Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 663 blog entries.

Aftrek hypotheekrente ook na tijdelijke verhuur?

De aftrek van hypotheekrente op uw eigen woning is gebonden aan strenge voorwaarden. Door de vele wijzigingen in de jaren zijn de voorwaarden ook bijzonder ingewikkeld geworden. Onlangs heeft de Belastingdienst uitleg gegeven over de aftrek van hypotheekrente van een aflossingsvrije lening in de situatie waarin iemand de eigen woning tijdelijk verhuurt en na die periode weer zelf gaat bewonen.

Aflossingsvrije hypotheek

Vastgoed

De Belastingdienst is in de geschetste situatie uitgegaan van een woning waarvoor vóór 2013 een aflossingsvrije hypothecaire lening is aangegaan. Een aflossingsvrije lening werd destijds nog aangemerkt als een hypothecaire lening waarvoor aftrek van de rente mogelijk was. Voor dit soort leningen geldt overgangsrecht. Zolang deze leningen bestaan en het verband met de eigen woning niet wordt verbroken, blijft de rente aftrekbaar. De leningen hoeven dan dus niet aangepast te worden naar de nieuwe regels die vanaf 2013 gelden.

Let op! Vanaf 2013 geldt als voorwaarden onder meer dat de lening minimaal lineair of annuïtair in 30 jaar moet worden afgelost. Aflossingsvrije leningen van vóór 2013 kunnen echter blijven bestaan met behoud van renteaftrek, zolang ze blijven voldoen aan het overgangsrecht.

Behoud overgangsrecht?

De vraag in de voorgelegde situatie was wat de gevolgen zijn als de woning tijdelijk wordt verhuurd, de belastingplichtige tijdelijk zelf een andere huurwoning betrekt en na enige jaren weer in de eigen woning terugkeert. Blijft het overgangsrecht behouden en kan de belastingplichtige vanaf terugkeer in de eigen woning de rente op de aflossingsvrije lening weer in aftrek brengen?

Tijdelijk naar box 3

De Belastingdienst geeft aan dat de eigen woning in de geschetste situatie vanaf het moment van verhuur overgaat naar box 3, inclusief de lening. Keert de eigenaar van de woning later weer naar de woning terug, dan vallen de woning en de schuld weer in box 1. Het overgangsrecht blijft dus behouden en de rente is, mits voldaan aan de overige voorwaarden voor renteaftrek, aftrekbaar  uiterlijk tot 1 januari 2044.

Let op! Het kan zijn dat het gedeelte van de eigenwoningschuld waarvoor recht op renteaftrek bestaat, gewijzigd is als gevolg van het ontstaan van een eigenwoningreserve of doordat de woning in waarde is gedaald. In dat geval is misschien niet alle rente aftrekbaar. De regels hiervoor zijn complex. Neem daarom voor de gevolgen in uw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs.

Uitzondering: Verhuur vóór 2013

De hiervoor beschreven gevolgen gelden niet als de eigen woning al vóór 2013 was verhuurd. Dan geldt namelijk ander overgangsrecht. In dat geval blijft het overgangsrecht alleen bestaan als  de belastingplichtige vóór 2021 naar de woning is teruggekeerd. Dan is de rente vanaf die terugkeer weer aftrekbaar. Vindt de terugkeer in deze situatie plaats ná 2021, dan bestaat voor de aflossingsvrije lening geen recht meer op renteaftrek in box 1.

Let op! Hoewel de Belastingdienst uitgaat van een aflossingsvrije lening, gelden de geschetste gevolgen met betrekking tot het verplaatsen van de lening van box 1 naar box 3 en weer terug in beginsel ook voor andere hypothecaire leningen, mits die hypothecaire leningen voldoen aan de huidige voorwaarden voor renteaftrek in box 1.

Door |2024-04-09T09:33:21+02:009 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek hypotheekrente ook na tijdelijke verhuur?

Invloed van verlof op vrijgestelde reis- en thuiswerkvergoeding

Voor de kosten van reizen naar het werk en de kosten van thuiswerken, kan onder voorwaarden een onbelaste vergoeding worden gegeven. Daarbij is onder meer van belang of er ‘in de regel’ naar het werk wordt gereisd of thuisgewerkt. Wanneer is ouderschapsverlof na geboorteverlof van invloed op de mogelijkheid deze vergoedingen te blijven doorbetalen?

