ondernemer

  • Hoe bepaal je de WOZ-waarde van een bedrijfspand?

Hoe bepaal je de WOZ-waarde van een bedrijfspand?

Omdat de WOZ-waarde van een bedrijfspand als grondslag geldt voor fiscale afschrijving en de heffing van diverse belastingen, kan het lonen om bezwaar te maken. Dat geldt voor zowel eigenaren als huurders van bedrijfspanden.

Let op! De bezwaartermijn is zes weken na dagtekening van de beschikking.

Fiscale afschrijving
In de inkomstenbelasting is de fiscale afschrijving voor ondernemers beperkt tot 50% van de WOZ-waarde, oftewel: bodemwaarde. Verhuur je het gebouw? Dan geldt dat de bodemwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde, omdat het gebouw als belegging wordt gezien. Een tweede beperking is dat de jaarlijkse afschrijving niet groter mag zijn dan het verschil tussen de boek- en bodemwaarde. Een lagere WOZ-waarde en daarmee een lagere bodemwaarde, is dan voordeliger.

In de vennootschapsbelasting geldt voor de boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019 dat de bodemwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde. Heb je op het gebouw vóór 1 januari 2019 nog geen drie volledige jaren afgeschreven? Dan geldt een overgangsregeling.

Let op! De WOZ-waarde 2021 is de waarde op 1 januari van het voorgaande jaar. Dat is 1 januari 2020. Houd dat in het achterhoofd bij het maken van bezwaar: draag de waarde verlagende kenmerken en feiten van het bedrijfspand op die datum aan.

Werktuigenvrijstelling?
Bedrijfspanden zoals winkels, kantoren, magazijnen en werkplaatsen worden gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer. Sommige delen van het bedrijfspand kunnen uitgezonderd zijn van de waardering. Dat geldt bijvoorbeeld voor werktuigen die verbonden zijn aan het gebouw en een productiefunctie vervullen in een industrieel proces (werktuigenvrijstelling). Denk aan bijvoorbeeld pompen, meters en compressoren. Het voordeel van de werktuigenvrijstelling is tweeledig: je verlaagt de WOZ-waarde van het bedrijfspand en je kunt separaat op het werktuig zelf afschrijven.

Woon-werkpand
Gemeenten met een onroerendezaakbelasting (OZB) kennen vaak een lager woningtarief. Heb je een woon-werkpand dat je hoofdzakelijk, dat wil zeggen voor meer dan 70%, gebruikt voor woondoeleinden? Dan is sprake van een woning.
Is dit niet het geval? Dan krijg je als eigenaar mogelijk twee aanslagen: als eigenaar en als gebruiker van het pand. In sommige gevallen is de woondelenvrijstelling dan van toepassing: de waarde van gedeelten van het pand die in hoofdzaak (meer dan 70%) tot woning dienen of dienstbaar zijn aan woondoeleinden, worden dan op de WOZ-waarde in mindering gebracht.

Let op! Ook voor digitaal verzonden beschikkingen geldt een bezwaartermijn van zes weken na dagtekening van de beschikking. Heb je aangegeven dat je berichten van de gemeente digitaal wilt ontvangen, houd dan de berichtenbox van Mijn Overheid in de gaten.

Let op! Het is aan te raden om bij het maken van bezwaar tegen de WOZ-beschikking en/of de OZB-aanslag goed na te gaan of de diverse regelingen goed zijn toegepast door de heffingsambtenaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-16T09:15:16+01:0016 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Hoe bepaal je de WOZ-waarde van een bedrijfspand?
  • Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Werkgevers met een omzetverlies door Corona kunnen vanaf 15 maart de definitieve aanvraag indien voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). De oorspronkelijke aanvraagperiode is met een maand vervroegd. Werkgevers hebben ruimschoots de tijd voor de aanvraag, namelijk tot en met 5 januari 2022.

