FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1748 blog entries.
  • Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?

Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?

Als je een bestaand pand koopt, moet je meestal overdrachtsbelasting betalen. Het tarief is onder meer afhankelijk van de vraag of sprake is van een woning of niet.

Tarief overdrachtsbelasting

Voor woningen die je voor langere tijd als hoofdverblijf gaat bewonen geldt een verlaagd tarief van 2% of een vrijstelling. Ga je de woning niet als hoofdverblijf bewonen, dan geldt voor de woning een tarief van 8%. Voor andere panden, zoals winkels en bedrijfspanden, geldt een tarief van 10,4%. Voor de hoogte van het tarief is dus van belang wanneer is sprake is van een woning.

Pand bestemd als woning?

Tijdens de wetsbehandeling is aan de orde geweest dat een pand bij de juridische overdracht naar zijn aard bestemd moet zijn als woning om ook als zodanig te worden aangemerkt. De Hoge Raad heeft bepaald dat daarbij van belang is waarvoor het pand oorspronkelijk is gebouwd. Is een woning verbouwd voor een andere vorm van gebruik, dan blijft het naar zijn aard alleen een woning, als er maar beperkte aanpassingen nodig zijn om het weer voor bewoning geschikt te maken.

Buurthuis, school of woning?

Bovenstaande uitgangspunten stonden centraal in een zaak die zich afspeelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Een belastingplichtige had een pand gekocht dat bestond uit een voormalige woning, die was samengevoegd met een school, die op zijn beurt weer was verbouwd tot buurthuis met gymzalen. Om te bepalen welk tarief overdrachtsbelasting van toepassing was, diende de rechtbank te bepalen of er al dan niet sprake was van een woning.

Bewijslast

De rechtbank stelde vast dat de bewijslast in dit soort geschillen bij de belastingplichtige ligt. Die moest in deze zaak aannemelijk maken dat de panden oorspronkelijk gebouwd waren als woning en ook hun aard als woning hadden behouden. 

Geen aard als woning

Uit onder meer bouwtekeningen bleek dat het pand door de verbouwingen tot dorpshuis met sportzaal zonder aanpassingen naar zijn aard niet meer bestemd was als woning. Dat het pand nog wel voor bewoning gebruikt kon worden, deed niet ter zake.

Ook was één van de panden oorspronkelijk bestemd voor ander gebruik dan als woning. Dit pand was groter dan het andere. Met de samenvoeging van beide panden in het verleden was het geheel niet meer aan te merken als ‘oorspronkelijk gebouwd als woning’. Hierdoor was de aard als woning definitief verloren gegaan. Of er slechts beperkte aanpassingen nodig zouden zijn om het pand weer voor bewoning geschikt te maken, deed daardoor niet meer ter zake. 

Hoog tarief in plaats van 2%

Al met al lukte het de koper dus niet om aannemelijk te maken dat het pand naar zijn aard bestemd was tot bewoning. Gevolg was dat het hoge tarief overdrachtsbelasting in plaats van 2% van toepassing was.

Door |2026-09-30T08:08:44+02:0023 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is pand voor de overdrachtsbelasting een woning?
  • Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie

Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie

Vanwege de vele geconstateerde misstanden gaat de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de vleessector per 1 maart 2028 verbieden om nog met uitzendkrachten te werken. Er werken relatief veel arbeidsmigranten in de vleessector.

Doelgroep

Het verbod op uitzendkrachten zal van toepassing zijn voor bedrijven die de volgende activiteiten verrichten: slachten, verwerken, koelen en invriezen van vlees. Voor functies die niet direct samenhangen met de primaire vleesproductie zoals verkoopmedewerkers, of administratief personeel mogen straks nog wel uitzendkrachten worden ingezet.

Let op! Kleine bedrijven die minder dan 20 mensen inzetten vallen niet onder het verbod. Voor de grens van 20 mensen gaat het om het totaal van werknemers die op basis van een arbeidsovereenkomst voor het bedrijf werken en de uitzendkrachten.

Parlementair onderzoek

Al tijdens een parlementair onderzoek in 2011 is gebleken dat er sprake was van malafide praktijken in de vleesverwerkende industrie. Die misstanden, die vooral arbeidsmigranten betreffen omdat zij relatief veel in deze sector werken, zijn blijven voortduren. Het gaat dan om zaken als intimidatie, ontslag tijdens ziekte en onderbetaling. De Arbeidsinspectie heeft geconcludeerd dat bij de inzet van uitzendkrachten twee keer zo vaak sprake is van een overtreding van de arbeidswetten.