Wat is ‘in de regel’?

Kinderwagen

De Belastingdienst geeft aan van mening te zijn dat er niet meer ‘in de regel’ naar het werk wordt gereisd of thuisgewerkt als dit meer dan twee maanden wordt onderbroken. Dit wordt beoordeeld per aanleiding, zoals ziekte of verlof, en op kalenderbasis. Een vergoeding kan dan niet meer onbelast worden uitbetaald.

Ouderschapsverlof na geboorteverlof

Verschillende verlofsoorten, zoals geboorteverlof en zorgverlof, zijn ieder te beschouwen als een aparte aanleiding. Dit kan anders zijn als verlofsoorten aaneengesloten worden opgenomen. Dit is in ieder geval zo bij zwangerschapsverlof gevolgd door bevallingsverlof. Dan is het totale verlof dus aan te merken als één aanleiding en zal een onbelaste kostenvergoeding minder lang kunnen worden doorbetaald.

Voorbeeld

Een fulltime werkneemster gaat zes weken met zwangerschapsverlof en daarna zes weken met bevallingsverlof. Daarna gaat ze tien weken lang twee dagen per week met bevallingsverlof. Het verlof valt binnen hetzelfde jaar. Ze reist in totaal zes plus zes weken helemaal niet naar het werk, dus langer dan twee maanden. Een onbelaste reiskostenvergoeding is dan niet mogelijk. De gespreide opname van het bevallingsverlof over tien weken wordt gezien als nieuwe aanleiding. Een onbelaste reiskostenvergoeding voor drie dagen per week is dan weer mogelijk.

Door |2024-04-09T09:31:56+02:009 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Invloed van verlof op vrijgestelde reis- en thuiswerkvergoeding

Rechter dwingt inspecteur tot beslissing op bezwaar

Als je met de belastinginspecteur van mening verschilt, kun je bezwaar maken tegen zijn beslissing. Jouw zaak wordt dan nogmaals beoordeeld, waarna je verneemt of jouw bezwaar al dan niet wordt toegekend. Maar wat nu als de inspecteur niet op jouw bezwaar reageert?

Ingebrekestelling

Juridisch

Als je tegen een beslissing van de inspecteur in bezwaar wilt gaan, moet dit binnen zes weken. Heb je dit netjes gedaan en is de zes-weken-termijn voorbij, dan moet ook de inspecteur hierna binnen zes weken beslissen op jouw bezwaar. Deze termijn kan in beginsel met zes weken verlengd worden. Heb je dan nog geen beslissing ontvangen, dan dien je de inspecteur te laten weten dat je alsnog binnen twee weken antwoord wilt hebben. Je stelt daarmee de inspecteur in gebreke. Ontvang je binnen deze twee weken nog geen beslissing, dan kun je in beroep bij de rechter.

Dwangsom

Als je de inspecteur in gebreke stelt, kun je tevens direct een dwangsom te eisen. Een formulier om de inspecteur in gebreke te stellen én een dwangsom te eisen, tref je aan op de site van de Belastingdienst.

Omvang dwangsom

Blijft de inspecteur nalatig, dan kan een dwangsom behoorlijk oplopen. Als de inspecteur namelijk na twee weken nog steeds niet beslist heeft, bedraagt de dwangsom de eerste 14 dagen € 23 per dag, de daarop volgende 14 dagen € 35 per dag en de daarop volgende 14 dagen € 45 per dag. Een dwangsom kan dus oplopen tot maximaal 14 x € 23 + 14 x € 35 + 14 x € 45 = € 1.442.

Nog steeds geen beslissing, wat nu?

Blijft ondanks de dwangsom een beslissing uit, dan kun je dus in beroep. De rechter kan dan een beslissing nemen, maar het kan ook anders. Dat zagen we onlangs voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant, die het balletje weer bij de belastinginspecteur neerlegde. De rechtbank oordeelde hier dat de inspecteur na uitspraak alsnog binnen twee weken op het bezwaar moest beslissen. Als dit uitbleef zou een dwangsom verschuldigd zijn van € 100 per dag, met een maximum van € 15.000.

