Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 663 blog entries.

Onbelaste vergoedingen tijdelijke verblijfkosten 2025

Kosten die werknemers maken tijdens zakelijke reizen – de tijdelijke verblijfkosten – kun je onder voorwaarden onbelast vergoeden aan jouw werknemers. Voor de hoogte van deze bedragen kun je wellicht aansluiten bij de bedragen die ambtenaren onbelast krijgen als ze op dienstreis zijn.

Gerichte vrijstelling

Geld

De vergoeding van de verblijfskosten kan alleen gericht vrijgesteld – en dus belastingvrij – worden als er sprake is van een tijdelijk verblijf. Jouw werknemer moet dan een zogenaamde ambulante werknemer zijn. Dat is het geval als jouw werknemer steeds naar verschillende arbeidsplaatsen reist of als hij/zij doorgaans 1 keer per week op maximaal 20 dagen naar dezelfde arbeidsplaats reist.

Let op! Reist een werknemer vaker dan 20 dagen naar dezelfde arbeidsplaats, maar met onderbrekingen en dus niet aaneengesloten? Bij een incidentele onderbreking loopt de referentieperiode waarin de 20 dagen berekend worden gewoon door. Dat is anders bij langere onderbrekingen. Dan begint een nieuwe referentieperiode voor het tellen van de maximale 20 dagen. Om te beoordelen of een nieuwe referentieperiode begint na een onderbreking, kun je contact met ons opnemen

Behalve aan ambulante werknemers kun je ook de tijdelijke verblijfkosten gericht vrijgesteld vergoeden van een werknemer die om zakelijke redenen (nog) niet bij de plaats van het werk gaat wonen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij tijdelijke projecten of als de werknemer nog in de proeftijd zit.

Ambtenaren op dienstreis

Het is toegestaan om voor de vergoeding van de tijdelijke verblijfkosten aan te sluiten bij de onbelaste verblijfkostenvergoedingen die ambtenaren op dienstreis kunnen krijgen. Je mag dat doen voor werknemers die vanuit kostenoogpunt in gelijke omstandigheden verkeren als ambtenaren op dienstreis. Verder is vereist dat je dezelfde vergoedingen toekent als volgens de cao Rijk en ook dezelfde voorwaarden hanteert. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de minimale verblijfsduur en de in de cao Rijk genoemde hoogte van de vergoedingen.

Let op! De regeling is in 2024 aangescherpt. Voorheen was het namelijk voldoende als de voorwaarden vergelijkbaar waren. Had je al vóór 2024 een vergoedingsregeling, dan mocht je die in 2024 voortzetten. Vanaf 2025 moet je echter voldoen aan de nieuwe voorwaarden.

Vrijgestelde bedragen binnenlandse dienstreizen 2025

De vergoedingen en gericht vrijgestelde bedragen voor ambtenaren op binnenlandse dienstreizen zijn in 2025:

 Verblijfkosten  Vergoeding 10.2 cao Rijk  Gericht vrijgesteld
 Kleine uitgaven overdag  € 7,02  € 6,27
 Kleine uitgaven ’s avonds  € 20,95  € 12,54
 Logies  € 152,19  € 150,55
 Ontbijt  € 14,87  € 14,87
 Lunch  € 21,40  € 12,51
 Avondmaaltijd  € 32,37  € 31,40

 

Let op! Behalve dat je moet aansluiten bij deze vergoedingen, moet je dus ook dezelfde voorwaarden hanteren. Deze voorwaarden vindt je in onderdeel 10.2 van de cao Rijk.

Uit de voorwaarden komt onder meer naar voren dat een ambtenaar die de kosten van de dienstreis declareert geen betaalbewijzen hoeft bij te voegen van bovenstaande uitgaven. Je kunt deze kosten daarom ook aan jouw werknemer vergoeden zonder dat deze een factuur of betaalbewijs hiervan overlegt. Uiteraard moet wel aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer daadwerkelijk voor het werk heeft gereisd en overnacht.

Let op! Je moet dus aansluiten bij de bedragen in de cao Rijk. Voor zover de vergoeding op basis van deze cao hoger is dan het gericht vrijgestelde bedrag, vormt dat meerdere individueel loon bij de werknemer. Je kunt er ook voor kiezen het meerdere aan te wijzen in de vrije ruimte. Bij overschrijding van de vrije ruimte in een jaar ben je hierover 80% eindheffing verschuldigd.

Buitenlandse dienstreizen 2025

Ook voor buitenlandse dienstreizen geldt dat aangesloten moet worden bij de voorwaarden en bedragen in de cao Rijk (zie onderdeel 10.3 van de cao Rijk). De berekening van de bedragen voor buitenlandse dienstreizen is afhankelijk van de tijdelijke verblijfplaats. Een overzicht vindt je in bijlage 6 van de cao Rijk.

Tip! Wil je voor werknemers aansluiten bij de verblijfkostenvergoedingen die ambtenaren krijgen op een buitenlandse dienstreis, neem dan voor meer informatie contact met ons op.

Door |2025-01-17T09:08:03+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Onbelaste vergoedingen tijdelijke verblijfkosten 2025
  • Nieuwsbrief januari 2025

Nieuwsbrief januari 2025

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 januari 2025, 20:00 uur.


1. Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2025

Heeft u personeel in dienst? Werkt u met zzp’ers? Op 1 januari 2025 is er weer een flink aantal wijzigingen doorgevoerd voor u als werkgever en als dga. Wij wijzen u op tien belangrijke punten.

1. Verhoging wettelijk minimumuurloon

Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd, namelijk per 1 januari en per 1 juli. Het wettelijk bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar of ouder is per 1 januari 2025 verhoogd naar € 14,06.

2. Handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 2025
Met ingang van 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties volledig opgeheven. De Belastingdienst kan daarom bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie weer volledig handhaven en correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.

Let op!
De Belastingdienst kan daarbij alleen terug tot 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid.

De Belastingdienst zal in 2025 in principe starten met een bedrijfsbezoek waarbij met de opdrachtgever een gesprek gevoerd wordt over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. Waar nodig wordt de opdrachtgever gewezen op aandacht voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s op schijnzelfstandigheid. Op die manier wordt de opdrachtgever gewaarschuwd. De Belastingdienst kan overigens (alsnog) ook voor een boekenonderzoek kiezen, bijvoorbeeld als de inschatting is dat er grote risico’s zijn of als de opdrachtgever werkt of blijft werken met schijnzelfstandigen.

Tip!
Over het kalenderjaar 2025 zullen aan werkgevers en werkenden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd worden als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst keurt vanaf 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Alle lopende goedgekeurde modelovereenkomsten zijn wel automatisch tot eind 2029 verlengd. De Belastingdienst kan een modelovereenkomst echter intrekken als deze niet meer voldoet aan wet- en regelgeving en jurisprudentie of als blijkt dat niet volgens de voorwaarden van de modelovereenkomst gewerkt wordt of kan worden.

Tip!
Wilt u dat de Belastingdienst een arbeidsrelatie beoordeelt, gebruik dan het formulier Verzoek vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie. In de Checklist vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie vindt u welke informatie u minimaal moet vermelden in uw verzoek.

3. Vrije ruimte en normbedragen WKR omhoog
Via de werkkostenregeling kunt u als werkgever diverse zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan uw personeel. Blijven de vergoedingen binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dan hoeft ook de werkgever hierover geen belasting te betalen. De vrije ruimte wordt in 2025 iets verhoogd naar 2% (in 2024 nog 1,92%) van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000. Voor zover de loonsom hoger is, blijft de vrije ruimte over het meerdere 1,18%, net als in 2024.

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kunt u – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding geven aan uw werknemer. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2025 € 2,40 per dag. Het normbedrag voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie bedraagt in 2025 € 3,95 per maaltijd. Het normbedrag van huisvesting op de werkplek stijgt in 2025 naar € 6,80 per dag.

4. Gebruikelijk loon en vrijwilligersvergoeding 2025 gelijk aan 2024
Het normbedrag voor het gebruikelijk loon is in 2025 gelijk aan het normbedrag in 2024 en bedraagt € 56.000 per jaar. Na een jarenlange stijging van het normbedrag (in 2023 bedroeg het bijvoorbeeld nog € 51.000 en in 2022 € 48.000) hoeft u dus in 2025 geen rekening te houden met een hoger normbedrag. Desondanks kan het gebruikelijk loon in 2025 toch hoger zijn dan in 2024, een en ander afhankelijk van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer van uw bv of daarmee verbonden bv’s.

