NBCEelman

Fiscale regels voor kerstpakket uitzendkracht

Binnenkort krijgen jouw werknemers wellicht weer een kerstpakket van jou. Als je ook een kerstpakket aan uitzendkrachten geeft, dan gelden daar andere fiscale regels voor.

Kerstpakket werknemers

Schenken

De fiscale regels rondom een kerstpakket dat je aan jouw werknemers geeft, zijn wel bekend. De waarde van het kerstpakket is bij elke werknemer individueel belast met loonbelasting, tenzij je het kerstpakket aanwijst in jouw vrije ruimte. Werkgevers kiezen meestal voor dit laatste en nemen op die manier de loonbelasting voor hun rekening.

Zolang de vrije ruimte niet wordt overschreden in 2024 bedraagt die belasting overigens nul. Overschrijden alle in de vrije ruimte aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen de vrije ruimte, dan betaal je over de overschrijding 80% eindheffing.

Kerstpakket uitzendkrachten

Hoe ga je om met kerstpakketten die je aan uitzendkrachten geeft? Ook deze kerstpakketten vormen loon voor de uitzendkrachten. Dit loon kun je echter niet aanwijzen in jouw vrije ruimte omdat de uitzendkrachten geen werknemer van jou zijn.

Je kunt er wel voor kiezen om de belasting over dit loon voor jouw rekening te nemen. Bedraagt de waarde van het kerstpakket maximaal € 136, dan bedraagt de eindheffing 45%. Is de waarde van het kerstpakket hoger, dan bedraagt de eindheffing 75%.

Let op! Als je ervoor kiest om de eindheffing voor jouw rekening te nemen, dan moet je vastleggen wie het kerstpakket ontvangen heeft én aan de ontvanger van het kerstpakket meedelen dat je de eindheffing voor jouw rekening neemt.

Tip! De eindheffing verwerk je in de aangifte loonbelasting in de rubriek ‘Eindheffing publiekrechtelijke uitkeringen en tijdelijke knelpunten van ernstige aard’.

Voor rekening uitzendbureau

Kies je er niet voor de eindheffing van het kerstpakket voor een uitzendkracht voor jouw rekening te nemen, dan is er een aantal mogelijkheden. Het kan zijn dat het uitzendbureau loonheffing moet inhouden op de waarde van het kerstpakket. Als dat zo is, kan het uitzendbureau er ook voor kiezen om het kerstpakket in de vrije ruimte van het uitzendbureau aan te wijzen.

Voor rekening uitzendkracht

Hoeft het uitzendbureau geen loonheffing in te houden op de waarde van het kerstpakket, dan moet de uitzendkracht de waarde van het kerstpakket opgeven als loon in natura in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Let op! Verstrek je een kerstpakket aan een zzp’er, dan kun jeop dezelfde wijze als bij een uitzendkracht de eindheffing (van 45% of 75%, afhankelijk van de waarde van het kerstpakket) voor jouw rekening nemen. Kies je daar niet voor, dan moet de zzp’er het kerstpakket zelf aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Door |2024-12-18T09:37:32+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale regels voor kerstpakket uitzendkracht

Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de nieuwe normbedragen voor de loonheffingen voor 2025 gepubliceerd. Onder andere blijft (vooralsnog) het gebruikelijk loon voor de dga gehandhaafd op hetzelfde niveau. Wat valt nog meer op ten opzichte van de normbedragen in 2024?

Let op! Alle genoemde bedragen voor 2025 zijn nog niet 100% definitief. Er kunnen voor het einde van het jaar nog wijzigingen worden doorgevoerd. Kijk hier voor alle cijfers.

Normbedrag gebruikelijk loon blijft gelijk

Horeca

Opmerkelijk is dat het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga in 2025 (vooralsnog) niet verandert en gehandhaafd blijft op € 56.000. Een gebruikelijk loon van € 56.000 is overigens lang niet altijd voldoende. Een dga moet namelijk een gebruikelijk loon genieten dat minimaal gelijk is aan het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen) of, als dit hoger is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Tip! Als het vastgestelde gebruikelijk loon vervolgens hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op dit loon. De discussie met de Belastingdienst hierbij zal met name gaan over de vraag of het door jou gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.