Door |2024-04-09T09:30:12+02:009 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Rechter dwingt inspecteur tot beslissing op bezwaar

Overgangsrecht 30%-regeling blijft bij wisseling van werkgever van toepassing

In de 30%-regeling is met ingang van 2024 en 2025 een aantal wijzigingen doorgevoerd. Als een werknemer onder het overgangsrecht valt, zijn deze wijzigingen in 2024 nog niet van toepassing. De vraag is of dit overgangsrecht van toepassing blijft als de werknemer bij een andere werkgever gaat werken.

Wijzigingen 30%-regeling

Euro

Met ingang van 2024 en 2025 gelden de volgende wijzigingen in de 30%-regeling:

  1. In 2024 mag nog maar over een salaris tot maximaal € 233.000 de 30%-regeling worden toegepast.
  2. Vanaf 2024 geldt dat de eerste 20 maanden 30% van het salaris onbelast onder de 30%-regeling mag worden uitbetaald, de daaropvolgende 20 maanden is dat 20% en de laatste 20 maanden nog maar 10%.
  3. Vanaf 2025 vervalt de partiële buitenlandse belastingplicht. Dit betekent dat de werknemer voor wie de 30%-regeling wordt toegepast vanaf 2025 ook in box 2 en box 3 belasting moeten betalen over buitenlands kapitaalinkomen.

Overgangsrecht

Voor bestaande 30%-regelingen geldt gelukkig overgangsrecht. Daarbij geldt een onderscheid tussen werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 al de 30%-regeling werd toegepast en werknemers voor wie dat in het laatste loontijdvak van 2023 gebeurde.

30%-regeling in laatste loontijdvak van 2022

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 de 30%-regeling al werd toegepast, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 1 en 2. Zij krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, wel te maken met de wijzigingen onder punt 3.

30%-regeling niet in het laatste loontijdvak van 2022, maar wel in 2023

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2022 nog niet de 30%-regeling werd toegepast, maar in het laatste loontijd van 2023 wel, krijgen niet te maken met de wijzigingen onder punt 2. Zij krijgen echter wel te maken met de wijzigingen onder punt 1. Ze krijgen vanaf 2027, indien de 30%-regeling dan nog loopt, ook te maken met de wijzigingen onder punt 3.

30%-regeling vanaf 2024

Werknemers voor wie in het laatste loontijdvak van 2023 de 30%-regeling nog niet werd toegepast, krijgen volledig te maken met alle wijzigingen; voor punt 1 en 2 vanaf 2024 en voor punt 3 vanaf 2025.

Wisseling werkgever

Aan de Belastingdienst is de vraag gesteld of het overgangsrecht, zoals hiervoor beschreven, van toepassing blijft als de werknemer overstapt naar een andere werkgever. De Belastingdienst heeft geantwoord dat het overgangsrecht onder voorwaarden van toepassing blijft.

De voorwaarden zijn dat de 30%-regeling van toepassing blijft. Hiervoor moeten de nieuwe werkgever en de werknemer gezamenlijk tijdig – dat wil zeggen binnen vier maanden na indiensttreding – een verzoek doen. Daarnaast mag de periode tussen het einde van de tewerkstelling bij de oude werkgever en de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst bij de nieuwe werkgever niet langer zijn dan drie maanden.

Garden leave

De Belastingdienst geeft aan dat voor een werknemer die vrijgesteld is van werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld bij garden leave, de 30%-regeling niet kan worden toegepast in die periode. De werknemer blijft in die periode echter wel een ingekomen werknemer.  De Belastingdienst concludeert hieruit dat het voor het antwoord op de vraag inzake het overgangsrecht bij wisseling van werkgever niet uitmaakt dat de werknemer bij de oude werkgever enige tijd is vrijgesteld van werkzaamheden.

Door |2024-04-05T09:45:50+02:005 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overgangsrecht 30%-regeling blijft bij wisseling van werkgever van toepassing

Ook bijtelling zonder dat werkgever auto bezit?

Wie een auto van de zaak ter beschikking heeft, krijgt met de bekende bijtelling te maken. Daarvoor is niet vereist dat de ter beschikking gestelde auto in eigendom toebehoort aan de werkgever. Dit heeft de rechtbank Noord-Holland beslist.

