accountant

Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Wanneer er sprake is van kavelruil, kan er onder voorwaarden een beroep worden gedaan op de zogenaamde kavelruilvrijstelling. In dat geval hoeft er geen overdrachtsbelasting te worden afgedragen. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijken de aan de vrijstelling verbonden voorwaarden nauw te luisteren.

Vereiste inschrijving in openbare registers

Agrarisch

Aan de vrijstelling in het kader van een kavelruil is de voorwaarde verbonden dat deze moet zijn ingeschreven in de openbare registers. In de betreffende zaak was dit niet gebeurd en dus moest de rechter eraan te pas komen om te beoordelen of hierdoor de vrijstelling komt te vervallen.

Reden inschrijving

In het arrest geeft de Hoge Raad aan dat de voorwaarde van inschrijving in de openbare registers is gesteld om te bereiken dat ook rechtsopvolgers onder bijzondere titel en degenen die achteraf eigenaar blijken te zijn aan de overeenkomst gebonden zijn. De inschrijving is echter niet van belang voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruilovereenkomst, aldus de Hoge Raad.

Voorwaarden

De Hoge Raad merkt verder op dat de vrijstelling zodanig moet worden uitgelegd dat deze bij vrijwillige kavelruil alleen beschikbaar is voor kavelruilovereenkomsten die aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder inschrijving in de openbare registers. Dat deze inschrijving in dit geval geen zelfstandig belang heeft voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruil als titel van overdracht, is volgens de Hoge Raad niet van belang. Nu niet aan de gestelde voorwaarde is voldaan, is de vrijstelling dan ook niet van toepassing.

Wijzigingen per 2025

In het Belastingplan 2025 is een wetsvoorstel opgenomen met een aantal wijzigingen die betrekking heeft op de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Deze wijzigingen moeten per 2025 ingaan. Het betreft onder meer de volgende wijzigingen:

  • De vrijstelling geldt alleen nog voor een agrarische bedrijfswoning.
  • Alleen opstallen die voor agrarische doeleinden worden gebruikt vallen onder de vrijstelling.
  • Voor het verkrijgen van de vrijstelling geldt een voortzettingseis van agrarisch gebruik van ten minste 10 jaar.

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2024-12-12T15:24:36+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Schadevergoeding zzp’er belast of niet?

Als je als zzp’er door een ongeval wordt getroffen, leidt dit soms tot een schadevergoeding. Is een dergelijke schadevergoeding belast en waar hangt dit vanaf? In een zaak die onlangs voor het gerechtshof in Den Bosch werd uitgevochten, volgde het antwoord op deze vragen.

Bijl valt op voet

Juridisch

In betreffende zaak ging het om een bijl die op de voet van een zzp’er terechtkwam tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden. Het ongeval had de nodige medische gevolgen, waardoor de vrouw haar werkzaamheden deels niet meer kon uitoefenen. Ook leed de vrouw materiële en immateriële schade.

Belast of niet?

Bij de vraag of in een dergelijk geval een schadevergoeding belast is, is volgens het Hof om te beginnen van belang of de schadevergoeding een compensatie is voor het verlies aan arbeidsvermogen. Een dergelijke schadevergoeding behoort tot de winst, tenzij er sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid. Dan is een schadevergoeding onbelast. Een schadevergoeding ter tijdelijke vervanging van gederfde winst is dus wel belast.

Materiële schade en immateriële schade

Materiële en immateriële schade liggen volgens het Hof in de privésfeer en niet in de ondernemingssfeer. Als de inspecteur van mening is dat vergoedingen in verband met deze schades belast zijn, dient de inspecteur aannemelijk te maken dat er een verband bestaat met de onderneming.

Hof acht schadevergoedingen onbelast

De schadevergoeding was toegekend vanwege een blijvende arbeidsongeschiktheid van de zzp’er, wat onder meer bleek uit het feit dat aantoonbaar was bewezen dat zij bepaalde werkzaamheden, die zij eerder wel deed, blijvend niet meer kon uitoefenen. Zij ontvangt hiervoor tot aan haar pensioen jaarlijks een arbeidsongeschiktheidsuitkering van € 10.000 van een verzekeraar.

Ook kon de inspecteur niet aannemelijk maken dat de materiële schadevergoedingen, onder meer voor huishoudelijke hulp, en de immateriële schadevergoeding verband hielden met de onderneming. Hierdoor vielen de schadevergoedingen in de privésfeer.