Reiskostenvergoeding onveranderd

De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, blijft in 2025 € 0,23 per kilometer.

Vergoeding thuiswerken stijgt licht

Voor werknemers die thuiswerk verrichten, kan in 2025 – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding verstrekt worden van € 2,40 per dag. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (€ 2,35 per dag).

Waardering maaltijden op bedrijfslocatie iets omhoog

Als een werkgever aan zijn personeel een maaltijd verstrekt in een bedrijfskantine of een soortgelijke ruimte of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, wordt dit in 2025 gewaardeerd op € 3,95 per maaltijd. In 2024 is dit bedrag nog € 3,90. Overigens hoef je met deze waardering geen rekening te houden als de maaltijd een meer dan bijkomstig karakter heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer vanwege het werk tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten, bij werk op koopavonden en bij therapeutisch mee-eten. In zo’n geval is de maaltijd op de bedrijfslocatie onbelast.

Huisvesting op de werkplek licht omhoog

Voor huisvesting en inwoning op de werkplek geldt in 2024 nog een normbedrag van € 6,70 per dag. Dit bedrag gaat in 2025 licht omhoog, naar € 6,80 per dag.

Let op! Er gelden verschillende voorwaarden. In bepaalde gevallen hoef je bijvoorbeeld geen normbedragen te hanteren (er geldt dan een nihilwaardering) en als sprake is van een dienstwoning, geldt een andere waardering. Laat je daarom goed informeren wat in jouw situatie van toepassing is.

Onbelaste vergoeding vrijwilligers blijft gelijk

De vrijwilligersvergoeding die je per jaar of per maand kunt geven, wijzigt in 2025 niet en blijft gehandhaafd op € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Een van de andere voorwaarden is dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet bij wijze van beroep mag verrichten. Als de maximale vergoeding per uur in 2025 € 5,60 (in 2024: € 5,50) bedraagt voor vrijwilligers vanaf 21 jaar oud en € 3,30 (in 2024: € 3,25) voor vrijwilligers tot en met 20 jaar oud, gaat de Belastingdienst er in ieder geval van uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht.

Salarisnorm 30%-regeling iets hoger

Als de 30%-regeling van toepassing is, kan onder strikte voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast worden uitbetaald aan werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken. Een van de voorwaarden is dat de werknemer een specifieke deskundigheid moet hebben die op de Nederlandse markt niet of nauwelijks te vinden is. De werknemer wordt geacht die specifieke deskundigheid te hebben als het loon hoger is dan de salarisnorm. Bedraagt die salarisnorm in 2024 nog € 46.107, in 2025 is die norm met € 46.660 iets hoger. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma bedraagt de salarisnorm in 2024 € 35.048. Ook deze salarisnorm is in 2025 met € 35.468 iets hoger.

Let op! Het loon voor de 30%-regeling is afgetopt op de WNT-norm. Deze norm bedraagt in 2025 € 246.000 (in 2024: € 233.000). In 2025 kan daarom maximaal € 73.800 onder de 30%-regeling onbelast worden uitbetaald (in 2024: € 69.900).

Door |2024-12-18T09:29:26+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

Box 3 op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2028

Het gaat het kabinet niet lukken om vanaf 2027 een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in te voeren. Het nieuwe doel is om per 2028 een nieuw box 3-stelsel in te laten gaan.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement

Euro

Er wordt al een flink aantal jaren aan een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement gewerkt. Waar de eerste contouren al in het voorjaar van 2022 gepresenteerd werden, werd begin september 2023 het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ter internetconsultatie voorgelegd aan iedereen die daarop wilde reageren. Hierop volgend werden in januari 2024 en april 2024 aanpassingen op het wetsvoorstel aangekondigd, waarna in juni 2024 het wetsvoorstel aan de Raad van State werd aangeboden. Deze bracht hierover onlangs een negatief advies uit. De staatssecretaris gaat dit advies bestuderen en informeert de Tweede Kamer hierover eind januari 2025.

