NBC

Gemiddelde WOZ-waarde stijgt dit jaar met 2,8%

De WOZ-waarde stijgt dit jaar gemiddeld met 2,8%. Tussen gemeentes zijn er wel grote verschillen. Bij de WOZ-beschikkingen die gemeentes voor 2024 vaststellen wordt uitgegaan van de peildatum 1 januari 2023. Dit betekent dat prijswijzigingen die zich afgelopen jaar hebben voorgedaan nog niet in de cijfers verwerkt zijn.

Bezwaar aantekenen?

Woning

Dat de gemiddelde WOZ-beschikking een stuk minder stijgt dan het jaar ervoor, neemt niet weg dat het maken van bezwaar nog steeds een fors lagere belastingaanslag op kan leveren. Gemeentes stellen de WOZ-waarde namelijk veelal vast op basis van verkoopcijfers, waarbij lang niet altijd rekening wordt gehouden met de onderlinge verschillen tussen panden.

Verschillen tussen panden

Bij verschillen tussen panden gaat het bijvoorbeeld om achterstallig onderhoud of juist een luxere keuken of badkamer. Daarnaast kunnen er verschillen zijn in panden als gevolg van buurtfactoren. Zo kan een pand te maken hebben met bijvoorbeeld stank- of geluidsoverlast, terwijl dat voor het pand waarvan de waarde is afgeleid wellicht niet het geval is.

Eenvoudig vergelijken

Woningen zijn qua WOZ-waarde overigens eenvoudig met elkaar te vergelijken. Zo zijn inmiddels de WOZ-waardes van vrijwel alle woningen terug te vinden op de site www.wozwaardeloket.nl. Op die manier kan dus eenvoudig gecontroleerd worden of er bij de waardebepaling van een pand voldoende rekening is gehouden met waardeverminderende factoren zoals een slechtere ligging of parkeeroverlast.

Door |2024-02-21T09:43:28+01:0021 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gemiddelde WOZ-waarde stijgt dit jaar met 2,8%

Nieuwe regels voor incassodienstverleners vanaf 1 april 2024

Het beroep van incassodienstverleners wordt vanaf 1 april 2024 gereguleerd. De dienstverleners moeten vanaf die datum aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen en zich registreren.

Wet Kwaliteit incassodienstverlening

Portemonnee

De Wet Kwaliteit incassodienstverlening is in 2022 al door de Eerste Kamer aangenomen, maar treedt op 1 april 2024 in werking. De wet verbetert de incassodienstverlening onder meer door de verplichte registratie in een incassoregister en het stellen van kwaliteitseisen aan dienstverleners.
Let op! Het doel van de wet is onder meer dat mensen met schulden beter beschermd worden tegen mogelijke wanpraktijken van incassobureaus.

Kwaliteitseisen

Iedereen die namens anderen of na overdracht van een vordering bedrijfsmatig buitengerechtelijke incasso’s int bij consumenten, moet aan de kwaliteitseisen voldoen. Het gaat daarbij om eisen op het gebied van vakbekwaamheid, omgang met schuldeisers en schuldenaren, informatievoorziening en klachtbehandeling.

Incassoregister

Iedereen die deze werkzaamheden verricht is wettelijk verplicht zich ook te registeren. Bestaande incassodienstverleners moeten zich vóór 1 april 2025 registreren in het incassoregister. Incassodienstverleners die hun werkzaamheden starten op of na 1 april 2024 moeten zich meteen registreren.

Let op! Het is verboden om als incassodienstverlener werkzaam te zijn zonder inschrijving in het register. Dit geldt nu nog niet voor bestaande incassodienstverleners, omdat zij tot 1 april 2025 de tijd hebben om zich te registreren. Het verbod geldt ook niet voor gerechtsdeurwaarders en advocaten.

Toezicht en handhaving

De Inspectie Justitie en Veiligheid houdt toezicht en kan handhaven als een incassodienstverlener zich niet aan de regels houdt.

Beperking incassokosten

In de wet is ook een bepaling opgenomen die het stapelen van incassokosten bij terugkerende vorderingen beperkt. Is de maandelijkse vordering of het termijnbedrag lager dan € 266,67, dan mogen de incassokosten maximaal € 140 per zes maanden zijn.

Let op! Deze bepaling geldt pas vanaf 1 oktober 2024.

Door |2024-02-21T09:40:19+01:0021 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe regels voor incassodienstverleners vanaf 1 april 2024

Zwangerschapsuitkering zelfstandige is loon en geen winst

Zelfstandige ondernemers die zwanger zijn, hebben recht op een ZEZ-uitkering. Een dergelijke uitkering is belast als loon en valt niet in de winst. Dit heeft rechtbank Den Haag beslist.

