NBCEelman

Aftrek zorgkosten voor aanpassing van auto van een ander

De Belastingdienst heeft bevestigd dat aftrek van zorgkosten in de aangifte inkomstenbelasting – onder voorwaarden – mogelijk is als een gehandicapte aanpassingen laat doen aan een auto die niet op zijn naam staat.

Aftrek zorgkosten

Invalide

Als iemand in verband met zijn ziekte of invaliditeit een hulpmiddel moet aanschaffen, kan hij de kosten hiervan – onder voorwaarden – als zorgkosten aftrekken in zijn aangifte inkomstenbelasting. Van belang is hierbij dat het hulpmiddel van zodanige aard is dat dit hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt.

Aanpassingen aan auto

De staatssecretaris heeft in een besluit bevestigd dat bepaalde aanpassingen aan een auto als in de inkomstenbelasting aftrekbaar hulpmiddel kunnen worden aangemerkt.  Denk aan handgas als dit nodig is als iemand niet meer met zijn benen het gaspedaal kan bedienen.

Let op! Een gehandicapte kan ook baat hebben bij bijvoorbeeld cruise-control of stuurbekrachtiging. Dit zijn echter aanpassingen die tegenwoordig zo gebruikelijk zijn dat niet gezegd kan worden dat dit hoofdzakelijk door een zieke of gehandicapte persoon gebruikt wordt. Deze kosten komen daarom niet in aftrek.

Aanpassing voor vervoer rolstoel

In een aan de Belastingdienst voorgelegde zaak was een auto geschikt gemaakt voor het vervoer van een rolstoel. Dergelijke aanpassingen worden volgens de Belastingdienst hoofdzakelijk door een ziek of gehandicapt persoon gebruikt en vormen daarom een in de inkomstenbelasting aftrekbaar hulpmiddel.

Eigendom niet van belang

In de voorgelegde zaak had de gehandicapte de auto wel betaald, maar stond deze op naam van een van zijn ouders. De auto kon anders niet verzekerd worden. De ouders vervoerden de zoon met deze auto. In deze casus woonden de zoon en de ouders overigens niet op hetzelfde adres.

Volgens de Belastingdienst maakt het voor de aftrek echter niet uit dat de auto niet op naam stond van de gehandicapte. De aanpassingen aan de auto konden als in de inkomstenbelasting aftrekbaar hulpmiddel worden aangemerkt.

Afschrijving of bedrag ineens

In principe kan het bedrag van de aanpassing niet in één jaar in aftrek worden gebracht, maar kan slechts de afschrijving van de aanpassing elke jaar als aftrek in aanmerking komen. Als echter de aanpassing specifiek aan de situatie van de gebruiker is aangepast en daardoor geen of een geringe marktwaarde heeft, kan het bedrag van de aanpassing wel in één jaar in aftrek komen.

Let op! Voor de aftrek zorgkosten in de inkomstenbelasting gelden nog meer voorwaarden. Zo komen de zorgkosten bijvoorbeeld alleen in aftrek als deze meer bedragen dan een bepaalde drempel. Neem voor meer informatie over de aftrek in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Door |2024-02-29T15:59:07+01:0029 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek zorgkosten voor aanpassing van auto van een ander

Commissariaatvergoeding via bv belast bij commissaris in inkomstenbelasting?

De Belastingdienst is van mening dat bij het uitvoeren van één commissariaat vanuit een bv de vergoeding rechtstreeks bij de commissaris belast is in de inkomstenbelasting.

Eén commissariaat

Juridisch

Een bv ontvangt een vergoeding van € 35.000 per jaar voor het uitvoeren van een commissariaat. De dga van de bv is degene die de werkzaamheden als commissaris verricht. Naast de commissariaatwerkzaamheden vinden vanuit de bv geen andere activiteiten plaats.

De Belastingdienst is van mening dat in zo’n situatie de vergoeding van € 35.000 per jaar bij de dga in de inkomstenbelasting belast is als resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst voert daarvoor onder meer aan dat alleen een natuurlijk persoon een commissariaat kan vervullen. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak is de Belastingdienst daarom van mening dat de commissariaatwerkzaamheden niet voor rekening en risico van de bv kunnen plaatsvinden.