Op grond van de feiten kwam het Hof tot het oordeel dat de gehele schadevergoeding van € 480.000 onbelast was.

Door |2024-12-06T09:13:02+01:006 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Schadevergoeding zzp’er belast of niet?

Tweede Kamer wil garanties na afschaffen salderingsregeling

In het Belastingplan 2025 is voorgesteld de salderingsregeling voor zonnepanelen per 2027 af te schaffen. De Tweede Kamer is hiermee akkoord gegaan, maar heeft via een aantal amendementen op bepaalde punten wel garanties geëist.

Salderingsregeling

Juridisch

Houders van zonnepanelen kunnen nu nog de opgewekte energie verrekenen met de afgenomen energie. Deze zogenaamde salderingsregeling betekent op zonnige dagen voor energiebedrijven vaak een overschot aan energie, die kan worden weggestreept tegen vaak duurdere energie op dagen met minder zon. Om dit tegen te gaan wordt de salderingsregeling per 2027 afgeschaft. Houders van zonnepanelen krijgen dan voor teruggeleverde energie een vergoeding, waarvan de hoogte nu nog onbekend is.

Tweede Kamer wil garanties

Via een aantal amendementen heeft de Tweede Kamer garanties geëist die ervoor moeten zorgen dat het afschaffen van de salderingsregeling zo eerlijk mogelijk verloopt. De volgende amendementen zijn aangenomen:

  • Er wordt voorgesteld om de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht te laten uitoefenen op de beschikbaarheid van een concurrerend aanbod op overeenkomsten inzake teruglevering en zo nodig een bindende gedragslijn op te leggen aan leveranciers.
  • Ook wordt geëist dat de ACM op kan treden als na afschaffing van de salderingsregeling toch nog terugleverkosten worden berekend.
  • Tevens wordt voorgesteld om na 2030 een redelijke vergoeding voor teruggeleverde energie te garanderen van minstens 50% van de prijs bij afname. Op die manier kan de terugverdientijd van zonnepanelen beperkt blijven.
  • Ook wordt geregeld dat terugleverkosten alleen in rekening worden gebracht bij de veroorzakers ervan.
  • Verder vindt de Tweede Kamer dat energiecontracten per 2027 kosteloos moeten kunnen worden opgezegd als een consument met de voorgestelde wijzigingen niet akkoord gaat.

Let op! Alle amendementen moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-12-05T14:38:59+01:005 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tweede Kamer wil garanties na afschaffen salderingsregeling

Vijf fiscale bespaartips voor december

De laatste maand van het jaar is weer aangebroken. Wat kan je fiscaal dit jaar nog regelen? Wij zetten vijf fiscale bespaartips voor je op een rij.

Let op! Een deel van de bespaartips is gebaseerd op wijzigingen per 1 januari 2025 die wel al door de Tweede Kamer zijn aangenomen, maar waarover de Eerste Kamer nog op 17 december 2024 moet stemmen.

Gebruik jouw vrije ruimte

Schenken

Als werkgever kan je jouw werknemers in de vrije ruimte van de werkkostenregeling belastingvrij vergoedingen of verstrekkingen geven. In 2024 kan dat tot 1,92% van jouw loonsom tot € 400.000 en 1,18% daarboven. Heeft je nog ruimte over in 2024, gebruik dat dan nog dit jaar. Een eventueel restant kan je namelijk niet doorschuiven naar 2025.

Let op! In 2025 is de vrije ruimte overigens iets hoger, namelijk 2% van jouw loonsom tot € 400.000 en 1,18% daarboven.

Keer in 2024 nog dividend uit en/of stel dit deels uit naar 2025

Als je in 2024 dividend uitkeert, betaalt u over de eerste € 67.000 een tarief van 24,5%. Heb je een fiscale partner, dan betaal je  samen over de eerste € 134.000 een tarief van 24,5%. Het kan verstandig zijn om van dit lagere tarief gebruik te maken en nog een dividenduitkering te doen van € 67.000 of € 134.000.

Boven deze bedragen bedraagt het tarief in 2024 33%. Dit hogere tarief daalt in 2025 naar 31%. Om die reden kan je dividenduitkeringen hoger dan € 67.000 of € 134.000 misschien beter uitstellen tot 2025. Je profiteert dan in 2025 tot € 67.804 (en fiscale partners gezamenlijk tot € 135.608) ook weer van het lage tarief van 24,5% en daarboven betaal je 31% in plaats van 33%.

Tip! Of een en ander in jouw situatie verstandig is, betreft maatwerk. Neem voor meer informatie gerust contact op met onze adviseurs.