De vleessector is te weinig actief geweest waar het gaat om het aanpakken van de geconstateerde misstanden. Om die reden gaat de minister ingrijpen.

Ervaringen in Duitsland

Het kabinet verwijst naar de in Duitsland opgedane ervaringen, waar een vergelijkbaar verbod eerder is ingevoerd. Volgens het ministerie heeft dat daar bijgedragen aan minder arbeidsongevallen, betere naleving van arbeidsvoorwaarden en meer verantwoordelijkheid van werkgevers voor hun eigen personeel.

Gefaseerde invoering

Het verbod moet ingaan op 1 maart 2028. Voor bestaande dienstverbanden gaat een overgangstermijn gelden tot 1 juni 2028. Dit betekent dat per 1 juni 2028 het uitzendverbod in de vleesketen dus volledig van kracht is. Bedrijven hebben nu dus nog 23 maanden de tijd om zich voor te bereiden.

Let op! De Arbeidsinspectie gaat toezien op de naleving van het verbod.

Internetconsultatie

Over dit wetsvoorstel staat een internetconsultatie open van 3 juli 2026 tot en met 28 augustus 2026. 

Door |2026-09-30T08:08:46+02:0023 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Verbod op uitzendkrachten in de vleesindustrie

Langere openstelling Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

De openstelling  van de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) is met zes maanden verlengd tot en met 27 januari 2027.

In de Kamerbrief ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof’ van 26 juni 2026 zijn maatregelen aangekondigd om weer ruimte te maken voor vergunningverlening. Essentieel onderdeel van de aanpak is de ondersteuning van boerenbedrijven bij het nemen van maatregelen. Het gaat om brede ondersteuning bij verschillende maatregelen, waaronder extensiveren. Door de openstelling van de Sem te verlengen, wil de minister van LVVN melkveehouders langer de tijd geven om deelname te overwegen en een beeld te vormen van wat de stikstofplannen voor hun bedrijf betekenen.

Wel geldt nog steeds dat aanvragen worden gerangschikt op volgorde van binnenkomst. Een belangrijke kanttekening is dat deelname aan de Sem op dit moment in principe geen directe gevolgen heeft voor de bestaande natuurtoestemming, maar dat in de toekomst ruimte voor het eventueel teruggaan naar het oude aantal dieren niet met zekerheid gegarandeerd kan worden.

Door |2026-07-23T02:00:00+02:0023 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Langere openstelling Subsidieregeling extensivering melkveehouderij

GLB: minimale bodembedekking bouwland op kleigrond

Vanuit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) moet op kleigronden tussen 1 augustus en 30 november minimaal 80% van het bouwland op het bedrijf ten minste 8 weken bedekt zijn met een bodembedekker. De bedekking kan bestaan uit een gewas, vanggewas, stoppels, mulchen, plantenresten of groenbemester. Het hoeft geen aaneengesloten periode te zijn.

Dit geldt niet voor bedrijven in de streek Oldambt en het eiland Hoeksche Waard, die op zware kleigrond continuteelt van wintergewassen toepassen. Wintergewassen zijn wintertarwe, wintergerst, winterkoolzaad en winterraapzaad.

Door |2026-07-22T13:19:12+02:0022 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor GLB: minimale bodembedekking bouwland op kleigrond

Onherroepelijke natuurvergunning niet onaantastbaar

Ook een onherroepelijke natuurvergunning is niet altijd definitief. Op grond van de Omgevingswet, gebaseerd op de Habitatrichtlijn, kan de overheid een natuurvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als dat noodzakelijk is om verslechtering van Natura 2000-gebieden te voorkomen. Intrekking is daarbij een uiterste maatregel en mag alleen worden toegepast als minder ingrijpende oplossingen onvoldoende resultaat opleveren.