Fiscale gevolgen

Het fiscale gevolg van het standpunt van de Belastingdienst is dat de dga in zijn aangifte inkomstenbelasting € 35.000 per jaar moet aangeven als resultaat uit overige werkzaamheden. Over deze inkomsten is de dga mogelijk ook inkomensafhankelijke bijdrage Zvw verschuldigd (een en ander afhankelijk van de overige inkomsten van de dga).

Let op! Nu de Belastingdienst van mening is dat de commissariaatvergoeding rechtstreeks in de inkomstenbelasting belast is bij de dga, is de gebruikelijkloonregeling voor deze dga niet van toepassing.

Meerdere commissariaten

Het standpunt van de Belastingdienst kan anders worden als sprake is van meer dan één commissariaat. Als het samenstel van deze commissariaten kan worden aangemerkt als onderneming in de zin van de inkomstenbelasting, vormen de commissariaatbeloningen wel winst voor de bv. In dat geval hoeven de commissariaatbeloningen niet rechtstreeks bij de dga in de inkomstenbelasting belast te worden én is de gebruikelijkloonregeling van toepassing.

Let op! De beoordeling of het samenstel van commissariaten kan worden aangemerkt als onderneming, is sterk afhankelijk van jouw individuele feiten en omstandigheden. Bespreek daarom jouw situatie met een van onze adviseurs.

Door |2024-02-29T15:56:36+01:0029 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Commissariaatvergoeding via bv belast bij commissaris in inkomstenbelasting?

Vanaf 5 maart SSEB aanvragen

Ondernemers kunnen vanaf 5 maart 2024 weer de Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel (SSEB) aanvragen. Op grond van de SSEB worden subsidies verstrekt voor de aanschaf en innovatie rondom emissieloos materieel en voor de ombouw naar emissiearm of emissieloos bouwmaterieel. De subsidie kent verschillende categorieën.

Aanschafsubsidie

Bouw

De subsidie inzake de aanschaf van schoon en emissieloos bouwmateriaal kunt u aanvragen van 5 maart tot en met 31 oktober 2024. De subsidie bedraagt maximaal 25% van de meerkosten ten opzichte van bouwmateriaal met verbrandingsmotor. Voor het mkb is dit 30%. Per bouwmachine bedraagt de subsidie maximaal € 300.000. Op de subsidie wordt altijd 11,25% van de investeringskosten in mindering gebracht vanwege de milieu-investeringsaftrek (MIA).

Ombouwsubsidie

Ook voor het ombouwen van bestaand materiaal naar schoon en emissieloos kunt u subsidie krijgen. Deze zogenaamde SSEB-Retrofit-subsidie bedraagt voor het mkb maximaal 30% of 50%, afhankelijk van het omgebouwde bedrijfsmiddel. De subsidie bedraagt maximaal € 300.000. Als hiervoor ook MIA wordt verkregen, wordt de subsidie verminderd. De Retrofitsubsidie kunt u van 5 maart tot en met 31 oktober 2024 aanvragen.

Innovatiesubsidie

Heb je innovatieve ideeën met betrekking tot emissieloze bouwmachines, dan kun je hiervoor ook de SSEB aanvragen. Dit kan van 5 maart tot en met 29 augustus 2024. Omdat deze subsidie nog door het parlement moet worden goedgekeurd, is onder andere de omvang van de subsidie nog niet bekend.

Haalbaarheidsstudie

Tenslotte kun je voor een haalbaarheidsstudie met betrekking tot een innovatief idee inzake emissieloze bouwmachines ook een SSEB-subsidie aanvragen. Dit kan van 5 maart tot en met 31 oktober 2024. Deze subsidie moet eveneens nog worden goedgekeurd. De omvang van de subsidie is nog niet bekend.

Aanvragen SSEB

Je kunt de SSEB aanvragen bij de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Hier vindt u ook nadere info en alle voorwaarden met betrekking tot de SSEB.

Door |2024-02-29T15:54:28+01:0029 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 5 maart SSEB aanvragen

SLIM-subsidie per 1 maart 2024 weer aan te vragen

Ook in 2024 kunnen ondernemers weer gebruikmaken van de SLIM-subsidie, de subsidieregeling leren en ontwikkelen in het mkb. Deze subsidie kan worden aangevraagd vanaf 1 maart 2024 9:00 uur tot en met donderdag 28 maart 2024 17:00 uur. Per aanvrager kan in dat tijdvak één aanvraag worden ingediend.

SLIM-subsidie

Boeken

De SLIM-subsidie is een subsidie die erop is gericht om leren en ontwikkelen in het mkb te bevorderen. Om de regeling verder te verbeteren is het vanaf 1 januari 2024 ook mogelijk de subsidie te gebruiken voor individuele scholing.

Waarvoor SLIM-subsidie aanvragen?

Je kunt een aanvraag voor de SLIM-subsidie indienen voor de volgende vier activiteiten:

  • Doorlichting van uw onderneming: inzichtelijk krijgen wat wijzigingen op de arbeidsmarkt betekenen voor uw bedrijf en personeel.
  • Loopbaan- en ontwikkeladviezen: inzicht krijgen in de wensen, ambities en mogelijkheden van jouw medewerkers. Hoe verhoudt dit zich tot de arbeidsmarkt en hoe kunt u hierop inspelen
  • Werknemers stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding in jouw bedrijf verder te ontwikkelen: bijvoorbeeld via periodieke ontwikkelgesprekken of oprichting van een bedrijfsschool.
  • Praktijkleerplaats in de derde leerweg bieden: hiermee kunnen werknemers worden bij-, op- of omgeschoold. Zo kan worden ingespeeld op de veranderingen op de arbeidsmarkt die van invloed zijn op de kennis en vaardigheden van uw personeel.

Aanvragen

Als je de SLIM-subsidie wilt aanvragen en je hebt nog geen account, moet je je eerst registreren als aanvrager. Dit kan vanaf twee weken voor de openstelling van het subsidieloket.

Houd er bij de aanvraag  van de subsidie rekening mee dat u de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en begroting. Je vindt hier alle informatie.

Katapult

De organisatie Katapult voert een kennis- en ondersteuningsprogramma uit voor ondernemingen die de SLIM-subsidie aanvragen. Dit is kosteloos. Kijk hier voor meer info.

Door |2024-02-29T15:07:34+01:0029 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor SLIM-subsidie per 1 maart 2024 weer aan te vragen

Tussenrapportage handhaving arbeidsrelaties

Het kabinet probeert al jaren om schijnzelfstandigheid zoveel mogelijk te voorkomen. Onlangs is in een brief aan de Tweede Kamer ingegaan op schijnzelfstandigheid, specifiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs, zorg en cultuur. In deze brief werd ook ingegaan op de handhaving inzake arbeidsrelaties door de Belastingdienst.

Schijnzelfstandigheid

Roltrap

Bij schijnzelfstandigheid presenteren opdrachtnemers zich als zelfstandige ondernemers, terwijl er eigenlijk sprake is van een dienstbetrekking. Op deze manier wordt onterecht geprofiteerd van fiscale faciliteiten voor zelfstandigen en worden ten onrechte geen premies werknemersverzekeringen afgedragen.

Modelovereenkomsten

Om schijnzelfstandigheid te bestrijden werkt de Belastingdienst onder andere met Modelovereenkomsten. Opdrachtnemer en opdrachtgever kunnen in een dergelijke overeenkomst de uitvoering van de werkzaamheden vastleggen. Op deze manier staat vooraf vast dat er al dan niet sprake is van een arbeidsrelatie, op voorwaarde dat men zich houdt aan de afspraken zoals vastgelegd in de Modelovereenkomst.

Handhaving

Het kabinet heeft aangegeven dat tot 1 januari 2025 terughoudend zal worden opgetreden bij gevallen van schijnzelfstandigheid. Wel wordt in ieder geval opgetreden als sprake is van fraude. Tot die tijd voert de Belastingdienst wel controles uit, die mede gericht zijn op voorlichting aan opdrachtgevers.

Tussenrapportage

Uit een gepubliceerde tussenrapportage blijkt dat in 2022 en 2023 door de Belastingdienst in totaal bijna 1.000 bedrijfsbezoeken zijn afgelegd. Ook heeft de Belastingdienst in die periode zo’n 450 boekenonderzoeken verricht en zijn er bijna 800 beschikkingen inzake verzekeringsplicht afgegeven. Ook zijn zo’n 740 Modelovereenkomsten beoordeeld.