Uitstel naar 2028

Daarnaast heeft de staatsecretaris bekendgemaakt dat invoering van het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2027 onmogelijk is. Het doel is nu om per 2028 een nieuw stelsel in te voeren.

Stelsel tot en met 2027

Dit betekent dat het huidige forfaitaire box 3-stelsel een jaar langer in stand blijft, namelijk tot en met 2027 in plaats van tot en met 2026. Dit betekent dat u tot en met 2027 ook gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Deze tegenbewijsregeling komt voort uit het oordeel van de Hoge Raad in juni 2024 en wordt opgenomen in de wet.

Tip! Voor het opgeven van jouw werkelijke rendement in het kader van de tegenbewijsregeling voor de belastingjaren tot en met 2024 maak je gebruik van het nog in ontwikkeling zijnde formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Dit formulier komt naar verwachting in juni 2025 op papier en digitaal beschikbaar. Vanaf de aangifte inkomstenbelasting 2025 wordt het ook mogelijk om in de aangifte al gebruik te maken van de tegenbewijsregeling en het werkelijke rendement op te geven.

Stevige verhoging forfait overige bezittingen en verlaging heffingsvrij vermogen

De latere invoering van het nieuwe box 3-stelsel zorgt voor een budgettaire derving. Het kabinet is voornemens om dit tekort te dekken door het forfait dat nu geldt voor overige bezittingen vanaf 2026 te verhogen met 1,78% en het heffingsvrije vermogen vanaf 2026 te verlagen naar ongeveer € 52.048.

Voor een vergelijk: als een dergelijk verhoging al in 2025 zou plaatsvinden, zou het forfait voor overige bezittingen in 2025 uitkomen op 7,66% (5,88% + 1,78%)!

Let op! De verhoging van het forfait en de verlaging van het heffingsvrije vermogen zijn nog voornemens. In het voorjaar van 2025 besluit het kabinet hierover definitief. Er zou op dat moment misschien ook nog voor een andere dekking van het tekort kunnen worden gekozen.

Door |2024-12-18T09:34:13+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Box 3 op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2028

Handreiking ‘Betalingsregeling i.v.m. corona’

Tijdens de coronacrisis konden ondernemers bijzonder uitstel van betaling krijgen. Zo’n 400.000 ondernemers hebben hiervan gebruikgemaakt. De opgebouwde belastingschulden moesten per 1 oktober 2022 in maximaal 60 maandtermijnen worden afgelost. De Belastingdienst heeft een speciale handleiding gepubliceerd waarin staat welke mogelijkheden er zijn als er een achterstand bestaat in de aflossingsverplichting.

Omvang achterstand

Medisch

Omdat het van belang is dat ondernemers weten welke achterstand er bestaat met betrekking tot de aflossingsverplichting, kunnen zij dit op de site van de Belastingdienst nagaan. Aan de hand van voorbeelden kunnen ondernemers eenvoudig berekenen wat de omvang van de achterstand is. Ook kunnen ze nagaan welke belastingschulden er nog bestaan die niet onder de betalingsregeling vallen.

Wat te doen bij achterstand?

Bij achterstand in de aflossingsverplichting ontvangen ondernemers eerst een brief. Als de achterstand binnen 14 dagen wordt ingelopen, wordt de betalingsregeling voortgezet. Gebeurt dit niet, dan wordt deze beëindigd en moet de gehele schuld in één keer worden afbetaald. Betreffende ondernemers kunnen hiertegen in beroep gaan. Wordt tijdens de beroepsprocedure de achterstand alsnog ingehaald, dan wordt de betalingsregeling voortgezet.

Mogelijkheden bij achterstand betalingsregeling

Bestaat er een achterstand in de betalingsregeling, dan zijn er nog mogelijkheden om hier een regeling voor te treffen. Zo is er onder voorwaarden een betaalpauze mogelijk of een verlenging van de regeling met maximaal twee jaar.

Mogelijkheden bij achterstand nieuwe verplichtingen

Is er een betalingsachterstand met betrekking tot nieuwe belastingschulden vanaf 1 oktober 2022, dan is soms een betalingsregeling mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Om in de betalingsregeling vanwege corona te kunnen blijven, is namelijk vereist dat er geen achterstand mag bestaan voor nieuwe belastingschulden.

