Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 669 blog entries.

Bezwaar tegen de belastingrente

Wordt aan jou op een aanslag belastingrente berekend, dan kun je daar bezwaar tegen maken. Naar aanleiding van een rechtbankuitspraak eind vorig jaar, zijn inmiddels alle bezwaren tegen de belastingrente aangewezen als massaal bezwaar.

Belastingrente in strijd met evenredigheidsbeginsel

Belastingdienst

Rechtbank Noord-Nederland oordeelde op 7 november 2024 dat de belastingrente die de Belastingdienst berekent over aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Aanwijzing massaal bezwaar

Naar aanleiding van deze uitspraak zijn veel bezwaarschriften tegen de belastingrente bij de Belastingdienst binnengekomen. Daarom zijn inmiddels bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt. Als de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord, doet de Belastingdienst één gezamenlijke collectieve uitspraak op alle bezwaren.

Let op! De uitspraak van de rechtbank ligt inmiddels bij de Hoge Raad. De Hoge Raad geeft iedereen die dat wil tot en met vrijdag 20 juni 2025 de gelegenheid om schriftelijk te reageren op de door de staatssecretaris geformuleerde rechtsvragen in de massaalbezwaarprocedure.

Maak wel op tijd bezwaar!

Jouw bezwaar loopt alleen mee in de massaalbezwaarprocedure, als dit bezwaar op tijd is ingediend. Op tijd betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag.

Let op! Is op jouw voorlopige aanslag belastingrente berekend, dan moet je eerst een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag indienen. De Belastingdienst wijst dit verzoek dan af en daartegen kun je in bezwaar. Als dit bezwaar tijdig is gedaan, loopt dit mee in de massaalbezwaarprocedure.

Overleg

Deed de Belastingdienst al vóór 7 februari 2025 (o.a. Vpb) of vóór 7 mei 2025 (o.a. inkomstenbelasting, btw, loonbelasting en dividendbelasting) uitspraak op uw bezwaar, dan kan het zijn dat uw bezwaar niet meeloopt in de massaalbezwaarprocedure. Hetzelfde geldt voor andere bezwaren dan de belastingrente die opgenomen zijn in uw bezwaarschrift. Heeft u hier vragen over of heeft u andere vragen? Neem dan contact op met onze adviseur. Wij helpen u graag verder.

Door |2025-06-02T19:49:39+02:002 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bezwaar tegen de belastingrente

Bewijslast lager gebruikelijk loon ligt bij dga

Jaarlijks moet je als dga je zelf een loon uitkeren, ook wel het gebruikelijk loon genaamd. Als je als dga een lager gebruikelijk loon uit jouw bv onttrekt dan de wettelijke normbedragen, dan ligt de bewijslast waarom je jezelf een lager loon uitkeert bij jou.

Gebruikelijk loon

Sparen

De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap, én die ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap.
Heb je een aanmerkelijk belang in een bv en verricht je ook werkzaamheden voor deze bv, dan moet jouw loon in 2025 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in jouw bv of verbonden bv’s, of
  • € 56.000 (2025).

Lager gebruikelijk loon?

In sommige situaties kunt u uitgaan van een lager loon dan het berekende gebruikelijk loon. Zo kunnen startende ondernemingen maximaal drie jaar van een lager loon uitgaan als de bv het gebruikelijk loon niet kan betalen door het opstarten van de onderneming. Ook als uw onderneming structureel zoveel verlies lijdt dat de continuïteit van uw onderneming in gevaar komt, kunt u van een lager loon uitgaan.

Kernactiviteit dga

In een zaak die onlangs speelde voor het Gerechtshof ‘s Hertogenbosch, slaagde een dga hierin niet en bleven de navorderingsaanslagen dan ook gehandhaafd. In deze zaak voerde een dga een aantal argumenten aan voor het lager vaststellen van zijn gebruikelijk loon dan de wettelijke norm. Zo gaf de dga aan slechts werkzaamheden uit te voeren die vergelijkbaar waren met die van een secretaresse. De dga had echter zelf verklaard ook enkele kernactiviteiten uit te voeren, maar vond dat dit hieraan niet in de weg hoefde te staan.

Parttime werkzaam

De dga voerde ook aan dat hij slechts parttime voor de bv activiteiten verrichtte, maar kon dit niet hard maken. Bovendien moet voor het gebruikelijk loon uitgegaan worden van het loon dat verdiend wordt bij een volledige werkweek. Of al dan niet parttime gewerkt wordt, is volgens het Hof in deze zaak dan ook niet van belang.