Auto of vergoeding kosten

Auto

In de betreffende zaak was een dga van een bv in dienst bij een andere bv. Deze bv was met de bv van de dga overeengekomen dat aan hem een auto ter beschikking zou worden gesteld of dat de bv de kosten van de auto aan de bv van de dga zou vergoeden. Uiteindelijk werd voor deze laatste optie gekozen.

Geen bijtelling

Bij een boekencontrole bij de bv die de autokosten had vergoed, bleek dat deze bv geen bijtelling bij het loon had geteld vanwege het privégebruik van de auto. Dit leverde de bv een naheffing over een periode van vier jaren op van in totaal zo’n € 80.000. Daar bovenop werden boetes opgelegd.

Bijtelling zonder eigendom auto?

De bv ging tegen de naheffingen en boetes in bezwaar. Daarop werden de boetes vernietigd, maar de naheffingen bleven in stand. De rechter oordeelde dat dit terecht was. Volgens de rechtbank is voor het toepassen van de bijtelling niet relevant of de inhoudingsplichtige de ter beschikking gestelde auto in eigendom heeft.

Verhuur of lease

De rechtbank vergeleek de situatie met die van verhuur of lease. Ook als een werkgever aan zijn personeel een leaseauto ter beschikking stelt, moet er namelijk met de bijtelling rekening worden gehouden. De naheffingen bleven dan ook in stand.

Holdings en werkmaatschappijen

Net als in deze zaak is de vraag wie met de bijtelling rekening moet houden met name interessant voor holdings en werkmaatschappijen waarbij aan de dga een auto ter beschikking wordt gesteld. Duidelijk is dat dan in ieder geval bij één inhoudingsplichtige de bijtelling wordt toegepast in verband met het privégebruik van de auto. Uit de uitspraak wordt duidelijk dat dit in beginsel de werkgever moet zijn die de auto ter beschikking stelt of de kosten ervan vergoedt.

Tip! Overleg bij twijfel over de inhoudingsplichtige met een van onze adviseurs. Naheffingen en boetes zult u namelijk het liefst willen voorkomen.

Door |2024-04-05T09:44:43+02:005 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook bijtelling zonder dat werkgever auto bezit?

Aftrek hypotheekrente bij nieuwe langere looptijd?

Als je een hypotheek afsluit, staat de rente vaak voor een bepaalde tijd vast. Na het verstrijken van deze tijd kunt je de rente opnieuw vastzetten tegen het dan geldende percentage. Wat zijn de gevolgen als je dan een langere rentevaste periode kiest dan de resterende looptijd die je hiervoor had?

Langere looptijd, hogere rente

Juridisch

Bij een langere looptijd van een lening is er in de regel sprake van een hogere rente. Dit houdt verband met het feit dat er langer onzekerheid is en dus een hoger risico voor de bank.

Kapitaalverzekering eigen woning

Voor een langere dan de resterende looptijd kan bijvoorbeeld worden gekozen als er een kapitaalverzekering aan de eigen woning is gekoppeld. Een langere looptijd met hogere rente kan dan de voorkeur hebben als de kapitaalverzekering gekoppeld is aan de te betalen hypotheekrente waardoor een lagere premie verschuldigd is.

Niet aftrekbaar

De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat de hogere hypotheekrente die betaald moet worden als de rentevast periode langer is dan de looptijd van de lening, deels niet aftrekbaar is als rente inzake de eigen woning.

Het deel van de rente dat extra betaald moet worden vanwege de langere looptijd, is namelijk niet verschuldigd vanwege het ter beschikking stellen van een hoofdsom. Deze heeft betrekking op andere rechten, namelijk het verkrijgen van een hogere rente op de kapitaalverzekering.

Door |2024-04-05T09:43:38+02:005 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek hypotheekrente bij nieuwe langere looptijd?

Aftrek verblijfkosten eigen rijders voor 2024 opnieuw fors hoger

Transportondernemers die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten van de winst aftrekken. Dit bedrag is voor 2024, net als vorig jaar, fors verhoogd. De verhoging bedraagt € 3,00 per dag en stijgt van € 45,00 naar € 48,00 per dag.

