Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.

Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

De Belastingdienst heeft nog steeds de ambitie om per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties op te heffen. Onlangs zijn het handhavingsplan 2024, een perspectiefnota en een memo met richtlijnen over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en de omzetbelasting en inkomstenbelasting gepubliceerd.

Arbeidsrelaties

Administratie

Het kabinet vermoedt dat in te veel gevallen de inzet van zzp’ers niet in lijn is met wet- en regelgeving en dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of een overeenkomst van opdracht (zzp’er) ligt in beginsel bij de opdrachtgever en de werkende. In de praktijk is dit een lastige beoordeling.

Herstel balans

Zowel in het handhavingsplan arbeidsrelaties 2023 als in de perspectiefnota zijn onder meer de al eerder door het kabinet aangekondigde drie lijnen opgenomen waarlangs het kabinet de balans wil herstellen:

  1. Een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen;
  2. Verduidelijking van de regels omtrent de beoordeling van arbeidsrelaties en de introductie van een rechtsvermoeden;
  3. Verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid en het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 via drie sporen:
    a. Actieve samenwerking met de markt;
    b. Specifieke aandacht voor risicovolle posten;
    c. Reguliere klantbehandeling.

Handhaving arbeidsrelaties in 2024

Constateert de Belastingdienst dat sprake is van een dienstbetrekking? Ook in 2024 legt de Belastingdienst alleen bij kwaadwillendheid correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en eventueel boetes op.

Het handhavingsmoratorium betekent dat de Belastingdienst in alle andere gevallen alleen een aanwijzing geeft, die u dan wel moet opvolgen. Meestal krijgt u drie maanden de tijd om de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte. U kunt ook kijken of u de arbeidsrelatie anders vorm kunt geven, zodat sprake is van werken buiten dienstbetrekking.

Handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 en 2025

In het handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 wordt de tranche voor 2024 ‘Op weg naar opheffing van het handhavingsmoratorium’ nader uitgewerkt. Nu de ambitie is om het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 op te heffen, zal het handhavingsplan 2025 waarschijnlijk als tranche ‘Handhaven zonder handhavingsmoratorium’ krijgen.

Aan de slag met de beoordeling van arbeidsrelaties

Met het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025, zal de Belastingdienst vanaf die datum bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie zich niet meer beperken tot het geven van een aanwijzing. De Belastingdienst kan vanaf die datum in alle gevallen weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. In voorkomende gevallen kan vanaf 1 januari 2025 ook een boete worden opgelegd.

Tip! Het is verstandig om aan de slag te gaan met de beoordeling van uw verschillende arbeidsrelaties. Is er sprake van schijnzelfstandigheid binnen uw onderneming of van overeenkomsten van opdracht bij het werken met zzp’ers? Onze adviseurs helpen u graag bij deze in de praktijk lastige beoordeling.

Richtlijnen gevolgen voor omzetbelasting en inkomstenbelasting

De Belastingdienst heeft ook een memo gepubliceerd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor medewerkers van de Belastingdienst over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en dat er sprake is van een dienstbetrekking tot de omzetbelasting en inkomstenbelasting. Grofweg komen die richtlijnen op het volgende neer:

  1. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan werkt dit in beginsel ook door naar de inkomstenbelasting. Daarbij is de kwalificatie in de inkomstenbelasting ook afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bij de opdrachtnemer. In beginsel onderneemt de Belastingdienst bij de opdrachtnemer geen actie op belastingjaren die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
  2. Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kan dit ook gevolgen hebben voor de btw-positie van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De Belastingdienst gaat terughoudend om met het corrigeren van de btw-positie van de opdrachtgever en opdrachtnemer in de tijdvakken die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
Door |2024-03-15T09:11:34+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?

De Belastingdienst heeft een tweetal standpunten ingenomen over de aftrek van rente en kosten van een eigen woning in uw aangifte inkomstenbelasting. Het betreft de aftrekbaarheid van advies- en afsluitkosten en over de keuze om al dan niet de rente voor de eigen woning in aftrek te brengen.

Advies- en afsluitkosten aftrekbaar

Woning

Heb je voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning een geldlening – meestal een hypotheek –  afgesloten, dan kun je de rente die je betaalt, onder voorwaarden, aftrekken in jouw aangifte inkomstenbelasting. Als jouw rentevastperiode afloopt of je tussentijds jouw rente wilt wijzigen, moet je vaak advies- en afsluitkosten betalen aan de geldverstrekker. De Belastingdienst heeft bevestigd dat deze advies- en afsluitkosten dan ook aftrekbaar zijn in jouw aangifte inkomstenbelasting.

Advies- en afsluitkosten niet aftrekbaar

De advies- en afsluitkosten zijn niet aftrekbaar als deze betrekking hebben op een lening met betrekking tot een eigen woning die uiteindelijk toch niet wordt afgesloten. Hetzelfde geldt als je advieskosten betaalt voor de aanpassing van uw lening voor jouw eigen woning, terwijl de aanpassing uiteindelijk niet plaatsvindt. Ook dan kun je de advieskosten niet in aftrek brengen volgens de Belastingdienst.

Geen keuzerecht aftrekbare rente en kosten eigen woning

Als je een geldlening heeft afgesloten voor de aankoop of onderhoud van jouw eigen woning en deze geldlening voldoet aan de voorwaarden voor renteaftrek in de aangifte inkomstenbelasting, dan moét je die renteaftrek ook toepassen. De Belastingdienst heeft bevestigd dat je er niet voor kan kiezen om de rente niet in aftrek te brengen.

Aanpassen geldlening?

