmiddelen die niet op de Energielijst staan en duurder in aanschaf. Door de EIA worden deze extra kosten beperkt.

Energie-investeringsaftrek (EIA)
De energie-investeringsaftrek (EIA) is een percentage van de aanschafprijs van het bedrijfsmiddel dat extra op de winst in mindering kan worden gebracht. Het percentage voor 2022 bedraagt 45,5%, hetzelfde als in 2021.

Voordeel afhankelijk van winst
Het voordeel van de EIA is voor een onderneming afhankelijk van de winst. Naarmate de winst hoger is, betaalt een bedrijf namelijk meer belasting. Bij een belastingtarief van bijvoorbeeld 25,9%, hoeft een BV bij de aanschaf van een bedrijfsmiddel van €100.000, dus 45,5% x 25,9% = €11.800 minder Vpb te betalen.

Wijzigingen
De Energielijst bevat ook dit jaar wijzigingen. Een belangrijke betreft investeringen in waterstof, die een CO2-reductie op moeten leveren. De wijzigingen zijn divers en lopen uiteen van bijvoorbeeld verscherpte eisen voor energiezuinige koelkasten tot de toevoeging van cruise control gestuurd door GPS-gegevens.

Let op! Je kunt de nieuwe Energielijst inzien en downloaden vanaf de site van de RVO (rvo.nl).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-20T11:42:46+01:0020 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Energielijst voor EIA 2022 gepubliceerd

  • Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

Huurders die in 2021 een onroerende zaak huurden mét BTW, moeten uiterlijk 28 januari 2022 een melding doen aan de verhuurder én aan de Belastingdienst. Dit geldt als zij de onroerende zaak in 2021 niet voor minimaal 90% gebruikten voor BTW-belaste handelingen.

Huur onroerende zaak in principe BTW-vrijgesteld
De huur van een onroerende zaak is in principe BTW-vrijgesteld. Voor de verhuurder betekent een BTW-vrijgestelde verhuur dat hij BTW, die hij in verband met de verhuur betaalt, niet in aftrek kan brengen. Bovendien kan dit betekenen dat hij de BTW die hij bij de aankoop van de onroerende zaak betaalde en in aftrek bracht, (deels) moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Dit is het geval als er nog geen negen jaren verstreken zijn na het jaar van aankoop.

Kiezen voor BTW-belaste huur onroerende zaak
Als er sprake is van een BTW-vrijgestelde huur, kan de verhuurder het hiervoor beschreven BTW-nadeel gelukkig voorkomen door gezamenlijk met de huurder te kiezen voor BTW-belaste verhuur van de onroerende zaak. Deze keuze is mogelijk als de huurder de onroerende zaak voor 90% of meer gebruikt voor BTW-belaste handelingen.

Tip!Voor sommige branches geldt een 70%-norm in plaats van een 90%-norm. Denk hierbij aan makelaars in onroerende zaken, reisbureaus, juridisch zelfstandige arbodiensten en postvervoersbedrijven.

Melding bij niet voldoen aan 90% of 70%-norm
Als de huurder van de onroerende zaak deze in een jaar voor minder dan 90% (of in voorkomende gevallen 70%) gebruikt voor BTW-belaste handelingen, is hij verplicht hiervan binnen vier weken na afloop van het jaar een schriftelijke melding te doen aan de verhuurder én aan de Belastingdienst. Geldt dit voor 2021, dan moet de huurder dus uiterlijk 28 januari 2022 een melding doen.

Tip! Is het boekjaar van de huurder niet gelijk aan het kalenderjaar, dan moet de verklaring binnen vier weken na afloop van het boekjaar plaatsvinden.

Huur onroerende zaak altijd BTW-belast
In de volgende situaties is de huur van de onroerende zaak altijd BTW-belast: de verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines, de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen en de verhuur van safeloketten.