Ook de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding blijft in 2025 gelijk aan 2024, namelijk maximaal € 2.100 per jaar en € 210 per maand. De onbelaste vrijwilligersvergoeding moet binnen de maximale bedragen blijven en de vrijwilliger moet de werkzaamheden niet bij wijze van beroep verrichten voor aangewezen, niet-commerciële organisaties. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht als de maximum uurvergoeding in 2025 € 5,60 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2025 € 3,30.

5. Bijtelling nieuwe auto zonder CO2-uitstoot en eindheffing wisselend gebruikte bestelauto omhoog
De bijtelling voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot (onder meer volledig elektrische auto’s) gaat in 2025 omhoog naar 17% tot een catalogusprijs van € 30.000 en bedraagt 22% daarboven. Het jaar 2025 is het laatste jaar waarin een korting geldt voor dergelijke nieuwe auto’s. De bijtelling voor nieuwe auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer verandert in 2025 niet. Deze blijft, net als in eerdere jaren, gehandhaafd op 22%.

De bijtelling voor het privégebruik van een afwisselend door meerdere werknemers gebruikte bestelauto kan een werkgever afkopen door het toepassen van een eindheffing. Het bedrag van deze eindheffing bedraagt in 2025 geen € 300 per jaar meer, maar is verhoogd naar € 438 per jaar (€ 36,50 per maand).

Let op!
De onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, is in 2025 gelijk aan 2024 en bedraagt € 0,23/km.

6. Ruimere WBSO
Via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De werkgever verrekent de toegekende tegemoetkoming met de af te dragen loonheffing. Verschillende percentages van de WBSO zijn met ingang van 1 januari 2025 verhoogd. Vanaf 2025 geldt voor kosten tot € 380.000 een percentage van 36% en voor het meerdere 16%. Voor starters geldt vanaf 2025 een percentage van 50% voor kosten tot € 380.000.

7. Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein
De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) draagt bij om werkgevers te stimuleren mensen met een kwetsbare positie in dienst te nemen en te houden. In de Wtl is vanaf 2025 alleen nog het loonkostenvoordeel (LKV) opgenomen. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2025 afgeschaft. Uitbetaling van het LIV 2024 vindt nog wel plaats in juli/augustus 2025.

Een andere wijziging is de afbouw van het LKV voor oudere werknemers. Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar gewoon in stand tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar. Voor dienstbetrekkingen die begonnen op of ná 1 januari 2024 is het LKV per 1 januari 2025 echter verlaagd naar € 1,35 per verloond uur met een maximum van € 2.600 per kalenderjaar.

Let op!
Vanaf 1 januari 2026 bestaat voor deze dienstbetrekkingen geen recht meer op LKV. Wel vindt voor deze dienstbetrekkingen in 2026 nog uitbetaling van het LKV 2025 plaats.

Verder zijn vanaf 2025 de criteria van het LKV herplaatsen werknemer met arbeidshandicap verruimd. Voor een werknemer die in de wachttijd van de WIA zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of geheel of gedeeltelijk in een andere functie bij u gaat werken, heeft u vanaf 2025 namelijk ook recht op dit LKV.

8. Minder snel herziening lage Awf-premie naar hoge Awf-premie vanaf 2025
De gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkeloosheidsfonds (Awf) bestaat uit een hoge en lage Awf-premie. U mag als werkgever een lage Awf-premie toepassen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Voldoet u daar niet aan, dan betaalt u een hoge Awf-premie. De lage premie bedraagt in 2025 2,74%, de hoge premie 7,74%.

In bepaalde situaties moet u een lage Awf-premie met terugwerkende kracht herzien naar een hoge Awf-premie. Dit is onder meer het geval als de verloonde uren van een werknemer waarvoor u de lage Awf-premie toepaste, in een jaar meer dan 30% hoger zijn dan de contracturen. Voor het jaar 2024 hoeft u dan alleen alsnog de hoge Awf-premie toe te passen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minder dan 35 uur per week.

Controleer begin 2025 of u zo’n herziening voor het jaar 2024 moet toepassen. Voor het jaar 2025 hoeft u minder snel zo’n herziening toe te passen. U hoeft dat dan alleen nog te doen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld 30 uur of minder per week.

Let op!
De lage Awf-premie moet ook worden herzien naar de hoge Awf-premie als een nieuwe werknemer binnen twee maanden na indiensttreding ontslag neemt of wordt ontslagen. Deze herziening is niet afhankelijk van het aantal contracturen en geldt dus bij alle contracten.

9. Wijzigingen 30%-regeling
De 30%-regeling is een fiscale regeling waarbij, onder strikte voorwaarden, maximaal 30% van het salaris belastingvrij mag worden uitbetaald aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Deze regeling zou versoberd worden, maar een groot deel van die versobering is met ingang van 2025 weer teruggedraaid. Dit betekent dat als voldaan is aan de strikte voorwaarden in 2025 en 2026 nog gewoon het percentage van maximaal 30% mag worden toegepast. Vanaf 2027 wordt dit percentage verlaagd naar 27%, tenzij u voor de werknemer vóór 2024 de 30%-regeling al toepaste. In dat geval mag u gedurende de hele periode van 60 maanden het percentage van 30% toepassen.

De 30%-regeling mag in 2025 worden toegepast over een salaris tot maximaal € 246.000 (in 2024 was dit nog € 233.000). Dit maximum geldt overigens in 2025 niet als u voor de werknemer vóór 2023 de 30%-regeling al toepaste.

In 2025 bedraagt de in de 30%-regeling toegepaste salarisnorm € 46.660. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, bedraagt de salarisnorm in 2025 € 35.468. Beide bedragen worden met ingang van 2027 verhoogd naar € 50.436, respectievelijk € 38.338. Dit zijn de bedragen op basis van de bedragen die golden in 2024 en deze worden per 2027 nog geïndexeerd. Dit verhoogde salaris geldt vanaf 2027 overigens niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

Let op!
Werknemers die van de 30%-regeling gebruikmaken, hoefden tot en met 2024 geen belasting in box 2 en box 3 te betalen over buitenlands kapitaalinkomen. Dit wordt ook wel de partiële buitenlandse belastingplicht genoemd. Deze faciliteit is per 2025 vervallen. Dit geldt niet voor situaties waarin de 30%-regeling al vóór 2024 werd toegepast. In deze situaties blijft de faciliteit tot en met 2026 van kracht. Voor werknemers waarvoor de buitenlandse partiële belastingplicht per 2025 vervalt, kunt u vanaf 2025 geen gebruik meer maken van de mogelijkheid om de loonbelasting/premie volksverzekeringen die u moet inhouden af te stemmen op de inkomstenbelasting en eventuele premie volksverzekeringen die uw werknemer moet betalen.

10. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers uiterlijk 30 juni 2025
Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de Omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’ (WPM).

Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaalaantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, verdeeld naar soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 kunnen vanaf 15 januari 2025 doorgegeven worden en moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn. In 2026 is een rapportage over het hele jaar 2025 verplicht.


2. Aanwijzingen bij uw laatste btw-aangifte 2024

In januari 2025 moet u uw laatste btw-aangifte over 2024 indienen. De laatste btw-aangifte kan een aantal bijzonderheden kennen.

Btw privégebruik auto
De btw-afdracht die verschuldigd is over het privégebruik van auto’s van de zaak moet u aangeven in uw laatste btw-aangifte van het jaar bij vraag 1d. De btw die u gedurende heel 2024 betaalde voor deze auto’s van de zaak kon u namelijk in 2024 in aftrek brengen in uw btw-aangiften. In de laatste btw-aangifte corrigeert u dit voor het privégebruik.

Let op!
Dit moet u voor personenauto’s én voor bestelauto’s van de zaak toepassen: ook voor auto’s waarvoor u in de loonbelasting of inkomstenbelasting geen bijtelling toepast omdat met de auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden is. Voor de btw is het woon-werkverkeer namelijk niet zakelijk, maar privé. Dit in tegenstelling tot de loonbelasting en de inkomstenbelasting, waar deze kilometers als zakelijk worden gezien.

U berekent de btw-afdracht over het privégebruik auto op basis van de verhouding tussen het zakelijke en het privégebruik. Heeft u daar geen beschikking over, dan is de btw-afdracht 2,7% van de cataloguswaarde van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip!
In bepaalde gevallen bedraagt de btw-afdracht 1,5 in plaats van 2,7%. Bijvoorbeeld als u bij de aankoop van de auto de btw niet in aftrek bracht. Voor de btw-afdracht van het privégebruik in 2024 past u ook 1,5% toe voor auto’s die u in 2019 of eerder in gebruik nam.