ZEZ-uitkering

Flesjes

Om te voorkomen dat zelfstandige ondernemers in geval van zwangerschap te lang doorwerken of te snel het werk hervatten, is de ZEZ-uitkering (zelfstandige en zwanger) ingevoerd. De hoogte van de uitkering is gebaseerd op het inkomen in het voorafgaande jaar, maar bedraagt nooit meer dan 100% van het wettelijk minimumloon.

Let op! Ook een zwangere dga heeft recht op een ZEZ-uitkering.

Loon of winst?

In genoemde rechtszaak was een vrouwelijke ondernemer van mening dat de door haar ontvangen ZEZ-uitkering als winst moest worden belast en niet als loon. Op deze manier zou de mkb-winstvrijstelling op de uitkering in mindering komen. De Belastingdienst was het niet eens met de onderneemster en corrigeerde de aangifte inkomstenbelasting. De onderneemster stapte vervolgens naar de rechter.

Zakelijk verband?

De rechtbank was echter van oordeel dat de uitkering terecht als loon was aangemerkt. Er ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank een zakelijk verband tussen een ZEZ- uitkering en de winst. Er is geen verband tussen het krijgen van de uitkering en de werkzaamheden die de onderneemster daar feitelijk voor moet verrichten. De ZEZ is juist aan te merken als een algemene inkomensvoorziening en dus kan de uitkering niet worden belast als winst.

Gevolg van het oordeel van de rechtbank was dat de onderneemster niet de mkb-winstvrijstelling op de uitkering kon toepassen.

Door |2024-02-21T09:35:18+01:0021 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zwangerschapsuitkering zelfstandige is loon en geen winst

Achternaam meegeven aan kind is makkelijker geworden in 2024

Voor kinderen die na 1 januari 2024 geboren zijn, hebben ouders de mogelijkheid om aan een kind een achternaam te geven die een combinatie is van de achternaam van beide ouders. De volgorde wordt bepaald door de ouders. Dit is het gevolg van nieuwe wetgeving die de gecombineerde achternaam in Nederland introduceert.

De nieuwe wetgeving zorgt voor meer gelijkwaardigheid tussen ouders en geeft de mogelijkheid om bijzondere familienamen bewaard te laten blijven.

Dubbele achternaam?

Juridisch

Is er al sprake van een dubbele achternaam? Dan wordt slechts één deel van de achternaam doorgegeven. Als beide ouders al dubbele namen hebben, dan zijn er wel tien combinaties mogelijk voor de achternaam van het kind. Let wel, voor de adel gelden uitzonderingen. 

Keuze staat vast

Als er eenmaal is gekozen voor een dubbele achternaam, dan is het niet mogelijk terug te gaan naar een niet-gecombineerde achternaam. Het later omdraaien van de achternamen mag ook niet.

Adoptie

Bij adoptiekinderen geldt bovendien de mogelijkheid om in de combinatie van de achternamen ook de oorspronkelijke achternaam op te nemen.

Overgangsregeling

Is jouw kind voor 1 januari 2024 geboren en wil je toch heel graag een gecombineerde achternaam? Er zijn mogelijkheden voor een hernieuwde naamkeuze. Dit kan echter alleen als jouw oudste kind is geboren op of na 1 januari 2016. De kinderen binnen één gezin dienen namelijk allemaal dezelfde achternaam te hebben. Ouders dienen dit wel in 2024 te regelen en aan het aanpassen van de geboorteakte zijn kosten verbonden.

Basisregels

Wanneer  je geen keuze maakt met betrekking tot de achternaam van uw kind dan blijven de volgende hoofdregels gelden. Bij getrouwde ouders krijgen de kinderen dan de achternaam van de vader. Bij ongehuwde ouders krijgen de kinderen in dat geval de achternaam van de moeder.

Door |2024-02-16T17:02:44+01:0016 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Achternaam meegeven aan kind is makkelijker geworden in 2024

80%-eindheffing werkkostenregeling tijdig aangeven en betalen

Werkgevers die de werkkostenregeling toepassen en de vrije ruimte in 2023 hebben overschreden, moeten in 2024 80% belasting betalen via de eindheffing. Dit moet uiterlijk aangegeven en betaald worden in het tweede loontijdvak van 2024.

Werkkostenregeling

Geld

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers allerlei zaken, zoals een kerstpakket, belastingvrij aan hun personeel vergoeden, verstrekken of ter beschikkingstellen. Voorwaarde is dat de werkgever deze zaken aanwijst in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. De werkgever hoeft hierover dan ook geen belasting te betalen, zolang alle vergoedingen en verstrekkingen de vrije ruimte niet overschrijden. Gebeurt dit wel, dan moet de werkgever 80% eindheffing betalen over het meerdere boven de vrije ruimte.