Verzoek ambtshalve vermindering en groene beleggingen in box 3

Binnen box 3 zijn het afgelopen jaar weer volop ontwikkelingen geweest. Zo leken onder meer de plannen voor een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement iets concreter, maar ziet dat er na het negatieve advies van de Raad van State weer onzekerder uit. Verder oordeelde de Hoge Raad in juni 2024 dat de Belastingdienst ook in het huidige stelsel al uit moet gaan van werkelijk rendement als dat lager is dan het wettelijke forfaitaire stelsel. De uitwerking hiervan vindt pas plaats vanaf 2025.

Het is wel belangrijk om vóór 1 januari 2025 een verzoek om ambtshalve vermindering van jouw definitieve aanslag IB 2019 te doen als jouw aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én het werkelijke rendement in box 3 in dat jaar lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement van box 3. Als je dat verzoek om ambtshalve vermindering niet doet, kan je in 2025 namelijk geen beroep doen op het oordeel van de Hoge Raad uit juni 2024.

Verder kan je in december wellicht nog nadenken over de aankoop van groene beleggingen.
Hiervoor geldt een vrijstelling in box 3 en een extra heffingskorting. Hoewel de vrijstelling op 1 januari 2025 een stuk lager is dan in 2024  – rond de € 26.000 en voor fiscale partners gezamenlijk rond de € 52.000 – en de heffingskorting in 2025 nog maar 0,1% bedraagt (in 2024 nog 0,7%), leveren groene beleggingen toch nog een voordeel op. Dat is ook nog zo in 2026.

Let op! Vanaf 2027 worden de vrijstelling en de extra heffingskorting afgeschaft.

Benut de in 2024 geldende schenkingsvrijstellingen

Wil je in 2024 nog schenken, dan kan je wellicht gebruikmaken van schenkingsvrijstellingen. Er is dan geen schenkbelasting verschuldigd. Voor schenkingen aan kinderen kan je in 2024 gebruikmaken van een vrijstelling van € 6.663. Onder voorwaarden kan je ook eenmalig gebruikmaken van een verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar, welke in 2024 € 31.813 bedraagt. Schenk je eenmalig voor een dure studie, dan is de verhoogde vrijstelling, onder voorwaarden, in 2024 zelfs € 66.268. Schenk je in 2024 aan jouw kleinkinderen, andere familieleden of derden, dan bedraagt de vrijstelling € 2.658. Bijkomend voordeel van een schenking die je in 2024 doet, is dat ook jouw vermogen in box 3 op 1 januari 2025 daardoor lager is.

Koop een lijfrente

Met een lijfrente spaar je voor jouw oude dag. Lijfrentepremies zijn onder strikte voorwaarden aftrekbaar. Daarbij gelden per jaar maximale bedragen die je kan aftrekken. Deze maximale bedragen zijn afhankelijk van de hoogte van jouw pensioentekort, uitgedrukt in jouw jaarruimte en jouw reserveringsruimte. De hoogte van jouw maximale aftrek lijfrentepremie in 2024 kan je berekenen met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst of overleg daarover met onze adviseurs.

Let op! Om de lijfrentepremie nog in 2024 af te trekken in jouw aangifte inkomstenbelasting 2024 moet je de premie wel uiterlijk 31 december 2024 betaald hebben.

Naast het voordeel van de lijfrenteaftrek, zal door de betaling van de lijfrentepremie ook jouw vermogen in box 3 op 1 januari 2025 lager zijn.

Door |2024-12-05T14:36:50+01:005 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vijf fiscale bespaartips voor december

WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2025 via een amendement de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) in 2025 voor werkgevers verruimd. Zelfstandig ondernemers zonder personeel profiteren niet van het voorstel.

WBSO

Groeien

Via de WBSO krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van innovatie en van de vraag of het bedrijf een startende onderneming is of niet. U verrekent de toegekende tegemoetkoming met uw af te dragen loonheffing.

Wijziging percentages

Via het amendement wordt een wijziging van de percentages van de tegemoetkoming in de kosten voorgesteld. Er gelden verschillende percentages qua tegemoetkoming. Voor kosten tot € 350.000 geldt nu een percentage van 32%, voor het meerdere is dit 16%. Voorgesteld wordt vanaf 2025 voor kosten tot € 380.000 het percentage te verhogen naar 36%, voor het meerdere blijft het 16%. Verder geldt voor starters nu een percentage van 40% voor kosten tot € 350.000. Het voorstel is om dit te verhogen naar 50% voor kosten tot € 380.000. Zie onderstaande tabel.