Let op!Voor deze huur is geen keuze mogelijk tussen BTW-vrijgesteld of BTW-belast en geldt ook de meldingsplicht van de huurder niet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-20T11:10:19+01:0020 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

  • Uitstel van belastingbetaling: de laatste stand van zaken

Uitstel van belastingbetaling: de laatste stand van zaken

Met het uitbreken van de Coronacrisis is de mogelijkheid geboden om uitstel van betaling voor diverse belastingen te vragen. Hoe lang je uitstel kreeg, wanneer je moest gaan terugbetalen en de voorwaarden wijzigden keer op keer. Zie je door de bomen het bos nog? In dit artikel de laatste stand van zaken.

Uitstel tot en met 31 januari 2022
Op dit moment is het mogelijk om uitstel van betaling te krijgen tot en met 31 januari 2022 voor alle belastingen waarvoor dit al eerder mogelijk was. Het gaat dan om onder meer loonheffingen, omzetbelasting, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Had je voor een van deze belastingen al uitstel van betaling tot 1 oktober 2021? Dan heb je automatisch voor al deze belastingen uitstel tot en met 31 januari 2022. Je hoeft daar dus geen actie voor te ondernemen.

Tip! In tegenstelling tot het uitstel van betaling tijdens voorgaande perioden is het dus ook niet nodig om verlengd uitstel van betaling te vragen.

Alsnog uitstel van betaling aanvragen
Had je niet eerder al uitstel van betaling, maar heb je dit alsnog nodig in verband met de Coronacrisis? Dan kun je uitstel van betaling krijgen tot en met 31 januari 2022. Dat geldt ook als je al eerder uitstel van betaling kreeg maar alle schulden reeds afloste.

Let op! In tegenstelling tot ondernemers die nog uitstel van betaling hadden tot 1 oktober 2021, krijg je niet automatisch uitstel van betaling. Je moet hiervoor dus wel een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Dit kan nog tot en met 31 januari 2022.

Voor welke tijdvakken geldt het uitstel?
Heb je, al dan niet automatisch, uitstel van betaling dan geldt dit voor alle belastingen waarvan de uiterste betaaldatum voor 1 februari 2022 verstrijkt. Dit betekent dat ook de deze maand in te dienen aangifte loonheffingen december 2021 en de omzetbelasting van het vierde kwartaal 2021/december 2021 in het uitstel meelopen.

Let op! Voor de aanslagen inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting is niet de dagtekening van de aanslag leidend, maar de uiterste betaaltermijn. Deze ligt voor reguliere aanslagen zes weken na de dagtekening van de aanslag. Een definitieve aanslag inkomstenbelasting met dagtekening 3 januari 2022 loopt daarom niet mee in het uitstel van betaling, maar eenzelfde aanslag met dagtekening 3 december 2021 dus wel.

Tip! De mogelijkheid van uitstel van betaling wordt misschien verlengd tot na 31 januari 2022. Misschien kun je daarom straks ook uitstel van betaling krijgen voor belastingen waarvan de uiterste betaaldatum verstrijkt ná 31 januari 2022. Het kabinet zegde in december 2021 toe om in januari 2022 te beslissen of zo’n verdere verlenging van het uitstel vanwege de Coronacrisis nodig is. We houden je hierover op de hoogte.

Terugbetalen uitgestelde belastingen
Vanaf 1 oktober 2022 moet je alle uitgestelde belastingen terugbetalen. Je krijgt van de Belastingdienst dan een betalingsregeling aangeboden van zestig maanden. Je betaalt dan elke maand 1/60 van de totale schuld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-19T09:56:05+01:0019 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uitstel van belastingbetaling: de laatste stand van zaken

  • Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

Buitenlandse werknemers waarvoor je de 30%-regeling wilt toepassen, moeten een vast loon genieten dat voldoet aan de daarvoor bepaalde fiscale norm. Variabele loonelementen tellen daarvoor niet mee.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Hiervoor geldt wel een aantal voorwaarden.

