Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.

Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Per 1 juli van dit jaar gaat het minimumloon opnieuw omhoog. Het minimumloon wordt doorgaans in januari en juli geïndexeerd aan de hand van de cao-lonen. Daarnaast stijgt per juli van dit jaar het minimumloon extra met 1,2% als gevolg van een aangenomen amendement vanuit de Tweede Kamer.

Let op! Hoeveel het minimumloon in totaal gaat stijgen, wordt dit voorjaar pas bekend.

Ook uitkeringen omhoog

Straatbeeld

Omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon, gaan deze ook omhoog. Dit betreft onder andere de AOW, de WW en de bijstand.

Tweede stijging in 2024

De stijging per 1 juli is de tweede stijging van dit jaar. Op 1 januari werd het minimumloon al geïndexeerd met 3,75%. Ook werd per die datum het minimumuurloon ingevoerd, gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Werknemers met een minimumloon die contractueel al voor 1 januari 2024 meer dan 36 uren per week werkten, gaan er daarom per 1 januari van dit jaar extra op vooruit.

Door |2024-01-24T12:07:30+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Als een afgesloten lijfrentecontract tot uitkering komt en moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, kan hiervoor een deskundige worden ingeschakeld. Wanneer zijn de kosten van een dergelijke deskundige aftrekbaar, en tot welk bedrag?

Lijfrente

Juridisch

Met het afsluiten van een lijfrente kun je zorgen voor extra inkomen, bijvoorbeeld als aanvulling op jouw pensioen of AOW. De voor de lijfrente betaalde premies zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Daar staat tegenover dat de uitkeringen te zijner tijd belast zijn.

Kosten deskundige

Als een afgesloten lijfrentecontract moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, is het soms noodzakelijk of gewenst hiervoor een deskundige in te schakelen. De Belastingdienst heeft onlangs bekendgemaakt wanneer de kosten van een deskundige aftrekbaar zijn en tot welk bedrag.

Doel

Voorwaarde is dat de bemiddelingskosten moeten worden gemaakt met het doel uitkeringen uit een bestaand lijfrentecontract te verwerven. Er moet bijvoorbeeld schriftelijk worden aangetoond dat de ontvanger van de uitkeringen nog in leven is. De kosten van een dergelijke deskundige zijn aftrekbaar tot een bedrag van € 250.

Geen deskundige?

Indien degene die de lijfrente gaat ontvangen zelf in staat is om e.a. te regelen omtrent de lijfrente, mag dat uiteraard ook. Een financiële instelling, zoals een verzekeraar of bank, is dan wel verplicht een kennis- en ervaringstoets af te nemen bij de klant, zodat men weet dat de klant snapt en zich realiseert wat het product inhoudt en wat de risico’s en voor- en nadelen zijn.

Het is echter niet van belang of er een kennis- en ervaringstoets beschikbaar is en of de kosten van een deskundige dus voorkomen hadden kunnen worden. Ook dan zijn de bemiddelingskosten van een professional gewoon aftrekbaar tot genoemd maximum.

Let op! Bemiddelingskosten om een uitgestelde lijfrente af te sluiten, zijn niet aftrekbaar.

Door |2024-01-24T12:02:51+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen

In de inkomstenbelasting kan volgens de zogenaamde ‘verhuisregeling’ onder voorwaarden ook de hypotheekrente worden afgetrokken van een woning die na verhuizing leegstaat voor de verkoop. Geldt dit ook als de lege woning na verhuizing niet direct wordt aangeboden voor de verkoop?

Verhuisregeling

Woning

Volgens de verhuisregeling kan de hypotheekrente van een leegstaande woning die wordt aangeboden voor de verkoop onder voorwaarden in aftrek worden gebracht op jouw inkomstenbelasting. De woning moet dan in het betreffende kalenderjaar, of moet in één van de drie voorgaande kalenderjaren, aangemerkt kunnen worden als eigen woning waarvoor hypotheekrente in aftrek kon worden gebracht. Je mag de woning niet verhuren.

Door deze regeling kan bij verhuizing tijdelijk voor twee woningen hypotheekrente in aftrek worden gebracht.