Let op! Voor sommige zaken gelden zogenaamde gerichte vrijstellingen of nihilwaarderingen. Denk aan de vergoeding van zakelijke reiskosten, in 2023 tot maximaal € 0,21 per kilometer, of aan consumpties op de werkplek die geen maaltijd zijn. Vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen van deze zaken tellen niet mee voor de vrije ruimte.

Vrije ruimte

De vrije ruimte bedroeg in 2023 3% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% van het meerdere van de loonsom boven € 400.000. Een werkgever met een loonsom van bijvoorbeeld € 600.000 had in 2023 dus een vrije ruimte van 3% x €400.000 + 1,18% x € 200.000 = € 12.000 + € 2.360 = € 14.360. Heeft deze werkgever in 2023 bijvoorbeeld € 18.000 aan vergoedingen en verstrekkingen aangewezen in de vrije ruimte, dan betaalt hij over € 18.000 -/- € 14.360 = € 3.640 80% belasting, ofwel € 2.912.

Tijdig aangeven

U dient het bedrag van de eindheffing, in bovenstaand voorbeeld € 2.912, uiterlijk in de aangifte van het tweede loontijdvak van 2024 aan te geven. Voor werkgevers die maandaangifte doen is dit uiterlijk 31 maart 2024. Voor werkgevers die per vier weken aangifte doen, is dit uiterlijk 25 maart 2024. Genoemde data zijn tevens de uiterste betaaldata.

Door |2024-02-15T10:20:56+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor 80%-eindheffing werkkostenregeling tijdig aangeven en betalen

Ook Hof Amsterdam vindt laag btw-tarief op pauzedrankje terecht

Exploitanten van theaters bieden soms een all-in ticket aan voor toegang tot het theater, gebruik van de garderobe en een drankje in de pauze. Evenals het Hof Den Bosch vindt ook het gerechtshof Amsterdam dat hierop het lage btw-tarief van toepassing is. Dit is ook het geval als een alcoholhoudend drankje wordt genuttigd.

Iedere prestatie eigen btw-tarief

Horeca

Hoofdregel is dat wanneer verschillende prestaties worden aangeboden, iedere prestatie zijn eigen btw-tarief kent. Volgens het Hof is dit alleen anders als er sprake is van één ondeelbare prestatie, of wanneer er sprake is van een hoofdprestatie en een bijkomende prestatie. In het laatste geval volgt de bijkomende prestatie het tarief van de hoofdprestatie.

Drankje bijkomende prestatie?

Volgens het Hof is er bij het drankje inderdaad sprake van een bijkomende prestatie. Bezoekers komen namelijk niet naar een voorstelling vanwege het drankje in de pauze. Daarbij is mede van belang dat voor het drankje geen aparte prijs in rekening wordt gebracht. Dat het drankje wordt genuttigd wanneer de voorstelling is onderbroken, is verder niet relevant, aldus het Hof.

Lage btw-tarief

Alles overwegende is voor het Hof duidelijk dat het drankje in de pauze slechts bedoeld is om de hoofdprestatie, toegang tot de voorstelling, te veraangenamen. Het btw-tarief van het pauzedrankje dient daarom het lage btw-tarief van het theaterbezoek te volgen. Dat is niet anders als het pauzedrankje alcohol bevat, aldus het Hof, dat de naheffingsaanslagen vernietigde.

Door |2024-02-15T09:55:41+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook Hof Amsterdam vindt laag btw-tarief op pauzedrankje terecht

Vervolg box 3: Advies AG over rechtsherstel en invulling werkelijk rendement

Advocaat-generaal (AG) Pauwels heeft een advies uitgebracht aan de Hoge Raad over de invulling van het begrip ‘werkelijk behaald rendement’. Hij adviseert ook over de vraag of dit begrip nog van belang is na inwerkingtreding van de Wet rechtsherstel box 3.

Box 3-procedures

Euro

In het zogenaamde kerstarrest uit 2021 oordeelde de Hoge Raad dat het box 3-stelsel vanaf 2017 in strijd was met het Europese recht. Daarna is voor nog niet onherroepelijk vaststaande belastingaanslagen rechtsherstel geboden door in eerste instantie een beleidsbesluit en later de Wet rechtsherstel box 3.

