samenwerkenenverbinden

  • Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

Een DGA is verplicht een gebruikelijk loon uit de BV op te nemen. Hierbij geldt nu een zogeheten doelmatigheidsmarge van 25%, maar het plan is om deze marge vanaf 2023 te verlagen naar 15%. Wat betekent dit voor het gebruikelijk loon?

Berekening gebruikelijk loon 2022

Het gebruikelijk loon bedraagt in 2022 volgens de wet het hoogste bedrag van de volgende bedragen:
• 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking; of
• het loon van de meest verdienende werknemer van de BV; of
• €48.000.

Tip! Onder bepaalde voorwaarden kan het gebruikelijk loon lager zijn. De bewijslast hiervan ligt wel bij jou.

Doelmatigheidsmarge naar 15%
Als de doelmatigheidsmarge volgend jaar daalt van 25% naar 15%, betekent dit dat de eerste hiervoor genoemde vergelijkingscomponent dan 85% wordt in plaats van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Hoger gebruikelijk loon
Vormt in 2022 de eerste vergelijkingscomponent het hoogste bedrag van de drie vergelijkingscomponenten of wordt deze vergelijkingscomponent het hoogste bedrag door de verhoging naar 85%? Dan zal het loon van de DGA in 2023 waarschijnlijk stijgen.

Voorbeeld
Stel het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking bedraagt zowel in 2022 als in 2023 €100.000. Het loon van de meestverdienende werknemer is in die beide jaren €80.000. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2022 dan €80.000 (€80.000 is hoger dan 75% van €100.000 en hoger dan €48.000). Vanaf 2023 bedraagt het gebruikelijk loon dan echter €85.000 (85% van €100.000).

Gebruikelijk loon blijft hetzelfde
De verlaging van de doelmatigheidsmarge zal niet in alle gevallen leiden tot een hoger gebruikelijk loon. Bedraagt bijvoorbeeld in het voorbeeld het loon van de meestverdienende werknemer
€90.000? Dan zal zowel in 2022 als vanaf 2023 het gebruikelijk loon €90.000 bedragen.

Let op! Het betreft nog slechts een plan dat eerst nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan. Wij volgen uiteraard voor u het nieuws en zullen je informeren als er meer bekend is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-01T11:50:25+02:001 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

  • Welke reiskosten kun je in 2022, 2023 en 2024 onbelast vergoeden?

Welke reiskosten kun je in 2022, 2023 en 2024 onbelast vergoeden?

Reiskosten in verband met het werk kun je, binnen bepaalde grenzen, onbelast vergoeden. Het kabinet besloot onlangs het vaste bedrag van €0,19 per kilometer vanaf volgend jaar in twee stappen te verhogen.

Reiskosten werknemers
Je mag de reiskosten die jouw werknemer maakt voor het werk, onbelast aan je werknemer vergoeden tot een bedrag van maximaal €0,19 per kilometer. Het maakt niet uit met welk vervoermiddel je werknemer de reis maakt. Dus ook als je werknemer met zijn eigen fiets reist, kun je onbelast €0,19 per kilometer vergoeden.

Let op! Dit bedrag omvat alle kosten, dus ook bijvoorbeeld de kosten van parkeren.

Vrije ruimte
Wil je een hoger bedrag vergoeden, dan kan dat ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Zolang het totaal aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen ten laste van deze ruimte binnen deze vrije ruimte blijft, is de hogere vergoeding onbelast. Bij overschrijding betaal je 80% belasting.

Let op! Wil je een ongebruikelijk hoger bedrag ten laste van de vrije ruimte brengen? Houd er dan rekening mee dat dit kan botsen met het zogeheten gebruikelijkheidscriterium (wat is in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk?). Het hogere bedrag wordt dan individueel bij de werknemer belast.

Werkelijke kosten
Reist je werknemer met het openbaar vervoer, taxi, vliegtuig of schip voor zijn werk? Dan mag je er ook voor kiezen om de werkelijke kosten te vergoeden.

