NBC

Nieuwe site voor subsidies innovatie cybersecurity

Er is een nieuwe site beschikbaar waar ondernemers kunnen vinden welke subsidies er beschikbaar zijn voor innovatie met betrekking tot cybersecurity. Op deze manier moeten dergelijke subsidies, Nederlandse en Europese, makkelijker te vinden zijn.

Filters

Typen

De site bij RVO.nl werkt onder meer met filters. Op die manier is snel duidelijk wat de voorwaarden voor een subsidie zijn en wat het beschikbare budget is. Er is niet alleen informatie beschikbaar over specifieke subsidies inzake cybersecurity, maar ook over algemene subsidies, zoals de WBSO (Wet bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk).

Gericht advies

Op de site kunnen geïnteresseerde ondernemers ook terecht voor gericht advies, bijvoorbeeld op het gebied van subsidievoorwaarden, financiering of de werking van het aanvraagproces. Verder is zichtbaar of een regeling al open is, bijna, of alweer gesloten.

Thema en type organisatie

De filters maken het ook mogelijk te selecteren op onder meer thema’s en organisaties. Zodoende kunnen bijvoorbeeld specifiek subsidies worden gezocht die gericht zijn op het grootbedrijf of juist op het mkb.

Door |2024-10-24T09:19:56+02:0024 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe site voor subsidies innovatie cybersecurity

Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Het maximum van de algemene heffingskorting wordt per 2025 per saldo verlaagd met € 294. De maximale korting bedraagt vanaf dan € 3.068. Het maximale bedrag aan algemene heffingskorting wordt per 2025 vanaf een hogere inkomensgrens afgebouwd tot aan het inkomen waarbij het tarief van 49,5% begint. Dit staat in de belastingplannen voor 2025.

Afbouwgrens ligt hoger

Grafiek

Iedereen tot een bepaald inkomen heeft recht op de algemene heffingskorting. Deze korting komt in mindering op de te betalen belasting. De grens vanaf waar de algemene heffingskorting wordt afgebouwd ligt voor 2024 op € 24.812, voor 2025 ligt dit waarschijnlijk rond € 28.406.

Let op! De daadwerkelijke grens is gekoppeld aan het wettelijke minimumloon. Iedereen met een inkomen tot het minimumloon heeft namelijk in 2025 recht op de maximale heffingskorting. De hoogte van de grens wordt daarom pas definitief vastgesteld ná de definitieve vaststelling van het wettelijke minimumloon voor 2025.

Afbouw tot inkomensgrens tarief 49,5%

Het afbouwen van deze heffingskorting vindt plaats tot een inkomen van € 76.817. Dit is het inkomen waar een tarief begint van 49,5%. Vanaf dit inkomen bestaat in 2025 daarom geen recht meer op de algemene heffingskorting.

Let op! Het afbouwpercentage is op basis van de voorlopige vastgestelde afbouwgrens van € 28.406 voorlopig vastgesteld op 6,337%. Als de definitieve afbouwgrens is vastgesteld, kan ook het definitieve afbouwpercentage worden vastgesteld.

Overige heffingskortingen

De bedragen van de overige heffingskortingen zoals de arbeidskorting worden per 2025 geïndexeerd met 1,2%. Het afbouwpunt van de arbeidskorting ligt vanaf 2025 waarschijnlijk rond € 43.071 (2024: € 39.957). Omdat dit afbouwpunt ook gekoppeld is aan het wettelijke minimumloon moet de definitieve vaststelling nog plaatsvinden.

Koppeling met AOW

De afbouw van de algemene heffingskorting vindt plaats vanaf waarschijnlijk € 28.406 (definitieve vaststelling afhankelijk van hoogte wettelijk minimumloon in 2025). Vanwege een netto-netto koppeling betekent dit dat ook de AOW- en bijstandsuitkeringen verhoogd worden.

Heffingskorting AOW’ers

Voor AOW-gerechtigden wordt de maximale algemene heffingskorting ook verminderd en wel per saldo met € 199. Het maximum komt voor hen op € 1.536 per jaar te liggen. Het afbouwpunt is net als voor niet-AOW’ers waarschijnlijk € 28.406.

Let op! De plannen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-23T11:23:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Algemene heffingskorting verlaagd, afbouwpunt verhoogd in 2025

Vanaf 2025 bepaalde agrarische goederen en diensten tegen 21% btw

Vorig jaar al aangenomen en daardoor misschien een beetje in de vergetelheid geraakt, maar vanaf 1 januari 2025 gaat de btw op de levering van een aantal agrarische goederen en diensten van 9 naar 21% btw. Waar hebben we het dan over?