Specifieke deskundigheid
Een werknemer wordt geacht over een specifieke deskundigheid te beschikken als hij een bepaald loon verdient. Voor 2022 is dit minimaal €39.467, exclusief de belastingvrije vergoeding. Voor werknemers die in het wetenschappelijk onderwijs een Nederlandse mastertitel hebben behaald of een gelijkwaardige buitenlandse titel, én die jonger zijn dan 30 jaar, is deze inkomensnorm €30.001 exclusief de belastingvrije vergoeding.

Uitzonderingen
Voor werknemers die wetenschappelijk onderzoek doen bij bepaalde instellingen en artsen in opleiding tot specialist, geldt een uitzondering. Zij hoeven helemaal niet aan een inkomensnorm te voldoen. Ook geldt in uitzonderingsgevallen aanvullend een ‘schaarstevereiste’. De deskundigheid van de werknemer moet dan niet of nauwelijks te vinden zijn op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Variabel loon telt niet mee
In een uitspraak van de rechtbank Gelderland was de vraag aan de orde of ook variabel loon meetelt voor de fiscale inkomensnorm. De rechtbank vindt van niet, omdat de regeling anders vrijwel onuitvoerbaar wordt.

De rechter bepaalde verder dat alleen het vaste overeengekomen loon bij aanvang van de dienstbetrekking in Nederland beslissend is voor de vraag of aan de norm wordt voldaan. Als op een later moment dus een hoger vast loon wordt afgesproken, is dit niet meer relevant.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-19T09:23:19+01:0019 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Alleen vast loon bepalend voor toepassen ‘30%-regeling’

  • BTW-belaste levering van onroerende zaak in 2020? Let op de BTW-verklaring!

BTW-belaste levering van onroerende zaak in 2020? Let op de BTW-verklaring!

Kocht je in 2020 onroerende zaken, en heb je daarbij samen met de verkoper gekozen om dit met BTW te belasten? Dan moet je uiterlijk 28 januari 2022 een BTW-verklaring afgeven aan zowel de verkoper als de Belastingdienst.

Levering onroerende zaak in principe BTW-vrijgesteld
De levering van een onroerende zaak is in principe BTW-vrijgesteld. Voor de verkoper kan een BTW-vrijgestelde levering echter betekenen dat hij de BTW, die hij destijds bij aankoop betaalde en in aftrek bracht, (deels) moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Dit is het geval als er nog geen negen jaren verstreken zijn na het jaar van aankoop.

Let op! De levering van een onroerende zaak is nooit BTW-vrijgesteld en dus wel belast met BTW als de levering plaatsvindt uiterlijk twee jaar na het tijdstip van eerste ingebruikname van de onroerende zaak of als er sprake is van levering van een bouwterrein. Voor deze levering is geen keuze mogelijk en geldt ook de verplichte verklaring van de koper niet.

Kiezen voor BTW-belaste levering onroerende zaak
Als in principe sprake is van een BTW-vrijgestelde levering, kan de verkoper van de onroerende zaak het terugbetalen van BTW gelukkig voorkomen door gezamenlijk met de koper te kiezen voor een BTW-belaste levering van de onroerende zaak. Deze keuze is mogelijk als de koper de onroerende zaak zowel in het jaar van aankoop als in het daaropvolgende jaar voor 90% of meer gaat gebruiken voor BTW-belaste handelingen.

Tip! Voor sommige branches geldt een 70%-norm in plaats van een 90%-norm. Denk hierbij aan makelaars in onroerende zaken, reisbureaus, juridisch zelfstandige arbodiensten en postvervoersbedrijven.