Verhoging
Al langer klonken er geluiden dat het bedrag van €0,19 verhoogd zou worden. Bij de recente presentatie van de Voorjaarsnota werd bekend dat de voorgenomen verhoging een jaar naar voren gehaald wordt. Dit betekent dat het bedrag dat je onbelast kunt vergoeden zonder gebruik te maken van de vrije ruimte van de werkkostenregeling vanaf 2023 waarschijnlijk €0,21 per kilometer bedraagt. Vanaf 2024 wordt dit bedrag dan waarschijnlijk verder verhoogd naar €0,23 per kilometer.

Let op! De verhoging naar €0,21 en €0,23 per kilometer betekent niet dat je ook automatisch gebonden bent aan deze bedragen. Welke vergoeding je verstrekt is afhankelijk van wat daarover in een eventuele van toepassing zijnde cao is opgenomen en/of van welke (individuele) afspraken je daarover met jouw werknemers maakt.

Let op! Het betreft nog slechts een plan dat eerst nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan. Wij volgen uiteraard voor jou het nieuws en zullen je informeren als er meer bekend is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-31T10:49:53+02:0031 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Welke reiskosten kun je in 2022, 2023 en 2024 onbelast vergoeden?

  • Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Personen met een zogeheten ‘aanmerkelijk belang’, zoals DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven voor hun inkomsten in box 2. Nu is dat nog één tarief van 26,9%. Dit voorstel maakt onderdeel uit van de Voorjaarsnota die het kabinet 20 mei 2022 presenteerde.

Box 2
In box 2 wordt belasting geheven over inkomsten uit een aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang is sprake als je minstens 5% van de aandelen in een bepaalde rechtspersoon bezit. Meestal betreft dit een BV. De inkomsten kunnen bestaan uit dividend of uit de voor- en nadelen bij verkoop van de aandelen.

Tarieven
Het tarief in box 2 bedraagt nu 26,9%. Volgens het kabinetsvoorstel wordt dit vanaf 2024 een tarief van 26% voor inkomsten tot €67.000 en een tarief van 29,5% over het meerdere. Dit betekent dus een verlaging van het tarief met 0,9%-punt respectievelijk een verhoging met 2,6%-punt.

Verhoging opbrengst box 2
Het kabinet schat in dat het voorstel jaarlijks €70 miljoen oplevert. Omdat DGA’s naar verwachting op de maatregel zullen anticiperen, zal dit effect naar verwachting al vanaf 2023 optreden.

Voor- of nadelig?
Of het voorstel per saldo voor- of nadelig voor een DGA uitpakt, hangt af van de omvang van de uitgedeelde winst. Tot €67.000 treedt een voordeel op, daarna een nadeel. Door de maatregel zal de winst echter ook vaker dan nu gespreid worden opgenomen.

Let op! Het voorstel moet nog door het parlement worden aanvaard en is dus nog niet zeker.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-30T12:45:55+02:0030 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

  • Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

Als ondernemer ben je waarschijnlijk ook af en toe onderweg. Zijn de kosten van je maaltijden dan aftrekbaar en zo ja, waar hangt dit vanaf?

Zakelijk of niet?
Of jouw maaltijden aftrekbaar zijn, is afhankelijk van de vraag of de maaltijden al dan niet zakelijk zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gegeten wordt met zakenrelaties, bijvoorbeeld om een offerte te bespreken.

Eigen verteer
In een zaak voor het hof Den Haag ging het om een ondernemer die veel op locatie bij de klant werkte en in de buurt dan tijdelijk een ruimte huurde, zodat hij niet dagelijks op en neer hoefde te rijden. Op deze locaties ging de man ook uit eten en hij bracht deze kosten voor 80% ten laste van de winst. De inspecteur accepteerde dit echter niet.

Onzakelijk
De rechters waren het met de inspecteur eens en vonden dat het hier kosten betrof die in de privésfeer lagen en daarom niet aftrekbaar waren. Als de ondernemer thuis zou overnachten zou hij ook moeten eten en dus kosten voor voedsel en drank maken. Dat hij ervoor koos om bij verblijf buitenshuis uit eten te gaan, was een persoonlijke keuze. Anders dan bij etentjes met relaties, was er van een zakelijk belang geen sprake en dus waren de kosten niet aftrekbaar.

