MKB Nieuws

Omslag- en kasstelsel pensioen dga in strijd met goed koopmansgebruik

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het omslag- en kasstelsel inzake pensioenen in strijd zijn met goed koopmansgebruik. De Hoge Raad komt daarmee terug op zijn arrest van 29 januari 1969.

Casus

Golfbaan

Belanghebbende, een bv, heeft pensioenrechten toegekend aan haar bestuurder en enig werknemer, de dga. Voor de pensioentoezegging is bij de belanghebbende een passiefpost op de balans opgenomen welke op 31 december 2015 € 369.543,- bedroeg. Op 1 januari 2016 had de belanghebbende een te verrekenen verlies uit 2007 ter hoogte van € 666.946,-.

Belanghebbende wil met ingang van 2016 het omslagstelsel op de pensioentoezegging toe gaan passen en geeft de passiefpost ter hoogte van € 369.543,- tot haar belastbare winst.

Kasstelsel

De Hoge Raad merkt in zijn arrest van 23 februari 2024 ten eerste op dat het in deze casus gaat om het toepassen van het kasstelsel en niet van het omslagstelsel. Er is namelijk sprake van een werkgever met één werknemer en dus ook om een pensioenregeling voor slechts één werknemer. Om pensioenkosten te kunnen omslaan is een zeker aantal werknemers van verschillende leeftijden nodig. Dat is hier niet aan de orde.

Goed koopmansgebruik

Vervolgens komt de Hoge Raad terug op zijn arrest van 29 januari 1969. Het toepassen van het omslagstelsel dan wel kasstelsel leidt ertoe dat door de werkgever aangegane,
juridisch afdwingbare verplichtingen tot het doen van (toekomstige) pensioenbetalingen niet als kosten tot uitdrukking komen in de jaarlijkse winstbepalende balans. Het achterwege laten van passivering liggen niet in lijn met het realiteitsbeginsel en het voorzichtigheidsbeginsel (beginselen van goed koopmansgebruik). Op grond van deze beginselen moeten aangegane, juridisch afdwingbare en langlopende betalingsverplichtingen namelijk worden gepassiveerd.

Verder is toepassing van het omslag- en kasstelsel ook nog in strijd met een ander beginsel van goed koopmansgebruik. Toepassing zorgt er namelijk voor dat de met de pensioentoezegging gemoeide lasten tot uitdrukking komen in andere jaren dan die waarop de aangegane verplichtingen betrekking hebben. Dit is in strijd met het zogeheten matchingbeginsel.

Let op! Bovenstaande geldt ook voor andere verplichtingen die soortgelijk zijn aan pensioen, zoals bijvoorbeeld lijfrenten. Ook deze verplichtingen moeten op de winstbepalende balans worden gewaardeerd naar algemeen aanvaarde actuariële grondslagen waarbij een rekenrente in aanmerking wordt genomen van ten minste vier procent.

Overgangsregime

Het arrest van 29 januari 1969 zal blijven gelden voor alle verplichtingen die zijn aangegaan of overgenomen vóór 23 februari 2024 indien met betrekking tot die verplichtingen vanaf hun ontstaan of overname het omslag- of kasstelsel is toegepast. Hierbij wordt een toename van de verplichting door bijvoorbeeld stijging van diensttijd of aanpassing aan de lonen en prijzen niet aangemerkt als het aangaan van een nieuwe verplichting.

Door |2024-03-21T11:39:44+01:0021 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Omslag- en kasstelsel pensioen dga in strijd met goed koopmansgebruik

Huwelijkse voorwaarden of een schenking?

Huwelijkse voorwaarden houden geen schenking in, ook niet als de echtgenoten een ongelijke verdeling van gemeenschappelijke goederen overeenkomen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de voorwaarden kunnen worden aangemerkt als wetsontduiking, kunnen huwelijkse voorwaarden als schenking wordt belast.

Schenking?