BTW-verklaring in jaar 3
Om te controleren of de levering van de onroerende zaak terecht BTW-belast geleverd is, moet de koper uiterlijk binnen vier weken na afloop van het jaar volgend op het jaar van levering schriftelijk verklaren of hij aan de 90%-norm (of in voorkomende gevallen de 70%-norm) heeft voldaan. Deze schriftelijke verklaring moet de koper zowel aan de verkoper als aan de Belastingdienst verstrekken.

Let op! Kopers die in 2020 onroerend zaken kochten en daarbij samen met de verkoper kozen om dit met BTW te belasten, moeten dus uiterlijk 28 januari 2022 zo’n schriftelijke verklaring afgeven aan zowel de verkoper als de Belastingdienst.

Tip! Is het boekjaar van de koper niet gelijk aan het kalenderjaar, dan moet de verklaring binnen vier weken na afloop van het boekjaar van de koper plaatsvinden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-18T09:35:00+01:0018 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BTW-belaste levering van onroerende zaak in 2020? Let op de BTW-verklaring!

  • Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de DGA, van de thuiswerkregeling tot Coronagerelateerde maatregelen. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Wijziging werkkostenregeling 2022
Per 1 januari 2022 is de vrije ruimte binnen de WKR weer verlaagd naar 1,7% over de eerste €400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom is de vrije ruimte 1,18%. In 2021 was naar aanleiding van de Coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste €400.000 van de loonsom.

2. Thuiswerkvergoeding
Het bedrag dat je sinds 1 januari 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is €2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Vaste thuiswerkvergoeding
Je dient met de werknemer afspraken te maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken. Deze afspraken zijn de basis voor de vaststelling van de door jou onbelast te vergoeden reis- en thuiswerkkosten. Wanneer je met een werknemer bijvoorbeeld afspreekt dat per week twee dagen thuis wordt gewerkt en drie dagen op kantoor, dan kun je op basis van die verhouding een vaste vergoeding toekennen voor zowel het thuiswerken als de reiskosten voor woon-werkverkeer.

3. Gebruikelijk loon DGA 2022
Het gebruikelijk loon voor de DGA stijgt in 2022 naar ten minste €48.000. In 2021 was dit nog €47.000.
De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden.

4. Vaste reiskostenvergoeding vanaf 2022
Vanaf 2022 gaat de zogeheten 214-dagenregeling veranderen. De vaste reiskostenvergoeding moet dan naar rato van het aantal reisdagen worden berekend. Indien momenteel een reiskostenvergoeding wordt gegeven op basis van het daadwerkelijke aantal reisdagen, verandert er niets in de regeling.

Voorbeeld
Kees werkt fulltime, waarvan 3 dagen op kantoor en 2 dagen thuis. Kees mag een vaste onbelaste reiskostenvergoeding ontvangen voor 129 dagen (3/5 x 214 dagen), als hij ten minste 77 dagen (3/5 x 128 dagen) naar kantoor reist. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt dus naar beneden bijgesteld. Hij mag over 85 (214-129) dagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer ontvangen.

Moet je maatregelen nemen?
Je moet het reis-/thuiswerkpatroon van de medewerkers goed in beeld brengen om te kunnen bepalen of de huidige reiskostenvergoeding nog past binnen de nieuwe regels. Voor dagen waarvoor de vergoeding niet meer onbelast betaald kan worden, kun je besluiten om de vergoeding niet meer toe te kennen. Of dat kan, zal mede afhangen van hetgeen bepaald is in een CAO of arbeidsovereenkomst.

5. Aanbod vaste uren 2022
Na een periode van twaalf maanden is de werkgever verplicht om een oproepkracht binnen een maand een aanbod te doen voor een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst met vaste uren. Deze uren moeten zijn gebaseerd op minimaal het gemiddelde aantal verloonde uren over de afgelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgen, tellen mee.

Het aanbod moet binnen een maand na afloop van de twaalf maanden worden gedaan. De werknemer heeft vanaf dat moment maximaal een maand de tijd om het aanbod al dan niet te accepteren. Bij acceptatie gaat de nieuwe arbeidsomvang in uiterlijk de eerste dag van de 15e maand.