Let op!
Is er een normale eigen bijdrage betaald voor het privégebruik van de auto, dan vindt voorgaande btw-afdracht vanwege privégebruik niet plaats. Wel moet u dan de btw die begrepen is in de eigen bijdrage (21/121 x de eigen bijdrage) in uw btw-aangifte aangeven en afdragen bij vraag 1a. Deze regel geldt niet als de eigen bijdrage lager is dan een normale waarde.

BUA-correctie
Verstrekte u in 2024 aan relaties of personeel goederen of diensten (bijvoorbeeld relatiegeschenken, fitness, ontspanning of bijvoorbeeld een kerstpakket of jubileumgeschenk), dan moet u in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen als dit in totaal meer dan € 227 (exclusief btw) per relatie/werknemer per (boek)jaar bedroeg.

Tip!
Deze zogenaamde BUA-correctie vult u in bij vraag 5b. Het berekenen van deze correctie is niet voor iedereen even duidelijk. Neem voor meer informatie over de BUA daarom contact op met een van onze adviseurs.

Btw-correctie i.v.m. btw-belaste en btw-vrijgestelde activiteiten 2024
In de laatste btw-aangifte moet u wellicht ook nog een correctie maken op de btw die u in 2024 in aftrek bracht. De btw die rechtstreeks toerekenbaar is aan btw-vrijgestelde verkoop van goederen en diensten mag u namelijk niet in aftrek brengen. Voor de algemene kosten wordt die btw in aftrek gebracht op basis van een pro-ratapercentage. Gedurende 2024 maakte u een inschatting van de pro rata niet-aftrekbare btw (meestal gebaseerd op de pro rata van 2023). In uw laatste btw-aangifte van 2024 berekent u het juiste pro-ratapercentage en moet u wellicht nog een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw bij vraag 5b.

Btw-privégebruik goederen en diensten
Gebruikte u bepaalde goederen en diensten deels privé, dan moet u ook daarvoor een correctie toepassen op de in aftrek gebrachte btw (bij vraag 1d).

Tip!
Voor het eigen gebruik van de gangbaarste agrarische producten en richtlijnen voor het privégedeelte van de kosten van energie en water heeft de Belastingdienst weer de Landbouwnormen 2024 gepubliceerd.

Investeringsgoederen
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken (bijvoorbeeld een bedrijfspand) en roerende zaken (bijvoorbeeld een computer) waarop u afschrijft.

Let op!
Heeft u in 2015 of latere jaren een onroerende zaak gekocht of heeft u in 2020 of latere jaren een roerende zaak gekocht én daarbij btw in aftrek gebracht? Dan moet u deze btw mogelijk in uw laatste btw-aangifte van 2024 herzien bij vraag 5b als de verhouding btw-belast en btw-vrijgesteld in 2024 anders is dan aan het einde van het jaar van aankoop. Dit moet ook als u de onroerende zaak of de roerende zaak anders privé gebruikte. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Tip!
Voor zogenaamde kostbare diensten geldt nu nog geen herzieningsregeling. Vanaf volgend jaar komt daar verandering in en gaat er een herzieningsregeling van vijf jaar gelden.


3. Hoge Raad vult werkelijke rendement onroerende zaken box 3 verder in

Op 20 december 2024 gaf de Hoge Raad nadere aanwijzingen over de wijze waarop het werkelijke rendement van onroerende zaken in box 3 vanaf het jaar 2017 berekend moet worden.

Werkelijk rendement
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het door de Hoge Raad gedefinieerde werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden. In arresten van 14 juni en 2 augustus 2024 werden verdere aanwijzingen gegeven.

Kort samengevat komt het erop neer dat het gaat om het werkelijk gerealiseerde én ongerealiseerde rendement op uw gehele vermogen in box 3, zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen. Het gaat om het nominale rendement, met inflatie mag geen rekening worden gehouden. Aftrek van kosten is niet mogelijk. Alleen rente van schulden in box 3 zijn aftrekbaar. Verder gaf de Hoge Raad al de aanwijzing dat de bepaling van het werkelijke rendement van een woning plaatsvindt op basis van de WOZ-waarde aan het begin en aan het einde van een jaar.

Nieuwe aanwijzingen onroerende zaken
Ondanks de eerdere aanwijzingen bestonden er in de praktijk nog vragen over de invulling van het werkelijke rendement in bepaalde situaties. De Hoge Raad gaf op 20 december 2024 nieuwe aanwijzingen over de berekening van het werkelijke rendement van onroerende zaken.

Rendement woning op basis van WOZ-waarden
Al bekend was dat voor de (ongerealiseerde) waardeverandering van woningen die in box 3 vallen, zoals vakantiewoningen, uitgegaan moet worden van het verschil tussen de WOZ-waarde aan het begin en aan het einde van het jaar. Onduidelijk was nog welke WOZ-waarden: die van het jaar en het volgende jaar of die van het volgende jaar en het daaropvolgende jaar? De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het gaat om de WOZ-waarden van het jaar en het volgende jaar. Voor bijvoorbeeld de box 3-heffing voor 2024 moet u dus uitgaan van het verschil tussen de WOZ-waarde van 2024 en de WOZ-waarde van 2025.

Rendement bij verkoop woning
Verkoopt of koopt u in de loop van het jaar een woning? Dan verdeelt u de op basis van de WOZ-waarden berekende waardeverandering tijdsevenredig tussen de koper/verkoper, aldus de Hoge Raad. Verkoopt u bijvoorbeeld per 1 juli 2024 een woning en bedraagt het verschil tussen de WOZ-waarde 2024 en 2025 € 40.000, dan is de gerealiseerde waardestijging voor u € 20.000 en de ongerealiseerde waardestijging voor de koper € 20.000.

Let op!
Door een verschil tussen de verkoopprijs en de WOZ-waarde van de woning, neemt wellicht uw totale vermogen in box 3 toe of af. Dit verschil is echter niet aan te merken als werkelijk rendement in box 3, aldus de Hoge Raad.

Verbetering en uitbreiding onroerende zaken
De Hoge Raad oordeelde eerder al dat bij de berekening van het werkelijke rendement geen rekening mag worden gehouden met aftrek van kosten. In aanvulling hierop heeft de Hoge Raad op 20 december 2024 echter aangegeven dat een waardevermeerdering van een onroerende zaak die voortvloeit uit kosten die leiden tot verbetering of uitbreiding van de onroerende zaak, niet tot het werkelijke rendement behoort.

Let op!
De wijze waarop een en ander wordt vastgesteld, is niet eenvoudig. Of er sprake is van verbetering of uitbreiding van een onroerende zaak of van onderhoud moet worden vastgesteld aan de hand van eerdere rechtspraak van de Hoge Raad. Verder zal, voor het buiten aanmerking laten van de waardevermeerdering van woningen in deze gevallen, een andere WOZ-beschikking dan regulier aanwezig moeten zijn.

Geen voordeel wegens eigen gebruik
De Hoge Raad heeft op 20 december 2024 ook geoordeeld dat het voordeel wegens eigen gebruik van een onroerende zaak voor de berekening van het werkelijke rendement nul bedraagt. U hoeft hiervoor dus geen bedrag in aanmerking te nemen.

Box 3-stelsel vanaf 2028
De wijze waarop de Hoge Raad het werkelijke rendement invult onder het huidige box 3-stelsel staat overigens los van het nieuwe box 3-stelsel, waarvan onlangs bekend werd dat dit niet eerder dan in 2028 in kan gaan. De wetgever kan dan ook een andere invulling aan dit nieuwe box 3-stelsel geven.


4. Btw-suppletie vanaf 2025 binnen acht weken!

Vanaf 1 januari 2025 moet u een btw-suppletie indienen binnen acht weken nadat u constateerde dat u te weinig btw aangaf en afdroeg aan de Belastingdienst.

Btw-suppletie binnen acht weken
Heeft u te weinig btw aangegeven in uw btw-aangiften en afgedragen aan de Belastingdienst, dan bent u verplicht dit te corrigeren met een btw-suppletie. Tot en met 2024 moest u dit zo spoedig mogelijk doen nadat u constateerde dat u te weinig btw heeft aangegeven en afgedragen. Vanaf 2025 moet u dit binnen acht weken na deze constatering doen. ‘Zo spoedig mogelijk’ kent vanaf 2025 daarom een uiterste termijn van acht weken.