Huwelijk

De Hoge Raad oordeelde in een zaak dat ten onrechte een aanslag erfbelasting is opgelegd. In deze zaak speelde het volgende. De belanghebbende was in september 2015 getrouwd in gemeenschap van goederen. In oktober 2017 zijn alsnog huwelijkse voorwaarden gesloten, waarbij de vrouw gerechtigd werd tot 90% van de goederen van de gemeenschap en erflater tot 10%. Erflater is reeds in december 2017 overleden, dus binnen 180 dagen na het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. De belanghebbende is de enige erfgenaam van erflater.

In geschil is of het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden is aan te merken als een schenking voor de Successiewet. De inspecteur van de Belastingdienst stelde dat sprake was van een schenking ter grootte van 40% van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap, de vrouw kreeg immers 90% daarvan, in plaats van 50%.

Geen schenking?

Het Gerechtshof oordeelde dat het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden geen schenking is, maar dat wel sprake is van wetsontduiking en dat daarom toch erfbelasting verschuldigd is. Volgens het Gerechtshof is niet aannemelijk geworden dat er voor het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een andere reden was dan het vermijden van de erfbelasting.  Er is volgens het Gerechtshof sprake van strijd met het doel en de strekking van de successiewet. Het Gerechtshof weegt mee dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden geen sprake was van enigszins gelijke levens- en sterftekansen, omdat erflater toen al ernstig ziek was. Hierdoor vormt het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een bevoordeling van belanghebbende die op een lijn moet worden gesteld met een schenking binnen 180 dagen voor het overlijden van erflater. Een dergelijke schenking wordt belast alsof zij op grond van het erfrecht is verkregen.

Uitzonderlijk gevallen

De Hoge Raad stelt voorop dat het aangaan van huwelijkse voorwaarden geen schenking inhoudt, ook niet als de echtgenoten door de huwelijkse voorwaarden een ongelijk aandeel krijgen in de goederen van de huwelijksgemeenschap. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als het aangaan van huwelijkse voorwaarden als wetsontduiking wordt aangemerkt, is de daaruit voortvloeiende vermogensverschuiving een verkrijging volgens het erfrecht.

Volgens de Hoge Raad heeft het Gerechtshof een onjuist criterium gehanteerd. De Hoge Raad somt in haar arrest van 16 februari 2024 de voorwaarden op wanneer zo’n uitzonderlijk geval kan worden aangenomen:

Het aangaan van huwelijkse voorwaarden kan wel wetsontduiking (fraus legis) opleveren indien:
a. het ontgaan van erfbelasting het doorslaggevende motief is geweest, en bovendien
b. het in strijd zou komen met doel en strekking van de successiewet wanneer de vermogensverschuiving tussen de echtgenoten en het vervolgens overlijden van één van hen niet zou worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht. Een zodanige strijd doet zich voor indien op het moment van aangaan daarvan zo goed als zeker is dat de echtgenoot die daardoor voor het kleinste deel is gerechtigd tot het gemeenschappelijke vermogen, eerder zal overlijden dan de andere echtgenoot. Dan moet worden aangenomen dat de wijziging geen andere praktische betekenis kon hebben dan het vermijden van erfbelasting.

Geen bewijs van bevoordeling

De belastinginspecteur heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan, indien bewezen, geconcludeerd kan worden dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker was dat de erflater vóór belanghebbende zou overlijden. Er bestaat daarom geen reden om de bevoordeling van belanghebbende als gevolg van het aangaan van de huwelijkse voorwaarden, met toepassing van fraus legis, als een verkrijging krachtens erfrecht aan te merken.

De uitspraak van het Gerechtshof en de aan de rechtzoekende opgelegde belastingaanslag wordt vernietigd.

Door |2024-03-21T08:49:00+01:0021 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Huwelijkse voorwaarden of een schenking?

Voorgestelde btw-herziening vanaf 2026 op kostbare diensten onroerende zaken

Het kabinet wil vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling introduceren voor kostbare diensten met betrekking tot onroerende zaken. Door nu al op dit voorstel te anticiperen kunt u misschien btw besparen.

Btw-herzieningsregeling roerende en onroerende investeringsgoederen

Geld

Voor investeringen in roerende en onroerende investeringsgoederen geldt op dit moment al een btw-herzieningsregeling. Door deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaren na het jaar van ingebruikname gevolgd. Voor onroerende investeringsgoederen bedraagt deze termijn negen jaren. Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, dan kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien.