Voorwaarden

Transport

De vaste aftrek geldt onder de volgende voorwaarden:

  • De rit duurt langer dan 24 uur.
  • De verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand.
  • De regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar.
  • Het aantal gereden dagen moet u kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen, tachograafschijven of rittenstaten.
  • De vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.
  • U geeft de winst aan in de aangifte inkomstenbelasting.

Let op! U mag ieder jaar opnieuw beslissen of u de regeling al dan niet gebruikt. Als u gebruikmaakt van de regeling, hoeft u de verblijfkosten niet aan te tonen.

Ritten korter dan 24 uur

De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer. Dit geldt ook als deze ritten korter duren dan 24 uur.

In dat geval moet u wel voldoen aan de volgende voorwaarden:

  • Deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft.
  • Het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Tip! Je hoeft de regeling niet toe te passen als de kosten hoger zijn. Je kunt dan de werkelijk gemaakte kosten aftrekken, op voorwaarde dat je ze kunt aantonen. Bewaar dan met name facturen. Je moet er wel rekening mee houden dat sommige kosten, zoals maaltijden, beperkt aftrekbaar zijn.

Let op! Bovenstaande regeling geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt. Eigen rijders met een bv kunnen hun verblijfkosten onbelast door de bv laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Door |2024-04-05T09:39:57+02:005 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek verblijfkosten eigen rijders voor 2024 opnieuw fors hoger

Vanaf 10 september 2024 weer SDE++ aan te vragen

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) is vanaf 10 september 2024 9.00 uur weer aan te vragen. Met de SDE++ regeling worden grootschalige duurzame energieprojecten gesubsidieerd. Het plan is om hiervoor €11,5 miljard uit te trekken, €3,5 miljard meer dan begroot.

Hekjes gehandhaafd

Windmolen

Ook in deze SDE++ subsidie zal gebruikgemaakt worden van ‘hekjes’. Op deze manier wordt binnen de subsidie budget gereserveerd voor bepaalde projecten. De hekjes betreffen drie projecten, waarbij per project € 1 miljard wordt gereserveerd.

Nieuwe categorieën

De SDE++ subsidie zal dit keer ook beschikbaar zijn voor enkele nieuwe categorieën. Dit betreft onder andere zonnepanelen waarvoor een kleine aanpassing van het dak nodig is, lucht-water-warmtepompen voor de glastuinbouw en de thermische opslag van hogetemperatuurwarmte. Een en ander zal nog wel getest moeten worden op uitvoerbaarheid.

Gefaseerde invoering

De nieuwe SDE++ subsidie kan in vijf fases worden aangevraagd. Daarbij komen projecten waarbij per vermeden CO2-uitstoot zo min mogelijk subsidie nodig is, het eerst aan bod. De eerste aanvraagronde loopt van 10 september 2024 9.00 uur tot en met 16 september 2024 17.00 uur. De erop volgende aanvraagrondes starten hier direct na en duren ieder een week, met uitzonderring van aanvraagronde 5. Die duurt van 7 oktober 2024 17.00 uur tot en met 10 oktober 2024 17.00 uur.

Meer informatie en aanmelden

Je kunt voor meer informatie terecht bij RVO.nl. Lees alle informatie goed door, je moet jouw aanvraag namelijk goed voorbereiden. Heb je hierbij ondersteuning of advies nodig? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Door |2024-04-05T09:38:32+02:005 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 10 september 2024 weer SDE++ aan te vragen

Aanvraag Verklaring omtrent gedrag voortaan ook digitaal

Werkgevers kunnen binnenkort voor hun personeel een Verklaring omtrent gedrag (VOG) ook digitaal aanvragen. Het digitaal aanvragen wordt in fases uitgevoerd. Uiterlijk op 21 mei 2024 is digitaal aanvragen voor alle werkgevers mogelijk.

Verklaring omtrent gedrag

Kantoor

Werkgevers vragen soms om een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Via een VOG wordt duidelijk of een werknemer strafbare feiten heeft gepleegd die in de weg staan bij het uitoefenen van een functie. Of een strafbaar feit bij een functie in de weg staat, is afhankelijk van het strafbare feit en van de functie. Een VOG is soms wettelijk verplicht, zoals bij de politie, in de kinderopvang en voor taxichauffeurs.