Let op! Ziekte van de ondernemer kan een bijzondere omstandigheid zijn. De hoge energieprijzen zijn dat bijvoorbeeld niet.

Mogelijkheden bij achterstand betalingsregeling én nieuwe verplichtingen

Is er een achterstand in de betalingsregeling, maar ook met betrekking tot nieuwe verplichtingen, onderzoek dan eerst of de nieuwe verplichtingen zijn in te lossen. Voor de betalingsregeling inzake corona zijn namelijk versoepelingen mogelijk, maar alleen als aan nieuwe verplichtingen wel worden voldaan. Alleen als de restschuld van de betalingsregeling inzake corona beperkt is, is het wellicht beter deze restschuld eerst af te lossen. Dan kan namelijk voor de nieuwe verplichtingen mogelijk een nieuwe betalingsregeling worden afgesproken.

Let op! Als er meerdere schuldeisers zijn of bovengenoemde versoepelingen zijn onvoldoende, dan wordt de ondernemer verwezen naar Geldfit Zakelijk, de KVK of de gemeente om de resterende mogelijkheden te bekijken.

Door |2024-12-13T14:41:53+01:0013 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handreiking ‘Betalingsregeling i.v.m. corona’

Wanneer wordt woning ‘anders dan tijdelijk’ bewoond?

Als je een nieuwe koopwoning ‘anders dan tijdelijk’ wilt gaan bewonen, is onder voorwaarden bij de aankoop van een woning 2% overdrachtsbelasting verschuldigd in plaats van 10,4%. Ook kan dan de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing zijn. Wat wordt verstaan onder ‘anders dan tijdelijk’ bewonen?

Verschil in uitspraak

Verbouwing

Over dit onderwerp werd door de rechtbank Den Haag anders geoordeeld dan door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Wanneer laag tarief of vrijstelling?

Het lage tarief van de overdrachtsbelasting of de vrijstelling is alleen van toepassing als de koper de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Ook moet dit voornemen voorafgaand aan de koop van een woning duidelijk, stellig en zonder voorbehoud schriftelijk worden vastgelegd.

Uitspraak rechtbank Den Haag

In een zaak die speelde voor de rechtbank in Den Haag had een echtpaar in juni 2021 een woning gekocht, die ze vanaf januari 2022 in eigendom verkregen. Daarnaast hadden ze in oktober 2021 een andere woning gekocht, die ze in februari 2022 in eigendom verkregen. De tweede woning hadden ze laten verbouwen, zodat het stel van januari 2022 tot augustus 2022 in de eerste woning zijn intrek nam.

Niet anders dan tijdelijk

De rechtbank Den Haag was van oordeel dat in bovengenoemde situatie de eerste woning slechts tijdelijk als hoofdverblijf heeft gediend en dat daarom dus het verhoogde tarief van de overdrachtsbelasting van toepassing is van thans 10,4%. Op het moment van leveren van de woning was de tweede woning namelijk al gekocht. Dat het stel aanvoerde dat men hierin langer dan zes maanden woonde, is volgens deze rechtbank niet relevant.

Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in een soortgelijke situatie anders. In die situatie koopt een echtpaar in maart 2022 een perceel bouwgrond om er een woning op te laten bouwen. Het perceel wordt in mei 2022 opgeleverd. In november 2022 kopen ze een andere woning die ze meer dan een half jaar als hoofdverblijf gebruiken, omdat de nieuw te bouwen woning nog niet is opgeleverd. De rechtbank acht de vrijstelling inzake de overdrachtsbelasting van toepassing, omdat de woning minstens een half jaar als hoofdverblijf wordt gebruikt.

Evident misbruik?

Dat in deze situatie het lage tarief of de vrijstelling van toepassing is, blijkt volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant uit de wetsgeschiedenis. Hieruit valt namelijk af te leiden dat ‘anders dan tijdelijk’ betekent dat een woning minstens een half jaar als hoofdverblijf bewoond moet worden. Dit is alleen anders als er sprake is van een evidente misbruiksituatie. Nu dit niet aan de orde is, is de rechtbank van mening dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is.