Verlieslijdend

De dga voerde ook nog aan dat een lager gebruikelijk loon aanvaardbaar was, omdat er sprake was van een structurele verlieslijdende situatie. Inderdaad kan in die omstandigheden een lager gebruikelijk loon worden vastgesteld, maar dit moet dan wel aannemelijk worden gemaakt. Ook hierin slaagde de dga niet, onder meer vanwege het feit dat de rekening-courant positie van de dga was toegenomen.

Het Hof liet de navorderingen dan ook in stand.

Door |2025-06-02T19:47:46+02:002 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bewijslast lager gebruikelijk loon ligt bij dga

Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de regels in acht neemt, kan aantrekkelijk zakendoen met zijn eigen bv. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een geldlening met de bv of het ter beschikking stellen van een bedrijfspand.

Let op! In deze advieswijzer worden op diverse plaatsen procentuele belastingtarieven benoemd. Dit betreft de percentages die in beginsel gelden. Een aantal heffingskortingen is inkomensafhankelijk en daalt of stijgt juist als uw inkomen stijgt. Dat betreft sinds dit jaar (2025) niet alleen het box 1-inkomen, maar ook het box 2- en box 3-inkomen. Met de invloed van deze inkomensafhankelijkheid is bij het benoemen van de percentages geen rekening gehouden. Het effectieve (marginale) belastingtarief bij extra inkomen kan daardoor afwijken van het genoemde percentage.

Rekening-courant

Handen schudden

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er – onder voorwaarden – geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld in dat geval ook niet in box 3 opnemen. Een eventuele rekening-courantvordering valt in box 1 en dus niet ook in box 3.

Let op! Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor leningen, dus ook niet voor leningen waarvan het saldo niet hoger is dan € 17.500.

Wet ‘dga-tax’

Sinds 1 januari 2023 bestaat een maatregel om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond de ‘dga-tax’ genoemd. De maatregel houdt in 2025 kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 van de bv is geleend, bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt gerekend. De drempel van € 500.000 geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk, en ook voor alle bv’s tezamen waarin de dga en de partner een aanmerkelijk belang houden. Deze maatregel geldt voor alle directe en indirecte schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan. Als een bv gelden onderbrengt bij een dga onder voorbehoud van de economische eigendom, tellen deze gelden naar de mening van de Belastingdienst ook als schuld mee. Alleen eigenwoningschulden die voldoen aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting zijn uitgezonderd. Er moet wel ook een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv, tenzij de eigenwoningschuld op 31 december 2022 al aan de bv verschuldigd was.

Als uw bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (groot)ouders en (klein)kinderen) ook schulden hebben aan uw bv, dan tellen deze schulden over het algemeen ook mee voor het deel dat boven de € 500.000 uitkomt. Wel heeft iedere bloed- of aanverwant nog een ‘eigen’ drempel van € 500.000. Slechts het meerdere is dan belast, maar wel bij de dga en dus niet bij de betreffende bloed- of aanverwant. Dat is niet het geval als de bloed- en aanverwanten zelf een aanmerkelijk belang hebben in uw bv.

Let op! De peildatum voor dit jaar is 31 december 2025. Heeft u dus voor meer dan € 500.000 aan schulden bij uw eigen bv, dan kunt u belastingheffing in box 2 nog voorkomen door het meerdere boven € 500.000 uiterlijk op 31 december 2025 af te lossen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel kunt doen.

Sparen en beleggen in de bv

U kunt ook sparen en beleggen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair rendement dat bij u in box 3 belast is.

Let op! Sparen of beleggen in de bv kan ook aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt immers niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een zakelijk rentepercentage. Bovendien zal het over het algemeen zakelijk zijn om zekerheden te stellen. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Borgstelling

Als dga kunt u zich ook borg stellen voor schulden van uw bv. Soms is dit vereist om voor de bv een lening van de bank te verkrijgen. Zorg ervoor dat wanneer u zich borg stelt, u dit doet op zakelijke voorwaarden. Houd er rekening mee dat wanneer u als borg wordt aangesproken voor een lening van uw bv, dit verlies voor u in beginsel alleen aftrekbaar is als er zakelijke voorwaarden zijn gehanteerd. Ook hierbij geldt dat dit voorwaarden moeten zijn, waaronder u zich ook voor de schuld van een willekeurige derde borg bij de bank zou willen stellen. De vergoeding die u van uw bv ontvangt voor de borgstelling, is bij u belast in box 1 (voor 88%) en is voor de bv aftrekbaar.