Tarief     2024     2025
Tarief 1e schijf     32%     36%
Tarief 1e schijf starters     40%     50%
Grens 1e schijf     € 350.000     € 380.000
Tarief 2e schijf     16%     16%

Geen voordeel zzp’er

Zzp’ers die zelf innovatief ondernemen, hebben nu onder voorwaarden recht op een extra aftrek van de winst van € 15.551. Starters hebben hier bovenop recht op een extra aftrek van € 7.781, dus in totaal van € 23.332. Het amendement stelt niet voor ook deze bedragen te verhogen.

Financiering

Het amendement stelt ook voor een en ander te financieren door de Aof-premie (arbeidsongeschiktheidsfonds) voor werkgevers met 0,04% te verhogen. Met de verhoging is in totaal € 100 miljoen gemoeid.

Let op! De Eerste Kamer moet nog met de voorstellen akkoord gaan. Ze zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-12-04T10:08:04+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd

Lagere urennorm bij herzien lage naar hoge WW-premie

Vanaf 2025 krijgt een werkgever minder snel te maken met de herziening van de lage WW-premie naar de hoge WW-premie. Dit komt omdat de urennorm in 2025 lager is dan in 2024.

WW-premie

Sparen

De WW-premie (ook wel premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds, AWF) kan een lage of een hoge premie zijn. Kort samengevat betalen werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden de lage WW-premie, en werkgevers die flexibele contracten aanbieden de hoge WW-premie.

Er gelden nog meer voorwaarden. Zo mag de lage WW-premie worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

Herzien van lage premie naar hoge premie

In bepaalde situaties moet de lage WW-premie achteraf alsnog met terugwerkende kracht worden herzien naar de hoge WW-premie. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer met een arbeidscontract van minder dan 35 uur per week in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat. Dit kan gebeuren als een werknemer veel overwerk verricht ten opzichte van de contracturen.

Tip! Bij een arbeidscontract van 35 uur of meer per week, geldt deze herzieningsregeling niet.

Let op! Er kunnen nog andere redenen zijn om de lage WW-premie alsnog te herzien naar de hoge WW-premie, bijvoorbeeld als een nieuwe werknemer binnen twee maanden ontslag neemt of wordt ontslagen.

Urennorm van 35 uur naar 30 uur

De urennorm waarbij herziening van de lage naar de hoge WW-premie in 2024 plaatsvindt, is minder dan 35 uur per week. Vanaf 2025 is deze urennorm 30 uur of minder per week.

Vanaf 2025 kan herziening daarom alleen nog plaatsvinden als een werknemer met een arbeidscontract van 30 uur of minder per week in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat.

Let op! De verlaging naar 30 uur of minder per week geldt pas vanaf het jaar 2025. Voor de herziening over het jaar 2024, die over het algemeen begin 2025 plaatsvindt, heb je dus nog te maken met de grens van minder dan 35 uur per week.

Door |2024-12-04T10:07:12+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lagere urennorm bij herzien lage naar hoge WW-premie

Negatief advies Raad van State over voorstel nieuwe box 3

De Raad van State adviseert de regering om het wetsvoorstel voor een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement niet in te dienen in de vorm zoals dit aan hem is voorgelegd. De beoogde ingangsdatum van een nieuw box 3-stelsel per 1 januari 2027 was al onzeker, maar lijkt na dit advies eigenlijk onhaalbaar.

Ingrijpend en complex

Geld

De Raad van State oordeelt dat het voorstel voor het nieuwe box 3-stelsel op basis van het werkelijke rendement ingrijpende gevolgen heeft voor zowel burgers als de Belastingdienst. Het voorstel leidt tot slechtere dienstverlening aan burgers, beperktere mogelijkheden om vooraf overleg te hebben met de Belastingdienst en onvoldoende toezicht op de naleving van de wetgeving. Bovendien wordt het nieuwe box 3-stelsel veel complexer.

Alternatieve denkrichting: toch een forfaitair stelsel?

De Raad van State adviseert de regering daarom om de vormgeving van het box 3-stelsel te bezien. Daarbij worden een aantal alternatieve denkrichtingen meegegeven. Zo wijst de Raad van State erop dat de mogelijkheden voor een forfaitair box 3-stelsel door de arresten van de Hoge Raad weliswaar ingeperkt zijn, maar binnen de grenzen van de jurisprudentie van de Hoge Raad en het EHRM nog steeds mogelijk. Gedacht kan worden aan een forfaitair stelsel gebaseerd op laagrisico-rendementen of met een tegenbewijsregeling.

Vermogenswinstbelasting

De Raad van State geeft aan dat een stelsel op basis van een vermogenswinstbelasting waarschijnlijk op meer maatschappelijk draagvlak kan rekenen dan de nu voorgestelde vermogensaanwasbelasting.

Budgettaire opbrengsten

Als gekozen zou worden voor een vermogenswinstbelasting zullen er waarschijnlijk extra belastinginkomsten nodig zijn. De Raad van State beschrijft ook hiervoor alternatieve denkrichtingen, zoals een bredere vermogensbelasting voor vermogen uit box 1, 2 én 3, het ook in beschouwing nemen van de belastingdruk op vermogen in box 1 en 2 en aanpassingen in de schenk- en erfbelasting.

Let op! Het advies van de Raad van State gaat over het nieuwe box 3-stelsel waarvan de beoogde ingangsdatum 1 januari 2027 was. Dit advies gaat dus niet over het huidige box 3-stelsel of het verder rechtsherstel op dit huidige box 3-stelsel op basis van uitspraken van de Hoge Raad van medio 2024 als het werkelijke rendement lager is.

Door |2024-12-04T10:01:44+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Negatief advies Raad van State over voorstel nieuwe box 3

Controleer de beschikking Whk 2025

De Belastingdienst heeft eind november de beschikkingen Werkhervattingskas (Whk) 2025 verstuurd. Heeft u een beschikking Whk 2025 gehad, controleer deze dan goed.

Werkhervattingskas (Whk)

Computer

De Werkhervattingskas (Whk) is een werknemersverzekering waarvoor een werkgever een premie moet afdragen. Alle middelgrote en grote werkgevers ontvangen eind november de beschikking gedifferentieerde premie Whk 2025. De hoogte van de premie hangt af van de instroom van werknemers in de ZW en WGA.

Controle

Het advies is om deze beschikking goed te controleren. Fouten in de beschikking kunnen namelijk van invloed zijn op de hoogte van de premie. Zo kunnen bijvoorbeeld verkeerde loonsommen zijn gebruikt, uitkeringslasten ten onrechte aan jou zijn toegerekend of bedragen van de uitkeringslasten onjuist zijn. Ook bij een overname van een onderneming, is het belangrijk om te controleren of dat goed verwerkt is.

Instroomlijsten

Voor het controleren van uitkeringslasten op de beschikking kan het nodig zijn om instroomlijsten bij de Belastingdienst op te vragen. De Belastingdienst stuurt de lijsten meestal binnen één week, maar uiterlijk binnen zes weken na jouw aanvraag.

Tip! Uiteraard kunnen onze adviseurs jou van dienst zijn bij het controleren van de beschikking Whk. Ook  kunnen zij de instroomlijsten  voor jou opvragen, als je hen daarvoor machtigt. Neem hiervoor contact met ons op.

Bezwaar

Klopt de beschikking Whk niet, dan kun je in bezwaar komen. Dit moet wel binnen zes weken na dagtekening van de beschikking (welke waarschijnlijk 23 november 2024 is). Je kunt, in afwachting van de instroomlijsten, ook eerst pro-forma in bezwaar (dat is een bezwaar zonder nadere motivatie). De Belastingdienst verleen je, na ontvangst van de instroomlijsten, nader uitstel van deze motivatie tot en met 30 april 2025.

Let op! Motiveer in ieder geval vóór 1 mei 2025 het pro-forma bezwaar. Doe je dat later, dan verklaart de Belastingdienst jouw bezwaar ongegrond.

Mededeling

Voor kleine werkgevers is de premie afhankelijk van de sector waarin zij werkzaam zijn. Zij ontvangen daarom geen beschikking Whk, maar alleen een mededeling van de premie van de Belastingdienst. Deze mededelingen bevatten vaste percentages waar je niet tegen in bezwaar kunt komen.

Rekenhulp

Op de website van het UWV is een rekenhulp opgenomen waarmee je de gedifferentieerde premies WGA en ZW-flex voor 2025 kunt berekenen.

Door |2024-12-04T10:05:50+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Controleer de beschikking Whk 2025

Maximale verzuimboetes loonheffingen per 2025 omhoog

De maximale verzuimboetes voor een aangifteverzuim, een betaalverzuim en een correctieverzuim in de loonheffingen gaan per 2025 omhoog.

Aangifteverzuim

Euro

Doe je geen aangifte loonheffingen of doe je deze niet op tijd, dan is sprake van een aangifteverzuim. Van zo’n aangifteverzuim is ook sprake als je een onjuiste of onvolledige aangifte doet. Je krijgt hiervoor een boete van € 68, tenzij de aangifte bij de Belastingdienst binnen is binnen de coulancetermijn van zeven kalenderdagen na de uiterste aangiftedatum.

Let op! In uitzonderlijke gevallen kan de Belastingdienst ook een hogere aangifteverzuimboete vaststellen van maximaal € 1.377. Dit kan de Belastingdienst bijvoorbeeld doen als je herhaaldelijk geen of te laat jouw aangifte doet. Deze maximale boete gaat per 2025 omhoog naar € 1.675.

Betaalverzuim

Als je de loonheffingen niet of te laat betaalt, of je betaalt te weinig, is sprake van een betaalverzuim. De betaalverzuimboete hiervoor is 3% van het te laat betaalde bedrag met een minimum van € 50 en een maximum van € 5.514. De maximale betaalverzuimboete gaat per 2025 omhoog naar € 6.709.

Er geldt een coulancetermijn van zeven kalenderdagen na de uiterste betaaltermijn. Als je te laat, maar binnen die coulancetermijn betaalt, krijg je geen betaalverzuimboete als  je de vorige aangifte wel op tijd en volledig betaalde.

Let op! In uitzonderlijke gevallen kan de Belastingdienst ook een hogere betaalverzuimboete vaststellen van maximaal 10% van het te laat betaalde bedrag met een maximum van € 5.514 (in 2024, in 2025 € 6.709). Dit kan de Belastingdienst bijvoorbeeld doen als je herhaaldelijk te laat, niet of te weinig betaalt.

Combinatie aangifte- en betaalverzuim

Doe je jouw aangifte loonheffingen te laat én betaal je te laat, dan kunt je twee boetes krijgen: één voor het aangifteverzuim en één voor het betaalverzuim.

Correctieverzuim

De Belastingdienst kan een correctieverzuimboete opleggen als u een correctie op een aangifte loonheffingen niet, niet op tijd, fout of onvolledig indient. De Belastingdienst gaat terughoudend om met het opleggen van zo’n boete, maar legt deze bijvoorbeeld wel op als je herhaaldelijk een correctie op een aangifte loonheffingen niet, niet op tijd, fout of onvolledig indient.

De maximale correctieverzuimboete die de Belastingdienst dan kan opleggen, bedraagt in 2024 nog € 1.377, maar gaat per 2025 omhoog naar € 1.675.

Vergrijpboete

Als er sprake is van grove schuld of (voorwaardelijke) opzet kan de Belastingdienst ook een vergrijpboete opleggen tot een hoger bedrag.

Door |2024-12-04T10:03:54+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maximale verzuimboetes loonheffingen per 2025 omhoog

Belastingdienst breidt inzien en intrekken machtigingen uit

Medewerkers van organisaties en intermediairs, zoals belastingadviseurs, kunnen voortaan in meer situaties machtigingen inzien en intrekken. Deze verruiming in het Machtigingenregister Digipoort is per 21 november 2024 ingegaan. Dit heeft de Belastingdienst bekendgemaakt.

Machtigingenregister Digipoort

Laptop

Het Machtigingenregister Digipoort bevat de namen van organisaties waarvoor machtigingen zijn afgegeven voor het digitaal ophalen van berichten en gegevens. Deze hebben betrekking op specifieke klanten, zoals bedrijven en particulieren. Machtigen kan alleen als de klant hiervoor toestemming heeft gegeven. Een machtiging kan ook altijd weer worden ingetrokken.

Voorwaarden

Voor medewerkers van organisaties geldt dat zij nu ook machtigingen kunnen inzien of intrekken als de machtigingen geregistreerd staan op het fiscaal nummer van de organisatie of op het nummer van de Kamer van Koophandel. Intermediairs en hun medewerkers kunnen nu ook machtigingen inzien of intrekken als de machtigingen geregistreerd staan op het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN) van de intermediair.

Inloggen met eHerkenning

Als medewerkers van organisaties of intermediairs een machtiging willen inzien en/of intrekken dient men met behulp van eHerkenning eerst in te loggen bij Logius via het Machtigingenregister Digipoort.

Door |2024-11-29T14:18:41+01:0029 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst breidt inzien en intrekken machtigingen uit