Btw-herzieningsregeling diensten

Voor diensten aan onroerende zaken geldt op dit moment nog geen btw-herzieningsregeling. Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld voor woningen die fors verbouwd worden en daarna voor een korte periode btw-belast verhuurd worden, volledig recht bestaat op btw-aftrek. Als die woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden, wordt die btw-aftrek namelijk niet herzien.

Let op! In beginsel is de verhuur van een ongemeubileerde woning btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Voorstel btw-herziening kostbare diensten

Het kabinet vindt het niet gewenst dat voor kostbare diensten aan onroerende zaken geen btw-herzieningsregeling geldt. Daarom heeft het kabinet een voorstel gedaan waarin vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling voor het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren gaat gelden voor kostbare diensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw.

Let op! Bij diensten aan onroerende zaken moet u denken aan verbouwingen en onderhoud aan onroerende zaken. Als zo’n dienst vanaf 1 januari 2026 minimaal € 30.000 exclusief btw bedraagt, gaat daar volgens het voorstel een herzieningsregeling voor gelden.

Vanaf 1 januari 2026

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor kostbare diensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze diensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de voorgestelde regeling.

Voordelig óf nadelig?

De voorgestelde regeling kan nadelig uitwerken als de btw-herziening ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels terug moet betalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, dan kan de voorgestelde regeling ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer aftrek btw.

Let op! In het eerste geval kun je de diensten aan onroerende zaken misschien beter vóór 1 januari 2026 plannen. In het tweede geval is ingebruikname van de diensten vóór 1 januari 2026 misschien wel ongunstiger.

Internetconsultatie

Een en ander is uiteraard afhankelijk van de vraag of het concept-wetsvoorstel doorgaat. Als dit zo is, speelt bij de beoordeling wat u zou kunnen doen onder meer het voorgenomen gebruik in het jaar van ingebruikname van de diensten en de vier jaren daarna een rol.

Het voorstel ligt nu eerst nog ter internetconsultatie. Dat betekent dat iedereen die dat wil tot en met 2 april 2024 nog een reactie kan geven op dit voorstel.

Door |2024-03-20T14:24:36+01:0020 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorgestelde btw-herziening vanaf 2026 op kostbare diensten onroerende zaken

Door managementovereenkomst bv geen arbeidsovereenkomst dga

Is een managementovereenkomst van een bv ook direct een arbeidsovereenkomst voor de dga? Wat zijn de bepalende factoren?

Casus

Juridisch

In een recent arrest van het gerechtshof ’s Hertogenbosch ging het om de vraag of sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen een belanghebbende, een bv,  en een tweetal directeuren-grootaandeelhouders (dga’s).

De bv hield zich bezig met het ontwikkelen, verkopen, leveren, onderhouden en exploiteren van systeem- en gebruikerssoftware, hardware- en softwareapplicaties. Er waren ongeveer 11 werknemers werkzaam bij de bv.

De bv heeft managementovereenkomsten met de twee persoonlijke holdings van twee dga’s afgesloten. In deze overeenkomsten is bepaald dat de holdings de dagelijkse leiding over de bv voeren en tevens is uitdrukkelijk bepaald dat hier geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De Belastingdienst ziet dit echter anders en merkt de dga’s van de holdings aan als werknemers van de bv waar het gaat om de sociale verzekeringen.  Dit omdat de dga’s de enige werknemers zijn van hun persoonlijke holdings.

Geen arbeidsbepalingen in managementovereenkomst

Het hof is van oordeel dat aan de uitvoering van de managementwerkzaamheden door de beide personen de managementovereenkomsten en de arbeidsovereenkomsten met de persoonlijke houdstervennootschappen ten grondslag liggen. De bepalingen in de managementovereenkomsten duiden er niet op dat er in wezen sprake is van arbeidsovereenkomsten. Het hof acht in dat verband van belang dat geen nadere bepalingen zijn opgenomen over de voorwaarden waaronder de opdracht moet worden uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld over werktijden, vakantiedagen en afspraken over ziekte. De dga’s hebben zich niet tegenover de holding verplicht om werkzaamheden te verrichten. Ook vervangen ze elkaar soms.

