Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 669 blog entries.
  • Nieuwsbrief oktober 2025

Nieuwsbrief oktober 2025

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 20 oktober 2025, 20:00 uur.


1. 10 belangrijke Eindejaarstips

Wat kunt u of moet u als ondernemer, dga, werkgever of particulier aan het einde van 2025 regelen? Wat verandert er per 2026 waar u nu nog op kunt anticiperen? We geven u tien belangrijke tips.

1. Anticipeer op 12% extra belasting fossiele personenauto van de zaak
Werkgevers gaan extra belasting betalen als ze vanaf 1 januari 2027 een fossiele personenauto van de zaak (CO2-uitstoot groter dan nul) voor het eerst aan hun werknemer ook voor privégebruik ter beschikking stellen. Het addertje onder het gras bij deze regeling is dat woon-werkverkeer ook privé is! De belasting bedraagt in beginsel 12% van de cataloguswaarde. Voor personenauto’s die vóór 2027 ter beschikking worden gesteld, gaat de heffing pas in per 17 september 2030. Houd daarom ook al rekening met de regeling als u overweegt om voor 2027 nog fossiele personenauto’s voor het eerst ter beschikking te stellen. Bij een aanschaf of een leasecontract met een langere looptijd wilt u wellicht al kiezen voor een emissievrije personenauto.

Let op!
De bijtelling van de auto van de zaak blijft ook gewoon bestaan! De lagere bijtelling voor een auto van de zaak die geen CO2 uitstoot, vervalt echter per 2026. Schaft u nog in 2025 een elektrische auto aan, dan heeft u nog wel maximaal vijf jaar profijt van de lage bijtelling.

2. Plan de samenstelling van uw vermogen box 3
Heeft u privévermogen, dan is het van belang rekening te houden met de belastingheffing die u moet betalen over de verschillende typen vermogens in box 3. De hoogte van de box 3-belasting hangt namelijk niet alleen af van de hoogte van uw vermogen, maar ook van de samenstelling. Bovendien tellen roerende zaken in eigen gebruik (denk aan inboedel, juwelen of een boot) niet mee in box 3. U kunt dan ook belasting besparen door slim te plannen rondom de peildatum van 1 januari 2026. Koop roerende zaken voor eigen gebruik daarom vóór 1 januari 2026 in plaats van net daarna. En heeft u een onroerende zaak in box 3 verkocht, kijk dan of deze nog vóór 1 januari 2026 bij de notaris overgedragen kan worden. Dan bedraagt het wettelijk vastgestelde rendement hierover op 1 januari 2026 geen 7,78%, maar het veel lagere wettelijk vastgestelde rendement dat voor banktegoeden geldt.

Let op!
De advisering rondom box 3 is altijd maatwerk en omvat meer dan hiervoor beschreven. Raadpleeg daarom uw adviseur voor uw eigen situatie.

3. Controleer of u de tegenbewijsregeling box 3 kunt toepassen
Is uw totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het totaal berekende wettelijk vastgestelde rendement, dan kunt u misschien een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. De Hoge Raad sprak zich hierover vanaf medio 2024 uit. In beginsel is het mogelijk om voor de jaren 2017 tot en met 2027 een beroep te doen op de tegenbewijsregeling box 3. Voor de jaren 2017-2020 kan dat echter alleen als uw definitieve aanslag IB op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én u tijdig bezwaar maakte of verzocht om ambtshalve vermindering. Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). De Belastingdienst verstuurt vanaf juli gefaseerd brieven. Neem na ontvangst van deze brief zo snel mogelijk contact op met onze adviseurs. De reactietermijn is in bepaalde gevallen namelijk maar twaalf weken!

Let op!
De berekening van het werkelijk rendement is waarschijnlijk anders dan u in gedachten heeft voor een werkelijk rendement. Zo tellen bijvoorbeeld ook de nog niet gerealiseerde waardeveranderingen mee. Neem voor de beoordeling of u een beroep kunt doen op de tegenbewijsregeling box 3 daarom contact op met onze adviseurs.

Tip!
Is uw werkelijk rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U betaalt dan gewoon box 3-heffing op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

4. Dividend uitkeren of nog niet?
Het tarief in box 2 bedraagt in 2025 24,5% tot een inkomen van € 67.804 (of € 135.608 voor fiscale partners gezamenlijk). Over het meerdere bedraagt het tarief in 2025 31%. Het is daarom aantrekkelijker om dividend uit te keren tot € 67.804 (bij fiscale partners € 135.608) dan een hoger bedrag. Ga na welke bedragen aan dividend u de komende jaren wilt uitkeren en houd hierbij rekening met deze tariefverschillen.

5. Anticipeer op btw-herzieningsdiensten vanaf 2026
Voor investeringen in roerende en onroerende goederen geldt nu al een btw-herzieningsregeling. Vanaf 2026 gaat ook een btw-herzieningsregeling gelden voor diensten van minimaal € 30.000 (excl. btw) aan onroerende zaken. Deze investeringsdiensten worden vanaf 2026 gevolgd in het jaar van ingebruikname, plus de vier daaropvolgende jaren. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

De btw-herzieningsregeling geldt alleen voor diensten die de onroerende zaak meerjarig dienen, zoals het vernieuwen en onderhouden van onroerende zaken, maar ook voor met een verbouwing samenhangende sloopwerkzaamheden. Ook materialen, installaties, machines en werktuigen die opgaan in een dienst en na installatie of montage hun zelfstandigheid verliezen, worden gezien als onderdeel van de investeringsdienst.

De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor investeringsdiensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze investeringsdiensten dus nog vóór deze datum in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de regeling.

Tip!
De grens van € 30.000 geldt per dienst.

6. Handhaving op schijnzelfstandigheid
Na jarenlang zonder handhaving (behalve bij kwaadwilligen), is de Belastingdienst vanaf 1 januari 2025 weer gaan handhaven op schijnzelfstandigheid. Houd er rekening mee dat er vanaf 2026 ook weer boetes opgelegd kunnen worden, ook wanneer er geen sprake is van opzet of kwade trouw. Er is sprake van schijnzelfstandigheid als een zelfstandige (zzp’er) volgens de wettelijke regels eigenlijk in dienst is bij een opdrachtgever. Werkt u met zelfstandigen? Controleer dan goed of deze eigenlijk niet bij u in dienst zouden moeten zijn. Welke afspraken heeft u gemaakt, hoe heeft u dit vastgelegd en sluiten de afspraken ook daadwerkelijk aan bij de praktijk?

Let op!
Contractuele afspraken komen niet altijd overeen met hoe in de praktijk wordt gewerkt. De uitvoering van de werkzaamheden in de praktijk is doorslaggevend.

7. Koop tweede woning pas in 2026
Bent u van plan een woning aan te schaffen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken, bijvoorbeeld een woning voor de verhuur aan uw kind? Wacht – indien mogelijk – hiermee dan tot na 2025. Vanaf 2026 wordt de overdrachtsbelasting voor woningen die u niet zelf als hoofdverblijf gaat gebruiken namelijk verlaagd van 10,4 naar 8%. Dat kan behoorlijk in de portemonnee schelen. Zo bedraagt het voordeel voor een woning met een waarde van € 500.000 bijvoorbeeld al € 12.000.

8. Benut uw vrije ruimte
Binnen de werkkostenregeling betaalt u als werkgever geen belasting als u met uw vergoedingen en verstrekkingen aan uw personeel binnen de vrije ruimte blijft. Deze bedraagt in 2025 2% tot een totale fiscale loonsom van € 400.000 en 1,18% daarboven. Ga na of u nog vrije ruimte over heeft en maak hier gebruik van als u uw personeel extra wilt belonen. Een overschot aan vrije ruimte kunt u namelijk niet meenemen naar 2026. Bent u dga met een bv, dan kunt u zichzelf op deze manier ook een belastingvrije bonus cadeau doen, voor zover deze bonus aan de gebruikelijkheidstoets voldoet.