Voorlichting

Naast genoemde cijfers is er tijdens de bezoeken ook ingezet op informatie en voorlichting door specialisten van de Belastingdienst inzake loonheffingen, teneinde opdrachtgevers te ondersteunen bij het correct toepassen van de regels inzake schijnzelfstandigheid. Dit leidde er in een aantal gevallen toe dat sommige arbeidsrelaties na overleg werden aangemerkt als dienstbetrekking. In deze gevallen werd geen sanctie opgelegd.

Door |2024-02-27T09:52:50+01:0027 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tussenrapportage handhaving arbeidsrelaties

Online verkopen hobby of onderneming?

Wie regelmatig online spulletjes verkoopt via bijvoorbeeld Marktplaats of Vinted, krijgt hierover binnenkort wellicht vragen van de Belastingdienst. Een en ander is het gevolg van een nieuwe informatieplicht die geldt voor exploitanten van digitale verkoopsites.

Van belang is of de activiteiten als hobby of als onderneming aangemerkt moeten worden. In het laatste geval kan namelijk belasting verschuldigd zijn.

Fiscus geïnformeerd

Typen

Verkoopsites zijn sinds 2023 verplicht gegevens over hun verkopers door te geven aan de Belastingdienst. Wie jaarlijks dertig items of meer verkoopt, dan wel voor meer dan € 2.000 omzet heeft, kan op extra aandacht van de Belastingdienst kunnen rekenen.

Eigen verantwoordelijkheid

In een reactie laat de Belastingdienst weten dat iedereen nu ook al een eigen verantwoordelijkheid heeft met betrekking tot de vraag of al dan niet belasting verschuldigd is over verkopen. Voor hobbyisten is dat niet het geval, maar als hobbyverkopen uitgroeien tot een onderneming, zal btw en inkomstenbelasting afgedragen moeten worden. Waar de scheidslijn precies ligt, is echter afhankelijk van diverse factoren.

Geautomatiseerde controles

De nieuwe informatieplicht voor verkoopsites maakt controle door de Belastingdienst een stuk eenvoudiger. Die kan de aangeleverde gegevens vergelijken met de gegevens die door verkopers zelf zijn aangegeven. Waar vermoed wordt dat sprake is van activiteiten die als onderneming aangemerkt kunnen worden en dit niet wordt aangegeven, kunnen verkopers op actie van de Belastingdienst rekenen.

Let op! Als een hobby uit is gegroeid tot een onderneming, is belasting verschuldigd. Dit was altijd al zo. De regelgeving op dit gebied is niet veranderd.

Gegevens doorgeven

Verkoopsites zullen hun verkopers benaderen die onder de Europese regels vallen om bepaalde persoonsgegevens te verstrekken. Wie dat weigert, kan worden geblokkeerd of men kan geen geld meer ontvangen.

Door |2024-02-27T09:50:54+01:0027 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Online verkopen hobby of onderneming?

Ook IACK als ouders van woning wisselen, maar niet het kind?

Als ouders uit elkaar gaan, wordt de zorg voor de kinderen soms geregeld via co-ouderschap. In sommige gevallen bestaat er onder voorwaarden voor één of beide ouders recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK). De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat dit ook mogelijk is als de ouders afwisselend de kinderen verzorgen vanuit dezelfde woning, ook wel bird nesting genoemd.

Bird nesting

Speelgoed

Bij bird nesting verblijven na een scheiding de kinderen steeds in dezelfde woning. De gescheiden ouders verzorgen de kinderen samen, maar als de ene partner de kinderen verzorgt, verblijft de andere partner elders.

IACK

De IACK is een belastingkorting voor alleenstaande ouders of minstverdienende partners die arbeid en zorg voor jonge kinderen combineren. Het doel ervan is deze belastingplichtigen extra te motiveren om toe te treden tot de arbeidsmarkt. Een van de voorwaarden voor de IACK is dat het kind op 1 januari van het jaar jonger is dan 12 jaar.

Co-ouderschap

Voor de IACK moet het kind in het betreffende jaar minstens zes maanden op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven als de ouder. Bij co-ouderschap is het voor de IACK ook voldoende als het kind gedurende ten minste 156 dagen van het kalenderjaar in elk van beide huishoudens van de ouders verblijft en het kind op hetzelfde woonadres als de andere ouder staat ingeschreven.

Verschillende huishoudens?