Indien het aanbod voor een contract met vaste uren uitblijft, heeft de werknemer recht op het loon van het gemiddelde aantal gewerkte uren per week gedurende de afgelopen twaalf maanden, ongeacht of de werknemer wordt opgeroepen voor de werkzaamheden. Het betreft hier een reguliere loonvordering waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt.

Tip! Het is dus van belang als werkgever om wel een aanbod te doen, omdat het risico bestaat dat de werknemer, veelal als hij uit dienst is gegaan, alsnog met terugwerkende kracht het loon kan vorderen op basis van het aanbod dat had moeten worden gedaan.

6. Verbod op rookruimtes
Tot en met 2021 mocht op het werk gerookt worden in een daarvoor bestemde rookruimte. Vanaf 1 januari 2022 geldt een verbod op rookruimtes in het bedrijfsleven. Ook bedrijfsvoertuigen zijn werkplekken.

Hierop wordt gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Wordt ergens gerookt waar dit niet mag, dan krijgt de werkgever hiervoor een boete voor de overtreding van het rookverbod. De boetebedragen variëren per overtreding van €450 tot €4500.

Een werkgever kan een werknemer ook ondersteunen bij het stoppen met roken. Vanaf 1 januari 2020 geldt er geen eigen risico wanneer werknemers gebruikmaken van programma’s die hen helpen te stoppen met roken. Daarvoor gelden de volgende drie voorwaarden:

  1. Deelname aan een ‘stoppen met roken’-programma moet lopen via een huisarts, verloskundige of bedrijfsarts.
  2. De behandeling moet worden gecombineerd met een zogenoemd ‘gedragsprogramma’, waardoor de aanpak zowel steunt op medicatie als op gedragsverandering.
  3. Het vervallen van het eigen risico geldt alleen voor medicijnen en methoden waarvan algemeen erkend is dat ze effectief zijn.

7. Gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof
Vanaf augustus 2022 wordt een deel van het ouderschapverlof gedeeltelijk doorbetaald. Gedurende het eerste levensjaar van het kind kunnen de ouders negen weken doorbetaald ouderschapsverlof krijgen. Het gaat hier om een uitkering in het kader van de Wet arbeid en zorg (Wazo-uitkering), die via de werkgever wordt aangevraagd. Het ouderschapsverlof geldt ook als ouders vóór de invoering van de wet een kind hebben gekregen, mits dit kind jonger is dan 1 jaar. Ook moeten de ouders op dat moment werken (werknemer zijn) en nog niet het volledige recht (26 maal de arbeidsuur per week) op ouderschapsverlof hebben opgenomen.

De hoogte van het gedeeltelijk doorbetaalde ouderschapsverlof bedraagt 50%. Dit is betrekkelijk laag, waardoor de opname voor laagbetaalde werknemers minder aantrekkelijk blijft. Vanwege deze zorg voegde demissionair minister Koolmees van SZW een bepaling toe aan het wetsvoorstel. Hierin staat dat het uitkeringspercentage nog vóór het ingaan van de wet te verhogen is naar 70%, als het nieuwe kabinet dat wil en daar budget voor weet vrij te maken. Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft deze motie aanvaard, waarin het kabinet wordt verzocht om het uitkeringspercentage inderdaad te verhogen van 50 naar 70%. Het is dus mogelijk dat dit nog gaat gebeuren.

8. NOW 5.0 en 6.0
Eind 2021 zijn de Coronamaatregelen weer verscherpt. Omdat dit opnieuw grote gevolgen heeft voor ondernemers, is de loonsubsidie NOW terug, in de vorm van NOW 5.0 en NOW 6.0.

NOW 5.0
De NOW 5.0 heeft betrekking op de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021.

