ondernemer

  • Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?

Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?

Als je verschillende prestaties aanbiedt, kunnen die voor de BTW onder omstandigheden toch als één prestatie worden aangemerkt. Onder andere wanneer er sprake is van een ‘bijkomende prestatie’. Maar wanneer is hiervan sprake?

Toegang tot theater plus drankje
Eerder legde een ondernemer bovenstaande vraag voor aan de rechter. De ondernemer exploiteerde een schouwburg annex theater. Er werd één toegangsprijs gehanteerd, waarin naast het verlenen van toegang een vergoeding was begrepen voor gebruik van de garderobe, een drankje in de pauze en administratiekosten.

Alcoholisch drankje met 9% BTW?
Desgewenst kon het pauzedrankje ook een alcoholisch drankje zijn. De ondernemer was van mening dat ook dan slechts het lage BTW-tarief van 9% in plaats van het BTW-tarief van 21% van toepassing was, ervan uitgaande dat het drankje een bijkomende prestatie was.

Wanneer splitsing in verschillende BTW-tarieven niet nodig?
De rechter stelde dat splitsing van de prestatie in meerdere BTW-tarieven niet nodig is als een splitsing als kunstmatig moet worden aangemerkt. Daarvan was hier geen sprake. Splitsing is ook niet nodig als er sprake is van een bijkomende prestatie. Het tarief van een dergelijke prestatie volgt namelijk het tarief van de hoofdprestatie.

Drankje bijkomende prestatie?
De rechter was van mening dat in dit geval het drankje niet als bijkomende prestatie van de hoofdprestatie, het verlenen van toegang tot de schouwburg, kan worden gezien. Het drankje was volgens de rechter namelijk geen middel om optimaal gebruik te kunnen maken van de hoofdprestatie, het bijwonen van een voorstelling.

Verschillende belangen
Volgens de rechter moet ook worden meegewogen dat het drankje voor iedere bezoeker een verschillend belang kent. Daarnaast wijst ook het feit dat een aparte vergoeding moet worden betaald en dat men vrij is de prestatie al dan niet af te nemen er op dat er geen sprake is van een bijkomende prestatie. Het drankje is voor de gemiddelde bezoeker juist een afzonderlijk belang, aldus de rechter en dus werd de inspecteur in het gelijk gesteld.

Vergelijking met obstacle run?
De ondernemer wees nog op de andersluidende uitspraak uit 2017 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een zogenaamde obstacle run. In die zaak werd aan het eind van deze sportieve strijd aan de deelnemers eveneens een alcoholisch drankje verstrekt en een t-shirt. De rechter ging hier aan voorbij met de opmerking dat de feitelijke situatie hier anders was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-06T13:39:29+02:006 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Drankje bij toegangsticket, hoog of laag BTW-tarief?

  • Vaststelling TVL eerste kwartaal 2021 van start

Vaststelling TVL eerste kwartaal 2021 van start

In de eerste week van augustus start de vaststelling van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021. Ondernemers krijgen van de RVO een e-mail om een vaststellingsverzoek in te dienen met de werkelijke omzetcijfers.

TVL eerste kwartaal 2021
De TVL is een tegemoetkoming in de vaste lasten voor ondernemers die vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 30% te maken hebben. Van de vaste lasten wordt in het eerste kwartaal 2021, afhankelijk van het omzetverlies, 85% gecompenseerd. Bij bijvoorbeeld 50% omzetverlies, wordt dus 50% x 85% van de vaste lasten gecompenseerd.

Let op! De vaste lasten worden berekend op basis van branchecijfers en niet op basis van de werkelijke vaste lasten.

Voorschot
De TVL wordt in eerste instantie uitgekeerd op basis van een voorschot van 80% van het geschatte omzetverlies. Pas als het definitieve omzetverlies bekend is, kan de werkelijke hoogte van de TVL worden bepaald. Daarom moeten ondernemers het werkelijke omzetverlies vóór 1 oktober van dit jaar doorgeven.