Let op!
De regel dat u de btw-suppletie moet indienen voordat u weet (of redelijkerwijs moet vermoeden) of de Belastingdienst al bekend was (of zou worden) met de te weinig aangegeven of afgedragen btw, blijft ook gewoon in stand.

De termijn van acht weken is gelijk aan de termijn die geldt voor het indienen van een correctiebericht loonheffingen. Hiermee geldt dus voor de btw en de loonheffingen vanaf 2025 eenzelfde termijn.

Overgangsrecht
De termijn van acht weken geldt vanaf 1 januari 2025. Er geldt overgangsrecht voor ondernemers die vóór 1 januari 2025 al constateerden dat ze een btw-suppletie moesten doen. Voor hen begint op 1 januari 2025 de termijn van acht weken te lopen. Zij moeten dus vóór 26 februari 2025 een btw-suppletie hebben ingediend.

Btw-suppletie € 1.000 of minder
Moet u € 1.000 of minder btw suppleren, dan doet u dat niet in een btw-suppletie. U verwerkt deze correctie namelijk gewoon in de eerstvolgende btw-aangifte.

Vergrijpboete
Het niet (op tijd) indienen van een btw-suppletie is een overtreding. Als sprake is van opzet of grove schuld kan de Belastingdienst hiervoor een vergrijpboete opleggen van maximaal 100% van het bedrag van de niet (op tijd) ingediende btw-suppletie.

Let op!
De Belastingdienst legt geen vergrijpboete op als het gaat om btw-suppleties van € 1.000 of minder.

Belastingrente
De Belastingdienst berekent belastingrente als uw btw-suppletie leidt tot een te betalen btw-bedrag. Moet u over het belastingjaar 2024 btw suppleren, dan kunt u de belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2025 uw btw-suppletie in te dienen. In dat geval berekent de Belastingdienst geen belastingrente.

Let op!
Dient u vóór 1 april 2025 uw btw-suppletie 2024 in, dan voorkomt u weliswaar de belastingrente. Maar als u al eerder constateerde dat u btw over 2024 moest suppleren en u doet dit niet binnen acht weken na deze constatering, dan kan de Belastingdienst mogelijk wel een vergrijpboete opleggen! De deadline van 1 april 2025 is dus niet langer de enige van belang zijnde deadline.


5. Nieuwe subsidie voor reparatie en recycling van producten

Vanaf 30 januari tot en met 8 april 2025 kunnen ondernemers de nieuwe subsidie Circulair implementeren en opschalen aanvragen bij RVO.nl. De subsidie is bedoeld voor het hergebruik van materialen en producten in de productgroepen elektronische en elektrische apparaten, textiel, meubels, luiers en incontinentiemateriaal en herbruikbare bekers en maaltijdverpakkingen. Als aan de voorwaarden voor de subsidie voldaan wordt, kunnen mkb-bedrijven een subsidie krijgen van 50% van de gemaakte kosten van de organisatie- of de procesinnovatie. Voor grootbedrijven is dit 15%. De minimale subsidie is € 50.000 per aanvraag en € 25.000 per onderneming. De maximale subsidie is € 500.000. Het beschikbare budget bedraagt in totaal € 9.577.000. De subsidie wordt verdeeld op volgorde van de binnenkomst van aanvragen. Wacht daarom niet te lang met de aanvraag, vanaf half januari 2025 kunt u deze al voorbereiden.


6. Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

In 2025 kunt u aan uw kinderen € 6.713 belastingvrij schenken. Aan een kind tussen de 18 en 40 jaar oud kunt u eenmalig een hoger bedrag belastingvrij schenken. In 2025 bedraagt deze vrijstelling € 32.195. Uw kind mag dit bedrag vrij besteden. Als u deze hogere schenking doet ten behoeve van een dure studie van uw kind, dan bedraagt de vrijstelling in 2025 € 67.064. Let wel, deze hogere vrijstellingen zijn inclusief het belastingvrije bedrag van € 6.713. Voor een schenking aan andere personen dan uw kinderen bedraagt de vrijstelling in 2025 € 2.690. Bij een hogere schenking dan de vrijstellingen betalen uw kinderen in 2025 10%, uw kleinkinderen en verdere afstammelingen 18% en alle overige personen 30% over een bedrag tot € 154.197. Voor bedragen vanaf € 154.197 zijn de tarieven 20% voor uw kinderen, 36% voor uw kleinkinderen en verdere afstammelingen en 40% voor overige personen.

Door |2025-03-17T16:21:44+01:0014 januari 2025|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2025

Lager budget en wijzigingen MIA/VAMIL 2025

Voor de Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) is in 2025 minder budget beschikbaar dan in 2024. De regeling kent ook een aantal wijzigingen.

MIA en VAMIL

Bestelbus

Ondernemers in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting die investeren in milieu-investeringen kunnen in 2025 met de MIA in aanmerking komen voor een investeringsaftrek die kan oplopen tot 45% van het investeringsbedrag. Met de VAMIL kunnen zij tot 75% van de investeringskosten willekeurig afschrijven.

In 2025 is voor de MIA € 189 miljoen budget beschikbaar en voor de VAMIL € 20 miljoen. In 2024 was dat nog € 192 miljoen respectievelijk € 25 miljoen.

Milieulijst 2025

De MIA en VAMIL kunnen alleen worden toegepast voor bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen op de Milieulijst 2025. In deze lijst vinden elk jaar, dus ook in 2025, aanpassingen plaats. Zo is bijvoorbeeld nieuw op de lijst een inzamel- en geldretoursysteem voor herbruikbare bekers, een elektrische bakfiets of cargobike met zonnepanelen en een zuiveringsinstallatie voor grijswaterrecycling. Niet meer op de Milieulijst 2025 staan onder meer elektrische bestelauto’s, elektrische motorfietsen, speedpedelecs, elektrische vorkheftrucks en elektrische taxi’s met negen zitplaatsen of voor rolstoelvervoer. Waterstof aangedreven bestelauto’s en taxi’s staan nog wel op de lijst.

Andere wijzigingen zijn onder meer de verlaging van het aftrekpercentage van 45 naar 36% voor enkele investeringen in duurzame gebouwen en een hoger belastingvoordeel voor een groen en gezond bedrijventerrein.

Tip! Bekijk hier de opvallendste wijzigingen in de Milieulijst 2025. De volledige lijst kan je hier vinden.

Voorwaarden

Alleen bedrijfsmiddelen die niet eerder zijn gebruikt, komen voor de MIA en VAMIL in aanmerking. Daarnaast moet de investering in het bedrijfsmiddel minimaal € 2.500 bedragen. Het maximale jaarlijkse investeringsbedrag waarvoor je MIA en VAMIL kan krijgen, is in 2025 voor alle bedrijfsmiddelen verlaagd naar € 25 miljoen en voor bepaalde bedrijfsmiddelen zelfs nog lager. Daarnaast is het vanaf 2025 niet meer mogelijk om de MIA en VAMIL te combineren met een aantal subsidies voor verkeer en vervoer (bijvoorbeeld AanZet en SPRILA).

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Zorg dat je aan alle voorwaarden voldoet. Een belangrijke is dat je een aanvraag voor toepassing van de MIA en VAMIL doet  binnen drie maanden na het aangaan van de verplichting tot aankoop van het bedrijfsmiddel.

Eerder duidelijkheid

In 2025 heb je eerder duidelijkheid over jouw aanvraag voor toepassing van de MIA en VAMIL. De RVO heeft namelijk vanaf 1 januari 2025 de bezwaar- en beroepsprocedure van de Belastingdienst overgenomen. Voor de Energie-investeringsaftrek (EIA) lagen deze taken al bij de RVO en vanaf 2025 is dat dus ook voor de MIA en VAMIL het geval. Hierdoor hoef je niet meer te wachten op vaststelling van jouw belastingaangifte voordat je meer duidelijkheid heeft.

Door |2025-01-09T15:40:04+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lager budget en wijzigingen MIA/VAMIL 2025

Kamerverhuurvrijstelling in 2025 naar € 6.324

Verhuur je een kamer in jouw eigen woning? Dan kon je in 2024 gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als jouw huurinkomsten maximaal € 5.998 bedroegen. De maximale huurinkomstengrens bedraagt in 2025 € 6.324.