De tegemoetkoming kan aangevraagd worden van 13 december 2021 t/m 31 januari 2022. Anders dan bij de voorgaande NOW-regelingen zal het voorschot in één termijn uitbetaald worden. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het feit dat een deel van de periode waarover tegemoetkoming wordt verstrekt, al is verstreken. Je kunt de vaststelling van de tegemoetkoming aanvragen in de periode van 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023 (data onder voorbehoud).

NOW 6.0
De NOW 6.0 heeft betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022.

De tegemoetkoming kan vermoedelijk in de tweede helft van februari aangevraagd worden. Nadere voorwaarden worden deze maand bekendgemaakt. De NOW 6.0 is bijna hetzelfde als de NOW 5.0. De overeenkomsten zijn:

  • minimaal 20% omzetverlies
  • maximaal op te geven omzetverlies van 90% (ook als u het omzetverlies schat tussen 90 en 100%);
  • een vergoeding van 85% van het opgegeven omzetverlies;
  • vergoeding van maximaal twee keer het maximale dagloon.

Een overzicht van de verschillen van de diverse NOW-regelingen is te vinden op de site van het UWV.

9. Invoering STAP-budget
Per 1 maart 2022 wordt het STAP-budget, dat staat voor Stimulering ArbeidsParticipatie, ingevoerd als opvolger van de per 1 januari 2022 vervallen fiscale scholingsaftrek. Met het STAP-budget wordt iedereen tussen de 8 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. De ontwikkeling van een publiek leer- en ontwikkelbudget biedt mogelijkheden om een toekomstbestendige regeling neer te zetten, waarmee kan worden ingespeeld op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het STAP-budget maakt deel uit van de LLO-maatregelen (Leven Lang Ontwikkelen) van de overheid. De uitvoering van de regeling komt in handen van het UWV, dat een digitale portal hiervoor ontwikkelt.

Iemand die aanspraak wil maken op het STAP-budget kan dit alleen doen als andere mogelijkheden om de gewenste scholing te financieren niet aanwezig zijn. Het UWV kijkt hiervoor naar de criteria die bestaande opleidingen hanteren om subsidie te krijgen op soorten onderwijs. Veel jongeren onder de 30 jaar zullen vaak nog gebruik kunnen maken van studiefinanciering en daarom geen aanspraak kunnen maken op het STAP-budget.

Het STAP-budget kan door het individu worden aangevraagd voor het financieren van een scholingsactiviteit die hij of zij wil volgen. Het budget bedraagt maximaal €1.000 per jaar. Er mag maar één aanvraag per jaar worden gedaan.

10. Betalingen aan derden per 2022 inclusief BSN
De wetgeving rond betalingen aan derden gaat vanaf 2022 veranderen. Naast gegevens die al moesten worden doorgegeven, moet voortaan ook het BSN-nummer van de ingehuurde derde aan de Belastingdienst worden doorgegeven.

Betaling aan derden
Bij betalingen aan derden gaat het om betalingen aan personen die:

  • niet bij de opdrachtgever in dienst zijn;
  • geen ondernemer zijn;
  • zelf geen factuur met BTW uitreiken.

Betalingen in 2022
De wijziging inzake betalingen aan derden gaat in per 2022, maar de in dat jaar uitgekeerde bedragen hoeven pas in de eerste maand van 2023 aan de Belastingdienst te worden doorgegeven. De uiterste inleverdatum is 31 januari 2023. Dit kan niet langer via het gegevensportaal van de Belastingdienst. Hoe dit digitaal moet worden aangeleverd, wordt nog bekendgemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-14T11:05:40+01:0014 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

  • Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

Het UWV stelt jaarlijks de premies voor de vrijwillige verzekeringen vast. De premies voor 2022 zijn kortgeleden gepubliceerd op de website van het UWV.

Voor wie?
Werknemers zijn verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ben je zelfstandige, ontwikkelingswerker, alfahulp of werk je momenteel niet? Dan heb je de mogelijkheid om je onder bepaalde voorwaarden bij het UWV vrijwillig te verzekeren voor de Ziektewet, Werkloosheidswet (WW), Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of een combinatie hiervan.