Een actueel voorbeeld is Noord-Brabant. De provincie is een procedure gestart om de natuurvergunningen van vijf piekbelastende pluimveebedrijven in te trekken. Volgens uitspraken van de rechtbank van 16 april 2025 moet de provincie maatregelen treffen die leiden tot een blijvende en substantiële vermindering van de stikstofbelasting in de betrokken Natura 2000-gebieden. De provincie heeft vervolgens besloten een procedure te starten om de natuurvergunningen van de vijf pluimveebedrijven in te trekken, omdat zij van oordeel is dat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende resultaat hebben opgeleverd. De ingediende plannen om de stikstofemissie te reduceren hebben niet tot een ander besluit geleid. De betrokken ondernemers mogen wel 15 procent van de stikstofruimte behouden voor activiteiten zonder het houden van landbouwhuisdieren.

Dit betekent niet dat iedere natuurvergunning in de buurt van een Natura 2000-gebied kan worden ingetrokken. De overheid moet per situatie zorgvuldig onderbouwen waarom intrekking noodzakelijk en evenredig is en waarom lichtere maatregelen niet volstaan. Tegen een ontwerp- en definitief intrekkingsbesluit kunnen vergunninghouders gebruikmaken van de gebruikelijke rechtsmiddelen.

Door |2026-07-22T13:16:47+02:0022 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Onherroepelijke natuurvergunning niet onaantastbaar
  • Verkoop testkits soa’s en hpv vrijgesteld van btw

Verkoop testkits soa’s en hpv vrijgesteld van btw

Kan een bv de btw-vrijstelling toepassen op de verkoop van testkits voor testen op soa’s en hpv? En maakt het daarbij uit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst heeft?

Volgens een gerechtshof kon een bv de medische btw-vrijstelling toepassen op de verkoop van testkits, waarmee consumenten zich konden testen op soa’s en hpv. Dit ondanks het feit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst had. Wat speelde in deze zaak?

Verkoop testkits in samenwerking met medisch diagnostisch centrum

De bv werkte samen met een medisch diagnostisch centrum. De consument die de testkit van de bv kocht, kon de test zelf afnemen. Daarna stuurde de consument het monster via Post NL rechtstreeks naar het medisch diagnostisch centrum. Het medisch diagnostisch centrum voerde de laboratoriumanalyse uit en verstrekte de uitslag aan de bv. De consument kon de testuitslag raadplegen op de website van de bv.

De bv had zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij het medisch diagnostisch centrum waren wel BIG-geregistreerde artsen in dienst. Bij een positieve diagnose van een soa-test verzorgde de bv in 91% van de gevallen ook de medische nabehandeling door een door haar ingeschakelde huisarts en apotheker. Voor een positieve diagnose van hpv bood de bv alleen medische consulten aan bij een door haar ingeschakelde huisarts, omdat hpv niet met medicijnen is te genezen. Deze nabehandeling was bij de prijs van de testkit inbegrepen.

Gezondheidskundige verzorging van de mens

De dienst die de bv verrichte aan de consumenten bestond uit het aanbieden van laboratoriumonderzoek naar soa’s en hpv. Deze dienst had de diagnose, behandeling en genezing van ziekten of gezondheidsproblemen tot doel. Daarom kwalificeerde de dienst als de ‘gezondheidskundige verzorging van de mens’, hetgeen een van de voorwaarden is om de medische btw-vrijstelling te kunnen toepassen.

BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar

Een andere voorwaarde voor de medische btw-vrijstelling is dat de medische dienst wordt uitgevoerd door een BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaar. Volgens het gerechtshof voldeed de bv ook aan dit vereiste, omdat de bv tijdens haar dienstverlening gebruik maakte van de BIG-geregistreerde medici van het medisch diagnostisch centrum en de ingeschakelde huisarts. Daarmee kon de bv het voor de medische btw-vrijstelling vereiste kwaliteitsniveau garanderen, waardoor het niet uitmaakte dat deze BIG-geregistreerde artsen niet bij de bv in dienst waren.

Check de voorwaarden

Als je de medische btw-vrijstelling wilt toepassen, check dan goed of je aan alle voorwaarden voldoet. Er moet dus sprake zijn van de gezondheidskundige verzorging van de mens en de dienst moet worden verricht door BIG-geregistreerde beroepsbeoefenaren. Daarnaast moet de dienst gericht zijn op de individuele patiënt. Bovendien moet de dienst behoren tot het deskundigheidsgebied van de betrokken beroepsbeoefenaar en onderdeel uitmaken van de BIG-opleiding.