Volgens de Belastingdienst is er ook bij bird nesting sprake van twee verschillende huishoudens en is er geen sprake van samenwonende ouders. Het is geen belemmering dat de ouders het huishouden met de kinderen voeren in dezelfde woning, zolang beide ouders dit maar afzonderlijk met hen doen en niet samen. Als aan de overige voorwaarden voldaan wordt, bestaat er dus ook bij bird nesting recht op de IACK.

Door |2024-02-23T14:49:03+01:0023 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook IACK als ouders van woning wisselen, maar niet het kind?

Nieuwe forse boete mogelijk nalatige platformexploitanten

Er is per 1 februari 2024 een nieuwe boete geïntroduceerd voor digitale platformexploitanten die niet aan hun informatieverplichtingen (DAC7) voldoen. Wanneer er sprake is van opzet of grove schuld kan de boete oplopen tot maximaal € 1.030.000.

Digitale platformexploitanten

EU

Digitale platformexploitanten bieden kopers en verkopers de gelegenheid gebruik te maken van hun platform voor het verrichten van transacties. Een bekend voorbeeld van een dergelijk platform is Marktplaats. Sinds vorig jaar hebben exploitanten van dergelijke platformen de plicht een aantal gegevens te melden bij de Belastingdienst.

Welke gegevens?

De te verstrekken gegevens, vastgelegd in DAC7, hebben onder andere betrekking op het aantal transacties van een bepaalde verkoper en de behaalde omzet. Hierdoor zal naar verwachting de fraude met digitale transacties verminderen. Alle EU-landen hebben afgesproken de informatieverplichting in hun wet op te nemen.

Boete

Als een boete wordt opgelegd, worden alle feiten en omstandigheden die van belang zijn meegewogen. De hoogte van de boete wordt in overleg met de vaktechnisch coördinator formeel recht bepaald. De Belastingdienst heeft hierbij aangegeven terughoudend om te gaan met het opleggen van de nieuwe boete.

Let op! Ben je het met de boete niet eens, dan kun je hiertegen in bezwaar en beroep.

Door |2024-02-22T09:04:16+01:0022 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe forse boete mogelijk nalatige platformexploitanten

Ministerraad akkoord met nieuwe groottecriteria van onderneming

De groottecriteria die bepalen of uw onderneming als een grote, middelgrote, kleine of micro-onderneming wordt bestempeld, zijn in het najaar van 2023 in verband met de inflatietrend in de eurozone door de Europese Commissie aangepast. De Nederlandse ministerraad is akkoord met de voorgestelde wijzigingen.

Drempelbedragen

De drempelbedragen worden bepaald door drie criteria: omzet, balanstotaal en gemiddeld aantal medewerkers. De bedragen van de criteria balanstotaal en omzet zijn met zo’n 25 procent verhoogd.

De huidige en bijgestelde drempels (voor 25% inflatie en afgerond naar boven) worden:

Balans Netto-omzet
Micro Vorig 350 000 700 000
Bijgesteld 450 000 900 000
Toename 28,6% 28,6%
 Klein (onderkant) Vorig 4 000 000 8 000 000
Bijgesteld 5 000 000 10 000 000
Toename 25,0% 25,0%
 Klein (bovenkant) Vorig 6 000 000 12 000 000
Bijgesteld 7 500 000 15 000 000
Toename 25,0% 25,0%
 Middelgroot/Groot Vorig 20 000 000 40 000 000
Bijgesteld 25 000 000 50 000 000
Toename 25,0% 25,0%

Bron: Europese Commissie (DG FISMA)

Bent u controleplichtig?

Kantoor

De drempelbedragen bepalen onder andere of jouw onderneming controleplichtig is. Met ingang van de nieuwe criteria krijgen ondernemingen te maken met de controleplicht van de jaarrekening als zij op twee opeenvolgende balansdata voldoen aan minimaal twee van de drie criteria:

  • het balanstotaal kent een waarde van minimaal € 7.500.000;
  • de omzet bedraagt minimaal € 15.000.000;
  • er zijn minimaal 50 werknemers in dienst.