Tip!
Tot een totaalbedrag van € 2.400 per werknemer per jaar gaat de Belastingdienst er in beginsel van uit dat voldaan is aan de gebruikelijkheidstoets.

9. Koop nog dit jaar een lijfrente
Betaalde bedragen voor de aankoop van een lijfrente zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar. Voor degene met een pensioentekort in 2024 bedraagt de fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies in 2025 30% van het inkomen (onder meer winst en loon). De maximale jaarruimte bedraagt in 2025 € 35.798. Misschien heeft u ook nog reserveringsruimte uit voorgaande jaren? Dan kunt u daarvan in 2025 maximaal € 42.108 gebruiken. Zorg wel dat u de lijfrentepremies in 2025 betaalt! Alleen dan kunt u deze nog in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting 2025. Bij betaling in 2025 zijn uw banktegoeden op 1 januari 2026 lager en betaalt u over 2026 wellicht ook minder belasting in box 3.

Let op!
De betaalde bedragen voor lijfrenten zijn alleen aftrekbaar als sprake is van onvoldoende pensioenopbouw. De fiscale jaarruimte 2025 weerspiegelt dit pensioentekort in 2024.

10. Laat uw herinvesteringstermijn niet verlopen
Laat de termijn voor in het verleden gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Een HIR die u in 2022 gevormd heeft, moet u in principe vóór 31 december 2025 benutten. Doet u dat niet, dan valt de HIR vrij en bent u daarover belasting verschuldigd.

Tip!
In bijzondere omstandigheden is soms een langere termijn van herinvesteren mogelijk. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs.

Let op!
Een aantal van bovengenoemde tips is nog niet definitief en moeten nog door de nieuwe Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden goedgekeurd. Daarom overleggen wij graag met u persoonlijk of het verstandig is wel of geen stappen te zetten.


2. Contante betalingen vanaf € 3.000 verboden

Vanaf waarschijnlijk 1 januari 2026 geldt een verbod op contante betalingen vanaf € 3.000 voor goederen. Wat betekent dit voor u?

Contante betalingen vanaf € 3.000
Contante betalingen vanaf € 3.000 zijn vanaf waarschijnlijk 1 januari 2026 in Nederland verboden. Een contante betaling van bijvoorbeeld € 2.999 blijft wel mogelijk.

Een Europees verbod op contante betalingen vanaf € 10.000 volgt in 2027. Dit betekent niet dat de grens in Nederland dan verhoogd wordt naar € 10.000. EU-landen mogen namelijk zelf de grens voor contante betalingen bepalen, zolang deze vanaf 2027 maar onder de € 10.000 ligt.

Alleen voor handelaren
Het verbod gaat gelden voor alle ondernemers die goederen aan- of verkopen, ongeacht in welke sector zij werkzaam zijn. Daarbij maakt het niet uit of de ondernemer aan- of verkoopt aan een andere ondernemer of aan een particulier. In alle gevallen zijn contante betalingen vanaf € 3.000 niet meer toegestaan.

Let op!
Particulieren vallen buiten de verbodsbepaling. Een particulier die bijvoorbeeld via Marktplaats iets verkoopt aan een andere particulier, mag dus nog wel een contante betaling boven de € 3.000 accepteren.

Alleen voor goederen
In eerste instantie gaat het verbod alleen gelden voor de handel in goederen. Een verbod op contante betalingen voor diensten komt in 2027 op basis van Europese regelgeving.

Splitsen transacties
Het heeft geen zin om transacties te splitsen om daarmee de verbodsgrens te ontlopen. Samengestelde transacties vallen ook onder het verbod. Dit geldt bijvoorbeeld als iemand een kunstwerk koopt voor € 7.000 en dit in drie delen betaalt (€ 2.500, € 2.500 en € 2.000).

Let op!
De verbodsbepaling is al door zowel de Tweede als de Eerste Kamer aangenomen. De wet treedt in werking op een nog bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De verwachting is dat dit per 1 januari 2026 zal zijn, maar helemaal zeker is dit nog niet.


3. Pas op bij liquidatie bv met een stamrecht

Wie in het verleden een ontslagvergoeding belastingvrij onderbracht in een bv, moet zich realiseren dat liquidatie van die bv kan leiden tot afkoop van dit stamrecht en dus belastingheffing. Dit ondervond ook een dga die zijn bv liquideerde.

Stamrechtvrijstelling
Tot en met 2013 was het mogelijk om, onder voorwaarden, een ontslagvergoeding belastingvrij onder te brengen in een bv. Kort samengevat: de ontslagvergoeding werd in de bv ondergebracht in een zogenaamd stamrecht, een recht op periodieke uitkeringen voor de ontslagen werknemer. Die uitkeringen mochten niet later ingaan dan in het jaar waarin de ontslagen werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

Als voldaan werd aan alle voorwaarden kon de ontslagvergoeding met toepassing van de stamrechtvrijstelling belastingvrij ondergebracht worden in de bv.

Let op!
Uiteindelijk blijft de ontslagvergoeding over het algemeen niet helemaal belastingvrij. De uitkeringen die later uit het stamrecht door de bv gedaan worden, zijn namelijk wel belast.

Afschaffing en overgangsrecht
Met ingang van 1 januari 2014 werd de stamrechtvrijstelling afgeschaft. Voor al bestaande stamrechten bleef deze echter wel van toepassing. Over de uitkeringen uit het stamrecht is dan ook gewoon nog belasting verschuldigd, ondanks de afschaffing van de vrijstelling. De afschaffing van de stamrechtvrijstelling betekent verder ook niet dat de bv waarin het stamrecht is ondergebracht zonder fiscale consequenties kan worden geliquideerd.

Afkoop stamrecht door liquidatie bv
Dit ondervond ook iemand die in 2009 een ontslagvergoeding met toepassing van de stamrechtvrijstelling onderbracht in een bv. Hij liquideerde deze bv in 2020.

De Belastingdienst stelde dat de dga zijn stamrecht had afgekocht nu er na de liquidatie van de bv geen vermogen meer aanwezig was om de uitkeringen uit het stamrecht te betalen. De Belastingdienst legde vervolgens een navorderingsaanslag op voor de afkoop van dit stamrecht.

Voor de hoogte van de afkoopsom sloot de Belastingdienst aan bij het in de bv aanwezige vermogen op het moment van liquidatie van de bv (in casu € 164.073). De dga was het hier niet mee eens en legde dit voor aan een rechtbank. Die stelde de Belastingdienst in het gelijk.

Let op!
Ook in 2025 zullen er nog legio bv’s zijn met een stamrecht, ontstaan uit een ontslagvergoeding. Heeft u zo’n bv, houd dan rekening met de fiscale claim die nog rust op het in de bv aanwezige stamrecht. Heeft u daar vragen over, neem dan contact op met onze adviseurs.


4. Waarde geschonken woning van WOZ naar WEV vanaf 2027

Als u een woning erft of geschonken krijgt, wordt de waarde van de woning op dit moment berekend naar de WOZ-waarde. Voorgesteld is om dit per 2027 bij schenkingen te berekenen naar de waarde in het economisch verkeer (WEV).

WOZ
Als u iets erft of geschonken krijgt, wordt de waarde over het algemeen berekend naar de WEV. Alleen voor woningen geldt een afwijkende waardering. Daarbij mag de verkrijger kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar waarin de verkrijging plaatsvindt of de WOZ-waarde van het jaar erna.