De vraag is of door de Wet rechtsherstel box 3 voldoende rechtsherstel wordt geboden als het werkelijke rendement lager is dan het rendement berekend volgens die wet. Daarbij speelt dan ook de vraag hoe het begrip ‘werkelijk behaald rendement’ moet worden ingevuld. AG Pauwels adviseert de Hoge Raad hierover.

Voldoende rechtsherstel?

De AG oordeelt, na een uitgebreide analyse van de Wet rechtsherstel box 3 en het begrip ‘werkelijk behaald rendement’, als volgt. De belastingrechter biedt terecht (aanvullend) rechtsherstel als het rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3 nog steeds hoger is dan het werkelijk behaalde rendement. Eerder oordeelde een andere AG, AG Wattel, op vergelijkbare wijze.

Let op! Als de Hoge Raad deze adviezen overneemt, kan uw box 3-heffing verlaagd worden als jouw werkelijk behaalde rendement lager is dan het rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3. Daarvoor moet je wel tijdig bezwaar maken tegen jouw definitieve aanslag inkomstenbelasting.

Begrip werkelijk behaald rendement

De AG adviseert de Hoge Raad voor de invulling van het begrip ‘werkelijk behaald rendement’ een leidende rol te nemen. Het advies aan de Hoge Raad is om daarbij zoveel mogelijk aan te sluiten bij het inkomen dat de wetgever in box 3 wilde treffen met de box 3-wetgeving. De AG komt daarbij tot de volgende bevindingen:

  1. Het werkelijk behaalde rendement wordt nominaal vastgesteld, er word dus geen correctie toegepast voor de inflatie.
  2. De bepaling of het werkelijk behaalde rendement lager is dan het rendement volgens de Wet rechtsherstel box 3 moet plaatsvinden voor alle vermogensbestanddelen gezamenlijk. Dit vindt dus niet plaats per vermogensbestanddeel.
  3. Deze bepaling vindt per jaar plaats en dus niet over meerdere jaren.
  4. Bij de bepaling van het werkelijk behaalde rendement in een jaar wordt geen rekening gehouden met een eventueel negatief werkelijk behaalde rendement in een ander jaar. Er vindt dus geen verliesverrekening plaats.
  5. Ongerealiseerde waardemutaties van de vermogensbestanddelen behoren ook tot het werkelijk behaald rendement in een jaar.
  6. Kosten die het te behalen rendement van het vermogen beïnvloeden , waaronder kosten ter verwerving, inning en behoud van inkomsten, zijn aftrekbaar van het werkelijk behaalde rendement.
  7. Bij de vaststelling van het werkelijk behaalde rendement wordt geen rekening gehouden met het heffingsvrij vermogen.

Oordeel Hoge Raad

Houd er rekening mee dat dit een onafhankelijk advies is aan de Hoge Raad. Het is aan de Hoge Raad of dit advies ook opgevolgd wordt of niet. Het is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet.

Door |2024-02-15T09:27:21+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vervolg box 3: Advies AG over rechtsherstel en invulling werkelijk rendement

Afbouw salderingsregeling zonnepanelen voorlopig van de baan

Een wetsvoorstel om de salderingsregeling van zonnepanelen vanaf 2025 geleidelijk af te bouwen is niet aangenomen door de Eerste Kamer. Daarmee lijkt deze afbouw van de salderingsregeling voorlopig van de baan.

Salderingsregeling zonnepanelen

Zonnepanelen

De salderingsregeling houdt in dat de energie die je met jouw zonnepanelen teruglevert aan jouw energieleverancier verrekend wordt met de energie die je afneemt van jouw energieleverancier. Neem je meer af dan dat je teruglevert, dan ben je over het meerdere de met jouw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Lever je meer terug dan dat je afneemt, dan krijg je over het meerdere de met jouw energieleverancier afgesproken prijs per kWh voor de meer teruggeleverde kWh.

Let op! In het verleden wilden energieleveranciers voor meer teruggeleverde kWh nog weleens dezelfde vergoeding geven als je zou moeten betalen voor meer afgenomen kWh. Op dit moment ligt de gemiddelde terugleververgoeding echter zo’n beetje nog maar tussen de 4 en 9 cent per kWh, een en ander afhankelijk van de energieleverancier.

Voorgestelde afbouw salderingsregeling

Het demissionaire kabinet vond de salderingsregeling niet meer nodig omdat de aanschaf van zonnepanelen goedkoper is geworden en de energieopbrengst per zonnepaneel hoger. Daarom was het voorstel om de salderingsregeling vanaf 2025 in stappen geleidelijk af te bouwen. Vanaf 2031 zou de salderingsregeling dan volledig zijn afgeschaft.