Voorwaarden

Woning

Je kan gebruikmaken van de kamervrijstelling als je een deel van jouw eigen woning verhuurt, zolang dit deel maar geen zelfstandige woning is. Het maakt daarbij niet uit of je het verhuurde deel gestoffeerd en/of gemeubileerd verhuurd of zonder stoffering en/of meubilering. Een voorwaarde is wel dat je en de huurder tijdens de gehele huurperiode bij de gemeente staan ingeschreven op het adres van jouw woning. Verder mag geen sprake zijn van verhuur voor korte tijd.

Maximale huur

Voldoe je aan al deze voorwaarden, dan kan je in 2025 gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als je maximaal € 6.324 huur ontvangt.

Wat is de kamerverhuurvrijstelling?

De kamerverhuurvrijstelling betekent dat je over de huurinkomsten geen inkomstenbelasting hoeft te betalen. Verder kan je de rente die je betaalde over jouw eigenwoningschuld gewoon in aftrek brengen. Je moet wel het eigenwoningforfait over jouw gehele woning in aanmerking nemen.

Let op! Als je de kamerverhuurvrijstelling niet kan toepassen, dan moet je het verhuurde deel van jouw eigen woning opgeven in box 3.

Door |2025-01-09T14:30:56+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kamerverhuurvrijstelling in 2025 naar € 6.324

Btw-suppletie vanaf 2025 binnen acht weken!

Vanaf 1 januari 2025 moet je een btw-suppletie indienen binnen acht weken nadat je constateerde dat u te weinig btw aangaf en afdroeg aan de Belastingdienst.

Btw-suppletie binnen acht weken

Geld

Heb je te weinig btw aangegeven in jouw btw-aangiften en afgedragen aan de Belastingdienst, dan ben je verplicht dit te corrigeren met een btw-suppletie. Tot en met 2024 moest je dit zo spoedig mogelijk doen nadat je constateerde dat je te weinig btw heeft aangegeven en afgedragen. Vanaf 2025 moet je dit binnen acht weken na deze constatering doen. Zo spoedig mogelijk kent vanaf 2025 daarom een uiterste termijn van acht weken.

Let op! De regel dat je de btw-suppletie moet indienen voordat je weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst al bekend was of zou worden met de te weinig aangegeven of afgedragen btw, blijft ook gewoon in stand.

De termijn van acht weken is gelijk aan de termijn die geldt voor het indienen van een correctiebericht loonheffingen. Hiermee geldt dus voor de btw en de loonheffingen vanaf 2025 eenzelfde termijn.

Overgangsrecht

De termijn van acht weken geldt vanaf 1 januari 2025. Er geldt overgangsrecht voor ondernemers die vóór 1 januari 2025 al constateerden dat ze een btw-suppletie moesten doen. Voor hen begint op 1 januari 2025 de termijn van acht weken te lopen. Zij moeten dus vóór 26 februari 2025 een btw-suppletie hebben ingediend.

Btw-suppletie € 1.000 of minder

Moet je € 1.000 of minder btw suppleren, dan doe je dat niet in een btw-suppletie. Je verwerkt deze correctie namelijk in de eerstvolgende btw-aangifte.

Vergrijpboete

Het niet (op tijd) indienen van een btw-suppletie is een overtreding. Als sprake is van opzet of grove schuld kan de Belastingdienst hiervoor een vergrijpboete opleggen van maximaal 100% van het bedrag van de niet (op tijd) ingediende btw-suppletie.

Let op! De Belastingdienst legt geen vergrijpboete op als het gaat om btw-suppleties van € 1.000 of minder.

Belastingrente

De Belastingdienst berekent belastingrente als jouw btw-suppletie leidt tot een te betalen btw-bedrag. Moet je over het belastingjaar 2024 btw suppleren, dan kan je de belastingrente voorkomen door vóór 1 april 2025 jouw btw-suppletie in te dienen. In dat geval berekent de Belastingdienst geen belastingrente.

Let op! Dien je vóór 1 april 2025 jouw btw-suppletie 2024 in, dan voorkomt je weliswaar de belastingrente. Maar als je al eerder constateerde dat je btw over 2024 moest suppleren en je doet dit niet binnen acht weken na deze constatering, kan de Belastingdienst mogelijk wel een vergrijpboete opleggen! De deadline van 1 april 2025 is dus niet langer de enige van belang zijnde deadline.

Door |2025-01-09T15:25:10+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw-suppletie vanaf 2025 binnen acht weken!

Compensatie voor eHerkenning verlengd

Ondernemers kunnen twee jaar langer een vergoeding krijgen voor de kosten van eHerkenning. De vergoeding bedraagt € 24,20 per jaar en blijft beschikbaar tot en met 2026.

Let op! De vergoedingsregeling geldt niet voor eenmanszaken. Zij kunnen namelijk bij de aangifte kosteloos gebruik maken van DigiD.

EHerkenning

Typen

EHerkenning is een veilig gedigitaliseerd communicatiemiddel waarmee inmiddels met enige honderden overheidsinstanties gecommuniceerd kan worden. Aan het gebruik ervan zijn kosten verbonden. De vergoeding voor eHerkenning is destijds ingevoerd omdat de politiek van mening was dat het indienen van belastingaangifte kosteloos moet blijven.

Geen compensatie meer

De vergoeding die beschikbaar is voor organisaties die online belastingaangifte moeten doen via Mijn Belastingdienst Zakelijk, maar niet kunnen beschikken over het Belastingdienst EH3-inlogmiddel en ook niet op een andere manier digitaal aangifte kunnen doen, wordt wel afgeschaft. Dit betreft vooral organisaties die niet kunnen worden ingeschreven in het Handelsregister, zoals ambassades.

Door |2025-01-09T11:57:43+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Compensatie voor eHerkenning verlengd

Advieswijzer Dealen met duurzaamheid in het mkb

Duurzaamheid is de toekomst, dat weten we zo langzamerhand wel. En dat het jouw bedrijf raakt ook. Toch kan het zijn dat je er nog niet mee begonnen bent, of dat je minder doet dan dat je zou moeten doen. Maar, heb je binnenkort een lening nodig, of zit er in jouw keten een grote leverancier, lukt het je niet om jonge mensen aan te trekken of heb je opdrachtgevers die vragen om concreet bewijs over hoe je maatschappelijk verantwoord onderneemt en wat jouw inzet is bij het verduurzamen van jouw keten? Dan lees je in deze advieswijzer waarom het zo belangrijk is om er nu écht werk van te maken, tips over hoe je snel kan beginnen en welke kansen het je kan opleveren.

Urgentie 1: De komst van de CSRD raakt grote én kleine bedrijven

De heel grote bedrijven, zoals Philips, Heijmans, NS en banken, rapporteren al volgens de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Dit is een nieuwe EU-wet, die grote bedrijven verplicht om transparant te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties. Niet in vage claims, maar concreet onderbouwd met data en bewijslast over hun eigen bedrijf én over de keten. Voor grote ondernemingen geldt de CSRD vanaf dit jaar, het boekjaar 2025. Bedrijven worden gezien als grote onderneming als ze twee opeenvolgende jaren aan minstens twee van de volgende drie kenmerken voldoen:

  • Minimaal 250 fte personeelsleden
  • Minimaal € 50 miljoen omzet
  • Minimaal € 25 miljoen balanstotaal

Tijdlijn CSRD

Deze rapportageverplichting vraagt zo veel concrete data, dat veel CSRD-plichtige bedrijven gestart zijn met het ophalen van informatie uit de keten. Misschien heb je dit al gemerkt, doordat je verschillende vragenlijsten heeft moeten invullen voor deze bedrijven over algemene bedrijfsinformatie, de herkomst van producten/diensten, materiaalgebruik en de CO2-uitstoot van een product. Of omdat je bent uitgenodigd voor een ronde tafel met meerdere leveranciers uit de keten.

Urgentie 2: Nog meer wet- en regelgeving met impact

Verbruik je bijvoorbeeld meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas(equivalent) per jaar, heb je vastgoed of meer dan 100 werknemers? Dan komt er naast de CSRD helaas nog meer wet- en regelgeving op je af. Een willekeurige greep uit deze (aankomende) wetten: zero-emissiezone, CBAM, werkgebonden personenmobiliteit, informatieplicht energiebesparing, energielabel C voor bedrijfspanden, UPV, de wet tegen greenwashing etc.

Tip! Zet informatie, data en bewijslast over jouw duurzame beleid,
initiatieven en resultaten op papier en verstuur deze proactief naar leveranciers en klanten. Daarmee kan je mogelijkerwijs voorkomen dat zij bepalen welke informatie je bij hen moet aanleveren.