Premiepercentages voor 2022

Premiepercentages Ziektewet  2021  2022
Landelijk 9,20 9,20
Alfahulpen 7,95 7,95
WW 1,90 1,90
WAO 7,03 7,05
WIA 7,81 7,89

Alfahulpen betalen een lagere premie van 7,95%, omdat ze de eerste 6 weken geen recht hebben op een ziektewetuitkering. Er wordt over een bedrag van maximaal €59.706 premie geheven.

De WIA-premie is vanaf 1 januari 2020 wettelijk gemaximeerd op de som van de basispremie WAO/WIA van 7,05% en het gemiddeld percentage WGA Werkhervattingskas (Whk) van 0,84% voor de verplicht verzekerden.

Premies in beginsel kostendekkend
Voor de premieberekening bepaalt het UWV de verwachte lasten en het verwacht verzekerd bedrag in 2022. Daarnaast wordt er gerekend met het indexeringspercentage van 1,41% per 1 januari 2022 en zijn voor de ramingen de realisaties tot en met september 2021 gebruikt. In beginsel worden deze premies kostendekkend vastgesteld. In de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is echter opgenomen dat de premie voor de WW, WAO en WIA niet hoger mag zijn dan het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) landelijk vastgestelde wettelijke premiepercentage. De Ziektewet kent geen landelijk vastgesteld wettelijk maximum percentage en wordt daarom op kostendekkend niveau vastgesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-14T10:29:41+01:0014 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

  • Nieuw maximumbedrag transitievergoeding 2022

Nieuw maximumbedrag transitievergoeding 2022

De maximale transitievergoeding wordt per 1 januari 2022 verhoogd van €84.000 naar €86.000. Heeft een werknemer over 12 maanden een hoger loon dan dit bedrag, dan telt het hogere loon.

Wanneer moet je een transitievergoeding betalen?
Is sprake van een beëindiging van het dienstverband op initiatief van jou als werkgever -en soms op initiatief van de werknemer-, dan ben je de betreffende werknemer een transitievergoeding verschuldigd. Denk aan het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst na een verkregen ontslagvergunning van het UWV of aan een ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Als sprake is van een ontbindingsverzoek waarbij de werknemer het initiatief heeft genomen, dan geldt dat er alleen sprake is van een transitievergoeding als de kantonrechter tot het oordeel komt dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid aan de kant van de werkgever, wat niet snel wordt aangenomen.

Jaarlijkse aanpassing maximumtransitievergoeding
Die transitievergoeding kent een maximale vergoeding die jaarlijks aangepast wordt aan de hand van de ontwikkeling van de marktcontractlonen. Deze wordt geraamd op 2,2%.

Momenteel is het maximale bedrag dat aan transitievergoeding betaald moet worden €84.000. Bij verhoging met 2,2% resulteert dit in een bedrag van €85.848. Dit bedrag wordt afgerond op het naaste veelvoud van €1.000.
Met de onderhavige regeling wordt daarom met ingang van 1 januari 2022 het bedrag van €84.000 verhoogd naar €86.000. Het moet gaan om een netto dienstverband. Is de werknemer er enige tijd tussenuit geweest dan tellen die maanden niet mee voor het recht op een transitievergoeding.

Let op! Overigens blijft gelden dat als de werknemer over twaalf maanden een loon heeft dat hoger is dan dat maximumbedrag, het hogere loon als maximum geldt.

Voorbeeld
Stel een werknemer is 55 jaar oud en 33 jaar in dienst met als laatste functie financieel directeur. Hij verdient €12.000 bruto inclusief vakantiebijslag per maand. Stel dat hij in 2022 wordt ontslagen. Hoe hoog is dan zijn transitievergoeding?

