FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1602 blog entries.

Leeftijdsgrens bij schenking periodieke uitkering

Een belangrijke schenkingsvrijstelling is de eenmalige verhoogde vrijstelling, waar ouders gebruik van kunnen maken als zij aan een kind schenken dat tussen de 18 en 40 jaar oud is. Wat zijn de spelregels betreffende deze leeftijdseis als geschonken wordt in de vorm van een periodieke uitkering?

Periodieke uitkering

Schenken

Van een periodieke uitkering is bijvoorbeeld sprake als ouders één gift doen en zich verplichten gedurende een bepaalde tijd maandelijks die gift middels een vast bedrag aan hun kind te schenken. Een dergelijke periodieke uitkering maakt het bijvoorbeeld voor het kind eenvoudiger een hypotheek bij de bank af te sluiten.

Op welk moment leeftijdstoets?

Voor de leeftijdsgrens is bij schenking van een periodieke uitkering de leeftijd bepalend bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst. Er is immers sprake van één gift die in termijnen wordt betaald. Degene die de schenking ontvangt, moet dus op dat moment aan de leeftijdsgrens voldoen en dus tussen de 18 en 40 jaar oud zijn, waarbij de 40ste verjaardag nog meetelt.

Let op! Als er gedurende een bepaalde periode afzonderlijke schenkingen worden gedaan, is er sprake van een andere situatie en kan ook maar op één van deze schenkingen de verhoogde vrijstelling worden toegepast.

Geen vermindering bij vooroverlijden

Komt de ouder of het kind te overlijden voordat de periodieke uitkering ten einde komt, dan wordt een verzoek om de aanslag te verminderen afgewezen. Bij de waardebepaling van de periodieke uitkering is hier in de successiewet namelijk al rekening mee gehouden.

Door |2023-08-21T12:34:42+02:0021 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Leeftijdsgrens bij schenking periodieke uitkering

Geen verzuimboete meer bij vrijwillige verbetering met suppletie btw

De Belastingdienst legt vanaf 2 juni 2023 geen verzuimboete meer op na een vrijwillige verbetering van een aangiftebelasting.

Aangiftebelastingen

Belastingdienst

Aangiftebelastingen zijn belastingen die u zelf berekent, in een aangifte opneemt en op eigen initiatief betaalt aan de Belastingdienst. De bekendste voorbeelden zijn de aangifte omzetbelasting en de aangifte loonheffingen.

Mededelingsplicht

Voor de meeste aangiftebelastingen is in de wet een zogenaamde mededelingsplicht opgenomen. Deze mededelingsplicht houdt in dat de ondernemer op eigen initiatief de Belastingdienst op de hoogte moet brengen van onjuistheden of onvolledigheden in de aangifte. Voor de omzetbelasting krijgt dit bijvoorbeeld vorm in de welbekende suppletieverplichting en voor de loonheffing in correctieberichten.

Verzuimboete suppletie btw

De Belastingdienst kon tot voor kort na een suppletie btw een betaalverzuimboete opleggen. Als die suppletie btw een vrijwillige verbetering betrof, dan legde de Belastingdienst geen betaalverzuimboete op als het bij te betalen btw-bedrag niet groter was dan € 20.000, of als dit btw-bedrag minder dan 10% was van de btw die eerder per saldo was betaald of terugontvangen. Voldeed de suppletie daar niet aan, dan bedroeg de verzuimboete echter 5% van het bij te betalen btw-bedrag met een maximum boete van € 5.514.

Let op! Van een vrijwillige verbetering is alleen sprake als de suppletie is ingediend voordat u weet, of redelijkerwijs moet vermoeden, dat de Belastingdienst al op de hoogte is van de onjuistheid of onvolledigheid van uw aangifte.

Geen betaalverzuimboete meer

In september 2021 oordeelde de Hoge Raad dat informatie die een belastingplichtige verstrekt op grond van een wettelijke mededelingsplicht, niet gebruikt mag worden als motivatie voor het opleggen van een boete. De Belastingdienst gebruikte deze informatie over het algemeen wel voor het opleggen van de betaalverzuimboete na de suppletie btw. Om die reden is nu besloten om met ingang van 2 juni 2023 geen betaalverzuimboetes meer op te leggen na een suppletie btw ingediend op grond van de wettelijke mededelingsplicht.