Omvang NOW
De omvang van de tegemoetkoming voor de tweede NOW-periode (juni t/m september) is 90% van de loonkosten. Bij minder omzetverlies wordt ook de NOW evenredig verminderd. Dus bijvoorbeeld bij 50% omzetverlies krijg je 45% van de loonkosten vergoed. Hiervan is 80% als voorschot uitbetaald.

Vier maanden
De tweede aanvraagperiode betreft als enige een periode van vier maanden, namelijk juni t/m september 2020. Ook het percentage omzetverlies wordt over een periode van vier maanden berekend.

Definitieve berekening
Voor de definitieve berekening is een definitieve aanvraag bij het UWV nodig. Op basis van de definitieve aanvraag wordt het restant uitbetaald. Is het omzetverlies echter te royaal geschat, dan kan het zijn dat je een deel van het voorschot weer terug moet betalen.

Betalingsregelingen
Wanneer het terugbetalen van het voorschot tot financiële moeilijkheden leidt, kan een betalingsregeling worden afgesproken. Daarbij zijn in bepaalde situaties uitstel van betaling of betaling over een periode van een jaar of langer ook mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-15T12:00:17+01:0015 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW
  • TVL in tweede kwartaal naar 100%, TONK verruimd

TVL in tweede kwartaal naar 100%, TONK verruimd

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) wordt opnieuw verhoogd. Voor het tweede kwartaal van dit jaar, dus voor de maanden april tot en met juni, gaat een vergoeding gelden van 100% van de vaste lasten. Ook komt er meer geld vrij voor inkomensondersteuning via de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Dit heeft het kabinet vrijdag 12 maart bekendgemaakt.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege de Coronacrisis een omzetdaling ondervinden van minstens 30%. Sinds 1 januari is de tegemoetkoming verhoogd naar 85%, vanaf 1 april dus naar 100%.

Vergoeding op basis van branchecijfers
Voor de omvang van de vaste lasten van een bedrijf wordt uitgegaan van het branchegemiddelde via de SBI-code in het Handelsregister. De werkelijke vaste lasten van een bedrijf zijn niet bepalend. Het aandeel van de vaste lasten in de omzet voor de branche staat dus vast en hangt samen met de SBI-code.

Afwijken van SBI-code mogelijk
Verder maakte staatssecretaris Keijzer (EZK) onlangs bekend dat ondernemers bij wie de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf afwijkt van de SBI-code in het Handelsregister van de KvK toch in aanmerking kunnen komen voor de TVL of voor meer TVL dan op basis van hun SBI-code. Zij doet dit naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak.

Hardheidsclausule
In de TVL worden daarom hardheidsclausules opgenomen. Deze maken het mogelijk dat kan worden afgeweken van de SBI-code als de ondernemer aannemelijk maakt dat de werkelijke hoofdactiviteit van het bedrijf anders is. Deze afwijkmogelijkheid krijgt terugwerkende kracht tot 1 januari 2021.

Aanvragen TVL
De TVL voor het eerste kwartaal van 2021 kun je via rvo.nl aanvragen tot 30 april 17.00 uur. De TVL voor het tweede kwartaal van 2021 kun je naar verwachting vanaf half mei aanvragen.

Opslag land- en tuinbouw
De TVL voor het tweede kwartaal kent alleen nog een opslag van 21% voor land- en tuinbouwbedrijven. De opslagen voor de non-food detailhandel en reissector komen in de TVL voor het tweede kwartaal te vervallen.

Meer Coronasteun via TONK
Naast de verruiming van de TVL, trekt het kabinet fors meer geld uit voor inkomensondersteuning via de TONK. Oorspronkelijk was voor de regeling €130 miljoen uitgetrokken, maar dit wordt verhoogd naar €260 miljoen. De TONK is bedoeld voor degenen die door een inkomensverlies vanwege Corona hun vaste lasten niet meer kunnen betalen en richt zich met name op woonlasten.