Je kunt er misschien wel voor kiezen om de geldlening te wijzigen zodat deze niet meer voldoet aan de voorwaarden. Op dat moment is de rente dan niet meer aftrekbaar. Voordat je zo’n keuze maakt is het verstandig om te overleggen met een van onze adviseurs over de bijkomende fiscale gevolgen van de keuze.

Let op! Is jouw geldlening oorspronkelijk afgesloten vóór 1 januari 2013, dan kun je niet door aanpassing van de geldlening ervoor zorgen dat de rente niet meer aftrekbaar is.

Door |2024-03-15T09:09:59+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke rente en kosten voor de eigen woning mag of moet je aftrekken?

Corrigeer jouw btw 2023 vóór 1 april 2024

Heb je nog niet alle btw over 2023 op de juiste wijze afgedragen aan de Belastingdienst? Je kunt dit dan corrigeren met een suppletie. Als je dit vóór 1 april 2024 doet, brengt de Belastingdienst geen rente in rekening.

Suppletie

Euro

Een suppletie btw dien je in als je in jouw btw-aangiften 2023 te weinig btw aangaf en daardoor ook te weinig btw afdroeg aan de Belastingdienst. Je kunt een suppletie alleen digitaal doen.

Let op! Een suppletie dien je ook in als je te veel btw afdroeg aan de Belastingdienst en dus nog geld tegoed heeft van de Belastingdienst.

Bedrag maximaal € 1.000

Moet je nog maximaal € 1.000 btw afdragen over 2023 of krijg je nog maximaal € 1.000 btw terug over 2023, dan mag je dit ook in jouw eerstvolgende btw-aangifte verwerken. Je hoeft dan dus niet apart een suppletie in te dienen.

Vóór 1 april 2024

Het is verstandig om jouw suppletie btw 2023 vóór 1 april 2024 in te dienen. De Belastingdienst berekent dan namelijk geen belastingrente over de btw die je nog moet betalen. Dat scheelt weer, want de belastingrente bedraagt vanaf 1 januari 2024 7,5%.

Let op! Dien je jouw suppletie btw 2023 na 31 maart 2024 in, dan berekent de Belastingdienst de 7,5% belastingrente vanaf 1 januari 2024!

Is jouw suppletie btw 2023 een te ontvangen bedrag? Dan ontvang je in principe geen belastingrente van de Belastingdienst. Dit is alleen anders als de Belastingdienst vanaf 1 april 2024 niet binnen acht weken na het indienen van de suppletie btw 2023 een beslissing hierover neemt.

Door |2024-03-15T09:04:33+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Corrigeer jouw btw 2023 vóór 1 april 2024

Versterking positie platformwerker

Er is een akkoord bereikt over nieuwe Europese regels voor platformwerk. De belangrijkste wijziging uit het akkoord is de zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’.

Zzp’er of in loondienst?

Boeket

De meeste platformwerkers in de EU, zoals taxichauffeurs, huishoudelijk personeel en voedselbezorgers, zijn formeel zelfstandig. Onder druk van een algoritme worden ze min of meer gedwongen bepaalde diensten of tarieven te hanteren. Ook kunnen ze via een app ontslagen worden. Dit gaat veranderen als het aan het Europese Parlement ligt. Platformwerkers gaan namelijk te maken krijgen met dezelfde regels en beperkingen als een werknemer in loondienst.

Omgekeerde bewijslast

Nu nog moet een zzp’er die voor bijvoorbeeld Uber werkt en vindt dat hij eigenlijk werknemer is,  daarvoor zelf bewijs verzamelen voor de rechter. Straks wordt de bewijslast omgedraaid, in die zin dat het platform voortaan moet aanvoeren waarom de werkende wél zzp’er zou zijn.

Wat staat er in het akkoord?

Er is sprake van loondienst als aan twee van de vijf indicatoren uit de Europese Richtlijn wordt voldaan. Te denken valt aan beperkte zeggenschap over werkuren en vergoedingen en het hanteren van gedragsregels.

De vijf indicatoren:

  • er is een maximumbedrag dat platformwerkers kunnen ontvangen;
  • er is toezicht op hun prestaties, ook langs elektronische weg;
  • er is controle over de verdeling of toewijzing van taken;
  • er is controle op de arbeidsvoorwaarden en beperkingen bij de keuze van de werktijden;
  • er zijn beperkingen op de vrijheid om het werk te organiseren en regels voor verschijning of gedrag.

Let op! Lidstaten kunnen uit hoofde van hun nationale recht nog andere indicatoren aan deze lijst toevoegen.

Verdere afspraken

In het akkoord zijn onder meer ook afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Ook mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app. Daarnaast wordt in de wet ook geregeld dat platformwerkers straks inzage krijgen in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen.

Gevolgen?

Een en ander kan wel betekenen dat de producten die platformwerkers bezorgen duurder worden omdat de platforms de loonkosten van de bezorgers – als er vaker sprake is van loondienst – wellicht doorberekenen in de prijs.

Definitief?

Volgens minister Van Gennip van SZW sluit de Europese aanpak van schijnzelfstandigheid goed aan bij de nationale plannen, waaronder het opheffen van het geldende handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 en de nieuwe zzp-wetgeving.

Het Europees Parlement moet in april 2024 nog een laatste  keer hierover stemmen en daarna zal de wet over twee jaar in werking treden.

Door |2024-03-15T08:59:07+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Versterking positie platformwerker

Instructies inzake foto’s voor WOZ-waardering

De Waarderingskamer heeft instructies bekendgemaakt voor het gebruik van foto’s bij de waardering van woningen voor de Wet WOZ. De Waarderingskamer houdt toezicht op het correct uitvoeren van de Wet WOZ.

Gebruik foto’s

Bedrijfspand

Foto’s kunnen nodig zijn voor het bepalen van secundaire kenmerken van onroerend goed, zoals de staat van onderhoud en aanwezige voorzieningen. Deze kunnen soms van buitenaf worden waargenomen, soms zal een opname binnenskamers nodig zijn. Dit kan dan met een digitaal inlichtingenformulier of met foto’s.

Vrije keuze

Uitgangspunt is dat bewoners zelf kunnen kiezen of ze gebruikmaken van het digitale inlichtingenformulier of dat ze foto’s aan willen leveren. Aangegeven dient te worden dat er geen voorkeur bestaat voor een bepaalde keuze. Ook moet vermeld worden waarom de gevraagde informatie nodig is.

Eenvoud voorop

Het moet even eenvoudig zijn om de gevraagde informatie via een digitaal inlichtingenformulier of door foto’s door de bewoners aan te kunnen leveren. Van al bekende gegevens mag alleen worden gevraagd of deze nog correct zijn.

Privacy van belang bij foto’s

In de instructie moet het belang van privacy nadrukkelijk duidelijk zijn aangegeven. Foto’s met privacygevoelige informatie worden niet gebruikt en direct verwijderd. Zo mogen er geen personen op foto’s staan en mogen er geen foto’s waar foto’s met personen op staan worden aangeleverd. Ook kenmerken van geloofsovertuigingen mogen niet op beeld staan. Foto’s met bijzondere persoonsgegevens, zoals etnische afkomst of seksuele gerichtheid, worden eveneens direct verwijderd.

Kenmerken inzake onroerend goed

Het is de bedoeling dat aan de hand van de foto’s kenmerken inzake de woning duidelijk worden. Zo kan een foto bijvoorbeeld wel trappen of muren bevatten, maar geen meubels of schilderijen.

Bewaren van foto’s

Alleen foto’s die verband houden met secundaire kenmerken van de woning, mogen maximaal 7 jaar worden bewaard.

Door |2024-03-15T08:56:32+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Instructies inzake foto’s voor WOZ-waardering

Zo verwerk je aftrek AOV-premie in jouw aangifte

Veel ondernemers hebben een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afgesloten. Bij een ongeluk of ziekte hebben ze dan recht op een uitkering. De premie is meestal aftrekbaar, maar dat wordt in de aangifte niet altijd goed verwerkt. De Belastingdienst heeft daarom een aantal aandachtspunten op een rij gezet.

Aftrek premie

Euro

De premie van een AOV is aftrekbaar als jij verzekeringnemer, verzekerde én begunstigde bent. Ook moet er sprake zijn van een periodieke uitkering bij ziekte, ongeval of invaliditeit. Je trekt de premie in jouw aangifte af als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’. Trek de premie niet af van de winst, dat is niet correct en u zou zichzelf dan tekort doen vanwege de mkb-winstvrijstelling waardoor de aftrek in 2023 14% minder voordeel oplevert.

Uitkering belast

Krijg je bij arbeidsongeschiktheid een uitkering, dan is deze belast. Jouw verzekeraar houdt hierop loonheffingen in. Controleer of dit is opgenomen bij jouw vooraf ingevulde aangifte. Als met een tussenpersoon betreft verzekeringen wordt gewerkt, verloopt dit namelijk niet altijd goed.

Vof of maatschap

Is een AOV-verzekering afgesloten via een vof of maatschap, dan dient de premie per vennoot of maat in diens eigen aangifte in aftrek te worden gebracht. Ook nu moet de premie dus niet van de winst worden afgetrokken, maar zoals eerder benoemd als ‘uitgave voor andere inkomensvoorzieningen’. Ook bij een uitkering wordt deze aan de betreffende vennoot of maat toegerekend, los van de vraag aan wie de uitkering is uitbetaald.

Let op! Is de maat of vennoot een rechtspersoon, zoals een bv, dan kan de dga de premies alleen aftrekken als hij de verzekerde en begunstigde is, én daarnaast als premieverschuldigde op de verzekering wordt aangetekend.

Eigen bv

Sluit de eigen bv een AOV af voor zijn dga, dan is de premie niet aftrekbaar. Ook niet als de bv de verschuldigde premie met de dga verrekent. Zorg dus dat de dga verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde is.

Semicollectief

Bij opdrachtgevers en -nemers komt het voor dat de opdrachtgever voor de opdrachtnemers een AOV afsluit en dit verrekent met de prijs. De premie is voor de opdrachtnemers dan niet aftrekbaar. Zorg daarom dat de opdrachtnemer als premieverschuldigde op de verzekering wordt aangetekend.

Werkgever betaalt premie

Als een werknemer via zijn werkgever tegen arbeidsongeschiktheid is verzekerd, kan de werkgever de betaalde premies in mindering brengen op het brutoloon. De werknemer kan ze dan niet zelf ook nog in zijn aangifte in aftrek brengen. Controleer dit, zodat er geen sprake is van dubbele aftrek.

Door |2024-03-15T08:55:23+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zo verwerk je aftrek AOV-premie in jouw aangifte

Actueel overzicht loonheffingen 2024

De Belastingdienst heeft een actueel overzicht gepubliceerd van de belangrijkste normbedragen voor het jaar 2024. De meeste normbedragen worden jaarlijks gewijzigd.

Percentages

Overheid

Naast de normbedragen bevat het overzicht ook de actuele percentages zorgverzekeringswet, werknemersverzekeringen en de premieloonsom ter bepaling van de grootte van een werkgever.

Gebruikelijk loon, normbedrag maaltijd

Ook is onder meer het nieuwe gebruikelijk loon voor de dga in het overzicht te vinden, het normbedrag voor een verstrekte maaltijd en de normbedragen voor de vrijwilligersregeling. Het overzicht bevat ook een aantal normbedragen dat jaarlijks niet wijzigt, zoals het normbedrag voor vrijgestelde producten uit het eigen bedrijf.

Handig

Het overzicht met normbedragen en percentages is een handig naslagwerk. Je kunt het overzicht hier downloaden.

Door |2024-03-15T08:48:18+01:0015 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Actueel overzicht loonheffingen 2024
  • Nieuwsbrief maart 2024

Nieuwsbrief maart 2024

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 11 maart 2024, 20:00 uur.


1. Tien tips voor uw aangifte inkomstenbelasting 2023

Voor het jaar 2023 moet weer een aangifte inkomstenbelasting ingediend worden. Waar moet u op letten als u zichzelf niet tekort wilt doen? Tien aandachtspunten op een rij.

1. Voorkom belastingrente!
Als uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2023 of vennootschapsbelasting 2023 niet voor 1 mei 2024 is aangevraagd en de voorlopige aanslag een dagtekening heeft van ná 30 juni 2024, wordt aan u belastingrente in rekening gebracht. Deze belastingrente bedraagt 7,5% voor de inkomstenbelasting en 10% voor de vennootschapsbelasting. Het is daarom belangrijk om te zorgen voor een tijdige, maar ook juiste voorlopige aanslag ter voorkoming van deze rente. Als uw definitieve aanslag namelijk hoger is dan uw voorlopige aanslag, betaalt u over dit verschil vanaf 1 juli 2024 ook 7,5% rente bij de inkomstenbelasting en 10% bij de vennootschapsbelasting.

Tip!
Overleg met ons over de hoogte van uw inkomen in 2023 en de winst die u of uw bv maakte. Op die manier kunnen we samen zorgen dat de voorlopige aanslag in ieder geval niet te laag is.

2. Box 3 op basis van werkelijk rendement?
Momenteel loopt een aantal rechtszaken bij de Hoge Raad over box 3. De rechtszaken gaan over de jaren tot en met 2022, maar zullen ook gelden voor de box 3-heffing in 2023. De kans bestaat dat de Hoge Raad gaat beslissen dat de box 3-heffing moet plaatsvinden op basis van uw werkelijke inkomen uit uw vermogen als dit lager is dan het inkomen dat volgt uit de wettelijke bepalingen. Dat zou voor u een gunstige ontwikkeling kunnen zijn als uw werkelijke inkomen inderdaad lager is. Uiteraard houden wij de ontwikkelingen voor u in de gaten en brengen wij u op de hoogte als er meer nieuws is.

3. Laat heffingskortingen niet verloren gaan
Personen zonder eigen inkomsten of met geringe eigen inkomsten kunnen hun heffingskortingen niet (volledig) benutten. Alleen iemand die vóór 1 januari 1963 geboren is, kan voor het jaar 2023 nog maximaal € 3.070 algemene heffingskorting uitbetaald krijgen, op voorwaarde dat de partner voldoende belasting verschuldigd is. In alle andere gevallen kan het verstandig zijn een deel van het inkomen van de partner met inkomsten in box 2 (o.a. dividend) of box 3 (vermogen) aan deze personen toe te rekenen. Op die manier zijn deze personen wel belasting verschuldigd, maar wordt deze verminderd door de heffingskorting. De heffingskorting gaat dan niet verloren en de partners zijn in totaal hierdoor minder belasting verschuldigd. Uiteraard zullen wij hier bij het invullen van uw aangifte rekening mee houden.

4. Hypotheekrente optimaal aftrekken
Heeft u een eigen woning, een partner en betaalt u hypotheekrente? Zorg er dan voor dat u de aftrek optimaal verdeelt. Bij partners die met hun inkomen in andere tariefgroepen vallen, is aftrek bij de partner die in de hoogste tariefgroep valt meestal niet voordelig. Dit vanwege het feit dat de aftrek van hypotheekrente in 2023 beperkt is tot maximaal 36,93% en dat de aftrek bij de partner met de laagste tariefgroep leidt tot een hogere heffingskorting. Bij het invullen van uw aangifte berekent uw adviseur altijd de optimaalste verdeling van de aftrekposten.

5. Willekeurig afschrijven
Heeft u in 2023 geïnvesteerd in een nieuw bedrijfsmiddel, dan kunt u met betrekking tot de meeste bedrijfsmiddelen over maximaal 50% willekeurig afschrijven. Hierdoor schrijft u in 2023 meer af, in de jaren erna juist minder. Dit kan voordelig zijn, met name als u over uw winst dit jaar meer belasting betaalt dan waarschijnlijk de komende jaren het geval zal zijn. Is dit niet zo, dan is willekeurig afschrijven juist een minder goed idee. Bij het opmaken van de jaarrekening 2023 bespreken wij met u of willekeurig afschrijven in uw geval mogelijk en verstandig is.

Let op!
Ten aanzien van investeringen zijn er nog meer fiscale regelingen. Heeft u in 2023 geïnvesteerd in een bedrijfsmiddel dat op de milieulijst of de energielijst 2023 stond? En heeft u binnen drie maanden na het aangaan van de investeringsverplichting een melding gedaan bij RVO? Laat ons dat dan weten. Wij kunnen dan in de aangifte rekening houden met de MIA of EIA en mogelijk de VAMIL. Ook de KIA passen wij uiteraard, indien mogelijk, toe.

6. Middelingsregeling
Als u in 2023 een veel hoger of veel lager inkomen heeft dan in eerdere jaren of dan u in 2024 verwacht, kunt u mogelijk gebruikmaken van de middelingsregeling. Bij de middelingsregeling wordt uw inkomen over drie jaren gemiddeld, waarna opnieuw de belasting berekend wordt over de gemiddelde inkomens. Deze belasting wordt vergeleken met de verschuldigde belasting over het werkelijke inkomen in die drie jaren. Na aftrek van een drempel heeft u dan mogelijk recht op teruggaaf van het verschil.

Let op!
De middelingsregeling is voor het laatst mogelijk voor het tijdvak 2022, 2023 en 2024. U kunt dus niet meer middelen over de jaren 2023, 2024 en 2025. Het is nu dus extra belangrijk om na te denken over de jaren die u in een middeling wilt betrekken. Een jaar kan namelijk maar één keer in een middeling meegenomen worden. Als u voor middeling in aanmerking komt, zullen wij samen met u beoordelen voor welke jaren het voor u het voordeligst is om een middelingsverzoek in te dienen.

7. Hogere lijfrenteaftrek
Heeft u in 2023 een premie betaald voor een lijfrente? Dan is deze, mits voldaan aan de voorwaarden, aftrekbaar in uw aangifte inkomstenbelasting. De maximale aftrek is vanaf 2023 verruimd.

Let op!
Zorg dat u alle gegevens met betrekking tot uw lijfrente en de betaling van de premie bij ons inlevert. Dan kunnen wij beoordelen of u recht heeft op aftrek en tot welke hoogte.

8. Trek btw privégebruik auto af
Heeft u een bedrijf en een of meer auto’s van de zaak, dan is niet alle btw aftrekbaar vanwege het privégebruik van de auto. Deze niet-aftrekbare btw kunt u echter wel ten laste van de winst brengen.

9. Auto en zorgkosten
Heeft u in 2023 uw auto gebruikt voor vervoer naar een arts of andere medicus, dan kunt u de integrale autokosten per kilometer in aftrek brengen op uw inkomen als zorgkosten. U bent hier dus niet beperkt tot een bedrag van € 0,21/km (2023). Aftrek van zorgkosten is helaas wel pas mogelijk als u de drempel overschrijdt.

Let op!
Betaalde u zelf tandartskosten of kosten voor fysiotherapie en kreeg u die niet of maar deels vergoed? Dan tellen die ook mee voor de berekening of uw zorgkosten boven de drempel komen. Datzelfde geldt voor kosten voor veel andere paramedici, mits de behandeling op voorschrift en onder begeleiding van een arts plaatsvond. Overleg met ons welke kosten aftrekbaar zijn en zorg dat wij de bewijsstukken van deze kosten krijgen. Wij kunnen dan de aftrekbare kosten die boven de drempel uitkomen in uw aangifte verwerken.

10. Bijtelling delen
Heeft u een onderneming, een auto van de zaak en werkt uw partner mee in de onderneming, dan kunt u de bijtelling voor de auto vanwege het privégebruik delen met uw partner. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat uw partner de auto ook zakelijk gebruikt. Het delen van de bijtelling is waarschijnlijk met name interessant als van een van beiden het inkomen deels belast wordt tegen 49,5% en de andere partner een lager inkomen heeft. Wij kunnen voor u beoordelen of u aan de voorwaarden voldoet en of dit mogelijk interessant is in uw geval.


2. Handhaving schijnzelfstandigheid in 2024 en vanaf 2025

De Belastingdienst heeft nog steeds de ambitie om per 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties op te heffen. Onlangs zijn het handhavingsplan 2024, een perspectiefnota en een memo met richtlijnen over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en de omzetbelasting en inkomstenbelasting gepubliceerd.

Arbeidsrelaties
Het kabinet vermoedt dat in te veel gevallen de inzet van zzp’ers niet in lijn is met wet- en regelgeving en dat sprake is van schijnzelfstandigheid. De beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst (werknemer) of een overeenkomst van opdracht (zzp’er) ligt in beginsel bij de opdrachtgever en de werkende. In de praktijk is dit een lastige beoordeling.

Herstel balans
Zowel in het handhavingsplan arbeidsrelaties 2023 als in de perspectiefnota zijn onder meer de al eerder door het kabinet aangekondigde drie lijnen opgenomen waarlangs het kabinet de balans wil herstellen:

  • Een gelijker speelveld tussen werknemers en zelfstandigen;
  • Verduidelijking van de regels omtrent de beoordeling van arbeidsrelaties en de introductie van een rechtsvermoeden;
  • Verbetering van de handhaving op schijnzelfstandigheid en het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 via drie sporen:
    – Actieve samenwerking met de markt;
    – Specifieke aandacht voor risicovolle posten;
    – Reguliere klantbehandeling.

Handhaving arbeidsrelaties in 2024
Constateert de Belastingdienst dat sprake is van een dienstbetrekking? Ook in 2024 legt de Belastingdienst alleen bij kwaadwillendheid correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en eventueel boetes op.

Het handhavingsmoratorium betekent dat de Belastingdienst in alle andere gevallen alleen een aanwijzing geeft, die u dan wel moet opvolgen. Meestal krijgt u drie maanden de tijd om de arbeidsrelatie als dienstbetrekking te verwerken in de loonaangifte. U kunt ook kijken of u de arbeidsrelatie anders vorm kunt geven, zodat sprake is van werken buiten dienstbetrekking.

Handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 en 2025
In het handhavingsplan arbeidsrelaties 2024 wordt de tranche voor 2024 ‘Op weg naar opheffing van het handhavingsmoratorium’ nader uitgewerkt. Nu de ambitie is om het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 op te heffen, zal het handhavingsplan 2025 waarschijnlijk als tranche ‘Handhaven zonder handhavingsmoratorium’ krijgen.

Aan de slag met de beoordeling van arbeidsrelaties
Met het opheffen van het handhavingsmoratorium per 1 januari 2025, zal de Belastingdienst vanaf die datum bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie zich niet meer beperken tot het geven van een aanwijzing. De Belastingdienst kan vanaf die datum in alle gevallen weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. In voorkomende gevallen kan vanaf 1 januari 2025 ook een boete worden opgelegd.

Tip!
Het is verstandig om aan de slag te gaan met de beoordeling van uw verschillende arbeidsrelaties. Is er sprake van schijnzelfstandigheid binnen uw onderneming of van overeenkomsten van opdracht bij het werken met zzp’ers? Onze adviseurs helpen u graag bij deze in de praktijk lastige beoordeling.

Richtlijnen gevolgen voor omzetbelasting en inkomstenbelasting
De Belastingdienst heeft ook een memo gepubliceerd waarin richtlijnen zijn opgenomen voor medewerkers van de Belastingdienst over de verhouding tussen een aanwijzing in de loonbelasting en dat er sprake is van een dienstbetrekking tot de omzetbelasting en inkomstenbelasting. Grofweg komen die richtlijnen op het volgende neer:

  • Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan werkt dit in beginsel ook door naar de inkomstenbelasting. Daarbij is de kwalificatie in de inkomstenbelasting ook afhankelijk van de overige feiten en omstandigheden bij de opdrachtnemer. In beginsel onderneemt de Belastingdienst bij de opdrachtnemer geen actie op belastingjaren die liggen vóór het moment van de aanwijzing.
  • Als een opdrachtgever van de Belastingdienst een aanwijzing krijgt dat er sprake is van een dienstbetrekking, dan kan dit ook gevolgen hebben voor de btw-positie van de opdrachtgever en de opdrachtnemer. De Belastingdienst gaat terughoudend om met het corrigeren van de btw-positie van de opdrachtgever en opdrachtnemer in de tijdvakken die liggen vóór het moment van de aanwijzing.

3. Alsnog opgaaf UBD voor het jaar 2022 bij btw-verlegd-situaties!

Eerder informeerden wij u al dat u een opgaaf UBD moest doen als u in 2023 betalingen deed aan natuurlijke personen die niet bij u in dienstbetrekking waren, tenzij door hen een factuur met btw aan u was uitgereikt. Onlangs werd bekend dat u in zogenaamde btw-verlegd-situaties voor het jaar 2022 misschien toch alsnog in actie moet komen en een opgaaf UBD moet doen.

Opgaaf UBD
Opgaaf UBD staat voor opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden. Deze verplichting voor onder meer ondernemers die inhoudingsplichtig zijn voor de loonbelasting (dus werknemers in dienst hebben) geldt vanaf het jaar 2022. De opgaaf UBD voor het jaar 2022 moest in principe uiterlijk 31 januari 2023 gedaan worden. Voor de opgaaf UBD voor het jaar 2023 gold 31 januari 2024 als uiterste termijn.

Bij de opgaaf UBD gaat het om het verplicht doorgeven aan de Belastingdienst van aan natuurlijke personen betaalde bedragen. Dit doorgeven hoeft onder meer niet als deze natuurlijke personen bij u in dienstbetrekking zijn. Een andere uitzondering is als deze natuurlijke personen een factuur aan u uitreiken met btw.

Let op!
De opgaaf UBD geldt ook als de natuurlijke persoon een ondernemer is en bijvoorbeeld een inschrijving heeft in de Kamer van Koophandel. Het gaat erom dat het een betaling betreft aan een natuurlijke persoon die aan u geen factuur of een factuur zonder btw uitreikt.

Wat is een factuur met en zonder btw?
Over de vraag wat een factuur is met of zonder btw bestond in 2023 veel onduidelijkheid. Lange tijd werd gedacht dat een factuur met btw-verlegd door de Belastingdienst gezien werd als een factuur met btw.

Eind 2023, begin 2024 werd pas echt duidelijk dat de Belastingdienst hier anders over dacht. Een factuur met btw-verlegd is naar de mening van de Belastingdienst een factuur zonder btw.

Opgaaf UBD voor btw-verlegd 2023
Dit betekent dat u voor betalingen in 2023 aan natuurlijke personen die aan u een factuur uitreikten met btw-verlegd, uiterlijk 31 januari 2024 een opgaaf UBD had moeten doen.

Let op!
Deed u dat nog niet, neem dan zo snel mogelijk contact op met de Belastingdienst. Dit doet u door contact te leggen met uw eigen belastingkantoor of door te bellen met de BelastingTelefoon (0800-0543) of door een mail te sturen naar het e-mailadres gegevensuitwisseling@belastingdienst.nl. Uiteraard kunnen wij u daarbij helpen. Neem daarvoor zo snel mogelijk contact op met een van onze adviseurs.

Opgaaf UBD voor btw-verlegd 2022
Deed u in 2022 betalingen aan natuurlijke personen die aan u een factuur uitreikten met daarop btw-verlegd? Dan had u eigenlijk uiterlijk 31 januari 2023 een opgaaf UBD moeten doen. Op dat moment was er echter nog helemaal niet duidelijk dat deze verplichting ook hiervoor bestond.

De hoop was dat de Belastingdienst zou goedkeuren dat deze opgaaf UBD achterwege kan blijven. Helaas is dat niet het geval. U moet daarom alsnog, ook voor het jaar 2022, een opgaaf UBD doen voor deze situaties.

Let op!
Deed u dat nog niet, wat heel waarschijnlijk is, neem dan contact op met de Belastingdienst voor maatwerk en afspraken over of en hoe u die opgaaf alsnog moet doen. Dit doet u ook door contact te leggen met uw eigen belastingkantoor of door te bellen met de BelastingTelefoon (0800-0543) of door een mail te sturen naar het e-mailadres gegevensuitwisseling@belastingdienst.nl. Uiteraard kunnen wij u ook hierbij assisteren. Neem daarvoor contact op met een van onze adviseurs.


4. Ministerraad akkoord met nieuwe groottecriteria van onderneming

De groottecriteria die bepalen of uw onderneming als een grote, middelgrote, kleine of micro-onderneming wordt bestempeld, zijn in het najaar van 2023 in verband met de inflatietrend in de eurozone door de Europese Commissie aangepast. De Nederlandse ministerraad gaat akkoord met de voorgestelde wijzigingen.

Drempelbedragen
De drempelbedragen worden bepaald door drie criteria: omzet, balanstotaal en gemiddeld aantal medewerkers. De bedragen van de criteria balanstotaal en omzet zijn met zo’n 25% verhoogd.

De huidige en bijgestelde drempels (voor 25% inflatie en afgerond naar boven) worden:

Balans Netto-omzet
Micro Vorig 350 000 700 000
Bijgesteld 450 000 900 000
Toename 28,60% 28,60%
Klein (onderkant) Vorig 4 000 000 8 000 000
Bijgesteld 5 000 000 10 000 000
Toename 25,00% 25,00%
Klein (bovenkant) Vorig 6 000 000 12 000 000
Bijgesteld 7 500 000 15 000 000
Toename 25,00% 25,00%
Middelgroot/Groot Vorig 20 000 000 40 000 000
Bijgesteld 25 000 000 50 000 000
Toename 25,00% 25,00%

Bron: Europese Commissie (DG FISMA)

Bent u controleplichtig?
De drempelbedragen bepalen onder andere of uw onderneming controleplichtig is. Met ingang van de nieuwe criteria krijgen ondernemingen te maken met de controleplicht van de jaarrekening als zij op twee opeenvolgende balansdata voldoen aan minimaal twee van de drie criteria:

  • het balanstotaal kent een waarde van minimaal € 7.500.000;
  • de omzet bedraagt minimaal € 15.000.000;
  • er zijn minimaal 50 werknemers in dienst.

Ingangsdatum mag al voor boekjaar 2023
Alle lidstaten van de EU moeten de nieuwe drempelwaarden uiterlijk vanaf boekjaar 2024 toepassen. De Nederlandse overheid biedt echter de mogelijkheid om, naar keuze van de onderneming, deze nieuwe drempelbedragen met een vervroegde toepassing voor boekjaar 2023 al in te laten gaan. Dit is met name van belang voor middelgrote ondernemingen die op basis van de nieuwe criteria in boekjaar 2023 niet voldoen aan twee van de drie controlecriteria. Zij zijn daardoor dan voor dat boekjaar niet controleplichtig.

Let op!
Valt u niet in de categorie middelgrote/grote onderneming? Dan hoeft u niet te voldoen aan de vereisten van de duurzaamheidsrapportage (CSRD).


5. Corrigeer uw btw 2023 vóór 1 april 2024

Heeft u nog niet alle btw over 2023 op de juiste wijze afgedragen aan de Belastingdienst? U kunt dit dan corrigeren met een suppletie. Als u dit vóór 1 april 2024 doet, brengt de Belastingdienst geen rente in rekening. Dat scheelt weer, want de belastingrente bedraagt vanaf 1 januari 2024 7,5%. Dient u uw suppletie btw 2023 na 31 maart 2024 in, dan berekent de Belastingdienst de 7,5% belastingrente vanaf 1 januari 2024. Is uw suppletie btw 2023 een te ontvangen bedrag? Dan ontvangt u in principe geen belastingrente van de Belastingdienst, behalve als de Belastingdienst vanaf 1 april 2024 niet binnen acht weken na het indienen van de suppletie btw 2023 hierover een beslissing neemt. U kunt een suppletie alleen digitaal doen. Moet u nog maximaal € 1.000 btw afdragen over 2023 of krijgt u nog maximaal € 1.000 btw terug over 2023, dan mag u dit ook in uw eerstvolgende btw-aangifte verwerken.


6. Afbouw salderingsregeling zonnepanelen voorlopig van de baan

Een wetsvoorstel om de salderingsregeling van zonnepanelen vanaf 2025 geleidelijk af te bouwen, is niet aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee lijkt deze afbouw van de salderingsregeling voorlopig van de baan. Dit betekent dat de energie die u met uw zonnepanelen teruglevert aan uw energieleverancier ook vanaf 2025 nog volledig verrekend wordt met de energie die u afneemt van uw energieleverancier. Neemt u meer af dan u teruglevert, dan bent u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Levert u meer terug dan u afneemt, dan krijgt u over het meerdere de met uw energieleverancier afgesproken prijs per kWh voor de meer teruggeleverde kWh. Die afgesproken prijs lijkt wel steeds lager te worden en ligt gemiddeld nog maar tussen de 4 en 9 cent per kWh, een en ander afhankelijk van de energieleverancier.

Door |2024-05-30T15:39:42+02:0013 maart 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief maart 2024

Alternatieven voor toeslagen en kindregelingen onder de loep

Het kabinet heeft een tweetal rapporten uitgebracht waarin nader wordt ingegaan op alternatieven voor toeslagen en voor kindregelingen. De rapporten komen voort uit de wens om bestaande regelingen eenvoudiger te maken, deze meer zekerheid te laten bieden en de huidige nadelen ervan zoveel mogelijk te beperken.

Toeslagen

Kinderwagen

In het rapport inzake toeslagen is voor de huidige huurtoeslag, zorgtoeslag en het kindgebonden budget een groot aantal alternatieven onderzocht. De onderzochte opties zijn het afschaffen van de toeslagen, het aanpassen en het vereenvoudigen ervan. Van de alternatieven is ook nagegaan welke maatregelen de komende jaren al kunnen worden uitgevoerd. Er bestaat er grote samenhang met andere regelingen en aan elk alternatief kleven voor- en nadelen. Er is in dit rapport niet gezocht naar alternatieven voor de kinderopvangtoeslag.

Alternatieven

De in kaart gebrachte alternatieven zijn divers. Zo is bij de huurtoeslag onder meer gekeken naar de mogelijkheid deze af te schaffen en te vervangen door huurmatiging via de verhuurder. Bij de zorgtoeslag is onder meer het alternatief onderzocht deze te vervangen door een verlaging van de nominale premie. Voor wat betreft het kindgebonden budget is onder andere gedacht aan een volledig inkomensafhankelijke uitkering en aan een volledig inkomensonafhankelijke uitkering.

Belastingvereenvoudiging

Het rapport gaat ook summier in op een belastingvereenvoudiging in de vorm van het afschaffen van alle aftrekposten en heffingskortingen. Het rapport laat zich niet uit over de haalbaarheid hiervan. Zo blijkt dat ongeveer één op de zes belastingplichtigen door de vereenvoudiging er meer dan 5% in inkomen op achteruit gaat.

Kindregelingen

Bij de onderzochte kindregelingen gaat het om de kinderbijslag en om het kindgebonden budget. Ook voor deze regelingen bestaat de wens deze eenvoudiger te maken, zodat ouders meer zekerheid krijgen omtrent de te ontvangen bedragen. Op deze manier moet onder andere zoveel mogelijk voorkomen worden dat ouders te veel ontvangen bedragen terug moeten betalen.

Eén regeling

Genoemde kindregelingen zouden vervangen kunnen worden door één regeling. Daarbij is gekeken naar regelingen die al dan niet afhankelijk zijn van het inkomen en naar een variant waarbij dit ten dele het geval is. Daarbij biedt een inkomensonafhankelijke regeling de meeste zekerheid, maar sluit het minste aan bij de noodzaak van een financiële ondersteuning.

Door |2024-03-08T10:36:57+01:008 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Alternatieven voor toeslagen en kindregelingen onder de loep

Belastingdienst verduidelijkt korting op 30%-regeling

Sinds 2024 is de zogenaamde 30%-regeling versoberd. De versobering houdt in dat niet langer 60 maanden 30% van het salaris belastingvrij kan worden uitgekeerd, maar 20 maanden lang 30%, daarna 20 maanden lang 20% en daarna 20 maanden lang 10%. De Belastingdienst heeft aangegeven hoe in een aantal specifieke situaties de korting moet worden toegepast.

30%-regeling

Bouw

De 30%-regeling komt er in het kort op neer dat je buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid een percentage van het salaris netto mag uitbetalen als kostenvergoeding. Het gebruik van de regeling is optioneel. Je mag er dus ook voor kiezen de daadwerkelijke extra kosten van de werknemer belastingvrij te vergoeden, als dit mogelijk is op basis van de bestaande regelgeving. Je moet deze extra kosten dan wel aannemelijk kunnen maken. Bij gebruik van de 30%-regeling hoeft dit niet.

Wijziging percentage tijdens loontijdvak

De Belastingdienst heeft als eerste verduidelijkt dat een wisseling van percentage tijdens het loontijdvak betekent dat de verschillende percentages op het corresponderende deel van het loon moeten worden toegerekend. Is het loon niet specifiek toe te rekenen, dan moet dit zo goed mogelijk gebeuren.

Nieuwe werkgever

Ook is aangegeven hoe de nieuwe regeling uitwerkt wanneer de werknemer van werkgever wisselt. Daarbij is van belang of tussen het aanvaarden van een nieuwe baan een periode zit van minstens drie maanden. Is dit niet het geval, dan kan de nieuwe werkgever de 30%-regeling toepassen met aftrek van de maanden die al bij de vorige werkgever zijn gewerkt. Die maanden moeten dan ‘aan de voorkant’ worden verrekend, ofwel de maanden met 30% gaan het eerst verloren, daarna die met 20% en tenslotte die met 10%.

Verlaat de werknemer Nederland en voldoet hij (meer dan drie maanden later) opnieuw aan de voorwaarden voor ingekomen werknemer, dan moet ‘aan de achterkant’ worden verrekend en gaan de maanden met het laagste percentage dus het eerst verloren.

Geen maximale looptijd

Tenslotte wordt ook ingegaan op de situatie dat een werknemer geen recht heeft op de korting gedurende de maximale looptijd van 60 maanden. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de regeling niet binnen vier maanden na aanvang van de dienstbetrekking is aangevraagd. Aangegeven wordt dat in dergelijke situaties de maximale periode eerst bekort wordt met het lage percentage van 10, daarna met dat van 20.

Door |2024-03-07T16:55:27+01:007 maart 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst verduidelijkt korting op 30%-regeling