Tip! Heeft u al een lenings- of borgstellingsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Uzelf krijgt te maken met de regeling omtrent het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (hierna: TBS-regeling). Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12% tegen maximaal een tarief van 37,48%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale, zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders (kunnen) zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden aangewezen en eventueel opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling. Die bedraagt in 2025 2% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere daarvan. Voor zover de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen meer bedragen dan de vrije ruimte, is de werkgever 80% heffing verschuldigd. Let daarbij wel op: voorwaarde voor gebruik van deze regeling is dat een inkomensbestanddeel (in dit geval het rentevoordeel) uitdrukkelijk wordt aangewezen in de administratie. Bovendien mag het totaal van alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen aan een werknemer niet hoger zijn dan gebruikelijk, waarbij de werkgever dit moet bewijzen. Als de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen maximaal € 2.400 per persoon bedragen, zal de Belastingdienst  ̶  met uitzondering van bijzondere gevallen  ̶  de gebruikelijkheid niet ter discussie stellen.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura, waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2025 bepaald op 37,48%.

Tip! Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het mogelijk om geen of een lagere rente te rekenen. Het rentevoordeel blijft dan onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijk handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast. Deze lening telt dan uiteraard ook mee voor de regeling van het excessief lenen (zie hiervoor).

Let op! Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is in 2025 waarschijnlijk niet meer aantrekkelijk. Voor de beleggingen geldt in 2025 in box 3 namelijk een forfaitair rendement van 5,88%, terwijl de schulden maar aftrekbaar zijn tegen waarschijnlijk 2,62%. Dit percentage is voorlopig, het definitieve percentage is pas begin 2026 bekend.

Let op! In box 3 mag u volgens de tegenbewijsregeling ook uitgaan van uw werkelijk behaalde rendement, maar dit is niet altijd voordeliger. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het feit dat u bij gebruik van deze regeling geen rekening mag houden met het heffingsvrije vermogen, dat in 2025 € 57.684 bedraagt en voor degene met een partner € 115.368.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een zakelijke leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 tegen maximaal een tarief van 37,48% (2025) en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe deel van de lening is de rente dan alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening. Gegevens van de eigenwoninglening bij de bv kunt u doorgeven via uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op! De aftrek van de hypotheekrente in de hoogste belastingschijf is dit jaar (2025) beperkt tot 37,48%.

Investeren in eigen bedrijfspand

In de huidige markt is het investeren in en het financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is het de vraag wie gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en (financierings)kosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen, exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgeno(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2024 zowel in de vennootschapsbelasting als in de inkomstenbelasting beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand. Voor bedrijfspanden waarop vóór 1 januari 2024 al is afgeschreven, maar waarop nog geen drie volledige jaren zijn afgeschreven, geldt overgangsrecht. In die gevallen is de bodemwaarde, onder voorwaarden, nog niet beperkt tot 100% van de WOZ-waarde, maar tot 50% van die waarde.

Tip! Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, maar door toepassing van de TBS-vrijstelling is het effectieve tarief voor de dga lager. Door de TBS-vrijstelling is namelijk 12% van het resultaat vrijgesteld. Let wel dat deze 12% vrijstelling geldt tegen maximaal een tarief van 37,48%.

Belastingtarief in box 2

Als uw bv dividend aan u uitkeert, bent u belasting verschuldigd in box 2. Dat kan ook het geval zijn in andere situaties, waarvan er een aantal hiervoor beschreven staan. Het tarief in box 2 is in 2025 anders dan in de voorgaande jaren. In 2025 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 67.804 aan box 2-inkomen (voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag) bent u 24,5% belasting verschuldigd in box 2. Over het meerdere bedraagt de belasting 31%.

Bv studiekosten laten betalen

De bv kan voor u als werknemer, net als voor ‘gewone’ werknemers, onbelast studiekosten compenseren voor uw huidige werk of inkomen in de toekomst. In dat laatste geval is het wel belangrijk dat het gaat om realiseerbaar inkomen. Loopt u bijvoorbeeld tegen pensioenleeftijd en duurt de opleiding lang? Dan is het de vraag of u daadwerkelijk inkomen gaat realiseren.

Naast voor uzelf, kunt u bijvoorbeeld ook uw kinderen in dienst nemen en hun opleidingskosten betalen. Let hierbij wel op: als uw eigen kind hierbij heel anders behandeld wordt dan andere werknemers of de opleiding heeft geen verband met de (toekomstige) werkzaamheden van het kind bij uw bedrijf, dan zal de Belastingdienst de kosten al gauw onzakelijk vinden. De kosten zijn dan niet meer aftrekbaar bij de bv en daarnaast kan de studiekostenvergoeding zelf ook nog belastbaar zijn.