Deadline vaststelling TVL vierde kwartaal 2020 opgeschort
De deadline voor de vaststelling van de TVL over het vierde kwartaal van 2020 is opgeschort en verschoven naar 1 september 2021. Oorspronkelijk moest de werkelijke omzet over het vierde kwartaal van 2020 vóór 1 juli van dit jaar worden doorgegeven, maar dit wordt nu dus vóór 1 september zodat ondernemers hiervoor twee maanden extra de tijd hebben.

Betalingsregeling
Als ondernemers het omzetverlies te hoog hebben ingeschat, moet mogelijk te veel ontvangen TVL worden terugbetaald. Wanneer dit moeilijkheden oplevert, kan hiervoor met de RVO een betalingsregeling worden afgesproken. Deze is renteloos.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-02T12:09:44+02:002 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vaststelling TVL eerste kwartaal 2021 van start

  • Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

De Belastingdienst is niet langer van mening dat het gebruikelijk loon van de DGA van een BV onder alle omstandigheden minstens gelijk moet zijn aan het minimumloon.

Hoogte gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient volgens de wet te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Minimumloon
Tot nu toe vond de Belastingdienst dat in bijzondere situaties een lager gebruikelijk loon kan worden vastgesteld dan volgens bovenstaande regeling. Bijvoorbeeld voor DGA’s van een startende BV of in bepaalde gevallen als een BV verliesgevend is. Wel moest dan ten minste het minimumloon als gebruikelijk loon worden uitgekeerd. Dit standpunt heeft de fiscus nu verlaten.

Opvatting rechter gevolgd
Met dit nieuwe standpunt volgt de Belastingdienst de opvatting van de rechter. In een recente uitspraak van de rechtbank in Arnhem besliste deze dat onder omstandigheden ook een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon mogelijk is. In deze zaak was er sprake van een zeer geringe omzet en werd er verlies geleden als werd uitgegaan van het wettelijk in aanmerking te nemen gebruikelijk loon.

Overleg mogelijk
De Belastingdienst geeft in het Handboek Loonheffingen aan dat een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon onder omstandigheden bijvoorbeeld mogelijk is wanneer een BV structureel verlies lijdt en bij startende BV’s. Aangegeven wordt dat bij twijfel contact kan worden opgenomen met de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-28T09:36:02+02:0028 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lager gebruikelijk loon dan minimumloon mogelijk

  • Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Als je een woning voorziet van zonnepanelen, is de BTW op deze zonnepanelen in beginsel aftrekbaar. Of de BTW op de woning zelf door de plaatsing van de zonnepanelen ook aftrekbaar is, is nog maar de vraag. Dit volgt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

BTW zonnepanelen
Dat de btw op de zonnepanelen zelf aftrekbaar kan zijn, volgt uit het feit dat de opgewekte energie wordt teruggekeerd aan de energiemaatschappij. De eigenaar van de zonnepanelen opereert hiermee als ondernemer.

BTW op woning ook aftrekbaar?
Er wordt al jaren gediscussieerd en geprocedeerd over de vraag of ook de BTW op de woning waarop de zonnepanelen zijn bevestigd, aftrekbaar is. De woning is immers noodzakelijk voor de bevestiging van de zonnepanelen en zou daarom ook tot het ondernemingsvermogen voor de BTW moeten kunnen worden gerekend, zo is de redenering.

Hoge Raad akkoord
In 2017 had het hof Arnhem de aftrek van BTW op een woning waarop zonnepanelen waren geplaatst, toegestaan. Deze woning behoorde tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige. De BTW op het deel van het dak waarop de zonnepanelen waren geplaatst, kwam volgens het hof voor aftrek in aanmerking. De Hoge Raad ging hiermee akkoord.