De bv is bovendien verplicht op grond van de managementovereenkomst een managementvergoeding te betalen. Ook heeft de Belastingdienst niet kunnen aantonen dat er door de algemene vergadering van de bv toezicht wordt gehouden op de dga’s.

Geen privaatrechtelijke dan wel fictieve dienstbetrekking

Dit leidt ertoe dat er niet voldaan is aan de voorwaarden voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst namelijk: de gezagsverhouding en de verplichting persoonlijk arbeid te verrichten tegen loon gedurende zekere tijd. Ook aan de voorwaarden voor het aannemen van een fictieve dienstbetrekking is niet voldaan. De dga’s verrichten hun managementwerkzaamheden immers uitsluitend in het kader van de rechtsbetrekking met hun persoonlijke vennootschappen.

Door |2024-03-19T11:37:21+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Door managementovereenkomst bv geen arbeidsovereenkomst dga

Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Had je in 2023 recht op LIV, jeugd-LIV en/of een LKV, dan heb je waarschijnlijk een voorlopige berekening Wtl 2023 ontvangen. Controleer deze op tijd. Je hebt nog tot en met 1 mei 2024 om eventuele fouten te corrigeren.

LIV 2023

Detailhandel

Je kon in 2023 recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor werknemers die rond het minimumloon verdienden (gemiddeld per uur van minimaal € 12,04  tot en met maximaal € 15,06). Er gelden nog meer voorwaarden waaraan moet zijn voldaan, onder meer dat voor de werknemer in 2023 minimaal 1248 uren verloond zijn.

Tip! Alle voorwaarden voor het LIV vindt u hier.

Jeugd-LIV 2023

U kon in 2023 recht hebben op jeugd lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV) voor werknemers die op 31 december 2022 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moesten in 2023 een gemiddeld uurloon hebben dat rond het minimumjeugdloon lag.

Tip! Alle voorwaarden en de uurloongrenzen voor het jeugd-LIV vindt u hier.

LKV

Je kon in 2023 onder meer recht hebben op een loonkostenvoordeel (LKV) als je werkeloze oudere werknemers of arbeidsgehandicapte werknemers in dienst had.

Tip! Er zijn nog meer werknemers waarvoor je mogelijk recht had op een LKV. Alle voorwaarden vindt je hier.

Voorlopige berekening Wtl 2023

Het UWV heeft voorlopig berekend hoeveel recht je voor het jaar 2023 heeft op LIV, jeugd-LIV en/of LKV. Deze voorlopige berekening sturen zij jou toe in de voorlopige berekening Wtl die je uiterlijk op 14 maart 2024 ontvangen zou moeten hebben.

Controleer of laat controleren!

Het is belangrijk dat je deze voorlopige berekening Wtl 2023 controleert. Klopt de berekening niet of heb je ten onrechte geen voorlopige berekening ontvangen, dan heb je tot en met 1 mei 2024 om dit te corrigeren.

Let op! Alle correcties na 1 mei 2024 worden niet meer meegenomen in de definitieve berekening van uw rechten op LIV, jeugd-LIV en LKV voor het jaar 2023.

Correctieberichten

Corrigeren kan via correctieberichten op de ingediende aangiften loonheffingen. Neem daarvoor contact op met jouw loonadviseur.

Heb je uiterlijk 14 maart 2024 geen voorlopige berekening Wtl 2023 ontvangen, dan moet zo spoedig mogelijk contact gezocht worden met het UWV. Ook daarvoor kunt je contact opnemen met jouw loonadviseur.

Door |2024-03-19T11:15:35+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Btw over berekende en niet over contractuele vergoeding

Heb je contractueel een vergoeding afgesproken? Maar breng je uiteindelijk een lager bedrag in rekening? Dan ben je btw verschuldigd over dit lagere bedrag en niet over de contractueel afgesproken vergoeding. De Belastingdienst meende in een casus dat dit anders was.