Eerste Kamer niet akkoord

De Tweede Kamer nam het voorstel aan, maar de Eerste Kamer kon zich niet vinden in dit voorstel en nam het dan ook niet aan. Dit betekent dat de afbouw van de salderingsregeling zoals die vanaf 2025 was voorgesteld, voorlopig niet doorgaat.

De Eerste Kamer gaf de regering nog wel een opdracht mee om een overheidscampagne te ontwikkelen waarin kleinverbruikers van zonnepanelen geïnformeerd worden over het nut van gedragsverandering. Het elektriciteitsnet wordt namelijk minder belast als kleinverbruikers de door hen opgewekte stroom gebruiken op momenten dat het stroomnet minder vol is.

Door |2024-02-15T09:08:11+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afbouw salderingsregeling zonnepanelen voorlopig van de baan

Oude portaal voor zakelijke aangiften Belastingdienst sluit

Gebruik je nog het oude portaal van de Belastingdienst om jouw aangiften voor zakelijke belastingen in te dienen? Zorg dan dat je vóór 1 juli 2024 toegang krijgt tot Mijn Belastingdienst Zakelijk. Op 1 juli 2024 sluit namelijk het oude portaal van de Belastingdienst.

EHerkenning

Geld

Om gebruik te kunnen maken van Mijn Belastingdienst Zakelijk dien je over eHerkenning te beschikken. Zorg daarom dat je dit op tijd regelt. Op de website van de Belastingdienst vindt je hoe dit moet onder “Zo vraag je eHerkenning aan”.

Tip! Als je een eenmanszaak heeft of een zzp’er bent, kun je ook inloggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk met jouw DigiD. Je hebt dan geen eHerkenning nodig.

Bedrijf of organisatie zonder KVK-nummer

Voor 29 januari 2024 was voor bedrijven en organisaties zonder KVK-nummer geen eHerkenning beschikbaar. Dit is gewijzigd. Vanaf 29 januari 2024 kunnen deze bedrijven en organisaties ook eHerkenning aanvragen en daarna met eHerkenning inloggen op Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Compensatie

Voor bedrijven en organisaties met een KVK-nummer is het -onder voorwaarden – mogelijk om compensatie te vragen voor de kosten van eHerkenning. Aanvragen kan via RVO.nl. De aanvraagperiode voor het kalenderjaar 2023 loopt van 1 oktober 2023 tot en met 30 september 2024.

Let op! Eenmanszaken en zzp’ers en ondernemers die een fiscaal dienstverlener machtigen om namens hen aangifte te doen, hebben geen recht op compensatie.

Tip! Voor de eHerkenning voor bedrijven en organisaties zonder KVK-nummer komt ook een compensatieregeling. Deze is op dit moment nog in ontwikkeling en dus nog niet aan te vragen.

Door |2024-02-15T09:05:32+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Oude portaal voor zakelijke aangiften Belastingdienst sluit

Kopen, dan slopen, dan bouwen kost 10,4%overdrachtsbelasting

Als iemand een woning koopt, welke vervolgens gesloopt wordt en er op dezelfde plaats een nieuwe woning gebouwd wordt, is het hoge tarief aan overdrachtsbelasting verschuldigd. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Overdrachtsbelasting

Sleutels

Het normale tarief bij een kopen van een woning bedraagt 2%. Koopt u een tweede woning of wordt de woning niet uw hoofdverblijf, dan bent u 10,4% overdrachtsbelasting verschuldigd.

Eerst slopen, dan bouwen

In het bovengenoemde berechte geval was sprake van een appartementencomplex. Dit zou gesloopt worden, waarna op dezelfde plaats een nieuw appartementencomplex gebouwd zou worden. De vraag was welk tarief aan overdrachtsbelasting (OVB) hierop van toepassing was.

Moment van verkrijging bepalend

De rechtbank overwoog dat voor de OVB het moment van verkrijging bepalend is. Uit de feiten bleek dat de koper van de sloopwoning hierin niet zou gaan wonen. Dit zou pas gaan gebeuren op het moment dat de nieuw gebouwde woning klaar was. Daarom werd er niet voldaan aan de eis dat de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt zou worden. Derhalve was ook niet het lage tarief OVB van 2%, maar het hoge tarief van 10,4% van toepassing.

Geen uitzondering

Ook werd bij het totstandkomen van de wet geen uitzondering gemaakt voor de situatie waarover de rechtbank moest oordelen. De rechtbank was dan ook van oordeel dat het hier van toepassing zijnde hoge tarief overeen kwam met de bedoeling van de wetgever en dat voor dit soort situaties geen uitzondering gold.

Door |2024-02-15T09:02:36+01:0015 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kopen, dan slopen, dan bouwen kost 10,4%overdrachtsbelasting