Let op!De voorwaarden zijn niet eenvoudig toe te passen. Overleg over je eigen situatie daarom met onze adviseurs.

Door |2026-09-30T08:08:47+02:0022 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Verkoop testkits soa’s en hpv vrijgesteld van btw
  • From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38

The legal presumption of an employment contract for an hourly rate below €38 will come into force on 31 December 2026. What does this mean for you as a client or company?

Employment contract for an hourly rate below €38? 

The introduction of the legal presumption does not mean that every contractor working at an hourly rate below €38 is automatically employed by the company. It does, however, mean that the presumption of an employment relationship is accepted. The contractor may rely on this presumption, but the company has the option to demonstrate that no employment contract exists.

If the company fails to prove this, the contractor is entitled to all the protection afforded by employment law. This includes continued payment during holidays and sick leave, and protection against dismissal 

Not applicable to the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate 

The contractor may rely on the legal presumption, but it has effect only under civil law. This means that the UWV, the Tax and Customs Administration and the Labour Inspectorate will not assess this legal presumption. They will continue to carry out their own investigations based on the elements of work, pay and a relationship of authority. 

Immediate effect from 31 December 2026 

The legal presumption will come into force immediately on 31 December 2026. Do you have a contractor who is already carrying out work for you before 31 December 2026 at an hourly rate of less than €38? And will that contractor still be doing so from 31 December 2026 onwards? If so, from 31 December 2026 there will be a presumption that this contractor is employed by you. 

Door |2026-09-30T08:08:48+02:0021 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor From 31 December 2026: employment contracts with an hourly rate below €38
  • Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Duits pensioen slechts deels in Nederland belast

Het in Duitsland opgebouwde pensioen van een inwoner van Nederland mocht volgens de Hoge Raad niet geheel door Nederland belast worden. Wat speelde hier?

Duits pensioen

Een inwoner van Nederland woonde en werkte meer dan 17 jaar in Duitsland. Hij was gedurende die tijd verplicht verzekerd voor de Deutsche Rentenversicherung (een Duits pensioen). Van de premies die hij voor dit Duitse pensioen betaalde was 45 procent aftrekbaar in Duitsland.

Volledig belast?

In 2018 woonde hij het hele jaar in Nederland en ontving hij uitkeringen uit het Duitse pensioen. De Belastingdienst belaste het volledige bedrag van de uitkeringen.

Of slechts ten dele?

De belastingplichtige vond dat niet terecht en stelde dat Nederland slechts mocht heffen over 45% van de uitkeringen, omdat destijds ook maar 45% van de premies aftrekbaar was in Duitsland. Het gerechtshof volgde hem in dit standpunt en belaste alleen 45% van de uitkeringen en de andere 55% niet.

Hoge Raad: slechts belast voor zover aftrek

De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. De uitkeringen waren dus slecht belast voor zover de premies aftrekbaar waren geweest.

Door |2026-09-30T08:08:49+02:0021 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Duits pensioen slechts deels in Nederland belast
  • Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet

Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet

Het kabinet wil de huidige wet Arbeid en zorg (Wazo) vervangen door de Verlofwet. Het wetsvoorstel hiervoor is ter internetconsultatie aangeboden.

Verlofwet

De Verlofwet moet zorgen voor een eenvoudiger systeem van verlofvormen. Het betreft een administratieve vereenvoudiging. Dit betekent dat voorwaarden en kenmerken zo veel mogelijk gelijk worden getrokken. Bestaande rechten, zoals de verlofduur en betalingshoogte, blijven zoveel mogelijk gelijk. De Wazo wordt met dit wetsvoorstel geheel herschreven en geherstructureerd.

Let op! Gekozen is voor de nieuwe naam Verlofwet omdat deze beter aansluit bij de inhoud van de wet. Het past ook beter dan de naam “Wet arbeid en zorg”, omdat niet alle regelingen gaan om het verlenen van zorg. Zo regelt de nieuwe wet niet het vakantie- of ziekteverlof.

Drie pijlers

De verlofregelingen in het wetsvoorstel zijn ingedeeld in drie pijlers:

  1. Verlof voor ouders: hieronder vallen het zwangerschaps- en bevallingsverlof, (aanvullend) geboorteverlof en het (betaald) ouderschapsverlof.
  2. Zorg voor naasten: het kortdurend- en langdurend zorgverlof worden samengevoegd tot één zorgverlof.
  3. Persoonlijk verlof: dit betreft onder meer het kort verzuimverlof.

Verlof voor ouders

De verschillende verlofregelingen worden beter op elkaar afgestemd. Zo worden de opnametermijnen voor de meeste verlofvormen gelijkgetrokken naar over het algemeen een half jaar. Verder worden de regels om verlof aan te vragen vereenvoudigd. Dat kan dan straks vooraf, tijdens en na de verlofperiode.

Let op! Bij zelfstandigen wordt straks gekeken naar het inkomen van de zelfstandige (de winst) in plaats van naar het aantal gewerkte uren, omdat dit een representatiever criterium is. 

Verlof voor zorg voor naasten

Er komt één regeling waarbij het kort- en het langdurend zorgverlof wordt samengevoegd tot een verlof van in totaal acht weken. Hierbij blijven de eerste twee weken betaald tegen 70% van het loon en de overige zes weken onbetaald. De regeling wordt door de samenvoeging breder inzetbaar. Het zorgverlof kan straks ook gebruikt worden voor hulp aan naasten (bijvoorbeeld mantelzorg) en palliatieve zorg.

Persoonlijk verlof

Het calamiteiten- en kortverzuimverlof worden opgenomen in het kortverzuimverlof. Voor het overige wijzigt er niets.

Overige wijzigingen

Werkgevers moeten voortaan een werknemer tijdens het verlof met recht op uitkering voorzien van een loon vervangende betaling. Dit vraagt financiële ruimte bij de werkgever. Om werkgevers tegemoet te komen wordt het mogelijk alle uitkeringen vooraf bij het UWV aan te vragen. Hiermee is de periode tussen de loon vervangende betaling en de uitbetaling van de uitkering door UWV zo kort mogelijk.
Ook moeten werkgevers een inschatting maken van het dagloon. Dit kunnen ze doen door te kijken naar het SV-loon (sociale verzekeringsloon) van de werknemer in de referteperiode. Op die manier kan zo dicht mogelijk bij het dagloon worden aangesloten. 

Let op! De internetconsultatie loopt van 29 juni 2026 tot en met 10 augustus 2026. Het nieuwe verlofstelsel zou op 1 januari 2028 moeten ingaan.

Door |2026-09-30T08:08:50+02:0021 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vereenvoudiging verlofregelingen met wetsvoorstel Verlofwet
  • Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38

Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38

Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst bij een uurtarief onder € 38 treedt op 31 december 2026 in werking. Wat betekent dit voor jou als opdrachtgever of opdrachtnemer?

Arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38?

De invoering van het rechtsvermoeden betekent niet dat elke opdrachtnemer die werkt tegen een uurtarief onder € 38 automatisch in dienstbetrekking is bij de opdrachtgever. Het betekent wel dat het vermoeden van een dienstbetrekking wordt aangenomen. De opdrachtnemer kan daar een beroep op doen, maar de opdrachtgever heeft de mogelijkheid om aan te tonen dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Lukt het de opdrachtgever niet om dit aan te tonen, dan heeft de opdrachtnemer recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt. Denk daarbij aan doorbetaling bij vakanties en ziektes en ontslagbescherming

Niet voor UWV, Belastingdienst en Arbeidsinspectie

De opdrachtwerknemer kan een beroep doen op het rechtsvermoeden, maar het heeft alleen civielrechtelijke werking. Dat betekent dat het UWV, de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie dit rechtsvermoeden niet gaan toetsen. Zij houden hun eigen onderzoeksplicht op basis van de elementen arbeid, loon en gezagsverhouding.

Onmiddellijke werking vanaf 31 december 2026

Het rechtsvermoeden treedt op 31 december 2026 meteen in werking. Heb je een opdrachtnemer die al voor 31 december 2026 werkzaamheden voor je verricht tegen een uurtarief onder € 38? En doet die opdrachtnemer dat vanaf 31 december 2026 nog steeds? Dan bestaat vanaf 31 december 2026 het vermoeden dat deze opdrachtnemer in dienstbetrekking bij je werkt.

Door |2026-09-30T08:08:51+02:0020 juli 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 31 december 2026 arbeidsovereenkomst bij uurtarief onder € 38