Aanvragen en uitvoeren via gemeente
De TONK kan met terugwerkende kracht tot 1 januari van dit jaar worden aangevraagd bij de gemeente. Vanaf wanneer de aanvraag mogelijk is, verschilt per gemeente. Ook de doelgroep die voor de TONK in aanmerking komt en de hoogte van de tegemoetkoming zijn een keuze van de gemeente en kan dus per gemeente verschillen. Het kabinet heeft gemeenten wel opgeroepen ruimhartig te zijn in het toekennen van de TONK.

Wanneer kom je voor TONK in aanmerking?
Voor de TONK kom je in aanmerking als je 18 jaar of ouder bent, aanzienlijk inkomen verliest door de Coronacrisis, de woonkosten niet meer uit het inkomen of het vermogen kunt betalen en overige financiële tegemoetkomingen tekortschieten. Daarnaast gelden nog andere voorwaarden die per gemeente kunnen verschillen.

Let op! De gemeente bepaalt hoeveel vermogen je mag hebben om nog voor de TONK in aanmerking te komen. Dit kan dus per gemeente verschillen.

Wat zijn woonkosten?
Woonkosten ziet op huur of hypotheek, maar ook op de kosten van elektriciteit, gas en water, servicekosten en gemeentelijke belastingen. De gemeente bepaalt welke kosten door de TONK gedekt kunnen worden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-15T10:39:22+01:0015 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor TVL in tweede kwartaal naar 100%, TONK verruimd
  • Lagere WOZ-waarde bedrijfspanden vanwege Corona?

Lagere WOZ-waarde bedrijfspanden vanwege Corona?

De Coronacrisis heeft flinke gevolgen voor burgers en bedrijven. Met name de horecasector is zwaar de klos door alle beperkende maatregelen. Maar heeft de crisis ook gevolgen voor de WOZ-waarde van bedrijfspanden?

Waardepeildatum
In een zaak die onlangs door een horecaondernemer voor de rechter werd uitgevochten, werd beslist dat de WOZ-waarde van een bedrijfspand voor het jaar 2017 nog niet door Corona werd beïnvloed. De zaak werd pas jaren later voor de rechter uitgevochten, maar voor de WOZ-waarde van panden is de peildatum doorslaggevend.

Bijzondere omstandigheid
De peildatum voor de waardebepaling in het kader van de WOZ, ligt in de regel op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de WOZ-waarde wordt vastgesteld. Dat is voor dit jaar dus 1 januari 2020. Dit kan anders zijn als sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’.

Waarde op 1 januari 2021
Bij een verandering in waarde door een specifiek voor het pand geldende bijzondere omstandigheid, wordt de waardepeildatum echter een jaar vervroegd. De waardepeildatum voor WOZ-beschikkingen van 2021 is dan dus 1 januari 2021. De vraag is of de Coronacrisis zo’n bijzondere omstandigheid is.

Onderzoek Waarderingskamer
De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet WOZ. Onderzoek in opdracht van de Waarderingskamer bracht aan het licht dat Corona inderdaad zo’n bijzondere omstandigheid kan zijn.

Substantiële waardedaling
Voorwaarde is dan wel dat er door de Coronacrisis voor een pand sprake is van een substantiële waardedaling. Wat dit precies is, is niet bekend, maar duidelijk is dat het niet om kleinigheden mag gaan.

Horeca en detailhandel
Inmiddels is duidelijk dat met name de horeca, maar ook veel detailhandelszaken, geconfronteerd worden met een aanzienlijke omzetschade door Corona. Daarbij is de duur van deze omzetschade onbekend. Het is dan ook verdedigbaar te stellen dat veel panden waarin horeca of detailhandel wordt uitgeoefend, fors in waarde zijn gedaald als gevolg van het leegstandsrisico.

Let op! In die gevallen is er voor de WOZ-waarde sprake is van een ‘bijzondere omstandigheid’, die ertoe dwingt de waardepeildatum voor dit jaar te bepalen op 1 januari 2021 in plaats van 1 januari 2020. Dit zal dan leiden tot een lagere WOZ-waarde.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-12T10:42:24+01:0012 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Lagere WOZ-waarde bedrijfspanden vanwege Corona?
  • Geen voorschot TVL kleine bedrijven

Geen voorschot TVL kleine bedrijven

Kleine ondernemers met meer dan €1.500 aan vaste lasten per kwartaal, maar minder dan €3.000, krijgen geen voorschot op de TVL. Dit heeft staatssecretaris Keijzer aan de Tweede Kamer laten weten.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming voor de vaste lasten van ondernemers die door de Coronacrisis minstens 30% omzetverlies realiseren. De tegemoetkoming bedraagt sinds 1 januari 2021 85%.

Geen voorschot
Om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen, moeten de vaste lasten per kwartaal minstens €1.500 bedragen. Tot 1 januari van dit jaar was dit €3.000. De verruiming van de regeling moet eerst door de Europese Commissie worden goedgekeurd.

Let op! Voor het bepalen van de TVL worden de vaste lasten gebaseerd op branchegegevens en gaat men niet uit van de werkelijke vaste lasten.

Aanvragen kan wel
Zolang deze goedkeuring er nog niet is, mogen geen voorschotten worden uitbetaald. Ondernemers met meer dan €1.500, maar minder dan €3.000 aan vaste lasten, kunnen de TVL voor het eerste kwartaal van 2021 al wel aanvragen. Dit kan digitaal tot 30 april 2021, 17.00 uur via RVO.nl.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-12T10:34:19+01:0012 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Geen voorschot TVL kleine bedrijven
  • Niet de juiste SBI-code? Misschien toch TVL

Niet de juiste SBI-code? Misschien toch TVL

Onder druk van de rechter heeft de staatssecretaris van EZK besloten om de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) toch te verstrekken aan drie ondernemers die niet aan de eisen inzake de SBI-code voldoen. Het is nog onduidelijk of ook andere ondernemers hiervan kunnen profiteren.

TVL
De TVL voorziet in een tegemoetkoming in de vaste lasten van ondernemers die door Corona minstens 30% omzetverlies hebben geleden. De TVL werd tot 1 januari van dit jaar alleen verstrekt aan ondernemers die op basis van hun SBI-code tot de juiste branche behoorden.

Hoofd- of nevenactiviteit?
De SBI-code wordt door de Kamer van Koophandel verstrekt op basis van de hoofdactiviteit van een bedrijf. Sommige ondernemers claimden de tegemoetkoming ondanks dat ze niet de juiste SBI-code hadden. Ze voerden aan dat hun nevenactiviteiten inmiddels hun hoofdactiviteit vormden en dat ze met deze nevenactiviteiten wel tot de betreffende branche behoorden. Hun aanvragen werden echter afgewezen, waarna ze naar de rechter stapten.

Oordeel rechter
De rechter was van mening dat bij de bepaling van de hoofdactiviteit van een bedrijf niet automatisch mag worden uitgegaan van de gegevens van de Kamer van Koophandel als de ondernemer deze bestrijdt. De rechter besliste dat de staatssecretaris de afwijzing van de TVL daarom nader moest motiveren.

Alsnog TVL
Het ministerie besloot daarop de drie ondernemers die de zaak voor de rechter hadden gebracht, alsnog TVL te verstrekken. Het is niet duidelijk of het ministerie ook alle overige bedrijven die op basis van soortgelijke motieven bezwaar hebben aangetekend, tegemoet zal komen.

Tip! Heb je TVL aangevraagd en is dit vanwege vergelijkbare argumenten afgewezen, ga dan in bezwaar bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-08T10:05:36+01:008 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Niet de juiste SBI-code? Misschien toch TVL
  • Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

De regeling voor de fiets, die vanaf 2020 geldt, maakt een einde aan allerlei administratieve ballast door de invoering van een vast bijtellingspercentage van 7%. In deze bijdrage zoomen we in op de vraag welke BTW-aftrek er geldt voor een fiets van de zaak. Daarbij gaan wij uit van een ondernemer die op de eigen bedrijfsactiviteiten geen BTW-vrijstelling toepast.

Voor de BTW geldt een speciale regeling die de BTW-aftrek voor een aantal personeelsvoorzieningen beperkt: het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA). Ook de ter beschikking gestelde (de werkgever blijft eigenaar) fiets of e-bike valt daar onder als deze voor woon-werkverkeer ter beschikking is gesteld. De BTW is dan aftrekbaar voor zover de aanschafprijs van de fiets niet meer bedraagt dan €749 inclusief BTW. Dat betekent concreet dat er dan €130 aftrekbaar is.

Voorwaarden BTW-aftrek
Aan deze aftrek zijn in het BUA nog wel voorwaarden verbonden. Die houden in dat je als werkgever in dit kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren aan de werknemer niet eerder een fiets hebt verstrekt of ter beschikking gesteld. Daarnaast mag je voor deze BTW-aftrek vanaf het verstrekken (werknemer wordt eigenaar van de fiets) of ter beschikking stellen van de fiets tot het einde van het kalenderjaar en in elk van de twee volgende kalenderjaren niet voor 50% of meer van het aantal dagen een reiskostenvergoeding verstrekken of op een andere manier voorzien in woon-werkverkeer.

Praktisch bezien betekent dit dus bijvoorbeeld géén BTW-aftrek als de medewerker naast de fiets ook een auto van de zaak heeft, maar bijvoorbeeld wel BTW-aftrek als de medewerker alle dagen per fiets reist en geen reiskostenvergoeding meer krijgt.

Operational lease
Kies je er als werkgever voor om de fiets niet te kopen maar te leasen via operational lease, dan gelden bovenstaande bedragen ook. Onder dezelfde voorwaarden als bij aanschaf kun je dan de BTW aftrekken op de maandelijkse leasetermijnen voor zover de totale leasetermijnen inclusief BTW niet hoger zijn dan €749 inclusief BTW. Dat levert dan een aftrek op van €130.

Eigen bijdrage
Vraag je van de medewerker een eigen bijdrage voor de verstrekte of ter beschikking gestelde fiets, al dan niet via een cafetariaregeling, dan is dat voor de BTW een belaste levering of dienst.

Voor de bovengenoemde BTW-aftrek van maximaal €130 beoordeel je vervolgens of de inkoopprijs minus de eigen bijdrage hoger of lager is dan €749 inclusief BTW. Als het saldo niet hoger is dan €749 inclusief BTW, komt de voor de inkoop van de fiets aan de ondernemer in rekening gebrachte BTW volledig voor aftrek in aanmerking.

Als de inkoopprijs van de aan de werknemer verstrekte fiets na aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer hoger is dan €749 inclusief BTW, is de aftrek van btw uitgesloten voor het bedrag dat uitkomt boven €749.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-05T08:57:46+01:005 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?
  • Vraag op tijd subsidie SLIM aan

Vraag op tijd subsidie SLIM aan

De stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in MKB-ondernemingen (SLIM) die in 2020 werd geïntroduceerd, geldt ook in 2021. Aangezien er zeer korte aanvraagperiodes gelden, is het voor organisaties van belang zich goed voor te bereiden.

Aanvraagmomenten
MKB-werkgevers kunnen dit jaar op twee momenten de SLIM-regeling aanvragen:

  • van 2 tot en met 31 maart 2021;
  • van 1 tot en met 30 september 2021.

De aanvraag kan gedaan worden via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid.

Ook samenwerkingsverbanden van MKB-ondernemingen en van grootbedrijven in de horeca, landbouw en recreatie kunnen van 1 juni tot en met 30 juni 2021 een beroep doen op de SLIM-regeling.

Doel SLIM-regeling
De SLIM-regeling beoogt werkgevers te ondersteunen bij initiatieven voor leren en ontwikkelen in de breedste zin van het woord. Dit betekent dat het mogelijk is om, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, SLIM-subsidie aan te vragen voor:

  • de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
  • het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere MKB-ondernemingen;
  • het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming die werkenden in de onderneming stimuleert hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk; of
  • het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

Subsidieaanvraag
In de subsidieaanvraag wordt onder meer vermeld:

  • een beschrijving van het initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
  • het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
  • de startdatum van het initiatief, de verwachte datum van afronding van het initiatief en een planning van de te ondernemen activiteiten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-03T09:57:25+01:003 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vraag op tijd subsidie SLIM aan
  • Aanvraagperiode definitieve NOW-berekening verlengd

Aanvraagperiode definitieve NOW-berekening verlengd

Werkgevers krijgen meer tijd om de definitieve aanvraag voor de NOW, de tegemoetkoming in de loonkosten, in te dienen. Voor het indienen van de aanvraag voor de definitieve vaststelling NOW 1.0 is de termijn verlengd naar 31 oktober 2021. Dit heeft minister Koolmees bekendgemaakt.

Tegemoetkoming NOW
De NOW-regeling is een tegemoetkoming in de loonkosten voor bedrijven met een omzetdaling van minstens 20% als gevolg van de Coronacrisis. De tegemoetkoming bedroeg eerst maximaal 90% van de loonkosten en bedraagt vanaf 1 januari 2021 maximaal 85% van de loonkosten. Per 1 april 2021 gelden strengere voorwaarden en wordt ook minder loonkostensubsidie verleend.

Definitieve tegemoetkoming
Werkgevers die een tegemoetkoming hebben aangevraagd, krijgen na hun aanvraag eerst een voorschot. Pas als het werkelijke omzetverlies bekend is, kan het UWV de definitieve tegemoetkoming berekenen. Hiervoor moeten werkgevers per aanvraagperiode een aparte ‘aanvraag tot definitieve vaststelling’ doen.

Alle aanvraagperiodes verlengd
Onder meer vanwege de complexiteit van de aanvragen en drukte bij accountantskantoren is besloten de aanvraagperiode voor de definitieve tegemoetkoming van de NOW 1.0 te verlengen tot 31 oktober 2021. Ook de aanvraagperiodes voor definitieve vaststelling van de overige tegemoetkomingen via de NOW zijn verlengd.
Let op! Daarnaast wordt de aanvraagperiode voor de NOW-2 vervroegd van 15 april 2021 naar 15 maart 2021.

Overzicht NOW (d.d. 23-02-2021)

    1. UWV aanvraag periode 1: NOW 1.0 01-03-2020 t/m 30-05-2020.
      Periode definitieve aanvraag UWV:07-10-2020 t/m 31-10-2021.
    2. UWV aanvraag periode 2: NOW 2.0 01-06-2020 t/m 30-09-2020.
      Periode definitieve aanvraag UWV: 15-03-2021 t/m 05-01-2022.
    3. UWV aanvraag periode 3: NOW 3.1 01-10-2020 t/m 31-12-2020.
      Periode definitieve aanvraag UWV: 04-10-2021 t/m 26-06-2022.
    4. UWV aanvraag periode 4: NOW 3.2 01-01-2021 t/m 31-03-2021.
      Periode definitieve aanvraag UWV: 31-01-2022 t/m 23-10-2022.
    5. UWV aanvraag periode 5: NOW 3.3 01-04-2021 t/m 30-06-2021.
      Periode definitieve aanvraag UWV: 31-01-2022 t/m 23-10-2022.

Ruime betalingsregelingen
Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming kan het voorkomen dat een deel van het reeds uitgekeerde voorschot wordt teruggevorderd. Vanwege de voortdurende beperkende maatregelen inzake de lockdown, kan dit met financiële moeilijkheden gepaard gaan.

Let op! Het UWV biedt daarom de mogelijkheid tot ruimte betalingsregelingen, waarbij de persoonlijke situatie van werkgevers betrokken wordt. Uitstel van betaling behoort tot één van de mogelijkheden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-02T10:34:25+01:002 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraagperiode definitieve NOW-berekening verlengd
  • Heb je al een vertrouwenspersoon?

Heb je al een vertrouwenspersoon?

Als het aan het kabinet ligt wordt iedere organisatie verplicht een vertrouwenspersoon aan te stellen en te zorgen dat iedere werknemer een wettelijk recht krijgt op toegang tot een vertrouwenspersoon. Het kabinet heeft hiertoe een wetsvoorstel ingediend.

Dit moet ongewenste omgangsvormen op de werkvloer terugdringen en bijdragen aan een veilige werkomgeving voor alle werknemers. Tevens moet het wetsvoorstel de positie van de vertrouwenspersoon in de organisatie versterken.

Beleid ongewenste omgangsvormen
Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet is iedere organisatie verplicht om als onderdeel van het arbeidsomstandighedenbeleid een beleid te voeren in het kader van psychosociale arbeidsbelasting. Bij dit laatste gaat het om zaken als discriminatie, agressie en geweld, seksuele intimidatie en intimidatie. Ongewenst gedrag binnen organisaties moet te allen tijde worden voorkomen.

De Inspectie SZW stelt dat ruim 1,2 miljoen mensen op hun werk te maken krijgen met ongewenste omgangsvormen zoals pesten en intimidatie. Dit heeft mogelijk gevolgen voor de gezondheid van werknemers en de werksfeer. Een vertrouwenspersoon kan bijdragen aan het verminderen van ongewenst gedrag op de werkvloer. Bij de vertrouwenspersoon kan de werknemer in vertrouwen zijn verhaal kwijt en de vertrouwenspersoon kan de organisatie adviseren over beleid.

Taken vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon heeft de volgende taken:

  • het opvangen, begeleiden en adviseren van de werknemer, en zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlener;
  • het eventueel inschakelen van een deskundige of bemiddelaar bij conflicten die verband houden met ongewenste omgangsvormen;
  • het adviseren over en behulpzaam zijn bij eventueel verder te nemen stappen door de werknemer, en het verlenen van nazorg;
  • het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen en het geven van gevraagd of ongevraagd advies aan de werkgever en de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT) over bedoelde ongewenste omgangsvormen;
  • het geven van voorlichting ter zake van ongewenste omgangsvormen en informatie over de inhoud van de functie van de vertrouwenspersoon en diens bereikbaarheid, en
  • het uitbrengen van een jaarverslag aan de werkgever en de OR/PVT.

Deskundig
De vertrouwenspersoon moet over voldoende deskundigheid en ervaring beschikken en heeft een geheimhoudingsplicht.

De werkgever kan kiezen voor interne of externe vertrouwenspersonen dan wel voor een combinatie van beiden. Kleinere werkgevers zullen veelal kiezen voor een externe vertrouwenspersoon.

Let op! De verplichting tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon geldt niet voor de werkgever die werknemers arbeid laat verrichten voor een tijdsduur van in totaal maximaal 40 uur per week. Dit betekent dat iedere werkgever die 1 fte of meer in dienst heeft, al onder deze wetgeving valt.

Let op! Ook al geldt er momenteel nog geen wettelijke verplichting tot het aanstellen van een vertrouwenspersoon, de handhavende instantie, de Inspectie SZW, controleert hier wel op.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-02-18T08:54:26+01:0018 februari 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Heb je al een vertrouwenspersoon?