Verschil met werknemer en DGA
Dat er in vergelijkbare situaties voor werkgevers wel een mogelijkheid bestaat om dit soort etentjes onbelast te vergoeden, doet volgens het hof niet ter zake. Volgens het hof is een ondernemer nu eenmaal niet te vergelijken met een werknemer.

Let op! Omdat de DGA fiscaal voor dit soort situaties als werknemer wordt aangemerkt, komt hij wel in aanmerking voor een onbelaste vergoeding voor maaltijden.

Overnachtingskosten wel aftrekbaar
Volgens het hof is ook niet van belang dat overnachtingskosten wel aftrekbaar zijn. Hieraan ligt namelijk een zakelijk motief ten grondslag en deze kosten zouden zich niet voordoen als de ondernemer vanuit huis zou werken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-30T12:00:46+02:0030 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

  • Lever extra info TVL binnen twee weken aan!

Lever extra info TVL binnen twee weken aan!

Heb je de tegemoetkoming vaste lasten (TVL) aangevraagd en heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verzocht om extra informatie, lever deze dan binnen twee weken na dit verzoek aan. Ontvangt men deze info te laat, dan krijg je de TVL namelijk niet uitbetaald.

TVL
De TVL is een financiële tegemoetkoming voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis hun omzet flink hebben zien dalen. De omvang van de tegemoetkoming is afhankelijk van het percentage omzetverlies en van de omvang van de vaste lasten. Voor deze omvang wordt uitgegaan van branchegemiddelden.

Extra info
Voor het verstrekken van de tegemoetkoming heeft de uitvoerende organisatie RVO soms extra informatie nodig. Ondernemers die hierover bericht ontvangen, moeten de gevraagde info binnen twee weken na het verzoek van de RVO aanleveren.

EU-regelgeving
De gestelde deadlines hangen samen met Europese regelgeving. Op basis van deze regelgeving mag de RVO maar tot uiterlijk 30 juni 2022 TVL-aanvragen verlenen.

Uitzonderingen
Voor starters die de TVL hebben aangevraagd voor het laatste kwartaal van 2021 en/of het eerste kwartaal van 2022 geldt de deadline van 30 juni niet. Ook voor de afhandeling van bezwaarschriften tegen de definitieve vaststelling van de TVL geldt de deadline niet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-25T10:22:49+02:0025 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lever extra info TVL binnen twee weken aan!

  • Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

Maakte je niet op tijd bezwaar tegen de box 3-heffing in jouw aanslagen inkomstenbelasting 2017, 2018, 2019 en/of 2020? Dan biedt de wet geen mogelijkheden op rechtsherstel in box 3, aldus de Hoge Raad.

Rechtsherstel box 3
Eind 2021 oordeelde de Hoge Raad dat de huidige belastingheffing over vermogen in box 3 in strijd is met het Eerste Protocol bij het EVRM als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. De Hoge Raad stelde dat het voordeel uit sparen en beleggen moest worden bepaald op het werkelijk behaalde rendement.
Eind april 2022 werd bekend dat iedereen die tijdig bezwaar maakte tegen de box 3-heffing, in de aanslagen inkomstenbelasting vanaf 2017 automatisch vóór 4 augustus 2022 rechtsherstel krijgt.

Geen of te laat bezwaar
Voor iedereen die niet (tijdig) bezwaar maakte, was nog geen beslissing genomen over het al dan niet bieden van rechtsherstel.
De Hoge Raad geeft aan dat de wet geen mogelijkheid biedt om alsnog bezwaar te maken: een verzoek om ambtshalve vermindering mag door de Belastingdienst worden afgewezen.

Besluit minister van Financiën
Dit zou anders zijn geweest als de minister van Financiën gebruik zou maken van de wettelijke mogelijkheid een uitzondering te maken. Dat heeft hij nog niet gedaan. In de Voorjaarsnota die recent openbaar werd, staat nog wel vermeld dat als besloten wordt om alsnog ambtshalve vermindering te verlenen, daar nog budgettaire dekking voor gevonden moet worden. Op basis van het oordeel van de Tweede Kamer wordt daarom wellicht nog anders besloten.