Voorstel: WEV
In een internetconsultatie wordt voorgesteld om vanaf 2027 de waardering van woningen bij schenkingen ook te laten plaatsvinden tegen de WEV. Voor woningen die u erft, blijft de waardering ook vanaf 2027 gebaseerd op de WOZ-waarde.

Let op!
Dit betreft pas een internetconsultatie. Het voorstel moet nog worden aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Pas als het daar is aangenomen, is het definitief.

Mogelijkheden tot 2027
Zolang de wet niet gewijzigd is (het voorstel is vanaf 2027), kunnen er bij schenkingen nog voordelen ontstaan bij een verschil tussen de WOZ en de WEV van een woning. Dit wordt duidelijk aan de hand van de volgende voorbeelden.

WOZ lager dan WEV: schenking woning tegen WOZ-waarde
Stel, de WOZ-waarde van een woning is € 300.000 en de WEV € 350.000. Bij schenking van de woning wordt schenkbelasting berekend op basis van € 300.000. Als de verkrijger de woning daarna meteen doorverkoopt tegen de WEV, ontvangt hij effectief € 350.000, maar betaalt hij maar schenkbelasting op basis van € 300.000.

Als het voorstel doorgaat, wordt de schenkbelasting vanaf 2027 berekend op basis van € 350.000.

WOZ lager dan WEV: verkoop woning tegen WOZ-waarde
Stel dat de woning in het vorige voorbeeld niet geschonken wordt, maar verkocht tegen de WOZ-waarde van € 300.000. Economisch vindt er dan een schenking plaats van € 50.000 (€ 350.000 WEV minus € 300.000 verkoopprijs). De waarde van de schenking voor de schenkbelasting is echter nihil, omdat de waarde van de woning wordt bepaald op de WOZ-waarde.

Als het voorstel doorgaat, wordt vanaf 2027 schenkbelasting berekend op basis van € 50.000 (WEV € 350.000 minus verkoopprijs € 300.000).

Let op!
Neem voor uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.


5. Ook adviseur Hoge Raad vindt belastingrente vennootschapsbelasting te hoog

Bij de Hoge Raad ligt de vraag voor of de belastingrente van 8% die berekend is over een aanslag vennootschapsbelasting te hoog is. Een rechtbank oordeelde eind 2024 dat dit zo is en ook de adviseur van de Hoge Raad vindt dit percentage te hoog. De adviseur geeft aan dat het hem een redelijke uitkomst lijkt om de belastingrente zowel voor de vennootschapsbelasting als voor andere belastingen vast te stellen op het percentage van de wettelijke niet-handelsrente. Die rente bedroeg in 2022 2%, van 1 januari tot 1 juli 2023 4%, daarna tot 1 januari 2024 6%, in heel 2024 7% en vanaf 1 januari 2025 weer 6%. De bezwaren over de belastingrente zijn aangewezen als massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat degenen die in soortgelijke geschillen bezwaar maken of hebben gemaakt pas een uitspraak op dit bezwaar krijgen als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan. Wilt u aansluiten bij deze massaalbezwaarprocedure, dan is het zaak om op tijd in bezwaar te gaan. De AG heeft de Hoge Raad nu geadviseerd. Het is nog afwachten of de Hoge Raad dit advies wel of niet (deels) opvolgt.


6. Verplichte AOV voor zelfstandigen weer een stap dichterbij

Het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) is naar de Raad van State gestuurd. Het voorstel voor deze verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen is daarmee weer een stap dichterbij. In het wetsvoorstel Baz wordt elke zelfstandige verplicht zich te verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid tot de AOW-leeftijd. Dat kan door deelname aan de Baz, maar kan ook, onder voorwaarden, door de keuze voor een private verzekering. De voorgestelde premie bedraagt 5,4% van de winst van de zelfstandige, met een maximum van naar verwachting € 171 bruto per maand. De voorgestelde wachttijd voordat een zelfstandige een AOV-uitkering krijgt, bedraagt twee jaar. Het is nog niet zeker of en zo ja vanaf wanneer er een verplichte AOV voor zelfstandigen komt. Het wachten is nu eerst op het advies van de Raad van State en daarna aanbieding en behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede en Eerste Kamer.


7. Invoering leegstandbelasting woningen

De Tweede Kamer heeft een amendement aangenomen waardoor gemeenten de mogelijkheid krijgen om een leegstandbelasting in te voeren. Die leegstandbelasting wordt dan geheven van de eigenaar van een binnen de gemeente gelegen woning als deze langer dan twaalf maanden leegstaat. De maatregel geldt voorlopig alleen voor leegstaande woningen en niet voor leegstaande andere panden. Gemeenten mogen na invoering van de maatregel zelf beslissen of ze een leegstandbelasting invoeren en hoe hoog deze dan is. Het aangenomen amendement zal in een wetsvoorstel worden opgenomen. De Eerste Kamer moet hiermee nog instemmen. Het is daarom nog niet definitief.


8. Vanaf 4 november subsidie vermindering vrachtwagenkilometers

Samenwerkingsverbanden waarbinnen minimaal één onderneming actief is als transportbedrijf of verlader of eigen vervoerder, kunnen vanaf 4 november 2025 de Tijdelijke subsidieregeling samenwerking in de logistieke keten (SiLK) aanvragen. Doel is het verminderen van het aantal kilometers van vrachtwagens op Nederlandse snelwegen. De subsidie wordt verstrekt voor activiteiten die blijvend het aantal kilometers verminderen. Denk daarbij aan het bundelen van ladingen, het voorkomen van lege en dubbele ritten door transportplanningen, het verkleinen van afstanden door de distributie-/overslaglocatie te veranderen etc. De subsidie bedraagt 75% van de projectkosten, met een minimum van € 25.000 en een maximum van € 100.000. Meer informatie en alle voorwaarden vindt u op de website van RVO.nl.


9. Tijdelijke wet transparantie turboliquidaties met twee jaar verlengd

Met een turboliquidatie kan een bv of een andere rechtspersoon snel worden beëindigd en ontbonden. Hiervoor is vereist dat er geen bezittingen en vorderingen meer in de bv zijn op het moment van ontbinding van de bv. Anders moet u de wettelijke vereffeningsprocedure volgen. Sinds 15 november 2023 geldt de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie. Deze wet biedt meer transparantie en controle voor schuldeisers, onder meer door de verplichting om schuldeisers te informeren en om een financiële verantwoording af te leggen bij de KvK. Deze tijdelijke wet wordt vanaf 15 november 2025 met twee jaar verlengd in voorbereiding op een permanente wet. Denkt u aan een turboliquidatie, neem dan voor advies over uw eigen situatie altijd contact op met onze adviseurs.


10. Is de contributie van een vereniging aftrekbaar als gift?

Onder voorwaarden kunt u de aan een vereniging betaalde contributie in de inkomstenbelasting aftrekken als gift. Daarvoor moet de vereniging een algemeen nut beogende instelling (ANBI) zijn en mag tegenover de contributie geen directe tegenprestatie staan. Is de directe tegenprestatie slechts symbolisch, dan staat dat niet aan de aftrek als gift in de weg. Bij een symbolische tegenprestatie moet u denken aan een tijdschrift dat u periodiek van de vereniging ontvangt of het recht om bepaalde natuurterreinen tegen een lager tarief te bezoeken. Is de tegenprestatie niet symbolisch, maar is de waarde wel lager dan de contributie? Dan geldt het deel van de contributie boven de waarde van de tegenprestatie als aftrekbare gift.

Door |2025-10-23T14:59:00+02:0022 oktober 2025|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief oktober 2025
  • Special Eindejaarstips 2025

Special Eindejaarstips 2025

Wat kunt u als ondernemer fiscaal dit jaar nog regelen? Zijn er voor de dga belangrijke aandachtspunten waarop u moet anticiperen? Op welke zaken moet u zich als werkgever voorbereiden voor het nieuwe jaar?