Niet direct bestemd voor verkoop

De vraag is of de regeling ook kan worden toegepast als een woning niet direct wordt aangeboden voor de verkoop. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat de verhuisregeling pas in kan gaan  vanaf het moment waarop de woning wordt aangeboden voor de verkoop. De aftrek van de hypotheekrente is dus nog slechts mogelijk voor het restant van de periode waarover de verhuisregeling maximaal kan worden toegepast.

Let op! Verlaat je jouw woning en biedt je deze bijvoorbeeld pas na een half jaar aan voor de verkoop, dan wordt de periode van de verhuisregeling dus ook met een half jaar verkort.

Bewijslast ligt bij u

De bewijslast voor het feit dat een woning beschikbaar is voor de verkoop, ligt bij de belastingplichtige. Je moet dus bijvoorbeeld via een makelaar of advertenties aannemelijk kunnen maken dat de woning bestemd is voor de verkoop.

Door |2024-01-24T11:58:11+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen
  • Nieuwsbrief januari 2024

Nieuwsbrief januari 2024

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 22 januari 2024, 20:00 uur.


1. Hoeveel mag u in 2024 belastingvrij schenken?

Misschien wilt u ook dit jaar weer aan uw kinderen of anderen een geldbedrag schenken. Natuurlijk doet u dit het liefst belastingvrij. Wat zijn dan de mogelijkheden?

Schenken aan kinderen
De meeste vrijstellingen bestaan voor schenkingen aan uw kinderen. In 2024 kunt u hun belastingvrij € 6.633 schenken. Aan een kind tussen de 18 en 40 jaar mag u eenmalig een vrij te besteden bedrag van € 31.813 schenken. De dag van de 40e verjaardag telt hiervoor ook nog mee. Schenkt u dit verhoogde bedrag, dan komt in dat jaar de normale vrijstelling van € 6.633 te vervallen.

Dure studie
In plaats van de vrij te besteden verhoogde schenkvrijstelling mag u de verhoogde schenkvrijstelling ook benutten voor een schenking ten behoeve van een dure studie die minimaal € 20.000 per jaar kost (exclusief levensonderhoud). Deze vrijstelling ligt hoger en bedraagt in 2024 € 66.268. Deze vrijstelling geldt ook nu weer alleen voor een kind tussen 18 en 40 jaar, inclusief de 40e verjaardag.

Schenkingen aan derden
Voor een schenking aan een derde geldt in 2024 een vrijstelling van € 2.658. Deze vrijstelling geldt dus bijvoorbeeld voor een schenking aan een kleinkind, neef of vriendin.

Let op!
De speciale schenking ten behoeve van de aankoop van een eigen woning is vanaf 2024 niet meer mogelijk.

Schenkt u meer dan de vrijstelling?
Schenkt u meer dan de genoemde bedragen, dan betalen uw kinderen 10% belasting over een bedrag tot € 152.368. Over het meerdere is het tarief 20%. Voor kleinkinderen en verdere afstammelingen zijn de tarieven 18% tot € 152.368 en 36% over het meerdere. Voor overige personen (bijvoorbeeld een ander familielid, een vriend of een willekeurige derde) is het tarief 30% tot € 152.368 en 40% over het meerdere.

Voorbeeld
U schenkt eind januari 2024 uw kind van 27 jaar € 200.000. U heeft nog niet eerder gebruikgemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, dus is de eerste € 31.813 belastingvrij als u een beroep doet op deze eenmalige vrijstelling. Vervolgens dient over de volgende € 152.368 10% belasting betaald te worden en over de laatste € 15.819 20%. Er dient dus € 15.236 + € 3.163 = € 18.399 aan schenkbelasting te worden afgedragen.

Ontvanger betaalt
Bij een schenking betaalt de ontvanger ervan de schenkbelasting. U kunt er als schenker ook voor kiezen zelf de schenkbelasting te betalen, maar houd er dan rekening mee dat dit ook als schenking wordt gezien.


2. Hoe wordt privégebruik van ander vervoer dan auto of fiets belast?

Gebruikt uw werknemer een door u ter beschikking gestelde auto, fiets of ander vervoermiddel ook privé, dan vormt dit privégebruik belast loon. Voor de belastingheffing over dit loon gelden voor de auto, fiets of een ander vervoermiddel niet dezelfde regels. Hoe zit het met het privégebruik van een ‘ander vervoermiddel’?