Let op! Weet welke wet- en regelgeving op jouw business of sector van toepassing is en welke acties je moet ondernemen om eraan te voldoen! Beperk je niet alleen tot het milieu (E), maar kijk ook naar wetgeving gericht op sociaal (S) en bestuur (G).

Tip! Op de site van SRA staat de Urgentielijn, waar per sector wordt aangegeven welke wetgeving relevant is.

Urgentie 3: Banken en investeerders vragen om onderbouwde duurzaamheidsinformatie

Banken en investeerders moeten zich al verantwoorden vanuit de voor hun geldende EU-wetgeving (SFDR) over hoe zij hun kapitaalstromen aanwenden voor een duurzame economie. Dus als je binnenkort een lening voor een investering wilt afsluiten, zal jouw bank waarschijnlijk – naast financiële – ook niet-financiële vragen gaan stellen bij het continueren of uitbreiding van kredietfaciliteiten, zoals vragen over de door jouw bedrijf veroorzaakte CO2-uitstoot, een externe klokkenluidersregeling, het aantal vrouwen in de directie en/of het ziekteverzuim.

Let op! CSRD-plichtige bedrijven bepalen aan de hand van de ‘dubbele materialiteitsanalyse’ wat de belangrijkste duurzame thema’s zijn. Niet alleen voor het eigen bedrijf, maar ook voor andere belanghebbenden en hun keten. Leg jouw duurzame thema’s naast deze dubbele materialiteit (zie jaarverslagen en informatie uit de sector) en zorg voor aansluiting.

Voorbeeld in de bouwsector, zie jaarverslagen op de websites:
Op p. 82-86 lees je meer over de dubbele materialiteitsanalyse van BAM. Deze kun je vergelijken met de dubbele materialiteitsanalyse van Boskalis (p. 14-15).

Urgentie 4: Duurzaamheid als voorwaarde bij offertes en aanbestedingen

In bepaalde branches (zoals transport en bouw), maar ook bij overheden, maak je meer kans, of moet je zelfs voldoen aan bepaalde milieustandaarden – zoals de CO2-prestatieladder, Lean & Green, Prestatieladder Sociaal Ondernemen of IS14001 –, bij offerterondes en aanbestedingen.

Let op! Zoek uit welke (duurzame, sociale, milieu) certificeringen belangrijk zijn in jouw sector of voor jouw klanten. Bekijk wat er nodig is om zelf zo’n certificaat te halen en wat het oplevert!

Urgentie 5: Jongere generatie kiest voor bewustere banen

In de huidige krappe arbeidsmarkt hebben starters de banen voor het uitzoeken en kunnen ze dus kritisch zijn. Het maken van positieve impact is steeds vaker een doorslaggevende factor om te kiezen voor een baan bij een duurzamer bedrijf.

Tip! Vertel op jouw website en in de nieuwsbrief over jouw duurzame activiteiten en benoem duurzaamheid in je vacatureteksten! Ook als je nog niet zo tevreden bent over de duurzame prestaties.

Voorbeelden in de retailsector: 
Bij Herman Vaessen zijn er meer dan 10% werknemers met afstand tot de arbeidsmarkt. Daarover vertellen ze meer op hun website, als bewijslast hebben ze het keurmerk PSO. Bij Pean Buiten maken ze telkens weer een nieuwe video over hun duurzame initiatieven om hun gasten te inspireren voor een duurzame levensstijl. Interstuhl Benelux werkt samen met zijn dealers aan o.a. circulair kantoorontwerp en plastic reductie.

7 tips om duurzaamheid om te zetten in businesskansen

Als je het al niet was, dan hebben de vijf genoemde urgenties je er vast van overtuigd dat je nu écht werk moet gaan maken van duurzaamheid. Het belangrijkste is dat je begint. Het hoeft niet meteen perfect te zijn! We hebben 7 tips om snel en effectief te starten met de belangrijkste kansen:

  1. Spreek intern jouw commitment uit voor duurzaamheid. Versterk jouw missie, visie en strategie met duurzaamheid.
  2. Formeer een team dat gestructureerd aan duurzaamheid kan werken.
  3. Ga in gesprek met ons als accountant, jouw leveranciers en klanten: wat vinden zij het belangrijkst? Wat willen ze weten? Waarmee kan je zich onderscheiden? Hoe doe je het ten opzichte van jouw concurrenten op dit vlak?
  4. Inventariseer wat je al doet aan de belangrijkste duurzame thema’s en waar je moet of kan verbeteren. Stel een verbeterplan op en houd actief bij wat de vooruitgang is. Als je dit lastig vindt, zoek dan hulp van een deskundige stagiair of externe partij.
  5. Onderzoek of er subsidies beschikbaar zijn voor jouw plannen, of vraag ons naar de mogelijkheden. Denk ook aan kansen op het gebied van groene financiering.
  6. Sluit aan bij een duurzaam netwerk voor informatie, inspiratie en kennisdeling met gelijkgestemden. Als er lokaal geen netwerk voorhanden is, word dan lid van MVO Nederland en abonneer je op de berichten van Online Kenniscentrum Duurzaam Ondernemen.
  7. Besteed duurzaamheid niet uit aan één persoon binnen jouw bedrijf en leg het ook niet volledig in handen van een externe partij. Verdiep je erin, doe zelf mee, maak het een onderdeel van jouw bedrijfsvoering en faciliteer jouw team!

Pak uw kans!

Bedrijven die al volop bezig zijn met hun duurzame ontwikkeling laten zien dat ze succes boeken hiermee. Sterker nog, deze bedrijven hebben een gezond verdienmodel ontwikkeld, komen gemakkelijker aan financiering (met een gunstige rente), hebben zeer gemotiveerd personeel, komen makkelijker aan nieuw personeel en hebben een goede reputatie bij hun leveranciers en klanten. Zij weten hun maatschappelijke relevantie aan te tonen en bieden meer kans op bedrijfsopvolging. Dat wilt je toch ook?!

Neem contact op met jouw adviseur als we je hierbij kunnen helpen. Een duurzame strategie is niet alleen een kans maar is ook een voorwaarde om toekomstbestendig te zijn. We denken graag mee.

Door |2025-01-09T15:09:05+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Dealen met duurzaamheid in het mkb

Advieswijzer De CSRD, en wat kan ik ermee?

De Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD) verplicht grote ondernemingen om te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties: niet alleen van de eigen onderneming, maar ook van hun partners in de waardeketen. Dus ook als u niet onder de CSRD-regels valt, komt u er via uw ketenpartners, leveranciers, opdrachtgevers of de bank toch mee in aanraking. Voor alle partijen een grote uitdaging, met als belangrijkste advies: begin op tijd met de eerste stappen. Bent u nog niet begonnen, dan luidt het dringende advies om nu te starten met de voorbereidingen.

Europa streeft naar een energieneutrale, duurzame economie in 2050 om de wereld leefbaar te houden voor volgende generaties. Daarvoor zijn allerlei maatregelen in werking gesteld, waaronder de nieuwe EU-wet, de Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD). Waar de een het ervaart als een last, ervaart de ander het juist als een kans. Duidelijk is dat grote bedrijven niet meer wegkomen met loze beloftes (greenwashing) en dus transparant moeten zijn over hun duurzaamheidsprestaties. Niet alleen terugblikkend, maar ook vooruitziend, concreet onderbouwd met data.

De controlegrenzen van de CSRD

Of jouw bedrijf onder de CSRD-wetgeving valt, is vanaf dit boekjaar (2025) het geval als je voldoet aan twee van de drie criteria:
– Minimaal 250 fte personeelsleden
– Minimaal € 50 miljoen omzet
– Minimaal € 25 miljoen balanstotaal

Rapporteren volgens de ESRS

Als je CSRD-plichtig bent, dan betekent dit dat je moet gaan rapporteren over jouw duurzame prestaties en wel volgens de standaarden van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). In totaal zijn er twaalf ESRS-standaarden met bijna 1200 datapunten.