Let op! Er is nog een andere mogelijkheid. Als in jouw specifieke situatie sprake is van een individuele en buitensporige last, kun je nog wel een verzoek om ambtshalve vermindering doen. Medio 2021 werd echter uit een oordeel van de Hoge Raad al duidelijk dat van een dergelijke last niet snel sprake zal zijn.

Geen heroverweging rechtspraak box 3 tot en met 2016
De Hoge Raad spreekt in het arrest van 20 mei 2022 ook nog expliciet uit dat de gevormde rechtspraak over de box 3-heffing voor de jaren tot en met 2016 in stand blijft. Het oordeel uit het arrest van 24 december 2021 heeft dan ook alleen betrekking op de jaren vanaf 2017, aldus de Hoge Raad.
Voor de jaren tot en met 2016 is daarom ook alleen herstel mogelijk als sprake is van een individuele en buitensporige last. Zoals hiervoor al aangegeven zal daarvan niet snel sprake zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T14:52:41+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad: geen rechtsherstel box 3 voor te late bezwaarmakers

  • Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

De waarde van een pand mag met behulp van modellen worden vastgesteld. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.

Waardebepaling WOZ
Gemeentes stellen jaarlijks opnieuw de WOZ-waarde van panden in hun gemeente vast. Niet alle panden worden jaarlijks opnieuw getaxeerd, meestal wordt uitgegaan van recente verkoopcijfers.

Onvoldoende marktgegevens
In de betreffende zaak beschikte de gemeente slechts over de actuele verkoopcijfers van één vergelijkbaar pand. De gemeente besloot daarop de waarde van het pand te berekenen met behulp van een modelwaarde, op basis van 80 verkoopcijfers en op basis van een internationaal erkende waarderingswijze.

Uitvoeringsregeling niet heilig
De rechter acht bovengenoemde methode in dit geval aanvaardbaar voor de waardevaststelling. Weliswaar bevat de uitvoeringsregeling een instructie waardebepaling inzake de Wet WOZ-richtlijnen voor de waardevaststelling, maar deze waarde kan ook op andere wijze worden bepaald. Ook de Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken dit standpunt ingenomen.

Onvoldoende tegenargumentatie
Bij het bepalen van de WOZ-waarde dient de gemeente aannemelijk te maken dat de vastgestelde waarde klopt. De rechter stelde vast dat de gemeente op basis van de modelmatige benadering hierin was geslaagd. Bovendien bracht de eigenaar van het pand onvoldoende tegenargumenten naar voren, zodat de vastgestelde waarde in stand bleef.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-23T12:44:32+02:0023 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter akkoord met modelmatige bepaling WOZ-waarde

  • Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Ondernemers die tijdens de Coronacrisis onder het sociaal minimum terecht kwamen, konden een beroep doen op de TOZO-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Om voor de TOZO in aanmerking te komen, moest een ondernemer met een bedrijf in Nederland, ook in Nederland wonen. Volgens de rechter is deze voorwaarde onrechtmatig.

TOZO
De TOZO voorzag in een uitkering voor levensonderhoud en de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening voor bedrijfskapitaal. Voor het recht op een uitkering voor levensonderhoud was vereist dat men ook in Nederland woonde.

Beperking vrijheid van vestiging
Volgens de rechtbank betekent deze voorwaarde een beperking van de vrijheid van vestiging. Wie immers met een bedrijf in Nederland woonde, had wél recht op de TOZO.

Onvoldoende onderbouwing
Volgens de rechtbank is de eis ook onvoldoende onderbouwd. De groep TOZO-gerechtigden is beperkt en dat geldt ook voor de uitkeringsduur. Volgens de rechtbank leidt het loslaten van de voorwaarde dus niet tot onevenredige belasting van het bijstandsstelsel. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de voorwaarde nodig is voor de controle op de rechtmatigheid van een uitkering. Deze controle kan immers ook met medewerking van buitenlandse autoriteiten plaatsvinden.

Gevolgen?
De gevolgen van de uitspraak zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de vraag of deze beperkt is tot de ondernemers die zelf ook bezwaar tegen de weigering tot verstrekking van TOZO hebben gemaakt. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we je zo snel mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-19T11:58:47+02:0019 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

  • Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

Het Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen is ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel heeft met name als doel de uitvoeringskosten van kleine pensioenen voor de uitvoerders te beperken.

Waardeoverdracht
Pensioenuitvoerders krijgen door dit voorstel meer rechten op waardeoverdracht van kleine pensioenen. Waardeoverdracht betekent dat bij verandering van werkgever het pensioen meegenomen kan worden naar de nieuwe werkgever.

Let op! Onder een klein pensioen verstaan we een pensioen met een uitkering tot €520,35 (2022) bruto per jaar.

Verruiming
Kleine pensioenen die zijn ontstaan door het einde van een dienstverband kunnen nu al worden overgedragen en afgekocht. Het wetsvoorstel verruimt deze mogelijkheid voor kleine pensioenen die ontstaan door bijvoorbeeld collectieve beëindiging en voor kleine netto pensioenen.

Afkoop
Het wetsvoorstel maakt het voor pensioenuitvoerders ook in meer gevallen mogelijk om een klein pensioen af te kopen als waardeoverdracht niet mogelijk blijkt. Ook kleine netto pensioenen kunnen onder voorwaarden worden afgekocht.

Ook kleine netto lijfrentes
Volgens het wetsvoorstel kunnen ook kleine netto lijfrentes eerder worden afgekocht. In die gevallen is er geen revisierente verschuldigd. Deze faciliteit volgt uit de afspraken uit het zogenaamde pensioenakkoord.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-18T09:06:19+02:0018 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wetsvoorstel aanpassing waardeoverdracht en afkoop klein pensioen ingediend

  • Let op voorwaarden 30%-regeling

Let op voorwaarden 30%-regeling

Buitenlandse werknemers met een specifieke deskundigheid mag je 30% van het salaris onbelast uitbetalen als kostenvergoeding. Het is daarbij wel van belang dat voldaan wordt aan de gestelde fiscale voorwaarden.

30%-regeling
Volgens de 30%-regeling mag je voor werknemers met een specifieke deskundigheid maximaal 30% van het salaris belastingvrij uitbetalen als tegemoetkoming in de extra kosten die dergelijke werknemers plegen te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra huisvestingskosten.

Voorwaarden
Er geldt wel een aantal voorwaarden. Zo moet er sprake zijn van een specifieke deskundigheid van de werknemer, wat moet blijken uit een minimumsalaris. Ook moet de werkgever het deel van de kostenvergoeding aanwijzen als vrijgesteld loon en dit ook als zodanig vastleggen in de administratie.

Doorwerking naar inkomstenbelasting
Als aan bovenstaande voorwaarden niet wordt voldaan, dan is een deel van het salaris niet vrijgesteld en werkt dit door naar de inkomstenbelasting. Dit bleek onlangs uit een zaak voor het Hof Amsterdam. Ten aanzien van een buitenlandse werknemer was door zijn werkgever een ontvangen bonus niet aangewezen als deels vrijgesteld loon. De werknemer corrigeerde dit zelf in zijn aangifte inkomstenbelasting, maar die vlieger ging niet op.

Einde looptijd 30%-regeling
Behalve dat niet voldaan was aan de voorwaarde dat vrijgesteld loon moet worden aangewezen, was de vrijstelling ook niet meer mogelijk omdat de betaling van de bonus buiten het einde van de looptijd van de 30%-regeling viel.
De buitenlandse werknemer was op 18 januari 2017 gestopt met zijn feitelijke werkzaamheden. De 30%-regeling eindigde bij hem op 28 februari 2017, de laatste dag van het eerste loontijdvak nadat de tewerkstelling was geëindigd. De bonus was echter pas in maart 2017 uitbetaald. Er moest dus over de gehele bonus belasting worden betaald.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-17T10:19:27+02:0017 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Let op voorwaarden 30%-regeling