Tip! Teken in soortgelijke situaties bezwaar aan als de vrijstelling of het lage tarief van de overdrachtsbelasting niet wordt toegepast. Waarschijnlijk zal een hogere rechter op korte termijn over genoemde zaken oordelen, zodat het van belang is dat je jouw rechten via bezwaar en/of beroep veilig stelt.

Door |2024-12-12T15:39:29+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer wordt woning ‘anders dan tijdelijk’ bewoond?

Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg

De Belastingdienst begint in december 2024 met het versturen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor het jaar 2025. Uitdrukkelijk wordt verzocht deze pas ná de dagtekening in 2025 te betalen.

Voorlopige aanslag

Geld

Veel belastingplichtigen, zoals zelfstandig ondernemers, ontvangen jaarlijks een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Je mag deze voorlopige aanslag  in één keer betalen, maar deze kan ook gespreid betaald worden in elf maandelijkse termijnen, te starten in februari.

Let op! Als je jouw aanslag in één keer betaalt,  krijg je geen korting meer op jouw voorlopige aanslag.

Niet te vroeg betalen

De Belastingdienst verstuurt de aanslagen al vanaf december 2024, maar verzoekt met betalen te wachten tot ná de dagtekening in 2025. Dit om problemen met de systemen te voorkomen. Te vroeg betaalde belasting wordt anders namelijk automatisch teruggestort.

Controleer de aanslag goed

De voorlopige aanslag is altijd een schatting van jouw verwachte inkomen in 2025. Het kan zijn dat uw omstandigheden zijn gewijzigd, waardoor de aanslag naar boven of juist naar beneden bijgesteld moet worden. Denk hierbij aan een verandering in jouw privéomstandigheden of in jouw inkomen. Controleer jouw aanslag daarom altijd zorgvuldig. Indien nodig kan de voorlopige aanslag dan worden gewijzigd.

Tip! Heb je vragen over de hoogte van jouw voorlopige aanslag of verwacht je dat een wijziging nodig is, neem dan contact met ons op.

Door |2024-12-12T15:37:55+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg

Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, de Wet Baz, wordt aangepast. De aanpassingen vloeien voort uit een internetconsultatie inzake het wetsvoorstel. Dit heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld aan de Tweede Kamer.

Onvoldoende verzekerd

Invalide

Zelfstandigen zijn volgens het kabinet op dit moment onvoldoende verzekerd bij arbeidsongeschiktheid. De oorzaak is gelegen in de vaak hoge premies van een dergelijke verzekering, maar ook kunnen zelfstandigen zich soms vanwege hun leeftijd of een medische aandoening niet meer verzekeren.

Wet Baz

Het is de bedoeling dat zelfstandige straks, via de voorgestelde Wet Baz, verplicht verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Via deze verplichte verzekering krijgen zelfstandigen dan een uitkering als ze door een langdurige ziekte niet meer in staat zijn het minimumloon te verdienen. De premie zou ongeveer 6,5% van de winst moeten gaan bedragen met een maximum van € 195 per maand.

Let op! Zelfstandigen mogen volgens het voorstel straks ook kiezen voor een private AOV-verzekering. Dit geldt uiteraard ook voor diegenen die dat nu al hebben. De te betalen premie én de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid dienen dan wel in ieder geval gelijk te zijn aan de bedragen volgens de voorgestelde nieuwe verplichte verzekering. Ook moet de uitkering lopen tot de AOW-leeftijd.

Let op! De verplichte verzekering gaat in het voorstel niet gelden voor dga’s. Ook diegenen die inkomsten uit overig werk hebben die geen winst uit onderneming vormen, vallen straks niet onder de verplichte verzekering.

Kritiek

Op het wetsvoorstel is vanuit verschillende kanten kritiek geleverd. De kritiek heeft onder meer betrekking op het verplichte karakter van de verzekering en de gewenste uitzonderingen op de kring van verzekerden. Ook op onder meer de hoogte van de premie, het gekozen arbeidsongeschiktheidscriterium en de duur van de wachttijd is kritiek geleverd.