Ingangsdatum mag al voor boekjaar 2023

Alle lidstaten van de EU moeten de nieuwe drempelwaarden uiterlijk vanaf boekjaar 2024 toepassen. De Nederlandse overheid biedt echter de mogelijkheid, naar keuze van de onderneming, om deze nieuwe drempelbedragen met een vervroegde toepassing voor boekjaar 2023 al in te laten gaan. Dit is met name van belang voor middelgrote ondernemingen die op basis van de nieuwe criteria in boekjaar 2023 niet voldoen aan twee van de drie controlecriteria. Zij zijn daardoor dan voor dat boekjaar niet controleplichtig.

Let op! Val je niet in de categorie middelgrote/grote onderneming? Dan hoef je niet te voldoen aan de vereisten van de duurzaamheidsrapportage (CSRD).

Door |2024-02-22T09:02:39+01:0022 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ministerraad akkoord met nieuwe groottecriteria van onderneming

Box 3 ook voor betaalrekeningen

De staatssecretaris antwoordt op Kamervragen dat hij niet bereid is om betaalrekeningen uit te zonderen van het forfaitaire rendement dat van toepassing is op spaartegoeden in box 3. Dat op betaalrekeningen geen rente wordt ontvangen, maakt dit niet anders.

Betaalrekeningen

Op betaalrekeningen wordt over het algemeen geen rente vergoed. Daarnaast zijn aan het aanhouden van een betaalrekening normaal gesproken kosten verbonden. Dat maakt dat een betaalrekening over het algemeen eerder een negatief rendement dan een positief rendement kent.

Let op! De betaalrekeningen worden in box 3 echter in dezelfde categorie geplaatst als spaarrekeningen. Voor 2023 is hieraan een forfaitair rendement gehangen van 0,92%. Voor 2024 is dit percentage voorlopig vastgesteld op 1,03%.

Kamervragen

De staatssecretaris antwoordt naar aanleiding van een aantal vragen onder meer dat betaalrekeningen gewoon in box 3 vallen. Betaalrekeningen vallen dus niet in een andere categorie dan spaarrekeningen en worden dus ook niet apart behandeld. Ook de kosten die verbonden zijn aan betaalrekeningen kunnen niet in aftrek komen in box 3, aldus de staatssecretaris.

Hoop aan de horizon?

Over het saldo van een betaalrekening die over het algemeen een negatief rendement kent, moet dus 0,92% forfaitair rendement in aanmerking worden genomen. Voor degenen die toe zijn aan een box 3-stelsel op basis van een werkelijk rendement gloort er wellicht hoop aan de horizon.

Zo heeft het demissionaire kabinet een wetsvoorstel opgesteld waarbij de box 3-heffing gebaseerd is op het werkelijk behaalde rendement. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2027, maar hiervoor moet het definitieve wetsvoorstel dan al wel in de zomer van 2024 aan de Tweede Kamer aangeboden worden. Of dat allemaal gaat lukken is uiteraard de vraag, nu de vorming van een nieuw kabinet tot op heden nog niet is gelukt.

Conclusies AG’s

Maar is er nog meer hoop. In september 2023 concludeerde AG Wattel al dat de Wet rechtsherstel box 3 in strijd is met Europees recht als het werkelijk behaalde rendement lager is dan het rendement volgens de wet. AG Pauwels oordeelde onlangs op vergelijkbare wijze.

Bepaling werkelijk behaalde rendement

AG Pauwels gaf ook een aantal aanwijzingen over de wijze waarop het werkelijk behaalde rendement moet worden bepaald.

Zo oordeelde de AG dat de beoordeling of de box 3-heffing moet worden verminderd, altijd moet plaatsvinden voor alle vermogensbestanddelen gezamenlijk en niet per vermogensbestanddeel. Het separaat beoordelen van de betaalrekening behoort dus, ook naar het oordeel van de AG, niet tot de mogelijkheden.

Uiteraard speelt het negatieve rendement van de betaalrekening wel een rol in de beoordeling van het totale werkelijk behaalde rendement. Voor aftrek van de kosten die verbonden zijn aan de betaalrekening lijkt in de visie van de AG ook plek bij de bepaling van het werkelijk behaalde rendement.

Let op! De Hoge Raad moet nog oordelen over deze kwestie. De adviezen van de AG’s zijn onafhankelijk en de Hoge Raad beslist zelf of deze opgevolgd worden of niet.

Door |2024-02-21T09:45:10+01:0021 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Box 3 ook voor betaalrekeningen