Hoge Raad niet akkoord
Onlangs besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie dat de BTW op een deel van de woning door plaatsing van zonnepanelen niet aftrekbaar is. In deze zaak ging het om een DGA die een werkruimte in zijn woning aan zijn BV verhuurde. De DGA kon de woning dus ook niet tot het ondernemingsvermogen rekenen, wat een mogelijke verklaring voor de andersluidende visie van de Hoge Raad kan zijn.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband
Volgens het arrest dient er een ‘rechtstreeks en onmiddellijk verband’ te bestaan tussen de aankoop van de woning en de te leveren zonne-energie. Volgens de Hoge Raad is onvoldoende aangetoond dat dit verband bestaat en dus staat de Hoge Raad de aftrek van de BTW op een deel van het dak niet toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-27T09:50:32+02:0027 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

  • Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?

Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?

Bied je als ondernemer naast toegang tot bijvoorbeeld een attractiepark, museum of festival ook parkeerdiensten aan, dan moet je daarover BTW rekenen. Hoeveel? Over het algemeen is dat het hoge tarief maar onder omstandigheden kan wellicht het lage tarief van toepassing zijn. Wat precies die omstandigheden zijn wordt langzaamaan duidelijker in de jurisprudentie.

Bijkomende dienst
In 2018 oordeelde de Hoge Raad over de vraag of het verlenen van toegang tot een natuurpark en een parkeerdienst samen één prestatie vormen. Omdat op het verlenen van toegang tot het natuurpark het verlaagde BTW-tarief (6%) van toepassing is, zou dat lage tarief dan ook van toepassing zijn op de parkeerdienst. De Hoge Raad dacht daar anders over: omdat het parkeren vanuit de gemiddelde consument bezien een doel op zich is en geen bijkomende dienst, is sprake van twee losse prestaties. De parkeerdienst kon daarom niet meegetrokken worden in het verlaagde BTW-tarief. Voor parkeren bij een diergaarde, een attractiepark, een museum en een festival werd in latere jurisprudentie eenzelfde oordeel geveld.

Feitelijke omstandigheden
Dat er niet snel sprake is van één prestatie werd duidelijk in een zaak over een slecht bereikbaar attractiepark. Het begon gunstig voor de ondernemer: het gerechtshof oordeelde dat sprake was van één prestatie waarop het verlaagde BTW-tarief van toepassing was. Het hof kwam tot dat oordeel omdat het vond dat de consument wegens de slechte bereikbaarheid van het park geen andere keuze had dan met de auto te komen en te parkeren op het parkeerterrein. De Hoge Raad zag dat anders. Omdat het beschikken over een auto in het park voor bezoekers geen rol speelt, is ook hier het parkeren een doel op zich. Dat een grote groep bezoekers vanwege de omstandigheden met de auto naar het park komt maakt dat niet anders.

Beschikken over auto speelt voor bezoekers een rol
Zijn er dan nog wel situaties waarin sprake kan zijn van één prestatie? Er zal niet gauw sprake van zijn gezien de stand van de jurisprudentie op dit moment. Maar op basis van het laatste arrest van de Hoge Raad kan de situatie anders zijn in het geval het gaat om een park waarin het beschikken over een auto voor bezoekers een rol speelt. Wellicht dat te denken valt aan een safaripark?

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-21T10:58:36+02:0021 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?
  • Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Er wordt, nu Corona opnieuw oplaait, weer veel thuis gewerkt. Misschien wil je iets extra’s voor de werknemers doen en een online borrel organiseren? Hoe zit dat precies?

Online borrel
Bij een online borrel stuurt de werkgever zijn werknemers enkele drankjes en hapjes om er al dan niet gezamenlijk van te genieten. Een dergelijk pakket is in beginsel niet vrijgesteld en dus belast als loon. Je kunt het wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Vrije ruimte
Breng je het onder in de werkkostenregeling, dan blijft het borrelpakket onbelast voor de werknemer. Blijf je dit jaar met de vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling, dan hoef je ook geen belasting te betalen. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

Wanneer onbelast?
Het borrelpakket is alleen onbelast als de werkruimte thuis voldoet aan de fiscale eisen. Er moet dan sprake zijn van een werkruimte thuis die zelfstandig is en dus over een eigen ingang en sanitair beschikt. Ook moet je de werkruimte van de werknemer huren en moet de werknemer in die ruimte werken. Is aan al deze voorwaarden voldaan, dan is het borrelpakket onbelast.

Verzendkosten
Ook de verzendkosten van het borrelpakket tellen mee voor de belastingheffing. Een borrelpakket van €40 plus €10 verzendkosten betekent dus een totale waarde van €50, die je desgewenst kunt onderbrengen in de werkkostenregeling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-21T09:43:40+02:0021 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

  • Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Een gerechtshof heeft eerder geoordeeld dat er geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de aankoop van aandelen in een opslagbedrijf. Het gerechtshof vond dat niet was voldaan aan alle voorwaarden om overdrachtsbelasting te heffen. Dat biedt mogelijkheden voor bezwaar.

Gebruik in eigen bedrijfsproces
De aankoop van aandelen in een rechtspersoon met onroerende zaken kan worden belast in de overdrachtsbelasting. Het gerechtshof oordeelde dat het gebruik van de onroerende zaken plaatsvindt in het eigen bedrijfsproces en het bedrijf is gericht op een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken. Het ging namelijk om een opslagbedrijf dat daarbij aanvullende dienstverlening biedt. Over de aankoop van de aandelen in het opslagbedrijf was daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Tegen de uitspraak van het gerechtshof ging de staatssecretaris in cassatie bij de Hoge Raad.

Laat tijdig beoordelen of aan voorwaarden is voldaan
De Hoge Raad oordeelde in cassatie dat het gerechtshof de zaak niet duidelijk heeft gemotiveerd. Het was niet duidelijk genoeg waarom sprake is van de uitzondering. De zaak is verwezen naar een ander gerechtshof dat de zaak opnieuw moet beoordelen.

Mogelijk komt dat andere gerechtshof tot hetzelfde oordeel. Laat daarom tijdig beoordelen of in jouw geval sprake is van een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken om zo eventueel overdrachtsbelasting te voorkomen.

Tip! Heeft de aandelenoverdracht al plaatsgevonden en is de overdrachtsbelasting al betaald? Maak dan in afwachting van de uitspraak van het andere gerechtshof alvast bezwaar tegen die betaling. De termijn daarvoor is zes weken nadat de overdrachtsbelasting op aangifte is voldaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-20T10:55:10+02:0020 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen
  • Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Ligt het aantal uren dat een werknemer werkt structureel hoger dan overeengekomen? Dan kan een werknemer deze arbeidsomvang afdwingen bij de werkgever. Ook al zijn er andere uren overeengekomen.

De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang
Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen.

De vlieger gaat niet altijd op…
Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode.

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster
Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag
Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de Coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang. De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-19T12:12:19+02:0019 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

  • Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

Vanaf 2023 mogen DGA’s niet meer dan €500.000 lenen bij hun eigen BV. Het wetsvoorstel waarin dit geregeld wordt, zal niet verder worden versoepeld vanwege de Coronacrisis. Dit meldde staatssecretaris Vijlbrief eerder aan de Tweede kamer.

Wet excessief lenen
Het wetsvoorstel excessief lenen wil bovenmatige leningen van DGA’s bij hun BV’s tegengaan. Daarom wordt vanaf 2023 een bovenmatige lening belast in Box 2. Een DGA mag dan nog maximaal €500.000 bij zijn BV lenen plus een hypotheek voor de eerste eigen woning bij de BV afsluiten.

Coronacrisis
De Tweede Kamer had gevraagd of verdere versoepelingen van het wetsvoorstel nodig zijn vanwege de Coronacrisis. Volgens de staatssecretaris is het nog te vroeg om aan te kunnen geven of dit nodig is. Hij geeft wel aan dat in 2019 ongeveer €13,6 miljard aan extra dividend is uitgekeerd. Of dit is vanwege het toen nog geldende tarief van 25% (nu 26,9%) of vanwege anticipatie op het wetsvoorstel, is onbekend.