Onuitvoerbaar

De Belastingdienst en het UWV hebben het wetsvoorstel als ‘onuitvoerbaar’ respectievelijk  ‘onuitvoerbaar tenzij’ beoordeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat de verzekering en de premie worden gekoppeld aan de winst uit onderneming. Bovendien is de uitvoering complex en geven beide organisaties aan dat zij een gebrek aan capaciteit hebben om de Wet Baz uit te kunnen voeren.

Uitzondering agrarische sector?

Naast al deze kritiek is geopperd dat er een mogelijke uitzondering moet worden gemaakt voor de agrarische sector. Dit blijkt technisch mogelijk te zijn, maar het is nog maar de vraag of een uitzondering ook gewenst is. De minister wijst op de mogelijke precedentwerking, de extra complexiteit en mogelijk misbruik. Met de cultuursector is eveneens overleg geweest vanwege de zorgen die de sector zich maakt over een opeenstapeling van maatregelen.

Aanpassingen

De minister gaat het wetsvoorstel aanpassen en streeft daarbij naar een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Hij verwacht het aangepaste wetsvoorstel op zijn vroegst in het derde kwartaal van 2025 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Door |2024-12-12T15:25:25+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Inhoudingsplichtigen moeten vóór 1 februari 2025 de in 2024 aan natuurlijke personen betaalde bedragen aan de Belastingdienst doorgeven. Dat geldt niet als die natuurlijke personen bij de inhoudingsplichtige in dienstbetrekking waren of aan hem een factuur met btw uitreikten.

Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden (Opgaaf UBD)

Laptop

Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden’ ofwel opgaaf UBD. Het betekent dat alle inhoudingsplichtigen (dat zijn (rechts)personen met een loonheffingennummer) en bepaalde collectieve beheersorganisaties uit eigen beweging aan natuurlijke personen betaalde bedragen moeten doorgeven aan de Belastingdienst. Ze krijgen hier dus geen uitnodiging voor.

Let op! De verplichting geldt ook als je geen werknemers meer in dienst hebt, maar nog wel beschikt over een loonheffingennummer.

Uitzonderingen

De opgaaf UBD voor betalingen aan natuurlijke personen geldt alleen als die betaling betrekking heeft op door hen verrichte werkzaamheden en diensten. Er zijn uitzonderingen:

  • Betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die werknemer is bij jou, hoef je niet door te geven.
  • Dat geldt ook voor betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die onder de zogenaamde vrijwilligersregeling valt (dat wil onder meer zeggen dat de betaling maximaal € 210 per maand en € 2.100 per jaar is in 2024).
  • Reikt de natuurlijke persoon voor de werkzaamheden een factuur met btw uit, dan hoef je ook geen opgaaf UBD te doen.

Wel opgaaf UBD bij btw-vrijstelling, btw verlegd en KOR

Een ondernemer (een natuurlijke persoon) die btw-vrijgestelde werkzaamheden verricht voor jou, is niet uitgezonderd van de opgaaf UBD. Hoewel deze ondernemer misschien een factuur uitreikt, is op deze factuur geen btw vermeld. Hetzelfde geldt voor een natuurlijke persoon die de KOR toepast of de btw naar jou verlegt. Ook voor betalingen aan deze natuurlijke personen moet je een opgaaf UBD doen.

Wat geef je door?

Je doet de opgaaf UBD digitaal. Je vermeldt hierbij:

  • naam, adres, bsn en geboortedatum van de natuurlijke persoon;
  • de in 2024 betaalde bedragen, inclusief eventuele kostenvergoedingen aan de natuurlijke persoon;
  • de datum waarop je de betaling deed.

Tip! Deed je meerdere betalingen in 2024 aan één natuurlijke persoon, dan mag je die betalingen ook bij elkaar optellen. Als datum geef je dan op de datum van de laatste uitbetaling in 2024.

Let op! Niet alleen betalingen in geld, ook betalingen in natura moet je doorgeven.

Uiterlijk 31 januari 2025

De opgaaf UBD 2024 moet u uiterlijk 31 januari 2025 doen. Ben je geen inhoudingsplichtige voor de loonheffingen of een collectieve beheersorganisatie, dan hoef je dit alleen te doen als de Belastingdienst daar specifiek om vraagt.