De berekening gaat als volgt: 33 x (1/3 x €12.000) = €132.000
Dit is hoger dan de maximale transitievergoeding van €86.000 die voor 2022 geldt en ook hoger dan zijn jaarsalaris dat €120.000 bruto bedraagt. Om die reden heeft hij recht op €120.000 bruto aan transitievergoeding dat gelijkstaat aan zijn maximale jaarsalaris.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-13T10:54:54+01:0013 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuw maximumbedrag transitievergoeding 2022

  • Deadline inschrijving UBO-register 27 maart 2022

Deadline inschrijving UBO-register 27 maart 2022

Vanaf 27 september 2020 zijn ondernemingen verplicht om hun eigenaren of de personen die zeggenschap hebben in het zogeheten UBO-register in te schrijven. Dit is het gevolg van Europese regels. Organisaties kunnen hun UBO tot uiterlijk 27 maart 2022 inschrijven via de Kamer van Koophandel.

UBO
UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’, ofwel de uiteindelijke belanghebbende. Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming, stichting of vereniging.

Doel UBO-register
Het UBO-register maakt de UBO’s inzichtelijk en voorkomt zo het gebruik van het financiële stelsel voor fraude, terrorismefinanciering of het witwassen van geld.

UBO van een BV, stichting of vereniging
Bij bijvoorbeeld een BV gaat het om personen met meer dan 25% van de aandelen, met meer dan 25% van de stemrechten en om personen die de feitelijke zeggenschap over de onderneming hebben. Bij een stichting gaat het onder meer om degenen die voor meer dan 25% begunstigde van het vermogen zijn en om personen die meer dan 25% stemrecht hebben.

Sancties
Organisaties die hun UBO’s niet tijdig gemeld hebben, riskeren een sanctie. Dit kan een boete, maar ook een gevangenisstraf zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-12T10:26:33+01:0012 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Deadline inschrijving UBO-register 27 maart 2022

  • Geen MIA meer voor elektrische personenauto

Geen MIA meer voor elektrische personenauto

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) publiceerde eerder de nieuwe Milieulijst voor 2022. Elektrische personenauto’s staat hier niet meer op en komen dus niet meer in aanmerking voor deze extra subsidie.

Milieulijst
Jaarlijks publiceert de RVO een nieuwe Milieulijst. Ondernemers die investeren in milieuvriendelijke goederen en diensten die op de milieulijst staan, komen in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of de Vamil (Willekeurige afschrijving milieu-investeringen).

MIA
De MIA bedraagt een percentage van de aanschafprijs van een goed of dienst. Dit percentage kan extra op de winst in aftrek worden gebracht. Via de Vamil kan een ondernemer willekeurig op milieuvriendelijke goederen en diensten afschrijven. Op die manier kan een rente- en liquiditeitsvoordeel worden behaald.

Let op! De percentages van de MIA zijn dit jaar verhoogd. Vorig jaar bedroegen ze nog 13,5%, 27% en 36%, dit jaar bedragen ze 27%, 36% en 45%.

Milieulijst gewijzigd
De Milieulijst voor 2022 is gewijzigd ten opzichte van vorig jaar en bevat dus deels andere milieuvriendelijke goederen en diensten waarvoor MIA en Vamil kan worden verkregen. Je kunt de Milieulijst downloaden vanaf de site van de RVO voor de laatste stand van zaken.

Elektrische personenauto verdwenen van Milieulijst
De elektrische personenauto is het meest opvallende bedrijfsmiddel dat van de Milieulijst is verdwenen. In 2021 kon hiervoor nog 13,5% MIA worden verkregen tot een cataloguswaarde van €40.000. Elektrische snor-, brom- en motorfietsen zien we ook niet meer terug op de Milieulijst. Elektrische bestelauto’s wel, evenals speedpedelecs.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-11T14:03:51+01:0011 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen MIA meer voor elektrische personenauto