Digitaal naast papier

De digitale aanvraag komt beschikbaar naast de papieren variant. De inhoud is grotendeels hetzelfde en ook de kosten zijn gelijk, namelijk € 33,85. Een digitale aanvraag levert snelheidswinst op en kan veiliger worden verwerkt.

Controle op echtheid

Een digitale aanvraag kan ook worden gecontroleerd op echtheid. Ook dit kan digitaal via de site validatie.nl.

Planning in fases

Het digitaliseren van de VOG-aanvraag wordt uitgevoerd in fases. Afhankelijk van het KVK-nummer komt dit voor alle werkgevers de komende maanden beschikbaar. Uiterlijk op 21 mei 2024 is digitaal aanvragen voor alle werkgevers mogelijk.

Door |2024-04-02T09:39:59+02:002 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag Verklaring omtrent gedrag voortaan ook digitaal

Woon-werkverkeer vanaf de camping?

Tal van Nederlanders vieren hun vakantie vanaf de camping. Als van een gezin een van de ouders vanaf de camping naar het werk rijdt, is het de vraag of dit aangemerkt kan worden als woon-werkverkeer. Ook is het de vraag of dan een belastingvrije reiskostenvergoeding mogelijk is?

Reiskostenvergoeding

Auto

In 2024 is voor zakelijke ritten een onbelaste reiskostenvergoeding mogelijk van € 0,23/km. Die vergoeding geldt ook voor het woon-werkverkeer. De Belastingdienst heeft voor een tweetal situaties aangegeven wanneer ritten vanaf de camping naar het werk als woon-werkverkeer classificeert.

Alleen het weekend

In de eerste situatie gaat het om een werknemer waarvan het gezin op de camping staat. De werknemer verblijft thuis, maar besluit de weekends bij het gezin op de camping door te brengen. De Belastingdienst geeft aan dat de rit op vrijdagmiddag vanaf het werk naar de camping en op maandagmorgen vanaf de camping naar het werk, niet aangemerkt kunnen worden als woon-werkverkeer. Een belastingvrije reiskostenvergoeding voor die ritten is dus niet mogelijk.

Enkele maanden op camping

Ook wordt ingegaan op de situatie dat een werknemer enkele maanden op de camping staat en gedurende die periode dagelijks vanaf de camping op en neer naar het werk rijdt. De Belastingdienst geeft aan van mening te zijn dat de camping dan gezien kan worden als verblijfplaats. Dit betekent dat de ritten tussen werk en camping in beginsel aangemerkt kunnen worden als woon-werkverkeer en een belastingvrije reiskostenvergoeding mogelijk is.

Let op! De Belastingdienst spreekt van ‘enkele maanden’. Waar de grens precies ligt, is niet duidelijk.

Redelijkheid

De Belastingdienst geeft ook aan dat altijd de redelijkheid in acht moet worden genomen. Men name als een werknemer om privéredenen een woon- of verblijfplaats betrekt die veel verder van het werk is gelegen, is het discutabel of die situatie nog redelijk is om een belastingvrije vergoeding voor woon-werkverkeer te verstrekken. De inspecteur mag beoordelen of dit het geval is en of een onbelaste reiskostenvergoeding mogelijk is.

Uitzonderingen

Aangegeven wordt ook dat altijd uitzonderingen mogelijk zijn. Zo kan een rit van de camping naar het werk ook als zakelijk worden aangemerkt als de rit bijvoorbeeld plaatsvindt naar aanleiding van een verzoek van de werkgever.

Zelfstandige ondernemer

De Belastingdienst gaat niet in op de positie van de zelfstandige ondernemer die op een camping verblijft. Het is echter aannemelijk dat dan dezelfde uitgangspunten gelden. Dat wil zeggen dat in gevallen waarin een onbelaste vergoeding mogelijk is, een zelfstandige ondernemer € 0,23/km ten laste van zijn winst kan brengen.

Tip! Neem bij twijfel contact op met jouw adviseur om naheffingen te voorkomen. Bij verschil van mening kun je altijd nog naar de rechter stappen.

Door |2024-04-02T09:38:46+02:002 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Woon-werkverkeer vanaf de camping?