De casus

Euro

Een ondernemer had met een bv afgesproken dat hij voor het verrichten van managementwerkzaamheden een managementvergoeding van € 100.000 per jaar zou ontvangen. De bv kwam echter onder (financieel) toezicht te staan. De hypotheekverstrekker eiste daarom dat  de managementvergoeding verlaagd werd naar € 75.000 per jaar. De ondernemer reikte daarna twee jaar lang facturen uit tot een bedrag van € 75.000 per jaar en droeg ook btw af over € 75.000 per jaar. Wel nam de ondernemer op zijn balans een vordering op onder de benaming “Nog te factureren € 50.000” (het verschil tussen de afgesproken vergoeding en de verlaagde vergoeding over een periode van twee jaar).

Belastingdienst: btw over contractuele vergoeding

De Belastingdienst stelde dat de ondernemer niet over € 75.000, maar over € 100.000 per jaar btw verschuldigd was, in totaal dus over € 50.000 meer voor een periode van twee jaar. De Belastingdienst was namelijk van mening dat de ondernemer facturen had moeten uitreiken tot een bedrag van € 100.000 per jaar omdat dit het bedrag was wat contractueel afgesproken was. De Belastingdienst stelde dat uit de balanspost de bedoeling bleek om het bedrag nog in rekening te brengen.

Gerechtshof: btw over in rekening gebrachte vergoeding

Het gerechtshof oordeelde anders, namelijk dat de ondernemer over € 75.000 per jaar btw verschuldigd was. De gerechtshof vond daarom dat de Belastingdienst ten onrechte een naheffingsaanslag had opgelegd voor een bedrag van € 50.000. Dit bedrag was door de ondernemer niet gefactureerd en ook niet ontvangen. Uit een arrest van het Hof van Justitie komt naar voren dat als een lager bedrag in rekening wordt gebracht dan op grond van de contractuele afspraken mogelijk is, btw verschuldigd is over het lagere in rekening gebrachte bedrag, aldus het gerechtshof.

Let op! Het maakte naar het oordeel van het gerechtshof ook niet uit dat de belanghebbende een vordering op de balans had opgenomen onder de benaming “Nog te factureren € 50.000”. Deze administratieve verwerking betekent naar het oordeel van het gerechtshof namelijk niet dat de ondernemer deze bedrag ook in rekening had gebracht of ontvangen.

Door |2024-03-19T11:13:01+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw over berekende en niet over contractuele vergoeding

Nog geen afspraken met Duitsland over belastingheffing thuiswerken

Voor thuiswerkende grenswerkers gelden voor de sociale zekerheidspositie vanaf 1 juli 2023 al afspraken met onder meer België en Duitsland. Voor de belastingheffing gelden vanaf 8 december 2023 ook afspraken met België. Afspraken met Duitsland hierover lijken voorlopig nog ver weg.

Afspraken sociale zekerheid België en Duitsland

Vlaggen

In principe is een werknemer die in een ander land werkt dan waar hij woont sociaal verzekerd in het land waar hij werkt. Als een werknemer substantieel (minimaal 25%) buiten het land werkt waar zijn werkgever gevestigd is – bijvoorbeeld in hun woonland -, is hij echter sociaal verzekerd in dat andere land. Dat is lastig voor werkgevers die dan in een ander land premies moeten afdragen.
Voor thuiswerksituaties zijn daarom vanaf 1 juli 2023 met verschillende landen, waaronder met België en Duitsland, afspraken gemaakt. Grofweg komen deze afspraken erop neer dat de werknemer in het werkland verzekerd blijft als hij structureel maximaal tot 50% van zijn totale arbeidstijd thuis in zijn woonland werkt.

Let op! Er gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in jouw situatie.

Afspraken belastingheffing België

Vanaf 8 december 2023 zijn met België ook afspraken gemaakt over de belastingheffing. Een van de praktische toepassingen uit die afspraken is dat voor de werkgever geen vaste inrichting in het woonland van de werknemer bestaat als de werknemer voor maximaal 50% van zijn arbeidstijd thuiswerkt in zijn woonland. Dit is voor de werkgever praktisch omdat hij dan niet wordt geconfronteerd met onder meer inhoudingsplicht voor de loonheffing en vennootschapsbelastingplicht in het woonland van de werknemer.

Met deze afspraken sluiten de afspraken voor de sociale zekerheid en de belastingheffing op elkaar aan voor werknemers die wonen in België en werken in Nederland en vice versa.

Let op! Ook hier gelden meer voorwaarden. Overleg met onze adviseurs over de gevolgen in jouw situatie.

Afspraken belastingheffing Duitsland?

De Nederlandse regering heeft geprobeerd om met Duitsland vergelijkbare afspraken te maken als met België. Duitsland is echter op korte termijn alleen bereid om een beperkte dagendrempel af te spreken. Over een verdergaande regeling is helaas geen akkoord bereikt. Dit betekent dat een afstemming tussen de sociale zekerheid en de belastingheffing zoals die met België is afgesproken, met Duitsland voorlopig niet tot stand zal komen.

Nederland blijft zich wel inzetten om dit internationaal op de agenda te houden en te proberen de afspraken te verduidelijken in EU- en OESO-verband.

Door |2024-03-19T11:11:37+01:0019 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nog geen afspraken met Duitsland over belastingheffing thuiswerken

Tijdelijke vrijstelling bpm en mrb voor Oekraïners verlengd

Heb je vluchtelingen uit Oekraïne in dienst? Wijs hen er dan op dat de tijdelijke vrijstelling voor bpm en mrb voor hen met een jaar verlengd is tot en met 4 maart 2025. De verlenging van de tijdelijke vrijstelling is een gevolg van de ongewijzigde oorlogssituatie in Oekraïne.

Voorwaarden

Auto

Wie van de vrijstelling gebruik wil maken, moet zich schriftelijk melden bij de Belastingdienst. Degene die vrijstelling aanvraagt moet naam, adres in Oekraïne, het burgerservicenummer (bsn), het adres van de verblijfplaats in Nederland en het kenteken van de auto waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd vermelden. Wie de vrijstelling al eerder heeft verkregen, hoeft deze niet te verlengen.

U dient uw verzoek te sturen naar:
Belastingdienst
CAP/Auto, Team vrijstellingsvergunningen
Postbus 90121
4800 RA Breda

Door |2024-03-15T15:04:59+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tijdelijke vrijstelling bpm en mrb voor Oekraïners verlengd

Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

De Belastingdienst heeft nog steeds de ambitie om per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties op te heffen. Onlangs zijn het handhavingsplan 2024, een perspectiefnota en een memo met richtlijnen over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en de omzetbelasting en inkomstenbelasting gepubliceerd.

Arbeidsrelaties

Administratie

Het kabinet vermoedt dat in te veel gevallen de inzet van zzp’ers niet in lijn is met wet- en regelgeving en dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of een overeenkomst van opdracht (zzp’er) ligt in beginsel bij de opdrachtgever en de werkende. In de praktijk is dit een lastige beoordeling.

Herstel balans

Zowel in het handhavingsplan arbeidsrelaties 2023 als in de perspectiefnota zijn onder meer de al eerder door het kabinet aangekondigde drie lijnen opgenomen waarlangs het kabinet de balans wil herstellen:

  1. Een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen;
  2. Verduidelijking van de regels omtrent de beoordeling van arbeidsrelaties en de introductie van een rechtsvermoeden;
  3. Verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid en het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 via drie sporen:
    a. Actieve samenwerking met de markt;
    b. Specifieke aandacht voor risicovolle posten;
    c. Reguliere klantbehandeling.

Handhaving arbeidsrelaties in 2024

Constateert de Belastingdienst dat sprake is van een dienstbetrekking? Ook in 2024 legt de Belastingdienst alleen bij kwaadwillendheid correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en eventueel boetes op.

Het handhavingsmoratorium betekent dat de Belastingdienst in alle andere gevallen alleen een aanwijzing geeft, die u dan wel moet opvolgen. Meestal krijgt u drie maanden de tijd om de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte. U kunt ook kijken of u de arbeidsrelatie anders vorm kunt geven, zodat sprake is van werken buiten dienstbetrekking.

Handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 en 2025

In het handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 wordt de tranche voor 2024 ‘Op weg naar opheffing van het handhavingsmoratorium’ nader uitgewerkt. Nu de ambitie is om het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 op te heffen, zal het handhavingsplan 2025 waarschijnlijk als tranche ‘Handhaven zonder handhavingsmoratorium’ krijgen.

Aan de slag met de beoordeling van arbeidsrelaties

Met het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025, zal de Belastingdienst vanaf die datum bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie zich niet meer beperken tot het geven van een aanwijzing. De Belastingdienst kan vanaf die datum in alle gevallen weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. In voorkomende gevallen kan vanaf 1 januari 2025 ook een boete worden opgelegd.

Tip! Het is verstandig om aan de slag te gaan met de beoordeling van uw verschillende arbeidsrelaties. Is er sprake van schijnzelfstandigheid binnen uw onderneming of van overeenkomsten van opdracht bij het werken met zzp’ers? Onze adviseurs helpen u graag bij deze in de praktijk lastige beoordeling.

Richtlijnen gevolgen voor omzetbelasting en inkomstenbelasting

De Belastingdienst heeft ook een memo gepubliceerd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor medewerkers van de Belastingdienst over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en dat er sprake is van een dienstbetrekking tot de omzetbelasting en inkomstenbelasting. Grofweg komen die richtlijnen op het volgende neer:

  1. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan werkt dit in beginsel ook door naar de inkomstenbelasting. Daarbij is de kwalificatie in de inkomstenbelasting ook afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bij de opdrachtnemer. In beginsel onderneemt de Belastingdienst bij de opdrachtnemer geen actie op belastingjaren die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
  2. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kan dit ook gevolgen hebben voor de btw-positie van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De Belastingdienst gaat terughoudend om met het corrigeren van de btw-positie van de opdrachtgever en opdrachtnemer in de tijdvakken die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
Door |2024-03-15T09:11:34+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?

De Belastingdienst heeft een tweetal standpunten ingenomen over de aftrek van rente en kosten van een eigen woning in uw aangifte inkomstenbelasting. Het betreft de aftrekbaarheid van advies- en afsluitkosten en over de keuze om al dan niet de rente voor de eigen woning in aftrek te brengen.

Advies- en afsluitkosten aftrekbaar

Woning

Heb je voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning een geldlening – meestal een hypotheek –  afgesloten, dan kun je de rente die je betaalt, onder voorwaarden, aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting. Als jouw rentevastperiode afloopt of je tussentijds jouw rente wilt wijzigen, moet je vaak advies- en afsluitkosten betalen aan de geldverstrekker. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze advies- en afsluitkosten dan ook aftrekbaar zijn in jouw aangifte inkomstenbelasting.

Advies- en afsluitkosten niet aftrekbaar

De advies- en afsluitkosten zijn niet aftrekbaar als deze betrekking hebben op een lening met betrekking tot een eigen woning die uiteindelijk toch niet wordt afgesloten. Hetzelfde geldt als je advieskosten betaalt voor de aanpassing van uw lening voor jouw eigen woning, terwijl de aanpassing uiteindelijk niet plaatsvindt. Ook dan kun je de advieskosten niet in aftrek brengen volgens de Belastingdienst.

Geen keuzerecht aftrekbare rente en kosten eigen woning

Als je een geldlening heeft afgesloten voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning en deze geldlening voldoet aan de voorwaarden voor renteaftrek in de aangifte inkomstenbelasting, dan moét je die renteaftrek ook toepassen. De Belastingdienst heeft bevestigd dat je er niet voor kan kiezen om de rente niet in aftrek te brengen.

Aanpassen geldlening?

Je kunt er misschien wel voor kiezen om de geldlening te wijzigen zodat deze niet meer voldoet aan de voorwaarden. Op dat moment is de rente dan niet meer aftrekbaar. Voordat je zo’n keuze maakt is het verstandig om te overleggen met een van onze adviseurs over de bijkomende fiscale gevolgen van de keuze.

Let op! Is jouw geldlening oorspronkelijk afgesloten vóór 1 januari 2013, dan kun je niet door aanpassing van de geldlening ervoor zorgen dat de rente niet meer aftrekbaar is.

Door |2024-03-15T09:09:59+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?