Kopen van en verkopen aan de bv

Regelmatig komt het voor dat een dga spullen koopt van of verkoopt aan zijn bv. Denk aan een auto, beleggingen of onroerende zaken. Dergelijke transacties zullen altijd kritisch bekeken worden om te zien of u wel zakelijk handelt. In een dergelijk geval is het handig om de waarde te kunnen bewijzen, denk bijvoorbeeld aan een taxatie door een onafhankelijke partij of een aanbieding voor een vergelijkbaar bedrag. Zorg dat u deze bewijsmiddelen goed bewaard en voorkom dat u bijvoorbeeld een uitdeling in aanmerking moet nemen (geen aftrek van Vpb en wel belasting over de uitkering).

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden genoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-05-28T08:59:31+02:0028 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Gebruikelijk loon ook bij geringe werkzaamheden?

Als je als dga werkzaamheden voor jouw bv verricht, ben je verplicht jezelf jaarlijks een gebruikelijk loon toe te kennen. Dit is ook het geval als je voor jouw bv slechts een zeer gering aantal werkzaamheden verricht. Bij de hoogte van het gebruikelijk loon kan hiermee wel rekening worden gehouden.

Gebruikelijk loon 2025

Belastingdienst

Een gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap. Het gebruikelijk loon dient in 2025 te worden vastgesteld op het hoogste bedrag van:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het hoogste loon van de andere werknemers van de bv of met de bv verbonden lichamen, of
  • € 56.000.

Geringe werkzaamheden

Onlangs werd voor het gerechtshof Den Haag een zaak behandeld over het jaar 2019, waarbij een dga van een bv zichzelf een gebruikelijk loon van nihil had toegekend. De dga verklaarde amper werkzaamheden te hebben verricht. De inspecteur was het hier niet mee eens, maar verlaagde het eerder opgelegde gebruikelijk loon van € 45.000 (het minimale bedrag voor 2019) naar € 20.000.

Omzet op basis van fout?

De inspecteur stelde vast dat er namelijk wel inkomsten waren. Die inkomsten waren vastgesteld op € 43.199, een bedrag gebaseerd op de aangiftes omzetbelasting. Volgens de dga berustte dit op een administratieve fout van de boekhouder en de dga verklaarde ook in die periode psychische klachten te hebben. De dga kon beide punten echter niet hard maken. Het Hof ging hier dan ook aan voorbij.

Ook bij geringe omzet werkzaamheden

Het Hof was het met de inspecteur eens dat ook bij een geringe omzet een dga altijd enige werkzaamheden voor een bv moet verrichten. Genoemd werd onder andere het bijhouden van de administratie en het contact met de boekhouder. Het Hof vond het eerder voorgestelde lagere gebruikelijk loon van € 20.000 in deze situatie dan ook op zijn plaats en stelde het hierop vast.

Door |2025-05-28T08:29:05+02:0028 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gebruikelijk loon ook bij geringe werkzaamheden?

Btw-vrijstelling maatschappelijk werk en schuldhulpverlening

Door een arrest van de Hoge Raad uit 2023 zouden instellingen die winst beogen met leveringen en diensten van sociale en culturele aard 21% btw moeten afdragen, maar zij mochten de btw-vrijstelling (naar keuze) blijven toepassen. De btw-vrijstelling wordt vanaf 1 januari 2026 verplicht opgenomen in de wet.

Instellingen van sociale en culturele aard

Medisch

Voor instellingen die leveringen en diensten van sociale en culturele aard aanbieden, is in de wet een btw-vrijstelling opgenomen. Voorwaarde is onder meer dat zij geen winst beogen.
Voor bepaalde instellingen die wel winst beogen, was in lagere regelgeving voor bepaalde diensten van sociale en culturele aard ook een btw-vrijstelling opgenomen. Het gaat hierbij om de leveringen en diensten verricht door:

  1. instellingen van wijkverpleging, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen;
  2. dagverblijven voor gehandicapten die beschikken over een indicatiebesluit;
  3. aanbieders van preventie gericht op jeugd (als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet), mede voor het ter beschikking stellen van personeel;
  4. samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijns- en geboortezorg bekostigd door de Zorgverzekeringswet;
  5. instellingen voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk;
  6. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken en het ter beschikking stellen van personeel;
  7. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen.

Arrest Hoge Raad en beleidsbesluit

De Hoge Raad besliste op 14 april 2023, kort omschreven, dat de lagere regelgeving in strijd was met de wet. Dit had tot gevolg dat alle hiervoor genoemde instellingen die winst beogen ten onrechte de btw-vrijstelling zouden toepassen. Zij zouden 21% btw moeten berekenen en afdragen.

Het toenmalige kabinet vond dat onwenselijk en nam daarom in een beleidsbesluit op dat deze instellingen er voor kunnen kiezen om toch de btw-vrijstelling toe te passen, ondanks dat zij winst beogen.

Let op! De btw-vrijstelling geldt alleen als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals die ook in de lagere regelgeving waren opgenomen. Het beleidsbesluit betekende dus geen uitbreiding van de btw-vrijstelling.

Nieuwe wettelijke btw-vrijstelling

Het huidige kabinet wil de wet nu zo aanpassen dat de lagere regelgeving niet meer in strijd is met de wet. Hierdoor vallen alle hiervoor genoemde instellingen van rechtswege weer in de btw-vrijstelling.

Gekozen voor 21% btw?

Het beleidsbesluit bevatte een goedkeuring om de btw-vrijstelling toe te passen. Instellingen konden er ook voor kiezen om geen gebruik te maken van de goedkeuring. Zij konden dus, in overeenstemming met de beslissing van de Hoge Raad, 21% btw (blijven) berekenen en afdragen.

De aanpassing van de wet heeft alleen gevolgen voor de instellingen die hiervoor gekozen hebben. Zij moeten namelijk vanaf 1 januari 2026 weer verplicht de btw-vrijstelling toepassen.

Let op! Omdat deze instellingen per 1 januari 2026 van een btw-belaste naar een btw-vrijgestelde situatie gaan, krijgen zij mogelijk te maken met herzienings-btw. Daarbij moeten zij mogelijk eerder in aftrek gebrachte btw op investeringsgoederen weer deels terug betalen. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Fiscale verzamelwet 2026

De wetswijziging is opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De wetswijziging is daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-28T08:32:13+02:0028 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw-vrijstelling maatschappelijk werk en schuldhulpverlening

Reiskosten aftrekbaar naar pasgeboren kind in ziekenhuis

De Belastingdienst heeft duidelijkheid verschaft over de aftrek van de reiskosten voor het bezoek van ouders aan een pasgeboren kind dat vanaf de geboorte in het ziekenhuis verblijft. Hierbij is rekening gehouden met de situatie waarin de ouders wel én waarin de ouders geen gezamenlijke huishouding voeren.

Aftrek specifieke zorgkosten

Zuigflesjes

De aftrek van zorgkosten vermindert uw belastbaar inkomen, waardoor u minder belasting betaalt. Lang niet alle zorgkosten zijn echter aftrekbaar: in de wet is een opsomming opgenomen van de zorgkosten die u wel en niet kunt aftrekken. Daarnaast geldt een drempel. Alleen de kosten boven die drempel kunt u aftrekken. De hoogte van deze drempel is afhankelijk van uw inkomen: hoe hoger uw inkomen, des te hoger de drempel. Voor uw aftrek is verder bepalend of u (het hele jaar) een fiscale partner heeft of niet. Zorgkosten zijn in 2025 aftrekbaar tegen maximaal 37,48%.

Kosten regelmatig ziekenbezoek

Tot de aftrekbare zorgkosten behoren onder voorwaarden ook de kosten van regelmatig ziekenbezoek van personen met wie bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding werd gevoerd. Daarbij is ook vereist dat de verpleging meer dan een maand duurt en dat de afstand tot de plaats waar de verpleging plaatsvindt meer dan 10 kilometer bedraagt.

Aftrek reiskosten bij in ziekenhuis geboren kind

Aan de Belastingdienst is de vraag gesteld of ook recht bestaat op aftrek reiskosten voor ouders van wie het kind in het ziekenhuis geboren is. Het ziekenhuis ligt op meer dan 10 kilometer afstand van de woning van de ouders en het kind verblijft langer dan een maand in het ziekenhuis. Voldoen deze ouders echter aan de voorwaarde dat zij bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding met het kind voerden? De Belastingdienst antwoordt dat het feitelijk niet mogelijk is om een gezamenlijke huishouding te voeren bij aanvang van de verpleging, omdat het kind in het ziekenhuis geboren is. Een redelijke wetsuitleg brengt echter met zich mee dat toch voldaan wordt aan dit criterium. De ouders kunnen daarom een beroep doen op de aftrek van reiskosten.

Ook voor ouders die geen gezamenlijke huishouding voeren

De Belastingdienst antwoordt dat dit ook geldt als de ouders op het moment van geboorte van het kind geen gezamenlijke huishouding met elkaar voeren en geen fiscaal partners zijn van elkaar. Een redelijke wetsuitleg brengt dan met zich mee dat gesteld kan worden dat beide ouders bij aanvang van de verpleging een gezamenlijke huishouding voeren met het kind. Zij mogen dus allebei, los van elkaar, de reiskosten voor het bezoek aan hun kind opvoeren als zorgkosten.

Door |2025-05-26T10:05:39+02:0026 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Reiskosten aftrekbaar naar pasgeboren kind in ziekenhuis

Moet een dorpshuis btw berekenen over verhuur en baromzet?

Moet een dorpshuis btw berekenen over de verhuur van zalen? En hoe zit het met de btw over de baromzet?

Dorpshuis

Horeca

De Belastingdienst heeft hier vragen over beantwoord naar aanleiding van een specifieke casus. Het betrof een stichting zonder winstoogmerk die een dorpshuis exploiteert met een keuken, sanitaire voorzieningen, een grote zaal met bar en een kleine zaal. De statutaire doelstelling van de stichting is om de sociale samenhang in het dorp te bevorderen. De stichting verhuurt de zalen hoofdzakelijk aan sociaal-culturele instellingen (verenigingen en clubs) voor verschillende activiteiten. Inwoners van het dorp kunnen incidenteel ook een feest of bijeenkomst organiseren in het dorpshuis. Het bestuur van de stichting toetst vooraf of de zaal door de huurder gebruikt gaat worden in lijn met de statutaire doelstelling van de stichting.

Verhuur zalen

De vraag is of de verhuur van de zalen onder de btw-vrijstelling voor diensten van sociale en culturele aard valt. Dat is volgens de Belastingdienst niet het geval. Op de verhuur van de zalen is wel de btw-vrijstelling die geldt voor de verhuur van onroerende zaken van toepassing, aldus de Belastingdienst.

Let op! Als er naast de verhuur van de zalen nog andere diensten worden verricht, kan het zijn dat de verhuur in combinatie met de andere diensten van kleur verschiet en toch btw-belast is.

In de voorgelegde casus kon de huurder ook gebruikmaken van het aanwezige meubilair en een muziekinstallatie. Tijdens de verhuur zijn daarnaast altijd personeelsleden/vrijwilligers van de stichting aanwezig voor toezicht, begeleiding, schoonmaak en barverkopen. De verhuur van de zalen verschiet hierdoor volgens de Belastingdienst niet van kleur en blijft onder de btw-vrijstelling vallen.

Congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte

Als de huurder van een zaal in het dorpshuis deze alleen gebruikt als congres-, vergader- en/of tentoonstellingsruimte, kan eventueel gebruik worden gemaakt van een goedkeuring waardoor de zaal btw-belast verhuurd kan worden.

Barverkopen

Aan de Belastingdienst is ook gevraagd of de zogenaamde fondswervingsvrijstelling van toepassing kan zijn op de barverkopen. De Belastingdienst heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Dit betekent dat de barverkopen in principe btw-belast zijn.

Het dorpshuis kan mogelijk wel een beroep doen op een  goedkeuring waardoor de kantineactiviteiten buiten de btw-heffing kunnen blijven. De Belastingdienst geeft aan dat dit kan omdat het een dorpshuis betreft. Voorwaarde is dan wel dat de zalen uitsluitend btw-vrijgesteld verhuurd worden en de horeca-activiteiten verricht worden ten behoeve van sociaal-culturele instellingen. Als de horeca-activiteiten ook verricht worden voor evenementen in de persoonlijke sfeer van derden, zoals bruiloften, feesten en jubilea, kan deze goedkeuring niet worden toegepast.

Tip! Neem voor meer informatie en alle voorwaarden van deze goedkeuring contact op met onze adviseurs.

Door |2025-05-26T10:04:43+02:0026 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Moet een dorpshuis btw berekenen over verhuur en baromzet?

Is een hospice voor de OZB een woning of een niet-woning?

Is een hospice voor de onroerendzaakbelasting (OZB) een woning of een niet-woning? Een rechter sprak zich hier onlangs over uit.

Hospice

Invalide

In een zaak bij Gerechtshof Den Haag was belanghebbende de eigenaar en gebruiker van een onroerende zaak die in gebruik was als hospice. In de onroerende zaak waren zeven verblijf-/slaapkamers met eigen badkamer, een gezamenlijke woonkamer en een keuken en bijkeuken. In de hospice verbleven gelijktijdig maximaal zeven mensen in de laatste fase van hun leven.

Gemeente: geen woning voor de OZB

De gemeente vond dat de onroerende zaak niet kon worden aangemerkt als een woning, omdat deze volgens de gemeente niet als hoofdzaak (= voor minimaal 70 procent) tot woning diende. De gemeente vond namelijk dat de aard van de onroerende zaak zorgverlening was en dat de onroerende zaak niet beschikte over een deel waarbij de woonfunctie overheerste.
De belanghebbende kreeg daarom een OZB-aanslag als eigenaar én een OZB-aanslag als gebruiker opgelegd, naar het tarief voor niet-woningen.

Hospice: wel woning voor de OZB

De belanghebbende was het hier niet mee eens. Hij vond dat de onroerende zaak wel als hoofdzaak tot woning diende omdat deze bestemd, ingericht en geschikt was voor duurzame menselijke bewoning. Alle kamers en overige ruimten in de hospice dienden volledig de bewoning, vond de belanghebbende. Hij was daarom van mening dat alleen een OZB-aanslag als eigenaar opgelegd kon worden, naar het tarief voor woningen.

Let op! De kwalificatie als woning of als niet-woning is van belang. Als de onroerende zaak namelijk aangemerkt wordt als een woning, kan alleen een OZB-aanslag opgelegd worden aan de eigenaar en niet aan de gebruiker. Bovendien geldt dan het woningtarief in plaats van het niet-woningtarief.

Rechtbank en gerechtshof: wel woning voor de OZB

De rechtbank vond ook dat de onroerende zaak in beginsel geschikt was voor duurzame menselijke bewoning. Dat in de hospice ook zorg werd verleend, maakte dat niet anders. De gemeente had, naar het oordeel van de rechtbank, niet onderbouwd dat de zorgfunctie de woonfunctie zou overheersen. De belanghebbende werd daarom in het gelijk gesteld.

In hoger beroep bij het gerechtshof stelde de gemeente dat de zorgfunctie de woonfunctie overheerste, omdat in de hospice uitsluitend uitbehandelde cliënten verbleven die intensieve zorg nodig hadden. Bovendien was er 24 uur per dag een verpleegkundige aanwezig.

De belanghebbende was het daar niet mee eens, omdat de ruimten niet voorzien waren van medische apparatuur en bovendien de zorg verleend werd die in thuissituaties ook verleend zou worden. De cliënten bleven ook zelf verantwoordelijk voor de inkoop van de zorg en de financiering daarvan.

Het gerechtshof oordeelde ook dat de zorgfunctie niet de woonfunctie overheerste. De hospice was voor de OZB daarom een woning. De gemeente mocht alleen een OZB-aanslag opleggen aan de eigenaar naar het tarief van woningen.

Door |2025-05-23T15:22:56+02:0023 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is een hospice voor de OZB een woning of een niet-woning?

Wetsvoorstel box 3 vanaf 2028 naar Tweede Kamer

Het wetsvoorstel box 3 op basis van werkelijk rendement met beoogde ingangsdatum 1 januari 2028, is bij de Tweede Kamer ingediend.

Werkelijk rendement

Euro

Als dit voorstel ongewijzigd en op tijd door de Tweede en Eerste Kamer wordt aangenomen, wordt in box 3 vanaf (beoogd) 2028 het werkelijke rendement op uw vermogen belast. Dit werkelijke rendement omvat alle directe en indirecte rendementen.

Directe rendementen

Directe rendementen zijn bijvoorbeeld ontvangen rente op bank- en spaarrekeningen, ontvangen dividenden op beleggingen en ontvangen huuropbrengsten.

Indirecte rendementen

Bij indirecte rendementen moet u denken aan verkoopwinsten en verkoopverliezen op beleggingen en/of overige bezittingen. Naast deze gerealiseerde rendementen tellen echter ook ongerealiseerde rendementen mee. De jaarlijkse waardeontwikkelingen van uw beleggingen en overige bezittingen behoren dus ook tot uw indirecte rendementen.

Let op! Voor onroerende zaken omvat het indirecte rendement de winst of het verlies bij verkoop. U hoeft bij onroerende zaken echter niet de jaarlijkse waardeontwikkeling tot uw indirecte rendement te rekenen. Ook bij aandelen in start-ups en scale-ups telt de jaarlijkse waardeontwikkeling niet mee, maar wel de winst of het verlies bij verkoop.

Kostenaftrek

Bij het berekenen van uw werkelijke rendement mag u rekening houden met kosten zoals de betaalde rente, de kosten van een bankrekening, de kosten bij aankoop- en verkoop van uw beleggingen en overige bezittingen en de onderhoudskosten van uw onroerende zaken.

Tarief

Het voorgestelde tarief in box 3 vanaf 2028 bedraagt 36%. U betaalt dan 36% belasting over uw werkelijke rendement, verminderd met een heffingsvrij inkomen van € 1.800.

Let op! Heeft u in een jaar een negatief rendement, dan mag u dat in aftrek brengen op positieve rendementen in de volgende kalenderjaren. Er gaat wel een verliesdrempel van € 500 gelden. De eerste € 500 negatief rendement is dan dus niet verrekenbaar.

Vanaf 2028?

Het is nog lang niet zeker dat het nieuwe box 3-stelsel per 2028 ingaat. Om de beoogde ingangsdatum van 1 januari 2028 te kunnen halen, moet de Tweede Kamer uiterlijk op 15 maart 2026 met het wetsvoorstel instemmen.

Let op! De wijze waarop het werkelijke rendement vanaf 2028 berekend wordt in dit wetsvoorstel, is afwijkend van de wijze waarop het werkelijke rendement in de jaren tot en met 2027 berekend wordt. Deze berekening is opgenomen in het wetsvoorstel tegenbewijsregeling box 3, dat nu ook nog bij de Tweede Kamer ligt. Beoogde inwerkingtreding van dit laatste wetsvoorstel is 1 juli 2025.

Door |2025-05-23T15:18:13+02:0023 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel box 3 vanaf 2028 naar Tweede Kamer

Valt een hoortoestel onder specifieke zorgkosten?

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar van het inkomen. Een hoortoestel wordt aangemerkt als hulpmiddel en kan onder voorwaarden voor aftrek als specifieke zorgkosten in aanmerking komen. Welk deel van de kosten van een hoortoestel is aftrekbaar, rekening houdend met de eigen bijdrage en het eigen risico?

Aftrek zorgkosten

Overheid

De aftrek van zorg- of ziektekosten betekent dat uw belastbaar inkomen lager wordt, waardoor u minder belasting betaalt. Lang niet alle zorgkosten zijn aftrekbaar. Ook geldt er ten aanzien van de kosten die u wilt aftrekken een drempel waarbij geldt: hoe hoger uw inkomen, hoe hoger de drempel. Daarbij is bepalend of u het hele jaar een fiscale partner heeft. Is dit het geval, dan telt u namelijk beide inkomens bij elkaar op. Heeft u niet het hele jaar een fiscale partner, dan doet u dit alleen als u ervoor kiest elkaars fiscale partner te zijn. De drempel betekent dat u een deel van de kosten niet kunt aftrekken, u mag namelijk alleen het bedrag aftrekken dat boven de voor u geldende drempel uitkomt.

Voorbeeld

De Belastingdienst legt de aftrek van de kosten van een hoortoestel als specifieke zorgkosten uit aan de hand van een voorbeeld.

Verzekeraar
Stel een hoortoestel kost € 4.000. Van deze kosten komt via de zorgverzekeraar in beginsel € 1.600 voor vergoeding in aanmerking. Er geldt echter een eigen bijdrage van € 400. Daarnaast wordt ervan uitgegaan dat de belastingplichtige een eigen risico kent van € 300.
Op basis van deze informatie zou de belastingplichtige via zijn verzekeraar € 1.600 – € 400 – € 300 = € 900 aan vergoeding ontvangen.

Fiscale aftrek
Belastingplichtige moet zelf € 4.000 – € 900 = € 3.100 bijdragen. Dit bedrag is niet in zijn geheel aftrekbaar. De eigen bijdrage en het eigen risico komen namelijk niet voor aftrek in aanmerking, zodat per saldo € 4.000 – € 900 – € 400 – € 300 = € 2.400 als uitgave voor aftrek specifieke zorgkosten in aanmerking komt. 

Aanvullende verzekering

De Belastingdienst gaat ook nog in op de gevolgen van de door sommige verzekeraars aangeboden mogelijkheid om eventueel een aanvullende verzekering af te sluiten teneinde het eigen risico te beperken. Dit heeft geen gevolgen voor omvang van de fiscale aftrek. Belastingplichtige hoeft dan minder bij te dragen aan de kosten van het hoortoestel, maar de hogere ontvangen vergoeding van de verzekeraar komt gewoon in mindering op het bedrag dat in aanmerking komt als specifieke zorgkosten.

Duurder dan noodzakelijk?

De Belastingdienst gaat uit van de kosten van een hoortoestel dat voldoende is om het gehoor van betrokkene te verbeteren. Wordt een duurder toestel aangeschaft en worden de extra kosten niet vergoed, dan kunnen de extra kosten ook niet als zorgkosten worden afgetrokken.

Door |2025-05-23T15:19:50+02:0023 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Valt een hoortoestel onder specifieke zorgkosten?