De heel grote bedrijven, zoals Philips, Heijmans en NS, rapporteren al volgens de CSRD. Voor de volgende groep geldt dat over dit boekjaar (2025, zie tijdlijn). Dat lijkt nog ver weg, maar uit ervaring blijkt dat het inregelen van de CSRD wel één tot twee jaar in beslag neemt, afhankelijk van waar je staat in jouw duurzame ontwikkeling, de mate van digitalisering en beschikbare mensen en middelen. Binnen de CSRD is er veel aandacht voor inzicht in risico’s en impact, het opstellen en beschikbaar maken van beleid, het stellen van doelen en het meten van vooruitgang. De standaarden richten zich daarbij niet enkel op de eigen onderneming. Ze vereisen ook dat bedrijven informatie uit en over hun waardeketen verzamelen en publiceren.

Van een breder perspectief naar focus op materiële onderwerpen

In totaal zijn er dus zo’n 1.200 datapunten waarover gerapporteerd kan worden. Gelukkig hoef je niet over al die punten te rapporteren. Via de dubbele materialiteitsanalyse bepaal je welke ESG-thema’s (Environment, Social en Governance) het relevantst zijn voor jouw bedrijfsvoering en belanghebbenden (stakeholders). Per thema vereisen de standaarden beleid, actieplannen, doelen en prestaties.

De dubbele materialiteitsanalyse help je om focus aan te brengen op de (duurzame) thema’s die er echt toe doen. Dit gaat twee kanten op (vandaar het woord ‘dubbel’): welke impact heeft jouw business op de wereld (bijvoorbeeld CO2-emissies, verlies van biodiversiteit, geluidsoverlast) en welke impact heeft de wereld op jouw business (bijvoorbeeld locatie in een zero-emissiezone, watertekort of -overlast, personeelstekort door krappe arbeidsmarkt)? Het gaat dus om zowel de impactmaterialiteit (inside-out-benadering) als de financiële materialiteit (outside-in-benadering), waarbij een ESG-thema materieel is als het al aan een van de twee voldoet.

Wie betrek je wel of niet

Om het bredere perspectief goed in kaart te brengen, is het van belang dat je weet wie jouw belanghebbenden (stakeholders) zijn en over welke thema’s deze partijen geïnformeerd willen worden. Belanghebbenden zijn klanten, medewerkers, leveranciers, banken, maar denk ook aan de lokale leefomgeving, gemeente, media of belangenorganisaties. Je bepaalt zelf wie je meeneemt in dit proces. De CSRD zegt ook niets over het aantal dat je moet raadplegen. Wat wel belangrijk is, is dat je de belanghebbenden die de meeste impact ondervinden van jouw bedrijfsactiviteiten meeneemt in de analyse. Daarnaast is de keuze van wat je met welke stakeholders gaat bespreken ook belangrijk. Met je medewerkers gaat het bijvoorbeeld over de werk-privébalans, veiligheid, diversiteit & inclusiviteit en gelijke beloning. Met klanten gaat het bijvoorbeeld om de herkomst van producten en diensten, kinderarbeid of dierenleed, mogelijkheden om klachten te adresseren of hulp te krijgen, eerlijke marketing en communicatie. Je kan hiervoor een enquête uitsturen naar alle groepen stakeholders, maar je mag ook een interactieve sessie organiseren waarbij je het A4-blad met materiële onderwerpen (zie verderop) toetst.

Materiële onderwerpen verschillen per sector

Wat voor het ene bedrijf een materieel onderwerp is, doet er voor een ander bedrijf helemaal niet toe. Dit hangt af van jouw bedrijfsmodel, kernactiviteiten en in welke sector je verkeert. Voor een bouwbedrijf is ‘fairtrade’-koffie in de koffieautomaat natuurlijk goed, maar niet materieel. In de bouw draait het om materialenpaspoorten van bouwmaterialen, circulair oogsten bij renovatieprojecten en/of over de CO2- en stikstofuitstoot bij nieuwbouwprojecten en om veiligheid en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers. Terwijl voor een bedrijf dat koffie produceert en verkoopt ‘eerlijke’ koffie wel degelijk een materieel onderwerp is. Verder geldt min of meer: hoe complexer de business, des te meer materiële onderwerpen en dus hoe uitdagender het kan zijn om daar in lijn met de CSRD over te rapporteren. Het goede nieuws is dat veel bedrijven al de nodige aandacht besteden aan duurzaamheidsaspecten. Als dat ook voor jouw bedrijf het geval is, hoef je gelukkig niet op ‘0’ te beginnen.

Binnen nu en twee jaar worden vanuit de wetgeving (EFRAG) nog sectorspecifieke standaarden verwacht. Bovendien komen er proportionele standaarden voor de beursgenoteerde mkb-ondernemingen die ingaan vanaf boekjaar 2026 (afkorting: LSME). Mkb-ondernemingen zonder beursnotering kunnen ook vrijwillig gebruik gaan maken van de proportionele standaarden (afkorting: VSME). Deze standaarden zijn in concept beschikbaar.

Nadat de materiële thema’s zijn vastgesteld, moet je per onderwerp risico’s en kansen inventariseren, beleid en acties beschrijven, doelen stellen en rapporteren over prestaties.

Hoe ziet het CSRD-proces eruit?

Het onderstaande proces biedt een overzicht voor bedrijven die toewerken naar de CSRD-verplichting en voor bedrijven die vrijwillig willen rapporteren over ESG-prestaties.

Aanpak CSRD-plichtige klanten

De eerste stap in het proces, inventarisatie, gaat over de voorbereidingen. Hoe pak je dat het beste aan?

Zeven simpele stappen om snel te beginnen met de inventarisatie

  1. Stel een team samen. Gezien de brede scope van CSRD en de ESG-impact die voortvloeit uit diverse activiteiten van jouw bedrijf, is het samenstellen van een team met een gezonde mix van expertise en kennis vanuit verschillende hoeken van de organisatie vereist. Wijs daarnaast een collega aan die projectmanager is van het CSRD-project. Het is belangrijk dat deze collega voldoende statuur en invloed heeft binnen de organisatie. Dit is essentieel om de nodige veranderingen te bewerkstelligen om straks te kunnen voldoen aan de CSRD.
  2. Beleg een kick-off waarbij onder andere kennis wordt gedeeld om het CSRD-team bekend te maken met de CSRD en de dubbele materialiteitsanalyse. Zorg dat het onderwerp CSRD een vast punt wordt op het managementoverleg om betrokkenheid van de directie en het managementteam te houden.
  3. Oriënteer je door middel van externe bronnen. Lees bijvoorbeeld een paar jaarverslagen van organisaties binnen jouw sector. Een goede bron om deze verslagen te vinden, is duurzaamheidsverslag.nl. Check ook de (dubbele) materialiteitsanalyse: welke materiële onderwerpen komen iedere keer terug en wat rapporteren ze daarover (doelstellingen, KPI’s en acties)? Ook brancheverenigingen bieden steeds vaker dit soort informatie aan. Zij beschouwen ook vaak trends, wetgeving en ontwikkelingen op landelijk niveau of zelfs op wereldschaal.
    Hierna begin je met het inventariseren van het bedrijfsprofiel, de waardeketen, de stakeholders en de huidige duurzaamheidsinitiatieven.
  4. Creëer een bedrijfsprofiel en maak duidelijk wat de toegevoegde waarde is voor belanghebbenden en de samenleving. Je beschrijft met andere woorden jouw organisatie en waar de impacts liggen. In dit bedrijfsprofiel geef je inzicht in het bedrijfsmodel van de onderneming, welke producten worden geleverd, welke bronnen de onderneming daarvoor nodig heeft, welke reststromen de onderneming genereert en uiteindelijk welke waarde dat toevoegt.
  5. Breng de waardeketen in kaart. Het ESRS-raamwerk vereist echter niet alleen rapportage over de impacts van de eigen activiteiten van de organisatie, maar ook over de impacts die in de waardeketen worden veroorzaakt. Maak een schematische tekening van de waardeketen, beginnend met de directe partners (leveranciers, klanten) en werk vandaaruit de keten in beide richtingen verder uit.
  6. Stakeholders identificeren: weet wie jouw belanghebbenden (stakeholders) zijn. Je krijgt al een goed beeld van wie dit zijn en welke onderwerpen bij hen spelen door intern informatie op te halen. Je kan het ESRS-framework gebruiken als praatplaat. Wil je weten wat er in de sector of bij concurrenten speelt? Ga dan in gesprek met jouw verkopers of juist bij de inkopers. Wil je weten wat er leeft onder de medewerkers? Maak een afspraak met HRM. Wil je weten waar banken en investeerders naar vragen? Vraag het jouw financieel directeur. Wil je weten hoe de media over jouw sector schrijft of welke duurzame thema’s steeds weer terugkomen? Check dan jouw marketingcommunicatiemedewerker. Besluit welke stakeholders je meeneemt in de dubbele materialiteitsanalyse. Door de juiste stakeholders te betrekken bij het identificeren van relevante onderwerpen en prioriteiten, worden de belangen van zowel jouw bedrijf als de samenleving beter vertegenwoordigd.
  7. Inventariseer tot slot de huidige duurzaamheidsinitiatieven, waaronder certificeringen. Deze certificeringen hebben vaak al een directe link met de standaarden van de CSRD, de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Denk aan ISO 14001, de CO2-prestatieladder en Lean & Green voor bijvoorbeeld ESRS E1 Klimaatverandering. Analyseer welke onderwerpen door certificeringen al geraakt worden.