Ander vervoermiddel
Bij een ander vervoermiddel moet u denken aan een motor, (brom)fiets of scooter. Gebruikt uw werknemer zo’n vervoermiddel ook privé, dan vormt de waarde in het economisch verkeer van dit privégebruik belast loon voor de werknemer.

Berekening waarde in het economisch verkeer
De vraag is hoe u deze waarde in het economisch verkeer van het privégebruik kunt berekenen. Hiervoor moet u een aantal dingen weten, namelijk:

  • Hoe hoog zijn de totale kosten van het vervoermiddel in een jaar? De totale kosten bestaan uit kosten van brandstof, onderhoud, reparatie, motorrijtuigenbelasting en verzekering, verhoogd met de afschrijving van het vervoermiddel.
  • Hoeveel kilometer is er in totaal met het vervoermiddel in een jaar gereden?
  • Hoeveel privékilometers reed de werknemer met het vervoermiddel in het jaar?

Met deze gegevens kunt u de kilometerprijs van het vervoermiddel en de waarde in het economisch verkeer van het privégebruik bepalen.

Tip!
Voor het berekenen van het aantal privékilometers kunt u een rittenregistratie bijhouden.

Voorbeeldberekening
Een werknemer rijdt met een door u ter beschikking gestelde bromfiets totaal 5.000 km in een jaar. De totale kosten van de bromfiets in dat jaar bedragen € 1.500. Het aantal privékilometers in het jaar bedraagt 600. De kilometerprijs van de bromfiets is dan € 0,30 (€ 1.500 / 5.000 km). De waarde in het economisch verkeer van het privégebruik bedraagt vervolgens € 180 (600 km x € 0,30). Het te belasten loon in verband met het privégebruik bedraagt dan dus € 180.

Betaalt de werknemer vanuit zijn nettoloon een eigen bijdrage voor het privégebruik van bijvoorbeeld € 100 per jaar, dan kunt u dit bedrag op het hiervoor berekende loon in mindering brengen. In het voorbeeld bedraagt het loon dat u voor de werknemer belast voor het privégebruik dan € 80 (€ 180 waarde in het economisch verkeer – € 100 eigen bijdrage).

Let op!
Door de aftrek van de eigen bijdrage kan het te belasten loon nooit lager dan nul worden.

Individueel loon of eindheffingsloon?
De € 80 loon uit het voorbeeld kunt u individueel belasten bij de werknemer. De werknemer betaalt dan de belasting. Als dit gebruikelijk is, kunt u er echter ook voor kiezen om dit aan te wijzen als eindheffingsloon ten laste van uw vrije ruimte. Als u nog ruimte heeft in uw vrije ruimte, dan is dit onbelast, anders betaalt u hierover 80% eindheffing.

Let op!
De vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Privékilometers
Niet alle kilometers zijn privé. Zo zijn de kilometers die uw werknemer maakt voor woon-werkverkeer voor de loonbelasting niet privé, maar zakelijk. Dit geldt ook voor de kilometers die uw werknemer overdag maakt tussen het woon- en het werkadres (bijvoorbeeld om thuis iets op te halen of thuis te lunchen).

Let op!
Rijdt uw werknemer met een omweg als hij naar zijn werk of naar huis rijdt, bijvoorbeeld om (privé) boodschappen te doen? Dan zijn de extra kilometers van het omrijden wel privé.


3. Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Een werkgever kan gebruikmaken van de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling. Dat is algemeen bekend. Minder bekend is echter dat een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, in zijn aangifte inkomstenbelasting de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in aftrek kan brengen.

Vrije ruimte en gerichte vrijstellingen werkkostenregeling
Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen geven door deze ten laste te brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Voor sommige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gelden ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht is vrijgesteld, is het onder voorwaarden onbelast en hoeft dit niet ten laste van de vrije ruimte te komen, bijvoorbeeld de gerichte vrijstelling van € 0,23 per zakelijke kilometer.

Vrije ruimte in de inkomstenbelasting
In de inkomstenbelasting is een met de loonbelasting vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. Doel van deze bepaling is om inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever.

De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2024 in principe zonder nadere voorwaarden 1,92% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Let op!
Dit kan niet als de buitenlandse werkgever in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting. Dan gelden namelijk gewoon de regels die ook voor Nederlandse werkgevers gelden.

Gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting
Twee gerechtshoven en een A-G oordeelden over de vraag of een inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vindt dat dit, ondanks het oordeel van de Hoge Raad over de vrije ruimte, niet mag. De twee gerechtshoven en de A-G vinden dat dit wel mag.

Let op!
Aftrek van zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, kan niet zonder meer. Er moet namelijk wel aannemelijk zijn dat de zakelijke kosten gemaakt zijn, en door de werkgever aangewezen zouden zijn als gerichte vrijstelling in de situatie dat deze werkgever wel inhoudingsplichtig voor de loonbelasting in Nederland was. Verder moet getoetst worden of de zakelijke kosten binnen de voorwaarden en grensbedragen van de gerichte vrijstellingen blijven. Het moet ook gaan om kosten waarbij het zakelijke karakter overheerst.

Laatste woord aan de Hoge Raad
Het laatste woord of ook aftrek van kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt mogelijk is in de inkomstenbelasting, is aan de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van de gerechtshoven en het advies van de A-G volgt, kan een inwoner van Nederland met een niet-inhoudingsplichtige buitenlandse werkgever in de aangifte inkomstenbelasting, onder voorwaarden, ook een beroep doen op gerichte vrijstellingen.


4. Nieuw! Handreikingen voorkeursbeleid voor werkgevers

Om meer diversiteit en inclusie van mensen uit een etnische of culturele minderheid in organisaties te realiseren, kan een werkgever ervoor kiezen een voorkeursbeleid te voeren. Hiervoor geldt echter wel een aantal regels. Om werkgevers op weg te helpen, heeft het College voor de Rechten van de Mens diverse handreikingen ontwikkeld.

Wet gelijke behandeling
Het wettelijke uitgangspunt bij werving, selectie en arbeid is dat iedereen gelijk behandeld moet worden, ongeacht geslacht, nationaliteit, ras etc. De praktijk is echter weerbarstig. Soms lukt het niet om een achterstandspositie van een bepaalde bevolkingsgroep weg te werken. Daarom staat de wet in die gevallen toe om bij gelijke geschiktheid van kandidaten of werknemers de voorkeur te geven aan personen die tot een minderheidsgroep behoren. Het doel daarvan is om de achterstandspositie van die groep op te heffen. Voorkeursbeleid is naar zijn aard altijd tijdelijk; als de achterstand is weggewerkt, moet het beleid stoppen.

Handreiking voorkeursbeleid voor vrouwen bij arbeid
In de Handreiking voorkeursbeleid voor vrouwen bij arbeid biedt het College werkgevers handvaten om binnen de grenzen van de gelijke behandelingswetgeving meer vrouwelijk personeel aan te trekken of door te laten stromen.

In de handreiking wordt ingegaan op de voorwaarden om een voorkeursbeleid te voeren. Ook worden tips gegeven om te zorgen voor meer diversiteit en inclusie binnen een organisatie zónder voorkeursbeleid.

Handreiking voorkeursbeleid voor mensen uit etnisch of culturele minderheidsgroep
Voor sectoren en situaties waarin het niet lukt de structurele achterstand in te halen door gelijke behandeling, is het dus mogelijk om voorkeursbeleid te voeren. Dit mag onder meer voor ‘personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep’, om zo hun structurele achterstandspositie op de arbeidsmarkt te corrigeren. De Handreiking voorkeursbeleid voor mensen uit een etnische of culturele minderheidsgroep biedt handvaten hiervoor.


5. Vanaf 1 januari 2024 hogere belastingrente

De belastingrente is per 1 januari 2024 verhoogd. Voor de vennootschapsbelasting bedraagt de belastingrente vanaf 1 januari 2024 10%. Voor de overige belastingen, zoals de inkomstenbelasting, loonbelasting en omzetbelasting, bedraagt de belastingrente vanaf 1 januari 2024 7,5%. Waar de belastingrente tot en met 2023 nog twee keer per jaar opnieuw werd vastgesteld, is dat vanaf 2024 nog maar één keer per jaar. De percentages van 10 en 7,5 gelden dan ook voor heel 2024. Door deze hoge rentepercentages wordt het nog belangrijker om op tijd een juiste voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting 2023 aan te vragen. Als u dit voor 1 mei 2024 doet, berekent de Belastingdienst namelijk geen belastingrente. Dit is alleen anders als uw definitieve aanslag hoger is dan uw voorlopige aanslag. In dat geval berekent de Belastingdienst vanaf 1 juli 2024 over het verschil belastingrente. Dient u voor 1 mei 2024 uw aangifte inkomstenbelasting 2023 of voor 1 juni 2024 uw aangifte vennootschapsbelasting 2023 in, dan berekent de Belastingdienst ook alleen belastingrente als uw definitieve aanslag hoger is.


6. Milieu- en energielijst 2024 bekend

De milieu– en energielijst voor het jaar 2024 zijn eind december 2023 gepubliceerd. Voor bedrijfsmiddelen die op de milieulijst staan, kunnen ondernemers in aanmerking komen voor de extra aftrek van 27, 36 of 45% van de milieu-investeringsaftrek (MIA) en/of voor de extra afschrijvingen van maximaal 75% van de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Voor bedrijfsmiddelen op de energielijst betreft dit de extra aftrek van 40% (in 2023 was dit nog 45%) van de energie-investeringsaftrek (EIA). Het is belangrijk om jaarlijks te controleren of een bedrijfsmiddel (nog) op een van de lijsten staat. Elk jaar verdwijnen er namelijk weer bedrijfsmiddelen van de lijsten en komen erbij. Daarnaast is het belangrijk om te beoordelen of de investering in het bedrijfsmiddel voldoet aan de voorwaarden voor de MIA, Vamil en EIA. Die voorwaarden kunt u vinden in de lijsten.

Door |2024-05-31T08:35:44+02:0024 januari 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2024

Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Een werkgever kan gebruikmaken van de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling. Dat is algemeen bekend. Minder bekend is echter dat een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, in zijn aangifte inkomstenbelasting de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in aftrek kan brengen.

Vrije ruimte en gerichte vrijstellingen werkkostenregeling

Rekenen

Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen geven door deze ten laste te brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Voor sommige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gelden ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht is vrijgesteld, is het onder voorwaarden onbelast en hoeft dit niet ten laste van de vrije ruimte te komen, bijvoorbeeld de gerichte vrijstelling van € 0,23 per zakelijke kilometer.

Vrije ruimte in de inkomstenbelasting

In de inkomstenbelasting is een met de loonbelasting vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. Doel van deze bepaling is om inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever.

De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2024 in principe zonder nadere voorwaarden 1,92% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Let op! Dit kan niet als de buitenlandse werkgever in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting. Dan gelden namelijk gewoon de regels die ook voor Nederlandse werkgevers gelden.

Gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting

Twee gerechtshoven en een A-G oordeelden over de vraag of een inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vindt dat dit, ondanks het oordeel van de Hoge Raad over de vrije ruimte, niet mag. De twee gerechtshoven en de A-G vinden dat dit wel mag.

Let op! Aftrek van zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, kan niet zonder meer. Er moet namelijk wel aannemelijk zijn dat de zakelijke kosten gemaakt zijn, en door de werkgever aangewezen zouden zijn als gerichte vrijstelling in de situatie dat deze werkgever wel inhoudingsplichtig voor de loonbelasting in Nederland was. Verder moet getoetst worden of de zakelijke kosten binnen de voorwaarden en grensbedragen van de gerichte vrijstellingen blijven. Het moet ook gaan om kosten waarbij het zakelijke karakter overheerst. 

Laatste woord aan de Hoge Raad

Het laatste woord of ook aftrek van kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt mogelijk is in de inkomstenbelasting, is aan de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van de gerechtshoven en het advies van de A-G volgt, kan een inwoner van Nederland met een niet-inhoudingsplichtige buitenlandse werkgever in de aangifte inkomstenbelasting, onder voorwaarden, ook een beroep doen op gerichte vrijstellingen.

Door |2024-01-19T15:04:33+01:0019 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Vergeet deze zaken niet bij uw laatste btw-aangifte van 2023

Jouw laatste btw-aangifte over 2023 dien je uiterlijk 31 januari 2024 in. Vergeet bij deze aangifte niet de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

Afdracht btw privégebruik auto

Geld

In de laatste btw-aangifte van 2023 moet je btw afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. De btw die betrekking heeft op deze auto’s heb je namelijk in 2023 geheel afgetrokken in jouw btw-aangiften. Daarom moet nog een correctie voor het privégebruik plaatsvinden. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

Let op! Voor de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting zijn de kilometers woon-werkverkeer zakelijk. Dit geldt echter niet voor de btw! Voor een auto zonder bijtelling in de loon- of inkomstenbelasting waarmee aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden, kan daarom wel btw over het privégebruik van de auto verschuldigd zijn.

Hoogte afdracht btw privégebruik auto

De hoogte van de btw-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je met de verhouding tussen het zakelijk en privégebruik van de auto. Alleen als je die verhouding niet kunt aantonen, bedraagt de btw-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Aantonen van de verhouding tussen zakelijk en privégebruik kan bijvoorbeeld met een kilometeradministratie.

Tip! De btw-afdracht voor het privégebruik bedraagt in bepaalde gevallen geen 2,7 maar 1,5% van de catalogusprijs, bijvoorbeeld als u bij aankoop van de auto geen btw heeft afgetrokken. Voor de btw-afdracht voor het privégebruik in 2023 geldt ook 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die u in 2018 of eerder in gebruik heeft genomen.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken

Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2023 meer dan € 227 (excl. btw) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen.

Gaf je in 2023 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag aan bijvoorbeeld een zakenrelatie? Dan moet je een correctie toepassen in de laatste btw-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% btw kan aftrekken én de waarde meer dan € 227 (exclusief btw) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten btw-belast en btw-vrijgesteld

De btw die betrekking heeft op btw-vrijgestelde verkoop van goederen en diensten mag je niet in aftrek brengen. In jouw btw-aangifte heb je in de loop van 2023 hier al een inschatting van gemaakt. In jouw laatste btw-aangifte van 2023 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op! Ook voor in 2023 ingekochte diensten en roerende zaken die u deels privé heeft gebruikt, maakt u een vergelijkbare berekening. Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop u voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.

Door |2024-01-19T14:59:46+01:0019 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vergeet deze zaken niet bij uw laatste btw-aangifte van 2023
  • Special Lonen 2024

Special Lonen 2024

De Special Lonen 2024 is een handig naslagwerk voor u als werkgever of als hr-medewerker.

Deze special bevat actuele cijfers en relevante wet- en regelgeving op onder meer het gebied van de loonbelasting, gebruikelijk loon, de auto van de zaak, de WKR, subsidies voor de werkgever, diverse arbeidsrechtelijke zaken en pensioenen. Aan het einde van dit document is een aantal tabellen met cijfers en tarieven voor 2024 opgenomen.

Klik hier voor de special

Door |2024-05-31T08:36:52+02:0018 januari 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Lonen 2024

Nieuwe Energielijst 2024 beschikbaar

Ondernemers die investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen, kunnen hiervoor de energie-investeringsaftrek (EIA) aanvragen. Om voor de EIA in aanmerking te komen, moet een bedrijfsmiddel op de Energielijst staan. De RVO heeft de nieuwe Energielijst voor 2024 onlangs gepubliceerd.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

De EIA is een extra aftrek op de winst, die in 2024 40% bedraagt van de kostprijs van het bedrijfsmiddel (in 2023 was dit nog 45%). Het voordeel van de EIA hangt dan ook af van uw belastingtarief.

Let op! Er moet minimaal voor een bedrag van € 2.500 worden geïnvesteerd. Het maximale investeringsbedrag waarvoor EIA kan worden verkregen bedraagt € 136 miljoen.

Energielijst

De Energielijst bevat alle bedrijfsmiddelen waarvoor de EIA kan worden verkregen. In de Energielijst worden de bedrijfsmiddelen per categorie opgesomd, variërend van processen tot transportmiddelen en energietransitie.

Wijzigingen

De Energielijst wordt jaarlijks aangepast. De wijzigingen ten opzichte van vorig jaar staan apart vermeld in een overzicht. Zo staan HR-luchtverwarmers niet meer op de Energielijst 2024, omdat er inmiddels betere alternatieven beschikbaar zijn.

De voorwaarden

De Energielijst vermeldt ook eventuele extra voorwaarden waaraan een investering moet voldoen. Zo staat bijvoorbeeld een cruise control voor vrachtauto’s op de Energielijst, maar alleen indien die gebaseerd is op basis van wegenkaartinformatie en GPS-gegevens. Anderzijds is adaptieve cruise control – deze kan ook remmen of gas geven – juist uitgesloten.

Tip! Het is van belang om voorafgaand aan uw mogelijke investering de actuele Energielijst goed te checken.

Door |2024-01-17T11:29:26+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Energielijst 2024 beschikbaar

Invorderingsrente weer 4%

Heb je nog corona- of andere belastingschulden? Houd er dan rekening mee dat de invorderingsrente die je over deze schulden moet betalen vanaf 1 januari 2024 weer terug is op het niveau van voor de coronacrisis.

Coronabelastingschulden

Euro

Bouwde je in de coronatijd belastingschulden op, dan heb je van de Belastingdienst een betalingsregeling waarmee je over een langere periode deze schulden mag afbetalen. Dit is echter niet renteloos. De Belastingdienst berekent over de openstaande schulden namelijk invorderingsrente.

Invorderingsrente weer 4%

De invorderingsrente bedroeg een tijdje maar 0,01%, maar werd per 1 juli 2022 verhoogd naar 1%. Van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 bedroeg de invorderingsrente alweer 2% en vanaf 1 juli 2023 3%. Met ingang van 1 januari 2024 is de invorderingsrente 4%, het niveau van voor de coronacrisis.

Let op! De invorderingsrente is voorlopig gefixeerd op 4% en is dus niet meer, zoals voor de coronacrisis, gelijk aan de belastingrente die geldt voor de inkomstenbelasting die in 2024 7,5% bedraagt.

Door |2024-01-17T11:28:27+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Invorderingsrente weer 4%

Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?

Sommige hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar als zorgkosten. De uitgaven hieraan moeten dan wel wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. De Belastingdienst heeft eind 2023 duidelijk gemaakt wat voor de aftrek van hulpmiddelen de criteria zijn en heeft een en ander verduidelijkt met voorbeelden.

Hulpmiddelen

Medisch

Farmaceutische hulpmiddelen zijn aftrekbaar als ze zijn verstrekt op voorschrift van een arts. Daarnaast kunnen ook andere hulpmiddelen aftrekbaar zijn, mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden.

Hoofdzakelijk gebruikt door zieken en invaliden

Die andere hulpmiddelen zijn alleen aftrekbaar als ze hoofdzakelijk door zieken en invaliden worden gebruikt. Hoofdzakelijk betekent hier minstens 70%. Is gebruik door een gezond persoon redelijkerwijs uitgesloten, dan is volgens de Belastingdienst aan dit criterium voldaan. Gebruiken gezonde mensen het hulpmiddel in de regel ook, dan is niet aan het criterium voldaan.

Twijfelpunt

Bij hulpmiddelen die zowel door zieke en invalide personen worden gebruikt als ook door gezonde personen, moet degene die de aftrek claimt aannemelijk maken dat het aantal gezonde personen minder dan 30% is. Uit de rechtspraak volgt dat in dat verband onder meer van belang is waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Voorbeelden waar het duidelijk is

In een toelichting wordt aangegeven dat bijvoorbeeld een prothese niet gebruikt zal worden door een gezond persoon en daarom als hulpmiddel kan worden aangemerkt. Een hartslagmeter wordt daarentegen door zieke, maar ook door gezonde personen gebruikt. Het is niet aannemelijk dat het aantal gezonde personen minder dan 30% bedraagt en dus zal dit niet als hulpmiddel kwalificeren.

Voorbeelden waar het minder snel duidelijk is

Tenslotte bestaat er een aantal hulpmiddelen waarbij dit niet bij voorbaat duidelijk is en dus aannemelijk gemaakt moet worden dat het aantal gezonde personen dat het betreffende hulpmiddel gebruikt minder dan 30% bedraagt. Gedacht kan worden aan een verhoogde driewieler. Die zal zowel gebruikt worden door mensen met een handicap, maar ook door gezonde personen die bang zijn om met een normale fiets te vallen. Hier is dus onder meer van belang waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Door |2024-01-17T11:24:43+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?