Paarden

Koeien

Voor de levering van paarden en andere dieren die bestemd zijn voor de slacht of opfok of voor gebruik in de landbouw geldt nu nog 9% btw, maar vanaf 1 januari 2025 21% btw. Dit tarief gaat ook gelden voor het slachtafval en goederen die bestemd zijn voor de voortplanting.

Andere landbouwdieren

Ook de levering van rundvee, schapen, geiten en varkens vindt vanaf 1 januari 2025 plaats tegen 21% btw. Het maakt daarbij niet uit wat de bestemming is. Dus niet alleen voor hobbydieren gaat het btw-tarief omhoog van 9 naar 21% btw, maar ook voor de dieren die bestemd zijn voor de bereiding van voedingsmiddelen of voor gebruik in de landbouw. Hetzelfde geldt overigens voor het slachtafval en de goederen die bestemd zijn voor de voortplanting. Ook daarvoor geldt vanaf volgend jaar het 21% btw-tarief.

Teelt ook duurder

De levering van teeltplanten voor groenten en fruit en land- en tuinbouwzaden (waaronder graszaden en zaden voor sierteeltproducten) is vanaf 2025 ook belast tegen 21% btw. Hetzelfde geldt voor suikerbieten, suikerbietplanten, granen en peulvruchten.

Tip! De btw voor granen en peulvruchten die bestemd zijn als voedingsmiddelen voor menselijke consumptie blijft wel 9%, ook in 2025. Dat geldt echter niet voor granen die gebruikt worden als voer voor dieren. Daarvoor geldt vanaf volgend jaar een btw-tarief van 21%.

Veevoeders

Ook veevoeders zijn vanaf volgend jaar belast tegen 21% btw. Denk hierbij aan bijvoorbeeld (meng)voerders voor konijnen, paarden en pelsdieren.

Opfok- en opkweekdiensten ook naar 21% btw

Niet alleen leveringen krijgen te maken met een verhoging van btw. Ook diensten met betrekking tot het opfokken van dieren en het opkweken van planten zijn vanaf 2025 belast tegen 21% btw.

Let op! De lijst met agrarische goederen waarvoor de btw omhoog gaat van 9 naar 21% btw is nog langer. Zo zal ook de levering van rondhout, vlas en wol vanaf 2025 belast zijn tegen 21% btw. Lever je agrarische goederen, beoordeel dan of uw leveringen volgend jaar nog tegen 9% kunnen of tegen 21% btw.

Tip! Heb je een bedrijf dat handelt in een van de bovengenoemde producten en/of diensten, pas dan tijdig uw administratie aan zodat je goed bent voorbereid op het nieuwe btw-tarief per 1 januari 2025.

Door |2024-10-23T11:12:00+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2025 bepaalde agrarische goederen en diensten tegen 21% btw

Vuistregels boetevermindering bij overschrijding redelijke termijn

Sommige belastingen, zoals de loonheffingen, omzetbelasting en dividendbelasting, moet je direct betalen als je aangifte doet. Je wacht dan niet op een aanslag van de Belastingdienst. Als je deze belastingen niet of te laat betaalt, kan de Belastingdienst jou een verzuimboete opleggen.

Bezwaar en beroep

Juridisch

Tegen de boete kun je afzonderlijk bezwaar aantekenen en eventueel bij de rechter in beroep gaan.
Voor de behandeling van bezwaar en beroep staat een maximale redelijke tijdsduur. Als die tijd wordt overschreden, is er aanleiding de boete te verminderen. Met hoeveel moet een boete dan worden verminderd?

Dividendbelasting te laat betaald

In een zaak bij het gerechtshof Amsterdam had een bv dividend uitgekeerd en de verschuldigde dividendbelasting te laat betaald. Hiervoor is bepaald dat dit een verzuimboete oplevert van 3% van de niet-betaalde belasting met een maximum van € 5.514. De inspecteur had de boete conform deze regeling opgelegd, wat resulteerde in een boete van € 1.561.

Afwijken kan

Het Hof stelde dat de boete inderdaad conform de regels was opgelegd, maar dat hiervan kan worden afgeweken, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Het Hof vond dat in de betreffende situatie een lagere boete op zijn plaats was, onder andere omdat de bv niet bekend was met de dividendbelasting en de boete voor de bv een forse financiële aderlating betekende. Het Hof stelde de boete dan ook vast op € 1.000.

Vuistregels bij overschrijding redelijke termijn

In hetzelfde arrest geeft het Hof vuistregels voor het verminderen van een boete als de rechtszaak hierover te lang duurt. Tot nu toe gold het uitgangspunt dat een boete slechts verminderd werd als deze minstens € 200 bedroeg. Het Hof acht een boetebedrag van € 1.000 echter beter op zijn plaats als nieuwe limiet. Dat betekent dus dat minder snel tot vermindering zal worden overgegaan.

Wat is redelijke termijn?

In belastingzaken geldt dat de behandeling van bezwaar en beroep samen in beginsel maximaal twee jaar mag duren. Voor hoger beroep staat nog eens twee jaar, net als voor beroep in cassatie. Deze termijnen kunnen worden verlengd als de langere tijdsduur aan de belastingplichtige is te wijten.

Minder boete bij langere duur

Daarnaast geeft het Hof aan welke boetevermindering moet volgen als de behandeling van een procedure te lang duurt. Het Hof hanteert hiervoor een vermindering volgens onderstaande tabel:

 overschrijding  vermindering  Maximale vermindering
 0 tot 6 maanden  5%  € 2.500
 6 tot 12 maanden  10%  € 2.500
 1 tot 2 jaar  15%  € 10.000
 Meer dan 2 jaar  20%  € 20.000

Omdat in de behandelde zaak de termijn met 0 tot 6 maanden was overschreden, werd de boete van € 1.000 met 5%, ofwel met € 50 verminderd tot € 950.

Door |2024-10-23T11:21:41+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vuistregels boetevermindering bij overschrijding redelijke termijn

Uitje voor personeel in 2025, al in 2024 in de WKR?

Stel je koopt dit jaar theaterkaartjes voor jouw personeel. De kaartjes doe je in hun kerstpakket. De voorstelling zelf vindt plaats in 2025. JE wilt de kaartjes onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Moet je dat dan in 2024 doen of juist in 2025?

Wat spreek je af?

Schenken

Het antwoord op de vraag of je de vrije ruimte van 2024 of 2025 moet gebruiken, is afhankelijk van de afspraken die je met jouw personeel maakt over de theaterkaartjes.

Vrije ruimte in 2025

Is het de bedoeling dat het hele bedrijf gezamenlijk de theatervoorstelling in 2025 bezoekt en zijn de kaartjes in feite alleen in 2024 gegeven als een soort van vooraankondiging? Ofwel, kan de werknemer niet zelf beslissen wat hij met het theaterkaartje doet, bijvoorbeeld deze verkopen of aan iemand anders schenken? Dan is het genietingsmoment van het theaterkaartje pas op het moment van de theatervoorstelling, in 2025 dus. Je moet het kaartje dan ook onderbrengen in de vrije ruimte 2025.

Let op! Dit is ook zo als je in 2024 theaterkaartjes koopt voor een theatervoorstelling in 2025 en deze in eigen beheer houdt. Ook dan vindt het genietingsmoment plaats in 2025 en moet je de vrije ruimte 2025 daarvoor gebruiken.

Vrije ruimte in 2024

Dit is echter anders als je jouw werknemer in 2024 een theaterkaartje geeft voor een theatervoorstelling in 2025 en je jouw werknemer de vrije hand geeft. De werknemer mag zelf weten wat hij met het kaartje doet: zelf de voorstelling bezoeken, het kaartje verkopen of schenken aan iemand anders. In dat geval vindt het genietingsmoment al in 2024 plaats, de werknemer kan op dat moment immers over het kaartje beschikken en er mee doen wat hij zelf wil. Je gebruik voor dit kaartje dan de vrije ruimte 2024.

Let op! Dit geldt uiteraard niet alleen voor theaterkaartjes, maar ook voor andere zaken waarover een werknemer zelf meteen kan beschikken. Geef je bijvoorbeeld in 2024 een cadeaubon aan een werknemer, dan vindt op dat moment het genietingsmoment plaats. Het maakt dan niet uit of de werknemer de cadeaubon in 2024, 2025 of zelfs later gebruikt.

Door |2024-10-23T11:19:57+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitje voor personeel in 2025, al in 2024 in de WKR?

Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

De Belastingdienst is gestart met het versturen van een informatiebrief aan iedereen die mogelijk in aanmerking komt voor verder rechtsherstel in box 3. Het gaat om in totaal 2,6 miljoen brieven, waarvan de laatsten begin november verzonden worden.

Box 3-arresten Hoge Raad juni 2024

Euro

In juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat je in box 3 het werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij aanwijzingen over hoe het werkelijke rendement berekend moet worden. Zo oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat het gaat om het nominale werkelijke gerealiseerde én ongerealiseerde rendement zonder rekening te houden met inflatie en zonder aftrek van kosten.

Tegenbewijsregeling

De staatssecretaris gaf nadien een nadere invulling aan de wijze waarop het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de aanwijzingen van de Hoge Raad. Deze invulling wordt in een wetsvoorstel opgenomen, waarmee in feite een wettelijke tegenbewijsregeling ontstaat. Op die wettelijke tegenbewijsregeling kun je een beroep doen als jouw wettelijke rendement – berekend volgens de nadere invulling van de staatssecretaris – lager is dan het forfaitaire rendement.

Let op! Als je in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling, betekent dit niet dat straks per definitie jouw box 3-aanslag verminderd wordt. Hiervoor moet jouw werkelijke rendement lager zijn dan het forfaitaire rendement. Houd er daarbij rekening mee dat wat je wellicht verstaat onder werkelijk rendement anders is dan de invulling die de Hoge Raad daaraan gaf. 

Brief Belastingdienst

In september maakte de staatssecretaris de doelgroep bekend die in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling. Tot en met begin november 2024 stuurt de Belastingdienst deze doelgroep een brief. Het gaat om de periode vanaf 2017.

Let op! Denk je dat je in aanmerking komt voor de wettelijke tegenbewijsregeling, maar heb je medio november 2024 nog geen brief van de Belastingdienst ontvangen? Neem dan voor meer informatie contact op met onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen.

Geen actie?

De Belastingdienst geeft in de brief aan dat je nu nog niet in actie hoeft te komen. Dat klopt over het algemeen, behalve als je een definitieve aanslag met box 3-inkomen ontvangt óf als je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen heeft die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond. In die gevallen is het mogelijk verstandig om wel in actie te komen.

Definitieve aanslag IB met box 3-inkomen

Ontvang je een definitieve aanslag IB met box 3-inkomen, neem dan zo snel mogelijk contact op met een van onze adviseurs. Als een voorlopige berekening van jouw werkelijke inkomen lager is dan het wettelijke forfaitaire inkomen in box 3, kan het namelijk verstandig zijn om jouw rechten veilig te stellen en tijdig bezwaar te maken tegen de definitieve aanslag IB. Tijdig wil zeggen binnen zes weken na de dagtekening van de definitieve aanslag.

Definitieve aanslag IB 2019 met box 3- inkomen

Heb je een definitieve aanslag IB 2019 met box 3-inkomen en stond deze op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vast? Dan ontvang je een andere brief van de Belastingdienst. In deze brief staat dat je vóór 31 december 2024 een verzoek om ambtshalve vermindering in moet dienen, als je dat niet al eerder heeft gedaan. Alleen dan houd je recht op de tegenbewijsregeling voor de IB 2019.

Let op! Ontvang je zo’n brief, overleg dan met onze adviseurs of een verzoek om ambtshalve vermindering verstandig is. Heb je medio november 2024 nog niet zo’n brief ontvangen en denk je dat je voor jouw IB 2019 wel in aanmerking komt voor de tegenbewijsregeling? Neem dan ook contact op. Zij kunnen dan samen met jou bepalen of je terecht geen brief heeft ontvangen en nadere actie ondernemen.

Vervolg

Het wetsvoorstel met daarin de wettelijke tegenbewijsregeling wordt naar verwachting in het eerste kwartaal 2025 aan de Tweede Kamer aangeboden. Beoogd is om de wet per 1 juni 2025 in te laten gaan. Het aan het tegenbewijs gekoppelde Formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) is naar verwachting ook medio 2025 gereed. Pas vanaf dat moment kun je met behulp van dit Formulier OWR jouw werkelijke rendement aan de Belastingdienst doorgeven. Je ontvangt daarvoor vanaf de zomer van 2025 van de Belastingdienst een uitnodiging met details over de benodigde stappen die je moet nemen.

Door |2024-10-23T11:16:25+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Informatiebrief over verder rechtsherstel box 3

Aangepaste elektrische fiets aftrekbaar als zorgkosten?

Kan de aanschaf van een elektrische fiets als deze moet worden aangepast en/of op maat moet worden gemaakt voor een zieke of invalide aangemerkt worden als aftrekbare zorgkosten? En hoe zit dat dan als de kosten van een dergelijke fiets mogelijk vergoed kunnen worden via de WMO bij de betreffende gemeente?

Elektrische fiets hulpmiddel?

Invalide

Hulpmiddelen zijn onder voorwaarden als zorgkosten aftrekbaar van het inkomen. Het moet dan wel gaan om een hulpmiddel dat hoofdzakelijk wordt gebruikt door invalide of zieke personen. Ook zijn alleen de kosten aftrekbaar die niet onder een vrijwillig of verplicht eigen risico vallen of een verplichte eigen bijdrage. Een elektrische fiets is op grond van deze voorwaarden in de regel dus niet aftrekbaar als zorgkosten.

Op maat gemaakt

Onlangs kwam voor het gerechtshof in Amsterdam de vraag aan de orde of de kosten van een aangepaste en op maat gemaakte elektrische fiets wel aftrekbaar zijn. Het Hof merkte de aangepaste elektrische fiets aan als hulpmiddel en dus waren de kosten volgens het Hof aftrekbaar als zorgkosten.

Geen WMO aangevraagd

De inspecteur voerde nog aan dat er geen kostenvergoeding via de WMO (wet maatschappelijke ondersteuning) was aangevraagd. Daarom moesten de kosten beschouwd worden als eigen bijdrage en waren deze, aldus de inspecteur, niet aftrekbaar. De persoon in kwestie had echter geen aanvraag ingediend omdat een aanvraag van ruim tien jaar eerder in een soortgelijk geval was afgewezen. Het Hof was van mening dat, nu vergoeding via de WMO niet was aangevraagd, dit niet betekende dat de kosten als ‘eigen bijdrage’ bestempeld moesten worden. De aftrek bleef dan ook in stand.

Ook de fietsverzekering aftrekbaar?

Naast de aanschafkosten van de aangepaste fiets van € 8.169 besloot het Hof ook de verzekeringskosten van de fiets van € 833 in aftrek toe te laten. Bovendien draaide de inspecteur op voor de proceskosten van ruim € 2.600.

Door |2024-10-18T09:55:30+02:0018 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aangepaste elektrische fiets aftrekbaar als zorgkosten?

Staat geschillenregeling een fiscale eenheid btw in de weg?

Heb je meerdere ondernemingen, dan kun je onder voorwaarden een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen. Van belang is met name dat alle deelnemers op financieel, organisatorisch en economisch gebied dusdanig nauw verweven zijn, dat zij een eenheid vormen. Kan een geschillenregeling een fiscale eenheid in de weg staan?

Voor- en nadelen

Strategie

De fiscale eenheid kent als belangrijk voordeel dat de deelnemers geen btw betalen over onderlinge leveringen. Dit is voordelig als zonder fiscale eenheid de btw bij de koper niet (volledig) aftrekbaar zou zijn, bijvoorbeeld omdat deze onderneming vrijgestelde prestaties verricht. Ook hoeft er maar één btw-aangifte te worden gedaan. Een nadeel is dat alle deelnemers hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de fiscale eenheid te betalen btw.

Geschillenregeling

Onlangs moest de rechtbank Zeeland-West-Brabant oordelen of een geschillenregeling een fiscale eenheid voor de btw tussen bedrijven in de weg kan staan. In de berechte zaak ging het om een stichting die 51% van de aandelen en het stemrecht bezat in een bv. Een meerderheid dus, maar die werd beperkt door een ingestelde geschillenregeling.

Arbiters

Bepaald was dat bij geschillen tussen de stichting en de bv die de overige aandelen bezat, een geschillencommissie werd ingesteld om deze geschillen te beslechten. De geschillencommissie bestond uit drie arbiters, waarvan beide aandeelhouders er één mochten benoemen. Beide gekozen arbiters mochten samen de derde arbiter benoemen.

Wil opleggen?

Volgens de rechtbank volgde uit de gekozen constructie inzake geschillenbeslechting dat de ene aandeelhouder niet aan de andere zijn wil kon opleggen bij belangrijke beslissingen. Dit betekende dat er geen sprake was van financiële verwevenheid en dat er dus ook geen fiscale eenheid gevormd kon worden. De naheffingsaanslag voor de btw die hierop gebaseerd was, bleef dan ook in stand.

Door |2024-10-18T09:54:16+02:0018 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Staat geschillenregeling een fiscale eenheid btw in de weg?

Giftenaftrek ook bij koppelverkoop?

Goede doelen proberen op tal van manieren hun donateurs te bewegen tot het verstrekken van een gift. Onlangs is de Belastingdienst ingegaan op de vraag of een gift aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) in combinatie met de aanschaf van een dienst, aftrekbaar is.

ANBI organiseert reis

Geld

De vraag is beantwoord aan de hand van een situatie waarin een ANBI tegen betaling een reis organiseert waar de donateurs aan deel kunnen nemen. De ANBI eist naast een vergoeding voor de reis ook een extra bijdrage in de vorm van een gift. Is deze gift aftrekbaar?

Verplichte donatie

In het voorbeeld wordt uitgegaan van een reis die bij een reisorganisatie € 2.500 kost. De reis kost bij de ANBI eveneens € 2.500, daarnaast wordt door de ANBI een donatie van € 500 gevraagd.

Tegenprestatie of niet?

Van belang voor de aftrekbaarheid is of het bedrag van € 500 gezien kan worden als een tegenprestatie voor de reis. De Belastingdienst is van mening dat dit niet het geval is en dat de donatie van € 500 dus aftrekbaar is als gift. Een donateur kan dezelfde reis voor dezelfde kosten namelijk ook boeken bij een gewone reisorganisatie.

Betere aansluiting op interesse

Er zal wellicht sprake zijn van een reis die beter aansluit bij de interesse van de donateur, maar dit eventuele voordeel is volgens de Belastingdienst niet op geld te waarderen. Bovendien zal dit voordeel van bijkomende aard zijn en staat het dus de aftrekbaarheid van de gift niet in de weg.

Door |2024-10-16T11:11:46+02:0016 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Giftenaftrek ook bij koppelverkoop?

Hoogte zakelijke rente moet onderbouwd worden

Als commerciële partijen met elkaar afspraken maken betreft bijvoorbeeld het verstrekken van een zakelijke lening, moet ook de afgesproken rente in principe zakelijk zijn. Hoe bepaal je welk rentetarief zakelijk is en wat zijn bepalende factoren? Een casus.

Zakelijk belang en bijbehorende rente

Euro

In een zaak die speelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant, handelde het om de vraag of de tussen twee partijen afgesproken rente wel zakelijk was. De inspecteur vond van niet en had daarom naheffingsaanslagen vennootschapsbelasting opgelegd.

Bewijslast ligt bij de inspecteur

De rechtbank stelde om te beginnen vast dat de bewijslast voor de vraag of de gehanteerde rente al dan niet zakelijk was, bij de inspecteur lag. De inspecteur verwees om te beginnen naar de omvang van de lening, die € 22,5 miljoen bedroeg. Deze lening werd belegd in effecten, er werd jaarlijks slechts voor een bedrag van € 250.000 afgelost en bovendien ontbraken er zekerheden. De afgesproken rente van 4,25% achtte hij dan ook niet reëel, reden waarom de inspecteur was uitgegaan van een rente van 10%.

Hogere rente

Hieromtrent had hij aangevoerd dat in zakelijke gevallen een rentepercentage gehanteerd zou moeten worden dat men zelf anders via beleggingen met eenzelfde risico zou kunnen behalen, vermeerderd met een aantal opslagen. De inspecteur was voor het rentepercentage uitgegaan van ongeveer 5%, vermeerderd met een aantal opslagen zoals gehanteerd door banken. Nu ook zekerheden ontbraken, stelde de inspecteur dat het door hem gehanteerde percentage van 10% zeker niet te hoog was.

Inspecteur moet hoogte rente ook motiveren

De rechter was het met de inspecteur eens dat een rente van 4,25% gezien de vermelde feiten te laag was, maar stelde ook dat er door de inspecteur onvoldoende inzicht was gegeven in het gehanteerde rentepercentage van 10%. Onduidelijk was hoe de inspecteur exact op dit percentage was uitgekomen en waarom dat percentage in genoemde situatie van toepassing was.

Alles overwegend stelde de rechtbank het rentepercentage daarom vast op 6%.

Door |2024-10-16T11:10:30+02:0016 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoogte zakelijke rente moet onderbouwd worden