Uitstel met één jaar
De staatssecretaris geeft aan dat vanwege de Coronacrisis de ingangsdatum van de wet al met één jaar is uitgesteld tot 1 januari 2023. Dit betekent dat een DGA pas op 31 december 2023 aan de nieuwe eisen van de wet hoeft te voldoen en ook pas op dat moment zijn schulden aan de BV teruggebracht moet hebben tot maximaal €500.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-16T10:56:45+02:0016 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

  • Weigert een werknemer een passende functie?

Weigert een werknemer een passende functie?

Als een werknemer wiens functie is komen te vervallen, niet reageert op een aangeboden passende functie kan dit tot gevolg hebben dat hij geen recht heeft op een transitievergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Een werknemer wiens functie is komen te vervallen, kan niet zomaar een aangeboden, passende functie weigeren. Als hij dit ten onrechte toch doet, kan hij zijn recht op betaling van een transitievergoeding verspelen. Hoe zit dat precies?

Drie keer een aanbod
De functie van een werkneemster verviel en haar arbeidsovereenkomst werd na toestemming van het UWV opgezegd. De werkgever vond dat hij geen transitievergoeding hoefde te betalen aan de werkneemster, omdat zij tot drie keer toe een aangeboden, passende functie had geweigerd. Het ging twee keer om een functie in dagdienst. De werkneemster weigerde beide functies omdat ze liever in ploegendienst wilde werken, omdat haar vriend dat ook bij dezelfde werkgever deed en ze dan samen konden reizen. Iets dat in haar geval praktisch was vanwege een oogaandoening. Ze weigerde echter ook een aangeboden functie in ploegendienst, omdat ze dan, ondanks haar arbeidsongeschiktheid, direct aan de slag moest. Volgens haar en de bedrijfsarts was dat niet mogelijk.

Terughoudendheid troef
Het gerechtshof dat de zaak beoordeelde benadrukte dat er terughoudend moet worden omgegaan met de uitzonderingsgrond op basis waarvan een werknemer geen recht meer heeft op een transitievergoeding vanwege ernstig verwijtbaar handelen. De toepassing van deze uitzonderingsgrond is volgens de rechter beperkt. Bij de beoordeling zijn altijd de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, die van invloed zijn geweest op het handelen of nalaten van de werknemer, van belang.

Je had het toch moeten aanvaarden…
In dit geval oordeelde het gerechtshof dat de werkneemster niet tot drie keer toe een aangeboden, passende functie had mogen weigeren. Het enkele feit dat ze niet in staat was haar werkzaamheden direct te hervatten, maakte dit niet anders. De werkgever had de aangeboden werkzaamheden aangepast aan de oogaandoening en de vervoersproblemen van werkneemster. Eventueel resterende problemen hadden kunnen worden opgelost als de medewerkster had meegewerkt. Met de aangeboden functie in ploegendienst was de werkgever ook tegemoet gekomen aan de door de medewerkster geuite bezwaren. Ten slotte bleek de eis van directe werkhervatting niet uit het aanbod van de werkgever.

Geen transitievergoeding
Gezien de omstandigheden oordeelde het gerechtshof dat de werkneemster niet had kunnen worden herplaatst vanwege haar eigen weigerachtige houding. Ondanks het feit dat er terughoudend moet worden omgegaan met de uitzonderingsgrond op het recht op transitievergoeding vond het hof het handelen en nalaten van de werkneemster dermate verwijtbaar dat ze geen recht had op een transitievergoeding. Het feit dat ze al 20 jaar in dienst was en altijd goed had gefunctioneerd, maakte dan niet anders.

Tip! Reageer altijd gemotiveerd op de bezwaren van een werknemer tegen een aangeboden, passende functie en houd hiermee bij het aanbieden van een andere passende functie, voor zoveel mogelijk, rekening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-15T11:51:56+02:0015 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Weigert een werknemer een passende functie?