Let op! Ook voor andere aangiftebelastingen die ingediend worden op grond van een wettelijke mededelingsplicht of die een vrijwillige verbetering zijn, zal vanaf 2 juni 2023 deze verzuimboete niet meer worden opgelegd. Voor op eigen initiatief ingediende correctieberichten loonheffingen werd overigens al geen betaalverzuim- of aangifteverzuimboete opgelegd.

Met terugwerkende kracht?

De betaalverzuimboetes worden dus met ingang van 2 juni 2023 in hiervoor beschreven situaties niet meer opgelegd. Dit geldt niet alleen voor bijvoorbeeld alle suppleties btw die nog ingediend moeten worden, maar ook voor suppleties btw die al zijn ingediend maar waarvoor nog geen naheffingsaanslag is opgelegd op 2 juni 2023.

Tip! Is al wel een betaalverzuimboete opgelegd, dan kan verzocht worden om vernietiging van die boete. Voorwaarde hiervoor is dat die boete op 2 juni 2023 nog niet onherroepelijk vaststond.

Door |2023-08-21T12:35:22+02:0021 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen verzuimboete meer bij vrijwillige verbetering met suppletie btw

Airco thuiswerkende ondernemer fiscaal aftrekbaar?

Met de zomerse temperaturen die tegenwoordig flink kunnen oplopen, is een airco thuis al lang geen uitzondering meer. Werkt u vanuit huis? Is dan een airco in uw werkkamer fiscaal aftrekbaar? Hoe zit dat precies?

Werkkamer ondernemingsvermogen?

Thuiswerken

Een werkkamer behoort tot het ondernemingsvermogen als deze voldoende zelfstandig is. Dit is alleen het geval als:

  • de werkkamer een eigen ingang heeft;
  • de werkkamer eigen sanitair heeft; én
  • u bovendien een groot deel van uw inkomen in of vanuit uw werkkamer verdient.

Voldoet uw werkkamer thuis aan bovenstaande voorwaarden, dan zijn de kosten van een airco gewoon aftrekbaar.

In de meeste gevallen echter, behoort de werkkamer thuis niet tot het ondernemingsvermogen. In dat geval zijn de kosten van een airco dus ook niet aftrekbaar.

Wel kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Hoewel een airco dus meestal niet aftrekbaar is van de winst, heeft u in beginsel wel recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). U moet dan voldoen aan de hiervoor geldende voorwaarden. Een belangrijke voorwaarde is dat u dit jaar (2023) meer dan € 2.600 aan investeringen uitgeeft. Ook moet de airco minstens € 450 kosten, maar dit zal meestal wel het geval zijn. De KIA bedraagt maximaal 28% van het investeringsbedrag.

Tip! Ook de installatiekosten behoren tot de investering en tellen dus mee voor de KIA.

Btw terug te vragen?

De btw die u heeft betaald op de airco kunt u terugvragen, net als de btw op de verbruikte energie en het onderhoud. Verricht u maar voor een deel belaste prestaties, dan is ook de btw op uw airco maar voor een deel aftrekbaar. Uitgangspunt is dat dit hetzelfde deel is als het aandeel belaste prestaties in uw totale omzet.

Door |2023-08-21T12:35:30+02:0021 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Airco thuiswerkende ondernemer fiscaal aftrekbaar?

Deadline 1 september aanvraag zorg- en huurtoeslag voor 2022

Heeft u voor 2022 geen zorg- of huurtoeslag aangevraagd en heeft u daar toch recht op? Dan kunt u deze alsnog met terugwerkende kracht aanvragen. Dit kan tot uiterlijk 1 september 2023.

Wellicht toch?

Geld

Van degenen die recht hebben op genoemde toeslagen, blijkt zo’n 10% deze niet aan te vragen. Afhankelijk van de situatie kan de toeslag oplopen tot enkele tientallen tot honderden euro’s per maand die men dan laat liggen. Wilt u controleren of u recht heeft op een van de of beide toeslagen voor 2022? Check dit dan via de site van de Belastingdienst.

Voorwaarden

Voor zowel de zorg- als huurtoeslag gelden voorwaarden. Zo moet u voor de zorgtoeslag een zorgverzekering hebben afgesloten. Voor de huurtoeslag mag uw huur niet te hoog zijn. Ook mogen voor beide toeslagen uw inkomen en vermogen niet te hoog zijn. Op de site van de Belastingdienst kunt u checken of u aan alle voorwaarden voldoet.

Proefberekening

Op de site van de Belastingdienst kunt u ook een proefberekening maken. U vult daartoe uw persoonlijke gegevens in, waarna het programma berekent of u recht heeft op een toeslag en hoeveel deze per maand bedraagt.

Tip! Met de proefberekening kunt u bijvoorbeeld ook uitrekenen wat het u scheelt aan huurtoeslag als u zou verhuizen naar een duurdere of goedkopere huurwoning.

Wijzigingen doorgeven

Heeft u vorig jaar al zorg- en/of huurtoeslag gehad, dan krijgt u deze dit jaar automatisch weer. Belangrijk is dan dat u tijdig wijzigingen doorgeeft, zoals een stijging van uw inkomen of een veranderde gezinssituatie. Blijkt achteraf namelijk dat u te veel toeslag heeft gekregen, dan moet u de te veel ontvangen toeslag terugbetalen.

Door |2023-08-21T12:35:40+02:0021 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Deadline 1 september aanvraag zorg- en huurtoeslag voor 2022

Wijzigingen belastingen 2024, wat weten we al?

Op Prinsjesdag, 19 september 2023, worden de belastingplannen voor volgend jaar bekendgemaakt, ondanks de demissionaire toestand van het kabinet. De vraag is wat daardoor überhaupt de omvang van het Belastingplan 2024 zal zijn. Welke wijzigingen zijn al wel bekend van de plannen op fiscaal gebied?

Wijzigingen bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en doorschuifregeling (DSR)

Prinsjesdag

De BOR en de DSR zijn belangrijke faciliteiten bij het schenken of erven van een (familie)bedrijf. De BOR en de DSR kennen een forse vrijstelling van te betalen belasting, op voorwaarde dat het bedrijf wordt voortgezet. De BOR wordt vanaf 2025 gewijzigd; een aantal onderdelen wordt echter al per 1 januari 2024 ingevoerd. Dit betreft als eerste het aanmerken van verhuurd vastgoed als belegging. (Deze wijziging geldt overigens ook voor de doorschuifregeling inzake een aanmerkelijk belang) Daarnaast wordt per 2024 ook de regeling geschrapt dat bij het gebruikmaken van de BOR of DSR maximaal 5% van het vermogen van een bedrijf uit beleggingen mag bestaan.

Wijziging belastingtarief box 2

Het belastingtarief in box 2 geldt voor inkomsten uit een aanmerkelijk belang, zoals dividend. Dit tarief bedraagt nu nog 26,9%, maar dat wordt vervangen door twee tarieven. Het eerste geldt voor inkomsten tot € 67.000 en gaat 24,5% bedragen, ofwel 2,4%-punt minder. Over inkomen boven € 67.000 gaat het tarief 31% bedragen, dus 4,1%-punt meer. Met de maatregel hoopt de regering het oppotten van winst in de bv tegen te gaan.

Energie-investeringsaftrek (EIA) versobert

Als u energievriendelijk investeert, kunt u wellicht aanspraak maken op de op de energie-investeringsaftrek (EIA). Voor de EIA geldt voor 2023 dat u 45,5% van het investeringsbedrag extra op uw winst in mindering mag brengen. Zodoende verlaagt u uw winst en betaalt u minder belasting. De EIA wordt in 2024 versoberd, wat wil zeggen dat het percentage wordt verminderd en dat het maximum investeringsbedrag waarvoor u de EIA kunt claimen, thans € 136 miljoen, eveneens lager wordt. De exacte cijfers zijn nog niet bekend.

Tip! Overweegt u een dergelijke investering, dan kan het dus interessant zijn dit nog in 2023 te doen.

Nieuwe auto wordt duurder

De aanschaf van een niet-elektrische auto wordt volgend jaar duurder. De zogenaamde vaste voet in de bpm wordt per 2024 met € 200 verhoogd.

Let op! Elektrische auto’s zijn in 2024 nog vrijgesteld van bpm, maar vanaf 2025 niet meer. Vanaf dat moment gaat dus ook de aanschafprijs van een nieuwe elektrische auto omhoog.

Einde betalingskorting inkomstenbelasting

Als u een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting in één keer betaalt, krijgt u een betalingskorting. Deze betalingskorting is voor de vennootschapsbelasting inmiddels afgeschaft, dat gaat vanaf 2024 ook voor de inkomstenbelasting gelden.

Wijziging proceskosten- en immateriële schadevergoeding

Als u fiscaal procedeert en wint, heeft u recht op een proceskostenvergoeding. Als uw procedure te lang duurt, komt daar een vergoeding voor geleden immateriële schade bij. Per 2024 wordt de proceskostenvergoeding in WOZ- en bpm-zaken verminderd en de immateriële schadevergoeding afgeschaft. Op deze manier wil het kabinet met name het procederen op basis van no cure, no pay ontmoedigen.

Wijzigingen box 3

Zoals bekend, heeft u tegenwoordig in box 3 te maken met een verschillend fictief rendement voor spaargeld en voor overige bezittingen, zoals aandelen en panden. Bezit u een appartement, dan bent u automatisch lid van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De VvE vormt reserves voor gemeenschappelijke uitgaven, zoals schilderwerk. Uw aandeel in deze reserve dient u aan te geven in box 3. Daarvoor is vanaf 2024 wettelijk bepaald dat dit aandeel hetzelfde fictieve rendement heeft als spaargeld. Hetzelfde geldt voor een aandeel in het vermogen dat op de derdengeldenrekening van een notaris staat.

Verder hoeven vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen niet meer in de belastingaangifte te worden vermeld. Een andere wijziging betreft een verhoging van de heffingskorting voor groene beleggingen van 0,7% naar 1,1% van het vrijgestelde bedrag. Daarnaast wordt overwogen een apart forfaitair rendement voor vorderingen te maken. Dit percentage zou dan hetzelfde kunnen zijn als dat voor schulden.

Let op! Woensdag 6 september 2023 vergadert de Tweede Kamer over de onderwerpen die zij mogelijk controversieel willen verklaren vanwege het vallen van het kabinet. Wij houden u op de hoogte over belangrijke zaken die eventueel op de lange baan worden geschoven.

Door |2023-08-21T12:34:32+02:0021 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen belastingen 2024, wat weten we al?

Wanneer is er sprake van laden of lossen?

Op veel plaatsen in Nederland mag u alleen tegen betaling uw auto parkeren op de openbare weg of gemeentelijke parkeerplaatsen. Betalen is dan echter niet nodig als sprake is van laden of lossen. Maar wat verstaat de wetgever hier precies onder en hoe oordeelden enkele rechters onlangs hierover?

Betaald parkeren

Transport

Als u op de openbare weg parkeert waar u voor het parkeren moet betalen, is sprake van parkeerbelasting. Betaalt u niet of te weinig, dan kunt u een naheffing parkeerbelasting ontvangen.

Let op! Meestal moet u dan het parkeertarief voor één uur parkeren betalen, plus een opslag voor kosten. Deze opslag bedraagt in 2023 maximaal €72,90 en wordt door de meeste gemeentes in rekening gebracht.

Uitzondering voor laden en lossen

Als sprake is van laden of lossen, hoeft u geen parkeerbelasting te betalen. Volgens vaste rechtspraak moet dan gaan om het bij voortduring in- of uitladen van zaken van enige omvang of enig gewicht, onmiddellijk nadat het voertuig tot stilstand is gebracht en gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het moet gaan om zaken van een zodanige omvang of gewicht dat zij niet of bezwaarlijk op een andere wijze dan per voertuig ter plaatse kunnen worden gehaald of gebracht.

Geen tijdlimiet

Onlangs spraken de Rechtbank Rotterdam en de Rechtbank Gelderland zich uit in zaken waarbij het lossen van goederen minstens 10 minuten had geduurd. De rechters stelden in beide zaken de parkeerders in het gelijk. Uit de uitspraken volgt dat laden/lossen in beginsel geen tijdslimiet kent. Wel moet er direct worden geladen of gelost en mag de auto slechts stilstaan gedurende de tijd die nodig is voor het laden en lossen. Rechtbank Rotterdam gaf aan het vragen en krijgen van een ontvangstbevestiging door de bezorger onderdeel te vinden van dit laden en lossen.

Afleverbon uitschrijven

Hof Amsterdam oordeelde strenger. Volgens het Hof behoort het uitschrijven van een afleverbon niet tot het laden en lossen. In deze zaak had de gemeente de uitgeschreven naheffing inmiddels verscheurd, maar werd een proceskostenvergoeding geweigerd. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en verklaarde dit zonder verdere motivering niet-ontvankelijk.

Let op! Meerdere rechters oordeelden al dat u moet bewijzen dat u aan het laden en lossen was. Zorg daarom dat u aannemelijk kunt maken dat er wordt geladen of gelost. Zo had in de zaak voor de rechtbank Rotterdam de parkeerder via een pamflet achter de voorruit aangegeven dat er pakketten werden bezorgd.

Door |2023-08-21T12:33:38+02:0016 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is er sprake van laden of lossen?

SDE++ aanvragen van 5 september tot en met 5 oktober

Ondernemers kunnen van 5 september tot en met 5 oktober 2023 weer subsidie aanvragen in het kader van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). De SDE++ regeling verschaft subsidie aan ondernemers die grootschalige hernieuwbare energie opwekken of zorgen voor een vermindering van de uitstoot van CO2.

Aanvraag vertraagd

Windmolen

Het kunnen aanvragen van de SDE++ subsidie liep vertraging op vanwege enkele nieuwe facetten van de regeling. Die moesten eerst door de Europese Commissie worden goedgekeurd. Dit is inmiddels gebeurd.

Introductie ‘hekjes’

In de nieuwe SDE++ regeling wordt gebruikgemaakt van zogenaamde hekjes. Via deze hekjes is voor een aantal technieken subsidie gereserveerd. Deze technieken zijn nu nog niet zo rendabel. Er wordt echter verwacht dat deze technieken een belangrijke rol gaan spelen bij de energietransitie.

Overige wijzigingen

Naast de introductie van hekjes is de SDE++ regeling op nog enkele andere punten gewijzigd. Dit betreft:

  • het productieplafond voor het op land opwekken van hernieuwbare elektriciteit en voor de afvang en opslag van CO2 is vervallen;
  • zon-PV-installaties kleiner dan 1 MWp mogen nog maar maximaal de helft van het piekvermogen terugleveren aan het elektriciteitsnet;
  • de SDE++ regeling is uitgebreid met een nieuwe categorie, namelijk de lucht-water-warmtepomp.

Aanvraag voorbereiden

Ondernemers kunnen desgewenst hun aanvraag nu al voorbereiden. De hiervoor benodigde documenten zijn namelijk al beschikbaar op RVO.nl. Vanaf eind augustus kan men de aanvraag dan klaarzetten binnen de eigen omgeving op de site van de RVO.

Let op! Aanvragen kan tot en met 5 oktober 2023.

Door |2023-08-15T12:46:55+02:0015 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor SDE++ aanvragen van 5 september tot en met 5 oktober

LKV mogelijk toch mee bij overgang onderneming: maak bezwaar!

Heeft u werknemers overgenomen van een overdragende werkgever die in 2022 nog recht had op een LKV, dan is het onder voorwaarden toch mogelijk dat u recht heeft op dit LKV. U moet hiervoor bezwaar aantekenen. Dit naar aanleiding van een advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad.

Het advies van de AG

Belastingdienst

De beschikking ‘Wet tegemoetkomingen loondomein’ (Wtl) 2022 gaat ervan uit dat bij de overgang van een onderneming het recht op een loonkostenvoordeel (LKV) niet overgaat naar de overnemende werkgever. De advocaat-generaal (AG) die de Hoge Raad van een advies dient, is daarentegen van oordeel dat dit recht onder voorwaarden wél overgaat naar de overnemende werkgever.

Let op! De Hoge Raad moet hier zelf over nog uitsluitsel geven. Deze uitspraak wordt in het najaar van 2023 verwacht.

Voorwaarden

Bij een overgang van onderneming kan gedacht worden aan een fusie of aan de inbreng van een eenmanszaak in een bv. De AG is van oordeel dat het LKV onder de volgende voorwaarden overgaat naar de verkrijger:

  • De overnemende werkgever zet de dienstbetrekking voort die de werknemer met de overdragende werkgever had.
  • Als de overdragende werkgever recht had op een LKV voor 1 of meer werknemers, dan heeft de overnemende werkgever van die werknemer(s) dat ook voor de resterende duur van het LKV.
  • De doelgroepverklaring blijft geldig, ook al staat daar de naam van de overdragende werkgever op.

Maak bezwaar

Heeft u werknemers overgenomen van een overdragende werkgever die in 2022 nog recht had op een LKV, dan is het raadzaam om – als de beschikking Wtl over 2022 is ontvangen-  daartegen bezwaar aan te tekenen.  Mocht de Hoge Raad immers het advies van de advocaat-generaal overnemen, dan kunt u mogelijk ook recht krijgen op het LKV.

Wat moet u vermelden in uw bezwaarschrift?

  • Het is raadzaam in het bezwaarschrift te verwijzen naar de procedure bij de Hoge Raad: ECLI:NL:PHR:2023:341.
  • Tevens is het van belang aan te geven over welke werknemers het bezwaar gaat en per werknemer aan te geven om welk LKV het gaat. Er zijn immers verschillende soorten loonkostenvoordelen: LKV oudere werknemer, LKV (herplaatsen) arbeidsgehandicapte werknemer en LKV banenafspraak en scholingsbelemmerden.

Tot slot dient ook de doelgroepverklaring van deze werknemers aan het bezwaarschrift toegevoegd te worden. Het bezwaarschrift moet worden verstuurd naar: Belastingdienst/Centrale administratieve processen, Postbus 8738, 4820 BA Breda.

Tip! Voor het bezwaar kan het formulier Bezwaar loonheffingen worden gebruikt.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-08-04T12:28:09+02:004 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor LKV mogelijk toch mee bij overgang onderneming: maak bezwaar!

Loonwaarde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen gelijk

In veel cao’s en arbeidsovereenkomsten is geregeld dat een werknemer extra vakantierechten heeft, de bovenwettelijke vakantiedagen. Dienen deze bovenwettelijke vakantiedagen op eenzelfde wijze beloond te worden als de wettelijke vakantiedagen?

Deze vraag speelde bij de Hoge Raad. De wet kent een regeling ten aanzien van de wettelijke vakantiedagen. Dat betreft vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week. Oftewel, een werknemer heeft minimaal recht op vier weken vakantie op jaarbasis.

Regeling werktijdverkorting in deze zaak

NS

In de aan de Hoge Raad voorgelegde zaak had een werknemer van de NS gebruikgemaakt van de in de cao geregelde faciliteit ‘Regeling werktijdverkorting oudere werknemers’ (RO-regeling). Op grond van deze regeling worden vrije uren ingezet ter bekorting van de werkweek, in deze zaak was dit naar 32 uur per week.

De cao van de NS maakt onderscheid tussen verlofuren (wettelijke vakantiedagen) en vrije uren (bovenwettelijke vakantiedagen). De NS was van oordeel dat, doordat de werknemer de vrije uren had ingezet voor werkweekverkorting, ze niet meer gelijk te stellen waren aan het opnemen van vakantie. Om die reden zou de beloning over die uren niet gelijk moeten zijn aan de waarde van een vakantiedag. De NS betaalde daarom geen onregelmatigheidstoeslag over de opgenomen vrije uren.

Vrijetijdsaanspraak

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat voor het antwoord op de vraag of een vrijetijdsaanspraak moet worden aangemerkt als vakantie, gekeken moet worden naar het doel van de vrijetijdsaanspraak. Als de vrijetijdsaanspraak beoogt de werknemer betaald verlof te bieden in verband met de werkbelasting die de werknemer heeft, dan moet deze aanspraak hetzelfde worden behandeld als vakantie. Ook al gebruikt de werknemer het verlof voor een ander doel, dan wijzigt hiermee de aard van de aanspraak niet.

Dit betekent dat de NS de opgenomen vrije uren hetzelfde moet belonen als de vakantiedagen, waardoor de werknemer recht heeft op nabetaling van de onregelmatigheidstoeslag over deze opgenomen vrije uren (bovenwettelijke vakantiedagen).

Door |2023-08-03T16:15:54+02:003 augustus 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Loonwaarde wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen gelijk