In de Special Eindejaarstips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar.

Klik hier voor de special

Door |2025-11-13T15:10:50+01:0016 oktober 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Special Eindejaarstips 2025
  • Special Miljoenennota 2026

Special Miljoenennota 2026

Het kabinet presenteerde op Prinsjesdag 2025 de Miljoenennota 2026 en dus ook het Belastingplan 2026.

Deze special bevat voorstellen van het kabinet die de komende periode door de Tweede en Eerste Kamer worden behandeld. De voorgestelde maatregelen treden per 1 januari 2026 in werking, tenzij anders is vermeld.

Klik hier voor de special

Door |2025-09-26T08:52:51+02:0018 september 2025|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Special Miljoenennota 2026
  • Nieuwsbrief juli 2025

Nieuwsbrief juli 2025

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 14 juli 2025, 20:00 uur.


1. Tien ontwikkelingen op het gebied van lonen

De afgelopen periode hebben zich meerdere ontwikkelingen op het gebied van lonen voorgedaan. Wij hebben er tien voor u op een rij gezet.

1. 52% belasting over de auto van de zaak met CO2-uitstoot?
Het inmiddels demissionaire kabinet is van plan om op Prinsjesdag een 52% pseudo-eindheffing in de loonbelasting in een wetsvoorstel op te nemen. Als dit plan doorgaat, is een werkgever vanaf 2027 – als hij aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking stelt – 52% belasting verschuldigd over de bijtelling van de auto van de zaak. De pseudo-eindheffing geldt niet als de auto geen CO2 uitstoot of als de auto niet voor privégebruik ter beschikking wordt gesteld.

2. Wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers
Het wetsvoorstel Meer zekerheid voor flexwerkers is op 19 mei 2025 bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin is onder meer opgenomen dat uitzendkrachten recht krijgen op minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in dienst bij de inlener. Verder is opgenomen dat de periode van zes maanden, die nodig is na drie tijdelijke contracten om weer een nieuw tijdelijk contract aan te bieden, verlengd wordt naar vijf jaar. Hierop is een beperkt aantal uitzonderingen mogelijk. Ook opgenomen is de introductie van vaste basiscontracten met een minimumaantal standaard roosteruren in plaats van de huidige oproepcontracten.

3. Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups
Het demissionaire kabinet wil een plan uitwerken voor een fiscale regeling voor start- en scale-ups. Het voorstel is om de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het voorstel is om ook het moment van belastingheffing uit te stellen naar uiterlijk het moment waarop de aandelen – die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties – worden verkocht.

4. Versoepeling pseudo-eindheffing RVU verlengd tot en met 2028
In de Voorjaarsnota 2025 is opgenomen dat de versoepeling pseudo-eindheffing RVU, waardoor tot een bedrag van de drempelvrijstelling (in 2025 € 2.273 per maand) geen 52% pseudo-eindheffing verschuldigd is, met drie jaar wordt verlengd tot en met 2028. Voorwaarde is dat de RVU’s beheerst en gerichter worden ingezet voor werknemers die door de zwaarte van hun werk niet gezond kunnen doorwerken tot de AOW-leeftijd. Daarnaast is budget opgenomen om de drempelvrijstelling met € 300 per maand te verhogen. Ter dekking van de verlenging en de verhoging neemt de pseudo-eindheffing vanaf 2026 in stappen toe tot 65% in 2028.

5. Wijzigingen minimumloon
In de Voorjaarsnota is afgesproken om het minimumjeugdloon per 1 januari 2027 voor een 20-jarige te verhogen van 80% naar 87,5%, voor een 19-jarige van 60% naar 75%, voor een 18-jarige van 50% naar 62,5%, voor een 17-jarige van 39,5% naar 50% en voor een 16-jarige van 34,5% naar 40% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. Begin juli 2025 kondigde de demissionaire minister van OCW aan om vanaf 2027 ook de zogenaamde bbl-loonstaffel af te schaffen. Studenten die een beroepsbegeleidende leerweg op het mbo volgen, krijgen dan vanaf 2027 ook recht op het volledige minimumjeugdloon dat hoort bij hun leeftijd. Verder heeft het kabinet voorgesteld om het percentage dat werkgevers voor huisvestingskosten mogen inhouden op het minimumloon vanaf 2026 jaarlijks te verlagen met 5%.

6. Massaalbezwaarprocedure belastingrente
Een rechter oordeelde dat de belastingrente op aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Naar aanleiding van veel bezwaarschriften zijn alle bezwaren tegen de vanaf 1 oktober 2020 in rekening gebrachte belastingrente voor onder meer de loonbelasting aangewezen als massaal bezwaar. Dit betekent dat de Belastingdienst nu nog geen uitspraak doet op deze bezwaren, maar deze aanhoudt totdat de diverse vragen over de belastingrente in de rechtspraak definitief zijn beantwoord. Om aan te sluiten bij de massaalbezwaarprocedure moet u wel tijdig, dat wil zeggen binnen zes weken na dagtekening van de aanslag, bezwaar maken tegen de belastingrente.

7. Toelatingsstelsel uitzendbureau per 1 januari 2027
De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen dat voor uitleners vanaf 2027 een toelatingsstelsel introduceert. Alleen uitleners die toegelaten worden, mogen dan straks nog arbeidskrachten ter beschikking stellen én inleners mogen alleen nog arbeidskrachten inhuren via toegelaten uitleners. Uitleners moeten voor toelating beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), moeten een waarborgsom van € 100.000 (starters € 50.000) storten en moeten aantonen dat ze voldoen aan relevante wetgeving.

8. Wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) en initiatiefwetsvoorstel Zelfstandigenwet
Het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is op 7 juli 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel moet de criteria verduidelijken over wanneer iemand werknemer is of als zelfstandige werkt. Verder introduceert het wetsvoorstel een rechtsvermoeden: bij een vergoeding van minder dan € 36 per uur kan een zzp’er stellen dat hij een werknemer is. Het is dan aan de opdrachtgever om aan te tonen dat er niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Er ligt ook een initiatiefwetsvoorstel waarin een duidelijker wettelijk toetsingskader wordt voorgesteld om te bepalen wanneer als zelfstandige kan worden gewerkt, met daarin twee toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Er is een aparte toetsingscommissie in het initiatiefwetsvoorstel opgenomen die werkrelaties kan beoordelen om zo duidelijkheid aan de markt te verschaffen. Verder wordt in het initiatiefwetsvoorstel de introductie van het rechtsvermoeden van werknemerschap op basis van een uurtarief voorgesteld, vergelijkbaar met het rechtsvermoeden in het wetsvoorstel Vbar.

9. Wijzigingen loonkostenvoordelen
De Wet banenafspraak treedt voor een deel per 1 januari 2026 in werking. Zo heeft u vanaf 2026 structureel recht op het LKV-werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak en heeft u ook geen doelgroepverklaring meer nodig. Aan de doelgroep worden toegevoegd Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben en werkzaam zijn bij een reguliere werkgever en mensen met een IVA-uitkering die werken met loondispensatie. Voor de scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk bestaat vanaf 2026 geen recht meer op het LKV.

10. Voorstel vereenvoudigde inlenersaansprakelijkheid
Het demissionaire kabinet wil twee bewijsvermoedens introduceren waardoor de Belastingdienst eenvoudiger een inlener of doorlener aansprakelijk kan stellen. Het eerste bewijsvermoeden betreft het vaststellen van de omvang van de aansprakelijkheidsschuld op maximaal 35% van de factuursom, zonder dat de Belastingdienst onderzoek hoeft te doen naar de werkelijke omvang. Het tweede bewijsvermoeden is dat een onderneming die ingeschreven is in het openbaar register als toegelaten uitzendonderneming, een uitlener is. Voor beide bewijsvermoedens zou wel een tegenbewijsmogelijkheid komen.

Let op!
Het voorgaande is slechts een zeer compacte samenvatting van de maatregelen. Neem voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Houd er bovendien rekening mee dat een hoop maatregelen nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen en/of door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Bovendien is het kabinet inmiddels demissionair. Het is daarom onduidelijk of alle aangekondigde maatregelen ook daadwerkelijk doorgang vinden.


2. Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 8 juli 2025 aangenomen door de Eerste Kamer. De regels voor het tegenbewijs zijn nu dus definitief. Met het formulier OWR, dat vanaf 10 juli online beschikbaar is, kunnen belastingplichtigen met box 3-inkomen mogelijk een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3
Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement. De Hoge Raad gaf daarbij, en ook in latere arresten, aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Wet tegenbewijsregeling box 3
De Wet tegenbewijsregeling box 3 is gebaseerd op de aanwijzingen van de Hoge Raad. Een belastingplichtige met een werkelijk rendement dat lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement kan mogelijk een beroep doen op deze tegenbewijsregeling.

Let op!
Is uw werkelijke rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U hoeft dan dus niet meer box 3-heffing te betalen dan op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

Voor wie?
De tegenbewijsregeling box 3 geldt voor de belastingjaren vanaf 2021 voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen. Voor de jaren 2017-2020 geldt de tegenbewijsregeling voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen van wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, mits er tijdig bezwaar is gemaakt of is verzocht om ambtshalve vermindering. In deze laatste categorie vallen ook de belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar hebben gemaakt en voor wie het eerste rechtsherstel is toegepast. Zij kunnen ook bij dit tweede rechtsherstel meedoen (waarbij zij voor de jaren 2017-2019 wel tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten hebben ingediend).

Let op!
Voor belastingplichtigen die voor oude jaren (2017 tot en met 2020) niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, loopt nog de separate massaalbezwaarplusprocedure. Deze belastingplichtigen kunnen voor de betreffende belastingjaren geen beroep doen op de tegenbewijsregeling. Mocht de Hoge Raad in de MB+-procedure uiteindelijk oordelen dat zij toch recht hebben op rechtsherstel, dan kunnen zij alsnog een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Brieven Belastingdienst
Om een beroep te doen op de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is uw aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief, dan krijgt u van de Belastingdienst een brief. In deze brief staat dat u gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Let op!
De Belastingdienst start vanaf half juli 2025 met het versturen van de brieven. De Belastingdienst stuurt de brief naar u, de belastingplichtige, en niet naar ons, uw adviseur. Ontvangt u zo’n brief, lever deze dan zo spoedig mogelijk bij ons in. U krijgt namelijk maar een beperkte termijn om het formulier OWR in te vullen. Dat is 26 weken als wij de aangifte voor u indienden en 12 weken als u zelf uw aangifte indiende.

Houd er rekening mee dat u per belastingjaar een brief krijgt van de Belastingdienst. Die brieven komen waarschijnlijk ook niet allemaal tegelijk.

Loopt er bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering tegen een of meerdere belastingjaren? Dan ontvangt u van de Belastingdienst een brief om dit bezwaar of verzoek te motiveren. Deze brief kan meerdere belastingjaren bevatten. Lever ook deze motiveringsbrief snel bij ons in. De maximale reactietermijn voor deze brieven is namelijk maar 12 weken.

Verzamel alvast uw gegevens
Wilt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling, verzamel dan alvast de gegevens die nodig zijn voor de berekening en onderbouwing van uw werkelijke rendement. Dat voorkomt straks vertraging waardoor mogelijk de inlevertermijn van het formulier OWR niet gehaald wordt.

Definitieve aanslag
Ontvangt u een definitieve aanslag? Dan kan het verstandig zijn om tijdig bezwaar te maken tegen deze aanslag. In sommige gevallen is het formulier OWR misschien onvoldoende. Neem daarom bij ontvangst van een definitieve aanslag contact op met onze adviseurs voor overleg over uw situatie.

Meer informatie
Heeft u vragen, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Meer informatie over de Wet tegenbewijsregeling box 3 kunt u ook vinden op de website van de Belastingdienst.


3. Aankoop in EU door btw-vrijgestelde ondernemers

Volledig btw-vrijgestelde ondernemers en ondernemers die de kleine ondernemersregeling (KOR) toepassen, hoeven in principe geen btw-aangifte te doen. In sommige gevallen zijn zij dit echter incidenteel wel verplicht. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn voor een btw-vrijgestelde ondernemer of ondernemer die de KOR toepast als zij in een ander EU-land goederen kopen of diensten afnemen.

Grens van € 10.000 per kalenderjaar
Om te beginnen, is van belang of de ondernemer per kalenderjaar al dan niet voor € 10.000 of meer aan aankopen in een ander EU-land doet. Is dit niet het geval, dan hoeft u als Nederlandse afnemer hiervan geen btw-aangifte te doen. U mag dan geen Nederlands btw-identificatienummer verstrekken aan de leverancier en krijgt een factuur met buitenlandse btw.

Wel btw-aangifte
Koopt u voor € 10.000 of meer per kalenderjaar aan goederen in een ander EU-land, dan moet u hiervan wel btw-aangifte doen in Nederland. Dit moet u doen vanaf de aankoop waarmee u de grens van € 10.000 overschrijdt. U moet bij uw belastingkantoor verzoeken om een btw-aangifte.

Btw-aangifte op verzoek
U mag ook al vanaf de eerste aankoop in de EU btw-aangifte doen, maar moet hiertoe wel eerst een verzoek indienen bij de Belastingdienst. Als dat verzoek wordt ingewilligd, verstrekt u aan uw leverancier(s) uw Nederlandse btw-identificatienummer en krijgt u een factuur zonder btw.

Let op!
Dit betekent echter niet dat u geen btw verschuldigd bent. De btw geeft u immers aan in uw btw-aangifte bij vraag 4b. U mag echter de btw niet bij vraag 5b terugvragen, omdat u een volledig btw-vrijgestelde prestatie verricht. In plaats van buitenlandse btw bent u dan dus Nederlandse btw verschuldigd.

Accijnsgoederen en nieuwe auto’s
Voor de inkoop van accijnsgoederen en nieuwe of bijna nieuwe auto’s in een ander EU-land moet u altijd btw-aangifte doen in Nederland. U betaalt dan ook de Nederlandse btw.

Aparte regeling voor diensten
Ook voor diensten geldt een aparte regeling. Diensten die verricht zijn door een ondernemer in een ander EU-land en die in Nederland met btw belast zijn, geeft u ook aan in Nederland. Van de buitenlandse dienstverrichter krijgt u een factuur zonder btw, waarop staat dat de btw naar u verlegd is. De diensten uit een ander EU-land geeft u aan vanaf de eerste euro. De drempel van € 10.000 geldt dus niet voor diensten.

Let op!
Het bovenstaande kan anders zijn als uw leverancier de kleine ondernemersregeling toepast of als het afstandsverkopen of margegoederen betreft. Een eerste indicatie of u incidenteel btw-aangifte moet doen, kunt u krijgen met de checklist op de website van de Belastingdienst. Neem voor meer informatie over uw eigen situatie contact op met onze adviseurs. Zij helpen u graag verder.


4. Uitleg over € 2.400-grens in WKR

De Belastingdienst heeft nadere uitleg gegeven over hoe de doelmatigheidsgrens van € 2.400 in de werkkostenregeling (WKR) in de praktijk wordt toegepast.

Gebruikelijkheidstoets WKR
In beginsel is alles wat een werkgever vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt aan een werknemer als loon belast bij de werknemer. Hiervoor geldt een aantal uitzonderingen, gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen, waar in dit artikel verder niet op ingegaan wordt.

Een werkgever kan in beginsel de vergoeding, verstrekking of ter beschikkingstelling ook aanwijzen als eindheffingsloon. De gebruikelijkheidstoets legt hier een beperking op: vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen die voor meer dan 30% afwijken van hetgeen normaal vergoed, verstrekt of ter beschikking gesteld wordt, mag een werkgever niet aanwijzen als eindheffingsloon.

Let op!
Tot het bedrag van de vrije ruimte (in 2025 2% van de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom en 1,18% daarboven) betaalt een werkgever geen belasting over de aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen. Daarboven komt ten laste van de werkgever een eindheffing 80%.

Doelmatigheidsgrens € 2.400
De Belastingdienst hanteert bij het beoordelen van de gebruikelijkheidstoets een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per werknemer per jaar. Over de toepassing van deze grens bestonden in de praktijk nog vragen. De Belastingdienst heeft daarover onlangs nadere uitleg gegeven.

Veilige haven
De aanwijzing van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen tot een bedrag van in totaal € 2.400 per werknemer per jaar beschouwt de Belastingdienst altijd als gebruikelijk. Tot dit bedrag is sprake van een ‘veilige haven’. De Belastingdienst onderneemt dan geen actie.

Het is daarbij niet van belang om welk soort kosten of beloningsbestanddeel het gaat. Zo kan bijvoorbeeld ook een bonus of eindejaarsuitkering tot een bedrag van € 2.400 binnen deze veilige haven als eindheffingsloon worden aangewezen.

Wat telt mee binnen de € 2.400?
Als er geen twijfel is dat de aanwijzing van een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling voldoet aan de gebruikelijkheidstoets, telt deze niet mee voor de € 2.400-grens.

Dat geldt bijvoorbeeld voor een vergoeding waarvoor een gerichte vrijstelling geldt. Denk bijvoorbeeld aan een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer tot maximaal € 0,23 per kilometer.

Maar ook van overige (niet gericht vrijgestelde) vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen kan de aanwijzing zonder twijfel voldoen aan de gebruikelijkheidstoets. Bijvoorbeeld omdat de gebruikelijkheid hiervan vooraf is afgestemd met de Belastingdienst.

Voorbeeld
Een werkgever geeft aan een werknemer een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer van € 1.500 (tegen de gerichte vrijstelling van maximaal € 0,23 per kilometer). Daarnaast heeft de Belastingdienst aan de werkgever bevestigd dat de aanwijzing van de door de werkgever geïmplementeerde fietsregeling voor € 2.000 per fiets gebruikelijk is. In dat jaar geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. In december wil de werkgever een eindejaarsuitkering van € 2.400 aanwijzen als eindheffingsloon. De werkgever overschrijdt daarmee de grens van € 2.400 niet, omdat de reiskostenvergoeding en de fiets voor die grens niet meetellen.

Beoordeling bij overschrijding van € 2.400-grens
Wijst de werkgever voor meer dan € 2.400 per werknemer per jaar als eindheffingsloon aan, dan kan tot een bedrag van € 2.400 een beroep gedaan worden op de doelmatigheidsgrens. Boven dit bedrag kan de Belastingdienst de gebruikelijkheid echter wel toetsen.

Voorbeeld
Een werkgever geeft een bonus van € 4.000 en wil deze aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte van de WKR. In dit voorbeeld geeft de werkgever geen andere vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen. Dit betekent dat de werkgever voor € 2.400 gebruik kan maken van de doelmatigheidsgrens, maar dat voor een bedrag van € 1.600 de gebruikelijkheid ter discussie staat. Houd er rekening mee dat de Belastingdienst deze € 1.600 over het algemeen niet gebruikelijk zal vinden.


5. Wet plan van aanpak witwassen aangenomen

De Wet plan van aanpak witwassen is op 10 juni 2025 door de Eerste Kamer aangenomen. De wet regelt dat contante betalingen van meer dan € 3.000 door en aan handelaren niet meer zijn toegestaan. Deze beperking geldt niet voor particulieren onderling. Die kunnen dus wel meer dan € 3.000 contant aan elkaar blijven betalen. De beperking geldt ook (nog) niet voor contante betaling van diensten. Mogelijk komt er in 2027 wel een Europese verplichting om voor diensten ook een limiet in te voeren. De grens voor contante betalingen is niet in elk EU-land gelijk. Dit kan bij internationale handelaren voor moeilijkheden zorgen. Zo bedraagt de grens in Frankrijk slechts € 1.000, maar in Duitsland weer € 10.000. Het is nog niet bekend wanneer de wet ingaat. Het streven van het inmiddels demissionaire kabinet was om het verbod op contante betalingen van meer dan € 3.000 vóór 1 januari 2026 in te voeren.


6. Zo vindt u uw fiscale betalingskenmerk

Bij het betalen van belastingen moet u het juiste betalingskenmerk vermelden. Weet u dit betalingskenmerk niet meer, dan zijn er verschillende manieren om dit te achterhalen. Zo kunt u met uw aangifte-, aanslag- of beschikkingsnummer op de website van de Belastingdienst zoeken via ‘zoekhulp betalingskenmerk’. Voor de loon- of omzetbelasting kunt u ook uw omzetbelasting- of loonheffingennummer gebruiken. Ook kunt u na het inloggen op de website van de Belastingdienst uw betalingskenmerk vinden in het ‘Overzicht betalen en ontvangen’.

Door |2025-07-16T13:50:00+02:0015 juli 2025|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2025

Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 8 juli 2025 aangenomen door de Eerste Kamer. De regels voor het tegenbewijs zijn nu dus definitief. Met het formulier OWR, dat vanaf 10 juli 2025 online beschikbaar is, kunnen belastingplichtigen met box 3-inkomen mogelijk een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Hoge Raad: aanvullend rechtsherstel box 3

Euro

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat u in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke vastgestelde rendement. De Hoge Raad gaf daarbij, en ook in latere arresten, aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden.

Wet tegenbewijsregeling box 3

De Wet tegenbewijsregeling box 3 is gebaseerd op de aanwijzingen van de Hoge Raad. Een belastingplichtige met een werkelijk rendement dat lager is dan het wettelijk vastgestelde rendement kan mogelijk een beroep doen op deze tegenbewijsregeling.

Let op! Is uw werkelijke rendement hoger, dan hoeft u niets te doen. U hoeft dan dus niet meer box 3-heffing te betalen dan op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

Voor wie?

De tegenbewijsregeling box 3 geldt voor de belastingjaren vanaf 2021 voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen. Voor de jaren 2017-2020 geldt de tegenbewijsregeling voor alle belastingplichtigen met box 3-inkomen van wie de definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond, mits er tijdig bezwaar is gemaakt of is verzocht om ambtshalve vermindering. In deze laatste categorie vallen ook de belastingplichtigen die destijds tijdig bezwaar hebben gemaakt en voor wie het eerste rechtsherstel is toegepast. Zij kunnen ook bij dit tweede rechtsherstel meedoen (waarbij zij voor de jaren 2017-2019 wel tijdig een verzoek om ambtshalve vermindering moeten hebben ingediend).

Let op! Voor belastingplichtigen die voor oude jaren (2017 tot en met 2020) niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, loopt nog de separate massaalbezwaarplusprocedure. Deze belastingplichtigen kunnen voor de betreffende belastingjaren geen beroep doen op de tegenbewijsregeling. Mocht de Hoge Raad in de MB+-procedure uiteindelijk oordelen dat zij toch recht hebben op rechtsherstel, dan kunnen zij alsnog ook een beroep doen op de tegenbewijsregeling.

Brieven Belastingdienst

Om gebruik te maken van de tegenbewijsregeling, moet u verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is uw aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief, dan krijgt u van de Belastingdienst een brief. In deze brief staat dat u gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Let op!De Belastingdienst start vanaf half juli 2025 met het versturen van de brieven. De Belastingdienst stuurt de brief naar u, de belastingplichtige, en niet naar ons, uw adviseur. Ontvangt u zo’n brief, lever deze dan zo spoedig mogelijk bij ons in. U krijgt namelijk maar een beperkte termijn om het formulier OWR in te vullen. Dat is 26 weken als wij de aangifte voor u indienden en 12 weken als u zelf uw aangifte indiende.

Houd er rekening mee dat u per belastingjaar een brief krijgt van de Belastingdienst. Die brieven komen waarschijnlijk ook niet allemaal tegelijk.

Loopt er bezwaar of een verzoek om ambtshalve vermindering tegen een of meerdere belastingjaren? Dan ontvangt u van de Belastingdienst een brief om dit bezwaar of verzoek te motiveren. Deze brief kan meerdere belastingjaren bevatten. Lever ook deze motiveringsbrief snel bij ons in. De maximale reactietermijn voor deze brieven is namelijk maar 12 weken.

Verzamel alvast uw gegevens

Wilt u een beroep doen op de tegenbewijsregeling, verzamel dan alvast de gegevens die nodig zijn voor de berekening en onderbouwing van uw werkelijke rendement. Dat voorkomt straks vertraging waardoor mogelijk de inlevertermijn van het formulier OWR niet gehaald wordt.

Definitieve aanslag

Ontvangt u een definitieve aanslag? Dan kan het verstandig zijn om tijdig bezwaar te maken tegen deze aanslag. In sommige gevallen is het formulier OWR misschien onvoldoende. Neem daarom bij ontvangst van een definitieve aanslag contact op met onze adviseurs voor overleg over uw situatie.

Meer informatie

Heeft u vragen, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Meer informatie over de Wet tegenbewijsregeling box 3 kunt u ook vinden op de website van de Belastingdienst.

Door |2025-07-11T11:21:45+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wet tegenbewijsregeling box 3 aangenomen

Aanvraag Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) weer mogelijk

Ondernemers die willen investeren in een energie-efficiënt warmtenet om bestaande woningen en gebouwen van het aardgas te halen, kunnen ook dit jaar weer de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) aanvragen. De WIS is ten opzichte van vorig jaar verbeterd. Voor de WIS is in 2025 €200 miljoen beschikbaar.

Voorwaarden WIS

Geld

U krijgt subsidie voor een nieuw energie-efficiënt warmtenet of de uitbreiding ervan. U moet hiermee  snel van start kunnen gaan. Dit betekent onder meer dat u binnen zes maanden na toekenning van de WIS van start moet kunnen gaan. Met het warmtenet moet het gasverbruik verminderd worden. Voor de WIS is verder vereist dat warmte wordt geleverd aan minimaal 250 aansluitingen voor kleinverbruikers in bestaande woningen en gebouwen. Hierdoor moet de toekomstige vraag naar warmte van alle woningen en gebouwen in uw project gedekt worden.

Let op! Zie voor alle voorwaarden de website van rvo.nl.

Verbeteringen

Ten opzichte van vorig jaar is de WIS onder meer verbeterd, doordat nu vooraf duidelijk is hoeveel subsidie verkregen kan worden. De WIS dekt in 2025 namelijk 30% van de investeringskosten. Vorig jaar was de subsidie nog afhankelijk van de inkomsten die met het warmtenet werden verkregen, omdat destijds de onrendabele top van de investering door de WIS gedekt werd.

Overige wijzigingen

Door een andere wijziging van de WIS is de subsidie nu ook beschikbaar voor onderdelen van het warmtenet die warmte leveren aan kleinverbruikers én nieuwbouw of grootverbruikers, zoals een zwembad. Ook technieken voor warmteopslag die het warmtenet ondersteunen komen in 2025 voor de WIS in aanmerking. Een wijziging ten opzichte van vorig jaar is verder dat woningen met verwarming via blokaansluitingen nu ook meetellen voor de vereiste 250 aansluitingen voor kleinverbruikers.

Aanvragen

U kunt de WIS aanvragen vanaf 1 augustus 2025, 09:00 uur tot 16 januari 2026, 17:00 uur bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, dus vraag de WIS zo snel mogelijk aan.

Let op! U kunt de kans op een succesvolle aanvraag vergroten door uw project vooraf door de RVO te laten toetsen.

Door |2025-07-11T10:31:34+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) weer mogelijk

Fiscale regeling rond carpoolen

Carpoolen is goed voor het milieu en is kostenbesparend voor de deelnemers. Bovendien kunt u als werkgever een belastingvrije vergoeding geven Wat de mogelijkheden zijn is afhankelijk van wie het carpoolen organiseert en of men carpoolt met de eigen auto of met een auto van de zaak.

Gebruik eigen auto en zelf organiseren

Auto

Als werknemers met hun eigen auto carpoolen en het carpoolen zelf organiseren (dat wil zeggen dat u als werkgever geen carpoolverplichting oplegt), mag u iedere deelnemer (bestuurder én meerijders) de belastingvrije vergoeding van maximaal €0,23/km betalen voor hun eigen afstand woon-werkverkeer.

Zijn er meerijders die zelf over een auto van de zaak beschikken? Dan mag u, als u dat wenselijk vindt, ook aan hen een onbelaste vergoeding van maximaal € 0,23 per kilometer geven voor de daadwerkelijk niet met de auto van de zaak afgelegde afstand.

Let op! Of de meerijders de vergoeding zelf behouden of onderling verdelen, mogen ze zelf beslissen en heeft voor u geen fiscale gevolgen.

Gebruik eigen auto en werkgever organiseert

Als werknemers met hun eigen auto carpoolen en de werkgever organiseert het carpoolen, mag aan de bestuurder maximaal €0,23/km belastingvrij worden betaald. De kilometers betreffen dan niet alleen de afstand woon-werkverkeer van de bestuurder maar ook alle omrijkilometers voor het oppikken van de collega’s. Aan degenen die meerijden mag in dat geval geen belastingvrije vergoeding worden gegeven.

Auto van de zaak en zelf organiseren

Als werknemers met een auto van de zaak carpoolen en dit zelf organiseren, mag alleen aan de meerijders een belastingvrije vergoeding van maximaal €0,23/km worden betaald voor hun afstand woon-werkverkeer. Of de meerijders de vergoeding behouden of onderling verdelen, mogen ze ook nu zelf beslissen.

Auto van de zaak en werkgever organiseert

Als werknemers met een auto van de zaak carpoolen en de werkgever organiseert het carpoolen, dan mag aan geen van de werknemers een belastingvrije kilometervergoeding worden verstrekt.

Wat verstaan we onder ‘organiseren’?

De fiscale behandeling is afhankelijk van de vraag of sprake is van vervoer door de werkgever. Van vervoer door de werkgever is sprake als de werkgever een carpoolverplichting oplegt en dus het vervoer organiseert. Als u uw werknemers vraagt om aan u door te geven hoe ze het carpoolen organiseren, betekent dit echter nog niet dat u het carpoolen ook organiseert. Hier is dus meer voor nodig. Ook het alleen bijhouden of uw werknemers belangstelling hebben voor carpoolen, wordt nog niet als organiseren aangemerkt.

Let op! Als u een hogere belastingvrije vergoeding wilt geven dan hiervoor beschreven, kunt u dit aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Voorwaarde is wel dat dit aanwijzen voldoet aan de hiervoor geldende gebruikelijkheidstoets. Houd er verder rekening mee dat u bij overschrijding van uw vrije ruimte 80% eindheffing verschuldigd bent.

Door |2025-07-11T11:19:15+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale regeling rond carpoolen

Geen instemming nieuwe thuiswerkregeling door OR

Sinds de coronaperiode is het steeds gangbaarder geworden voor werknemers om een deel van de week thuis te werken. Werkgevers hebben hiervoor vaak een speciale thuiswerkregeling opgesteld. Een thuiswerkregeling betreft een wijziging van de arbeidsomstandigheden en daarvoor geldt instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR). Wat nu als een werkgever een nieuwe thuiswerkregeling heeft opgesteld inhoudende dat werknemers maar maximaal 2 dagen thuis mogen werken en de OR geeft hieraan geen instemming?

Nieuwe thuiswerkregeling: vaker naar kantoor

Pand

Deze vraag stond centraal in een procedure bij de kantonrechter, waarbij het bedrijf vervangende instemming had gevraagd aan de kantonrechter. Als argumentatie had het bedrijf aangevoerd dat de medewerkers als gevolg van het thuiswerken minder betrokken waren en dat het slecht was voor de ‘productiviteit, creativiteit en de sociale cohesie’. Daarnaast wees het bedrijf er op dat het belangrijk was dat het beleid in Nederland paste bij de regels van het internationale hoofdkantoor.

Argumenten OR

De OR daarentegen had niet ingestemd met als argumentatie dat de werknemers extra reiskosten moesten maken, de werk/privé balans zou afnemen en het onduidelijk was of er voldoende werkplekken op kantoor zouden zijn. De huidige regeling waarbij er maximaal 2 dagen op kantoor moet worden gewerkt, werkte naar ieders tevredenheid.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter dient zich bij de beoordeling van de (on)redelijkheid van de wijze waarop de OR van zijn instemmingsrecht gebruik heeft gemaakt terughoudend op te stellen vanwege de aard van het instemmingsrecht.

Mede vanwege de zeer algemene en summiere onderbouwing van de argumenten van de werkgever, was de kantonrechter van oordeel dat de argumenten van de werkgever daarmee niet redelijker waren dan die van de OR. Het onthouden van de instemming door de OR was dan ook niet onredelijk.

Ook het verzoek om vervangende toestemming te verlenen omdat het besluit nodig was vanwege zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen, werd afgewezen. De werkgever had weinig meer gesteld dan dat zij het beleid van het internationale hoofdkantoor diende te volgen en dat zij daar een zwaarwegend belang bij had. Dat op zichzelf was echter onvoldoende. Van nadelige consequenties als de werkgever dat beleid niet zou volgen was niet gebleken.

De kantonrechter maakte een belangenafweging en oordeelde het niet onredelijk te vinden dat de OR geen toestemming had verleend.

Door |2025-07-11T11:17:20+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen instemming nieuwe thuiswerkregeling door OR

Voorgenomen aanscherping kennismigrantenregeling

Het kabinet wil de kenniseconomie verder versterken en tegelijkertijd de migratie naar Nederland verminderen. Daarom scherpt het kabinet de kennismigrantenregeling aan, zodat die meer wordt toegesneden op het talent dat het Nederlandse bedrijfsleven nodig heeft.

Verhogen salarisnorm kennismigrant

Handtekening

Het kabinet wil het salaris dat nodig is om als kennismigrant te worden gezien verhogen. Bij kennismigranten jonger dan 30 jaar wil het kabinet het looncriterium verhogen tot 1,1 keer het gemiddeld bruto jaarsalaris. Momenteel geldt voor deze groep een salarisnorm van minimaal €  4.171,00 bruto per maand.  Als gevolg van deze voorgenomen verhoging zal de salariseis met ten minste honderden euro’s per maand stijgen.

Strengere vergunningseisen

Ook zullen de eisen voor bedrijven die een vergunning voor kennismigranten kunnen aanvragen worden verzwaard. Op dit moment moet een bedrijf ‘erkend referent’ zijn om een vergunning te kunnen aanvragen voor een kennismigrant. Daarbij wordt gekeken naar zaken als de financiële gezondheid van een bedrijf en of het bedrijf zich aan de geldende wet- en regelgeving houdt. Het is bijvoorbeeld mogelijk een vergunning af te wijzen als een bedrijf niet het wettelijk minimumloon betaalt of zich schuldig heeft gemaakt aan het tewerkstellen van illegale werknemers.  Als het aan het kabinet ligt worden de huidige eisen verder verzwaard, verduidelijkt en aangescherpt. Dit kan door het laten meewegen van overtredingen van andere wetten.

Verlies erkenning als referent

Een bedrijf kan – als het twee jaar of langer geen kennismigrant in dienst heeft gehad –  zijn erkenning als referent verliezen.

Door |2025-07-11T10:30:24+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorgenomen aanscherping kennismigrantenregeling

Onduidelijkheid over de proeftijd komt de werkgever duur te staan

Een zorginstelling dacht een werkneemster in haar proeftijd zonder grote financiële gevolgen te kunnen ontslaan. De kantonrechter vond de proeftijd echter niet geldig en kende de werkneemster een vergoeding van € 17.000 bruto. Wat speelde hier?

De casus

Verkeersbord

Een 63-jarige werkneemster was gestart bij een zorginstelling. Dat was maar van korte duur omdat ze al na 4 weken werd ontslagen in haar proeftijd. In die periode had ze maar 3 dagen feitelijk gewerkt omdat ze in die periode drie weken met vakantie was. Ze had de werkgever hierover geïnformeerd voorafgaand aan haar indiensttreding maar die had er overheen gelezen. Verder waren er problemen over de roosterwensen.

Discussie proeftijd

Er was discussie ontstaan over de vraag of er een rechtsgeldig proeftijdbeding was overeengekomen. In haar arbeidsovereenkomst stond de volgende bepaling: De arbeidsovereenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd voor de duur van 6 maanden en eindigt van rechtswege zonder dat daartoe opzegging is vereist op 02-07-2025.
Onduidelijk was of een arbeidsovereenkomst was overeengekomen voor een periode van 6 maanden of voor een periode van 6 maanden en 2 dagen. Een proeftijd in een arbeidsovereenkomst voor 6 maanden is niet rechtsgeldig. Gaat het om een arbeidsovereenkomst langer dan 6 maanden dan kan er wel een proeftijd worden overeengekomen.

De werkneemster wilde niet terugkeren bij de werkgever en verzocht de kantonrechter om een billijke vergoeding van € 30.000 bruto.

Nietige proeftijd

De kantonrechter oordeelde dat de onduidelijkheid in de arbeidsovereenkomst voor rekening en risico van de werkgever kwam. Dit betekende dat sprake was van een nietige proeftijd. Ook vond de kantonrechter dat de werkgever moeite had kunnen doen om de problemen over de roosterwensen op te lossen.

Billijke vergoeding

Om die reden kende de kantonrechter de werkneemster een billijke vergoeding toe. Bij het toekennen van een billijke vergoeding  moet een rechterrekening houden met alle omstandigheden van het geval. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van het ontslag kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.

Oordeel kantonrechter

Dit leidde er toe dat de kantonrechter een billijke vergoeding toekende van € 17.000 bruto. Dit staat ongeveer gelijk aan het bedrag dat ze anders nog aan loon zou hebben ontvangen tot het reguliere einde van haar arbeidsovereenkomst. Daarnaast had ze nog recht op een transitievergoeding die gering was (€ 83,80 bruto) omdat het dienstverband erg kort had geduurd.

Door |2025-07-08T16:38:58+02:008 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Onduidelijkheid over de proeftijd komt de werkgever duur te staan