Als je deze stappen heeft doorlopen, ben je klaar voor de volgende fase in het proces naar een CSRD-rapportage: de dubbele materialiteitsanalyse.

Zo ziet een dubbele materialiteitsanalyse eruit: voorbeeld Nationale Spoorwegen (NS)
De NS heeft de de materiële thema’s in het jaarverslag over 2023 met de stakeholders herijkt en vervolgens verrijkt met concrete doelen en resultaten.

Draai het om: CSRD, wat kan ik ermee?

Natuurlijk is voldoen aan de CSRD een flinke klus, maar het komt er nu eenmaal aan en het gaat niet meer weg. Als je de CSRD eenmaal omarmd heeft, zal je zien dat het wel degelijk meerwaarde creëert voor jouw bedrijf, bijvoorbeeld omdat je een breder beeld krijgt van wat er speelt in jouw sector door in gesprek te gaan met verschillende stakeholders met verschillende belangen. En, waar je eerst twijfelde over duurzame investeringen omdat je daardoor duurder zou zijn dan concurrenten, kan het – door de transparantie waar de CSRD voor zorgt – juist nieuwe business genereren. Er is in ieder geval genoeg bewijs van koplopers die inmiddels een gezond duurzaam verdienmodel hebben ontwikkeld. Sterker nog, deze bedrijven komen gemakkelijker aan financiering (met een gunstige rente), hebben zeer gemotiveerd personeel en een sterke reputatie bij hun leveranciers en klanten. Zij weten hun relevantie aan te tonen en bieden meer kans op bedrijfsopvolging. Dus draai het om en zie het als een kans: CSRD, dit kan ik ermee!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-01-09T15:54:54+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer De CSRD, en wat kan ik ermee?

Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

Wil je in 2025 jouw kinderen, kleinkinderen of anderen een geldbedrag schenken? Wat zijn dan voor dit jaar de belastingvrije bedragen?

Schenken aan jouw kinderen

Geld

De meeste vrijstellingen bestaan voor schenkingen aan jouw kinderen. In 2025 kan je hun belastingvrij een bedrag van € 6.713 schenken. Tevens mag je aan jouw kind in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar eenmalig een vrij te besteden bedrag van € 32.195 schenken. De dag van de 40e verjaardag telt hiervoor ook nog mee.

Let op! Schenk je dit verhoogde bedrag, dan mag je in dat jaar niet ook nog eens het belastingvrije bedrag van € 6.713 schenken.

Eenmalig voor een dure studie

Je mag ook eenmalig een verhoogde belastingvrije schenking doen aan jouw kind ten behoeve van een dure studie. Deze vrijstelling ligt hoger en bedraagt € 67.064. Deze vrijstelling geldt ook nu weer alleen voor jouw kind met een leeftijd tussen 18 en 40 jaar, inclusief de 40e verjaardag.

Let op! De schenking voor een dure studie is eenmalig én in plaats van de eenmalig verhoogde vrije schenking van € 32.195. Je mag dus niet van beide verhoogde schenkvrijstellingen gebruikmaken voor eenzelfde kind.

Schenkingen aan derden

Voor een schenking aan een derde, dit zijn ook jouw kleinkinderen, geldt in 2025 een vrijstelling van € 2.690. Dit bedrag mag je dus ook belastingvrij schenken aan een goede vriend, neef of andere begunstigde.

Let op! De speciale schenking ten behoeve van de aankoop van een eigen woning is per 2024 afgeschaft.

Schenk je meer dan de vrijstelling?

Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over een bedrag tot € 154.197. Vanaf € 154.197 is het tarief 20%. Voor kleinkinderen en verdere afstammelingen zijn de tarieven 18% tot € 154.197 en 36% vanaf € 154.197. Voor overige personen, bijvoorbeeld een vriend of een willekeurige derde, is het tarief 30% tot € 154.197 en 40% vanaf € 154.197.

Ontvanger betaalt

Bij een schenking betaalt de ontvanger ervan de schenkbelasting. Je kan er als schenker ook voor kiezen zelf de schenkbelasting te betalen, maar houd er dan rekening mee dat ook dit bedrag als schenking wordt gezien.

Voorbeeld

Je schenkt in 2025 jouw kind van 27 jaar € 200.000. Als je nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, is de eerste € 32.195 belastingvrij (je doet dan een beroep op de eenmalige vrijstelling). Over de volgende € 154.197 betaal je 10% belasting en over de laatste € 13.608 20%. Er dient dus door jouw kind € 15.419 + € 2.721 = € 18.140 aan schenkbelasting af te worden gedragen. Neem je de schenkbelasting voor jouw rekening, dan bedraagt deze niet € 18.140 maar € 22.675. Dit omdat het bedrag van de schenkbelasting dan ook als schenking wordt gezien.

Let op! Op 13 december 2024 heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen de Tweede Kamer een evaluatierapport gestuurd over de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor een dure studie. Uit deze evaluatie volgde dat er geen noodzaak bestaat voor beide eenmalig verhoogde schenkingsvrijstellingen. De kabinetsreactie op dit rapport wordt in het voorjaar van 2025 verwacht. Houd er rekening mee dat het kabinet dan mogelijk aankondigt dat deze schenkingsvrijstellingen worden afgeschaft, versoberd of hervormd.

Door |2025-01-09T14:48:28+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

COVER: duurzame subsidie voor mkb-ondernemersorganisaties

Ondernemersorganisaties in het mkb kunnen vanaf 14 januari 2025 de nieuwe subsidie Collectieven mkb Verduurzaming Reisgedrag (COVER) aanvragen. Met de subsidie kunnen projecten gefinancierd worden, gericht op een blijvende vergroening van het reisgedrag van werknemers.

Subsidie Collectieven mkb Verduurzaming Reisgedrag (COVER)

Auto

De subsidie COVER is gericht op het verminderen van fossiele brandstoffen met betrekking tot vervoer in verband met het werk. Het kan daarbij gaan om woon-werkverkeer en om zakelijke reizen, niet om vrachtvervoer. Eén van de eisen van COVER is dat tegenover 1 kilo CO2-reductie maximaal € 0,75 subsidie mag staan.

Voor wie?

De subsidie is alleen beschikbaar voor projecten die worden ingediend door ondernemersorganisaties, zoals brancheorganisaties, ondernemersverenigingen of bedrijfsinvesteringszones voor het mkb. De organisatie zelf moet een rechtspersoon zijn, zoals een vereniging. Daarnaast moet de organisatie voor minstens de helft uit mkb-ondernemers bestaan die minder dan 250 werknemers in dienst hebben.

Omvang subsidie

Van een project wordt maximaal 75% via de COVER gefinancierd. De subsidie moet per project minimaal € 10.000 bedragen en maximaal € 100.000. Voor de COVER is in totaal een bedrag van € 2,5 miljoen beschikbaar.

Voorbeelden

Een project in het kader van COVER kan bijvoorbeeld bestaan uit cao-afspraken over duurzame mobiliteit in jouw branche, een mobiliteitsplan voor een groep ondernemingen of projecten om thuiswerken te ontwikkelen en uit te voeren.

Projectplan

Jouw aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een ingediend projectplan. Op RVO.nl zijn hiervoor twee formats aanwezig die gebruikt kunnen worden. Ook voor de onderbouwing van jouw begroting is een format beschikbaar.

Aanvragen

Je kan de subsidie COVER digitaal aanvragen vanaf 14 januari 2025 9.00 uur tot en met 1 oktober 2025 12.00 uur. Na jouw aanvraag ontvang je binnen 13 weken bericht. Als je subsidie krijgt toegekend, ontvang je in eerste instantie 90% van het subsidiebedrag als voorschot.

Door |2025-01-09T14:56:14+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor COVER: duurzame subsidie voor mkb-ondernemersorganisaties