Let op! Betaal je een natuurlijke persoon begin 2025 voor in 2024 verrichte werkzaamheden en diensten, dan neem je deze betaling mee in de opgaaf UBD 2025 die je uiterlijk 31 januari 2026 moet indienen.

Door |2024-12-12T15:33:21+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Tarieven Eurovignet nog niet verhoogd

De tarieven van het Eurovignet worden per 1 januari 2025 nog niet verhoogd. De nieuwe tariefstructuur is namelijk niet tijdig door Luxemburg goedgekeurd, een van de deelnemers aan het Eurovignet. Het Eurovignet zou 1,9% duurder worden.

Eurovignet

Vrachtwagen

Het Eurovignet is een verplicht certificaat voor vrachtwagencombinaties met een toegestaan maximumgewicht van 12.000 kilo of meer. Dit betekent dat het gewicht van de vrachtauto(combinatie) samen met de toegestane maximumlading 12.000 kg of meer is. Door het vignet is duidelijk dat voor de vrachtauto de belasting zwarte motorrijtuigen (bzm) is betaald. U moet bzm betalen als uw vrachtauto met genoemd gewicht bestemd is voor het vervoer van goederen en u ermee op de snelweg wilt rijden.

Huidige tarieven

Het bedrag aan bzm dat betaald moet worden is afhankelijk van het aantal assen en van de milieuklasse van het voertuig. Voor een combinatie met drie assen of minder bedraagt de bzm € 750 per jaar voor het schoonste type. Dit bedrag loopt op tot € 1.407 per jaar voor het meest vervuilende type. Bij vier assen of meer variëren deze bedragen van € 1.250 tot € 2.359.

Geen afstel

De vertraging door Luxemburg betekent dat de verhoging alleen later wordt doorgevoerd, naar verwachting op 25 maart 2025.

Door |2024-12-12T15:22:12+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tarieven Eurovignet nog niet verhoogd

Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Wanneer er sprake is van kavelruil, kan er onder voorwaarden een beroep worden gedaan op de zogenaamde kavelruilvrijstelling. In dat geval hoeft er geen overdrachtsbelasting te worden afgedragen. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijken de aan de vrijstelling verbonden voorwaarden nauw te luisteren.

Vereiste inschrijving in openbare registers

Agrarisch

Aan de vrijstelling in het kader van een kavelruil is de voorwaarde verbonden dat deze moet zijn ingeschreven in de openbare registers. In de betreffende zaak was dit niet gebeurd en dus moest de rechter eraan te pas komen om te beoordelen of hierdoor de vrijstelling komt te vervallen.

Reden inschrijving

In het arrest geeft de Hoge Raad aan dat de voorwaarde van inschrijving in de openbare registers is gesteld om te bereiken dat ook rechtsopvolgers onder bijzondere titel en degenen die achteraf eigenaar blijken te zijn aan de overeenkomst gebonden zijn. De inschrijving is echter niet van belang voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruilovereenkomst, aldus de Hoge Raad.

Voorwaarden

De Hoge Raad merkt verder op dat de vrijstelling zodanig moet worden uitgelegd dat deze bij vrijwillige kavelruil alleen beschikbaar is voor kavelruilovereenkomsten die aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder inschrijving in de openbare registers. Dat deze inschrijving in dit geval geen zelfstandig belang heeft voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruil als titel van overdracht, is volgens de Hoge Raad niet van belang. Nu niet aan de gestelde voorwaarde is voldaan, is de vrijstelling dan ook niet van toepassing.

Wijzigingen per 2025

In het Belastingplan 2025 is een wetsvoorstel opgenomen met een aantal wijzigingen die betrekking heeft op de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Deze wijzigingen moeten per 2025 ingaan. Het betreft onder meer de volgende wijzigingen:

  • De vrijstelling geldt alleen nog voor een agrarische bedrijfswoning.
  • Alleen opstallen die voor agrarische doeleinden worden gebruikt vallen onder de vrijstelling.
  • Voor het verkrijgen van de vrijstelling geldt een voortzettingseis van agrarisch gebruik van ten minste 10 jaar.

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2024-12-12T15:24:36+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw