2025

Geen boetes in 2025 bij schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst heeft in het Handhavingsplan arbeidsrelaties 2025 aangekondigd dat er over het kalenderjaar 2025 als uitgangspunt nog geen boetes worden opgelegd in het kader van schijnzelfstandigheid. Het gaat hier zowel om vergrijp- als om verzuimboetes. Dit voornemen geldt voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Dit is alleen anders als het gaat om kwaadwillendheid.

Naheffing

Juridisch

De Belastingdienst gaat vanaf 2025 weer naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als er geconstateerd wordt dat er binnen een organisatie sprake is van schijnzelfstandigheid. De Tweede Kamer heeft bij de Belastingdienst aangedrongen op een zachte landing bij de handhaving hierop.

Gesprek, waarschuwing, boekenonderzoek

Als er een bedrijfsbezoek plaatsvindt, dan gaat de belastinginspecteur in gesprek met de organisatie om een beeld te krijgen bij de inhuur van zelfstandigen en het mogelijke gebruik van schijnzelfstandigen. In dat gesprek kan de belastinginspecteur de organisatie wijzen op het voorkomen van het werken met schijnzelfstandigen. Er kan dan een waarschuwing volgen met daarbij de opdracht over te gaan tot verbetering van de bedrijfsvoering. Bij een volgend bezoek kunnen de belastinginspecteurs een boekenonderzoek instellen, waarna eventueel  naheffingsaanslagen loonheffingen kunnen volgen.

Let op!Deze naheffingsaanslagen gaan niet verder terug dan 1 januari 2025, tenzij er sprake is van kwaadwillendheid of als de aanwijzing van de Belastingdienst niet is opgevolgd. Dan kan er naheffing plaatsvinden tot vijf jaar terug.

Is er sprake van schijnzelfstandigheid over het kalenderjaar 2025, dan zal de Belastingdienst geen boetes opleggen. Ook hier geldt dat als er sprake is van kwaadwillendheid er wél boetes opgelegd kunnen worden.

Vooroverleg en checklist

De Belastingdienst neemt vanaf 6 september 2024 geen nieuwe aanvragen of nieuwe verlengingen meer in behandeling. Wel heeft de Belastingdienst het formulier Verzoek vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie gepubliceerd. U kunt dit formulier gebruiken als u wilt dat de Belastingdienst een arbeidsrelatie beoordeelt. Handig is eveneens de Checklist vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie. In deze checklist vindt u welke informatie u minimaal moet vermelden in uw verzoek.

Let op!Alle goedgekeurde modelovereenkomsten worden automatisch verlengd tot en met 31 december 2029, mits ze voldoen aan de wet- en regelgeving.

Let op!Vanaf 2026 zullen de normale regels voor het opleggen van boetes gaan gelden.

Door |2024-12-27T15:36:01+01:0027 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen boetes in 2025 bij schijnzelfstandigheid

Handreiking ‘Betalingsregeling i.v.m. corona’

Tijdens de coronacrisis konden ondernemers bijzonder uitstel van betaling krijgen. Zo’n 400.000 ondernemers hebben hiervan gebruikgemaakt. De opgebouwde belastingschulden moesten per 1 oktober 2022 in maximaal 60 maandtermijnen worden afgelost. De Belastingdienst heeft een speciale handleiding gepubliceerd waarin staat welke mogelijkheden er zijn als er een achterstand bestaat in de aflossingsverplichting.

Omvang achterstand

Medisch

Omdat het van belang is dat ondernemers weten welke achterstand er bestaat met betrekking tot de aflossingsverplichting, kunnen zij dit op de site van de Belastingdienst nagaan. Aan de hand van voorbeelden kunnen ondernemers eenvoudig berekenen wat de omvang van de achterstand is. Ook kunnen ze nagaan welke belastingschulden er nog bestaan die niet onder de betalingsregeling vallen.

Wat te doen bij achterstand?

Bij achterstand in de aflossingsverplichting ontvangen ondernemers eerst een brief. Als de achterstand binnen 14 dagen wordt ingelopen, wordt de betalingsregeling voortgezet. Gebeurt dit niet, dan wordt deze beëindigd en moet de gehele schuld in één keer worden afbetaald. Betreffende ondernemers kunnen hiertegen in beroep gaan. Wordt tijdens de beroepsprocedure de achterstand alsnog ingehaald, dan wordt de betalingsregeling voortgezet.

Mogelijkheden bij achterstand betalingsregeling

Bestaat er een achterstand in de betalingsregeling, dan zijn er nog mogelijkheden om hier een regeling voor te treffen. Zo is er onder voorwaarden een betaalpauze mogelijk of een verlenging van de regeling met maximaal twee jaar.

Mogelijkheden bij achterstand nieuwe verplichtingen

Is er een betalingsachterstand met betrekking tot nieuwe belastingschulden vanaf 1 oktober 2022, dan is soms een betalingsregeling mogelijk bij bijzondere omstandigheden. Om in de betalingsregeling vanwege corona te kunnen blijven, is namelijk vereist dat er geen achterstand mag bestaan voor nieuwe belastingschulden.

Let op! Ziekte van de ondernemer kan een bijzondere omstandigheid zijn. De hoge energieprijzen zijn dat bijvoorbeeld niet.

Mogelijkheden bij achterstand betalingsregeling én nieuwe verplichtingen

Is er een achterstand in de betalingsregeling, maar ook met betrekking tot nieuwe verplichtingen, onderzoek dan eerst of de nieuwe verplichtingen zijn in te lossen. Voor de betalingsregeling inzake corona zijn namelijk versoepelingen mogelijk, maar alleen als aan nieuwe verplichtingen wel worden voldaan. Alleen als de restschuld van de betalingsregeling inzake corona beperkt is, is het wellicht beter deze restschuld eerst af te lossen. Dan kan namelijk voor de nieuwe verplichtingen mogelijk een nieuwe betalingsregeling worden afgesproken.

Let op! Als er meerdere schuldeisers zijn of bovengenoemde versoepelingen zijn onvoldoende, dan wordt de ondernemer verwezen naar Geldfit Zakelijk, de KVK of de gemeente om de resterende mogelijkheden te bekijken.

Door |2024-12-13T14:41:53+01:0013 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handreiking ‘Betalingsregeling i.v.m. corona’

Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg

De Belastingdienst begint in december 2024 met het versturen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor het jaar 2025. Uitdrukkelijk wordt verzocht deze pas ná de dagtekening in 2025 te betalen.

Voorlopige aanslag

Geld

Veel belastingplichtigen, zoals zelfstandig ondernemers, ontvangen jaarlijks een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Je mag deze voorlopige aanslag  in één keer betalen, maar deze kan ook gespreid betaald worden in elf maandelijkse termijnen, te starten in februari.

Let op! Als je jouw aanslag in één keer betaalt,  krijg je geen korting meer op jouw voorlopige aanslag.

Niet te vroeg betalen

De Belastingdienst verstuurt de aanslagen al vanaf december 2024, maar verzoekt met betalen te wachten tot ná de dagtekening in 2025. Dit om problemen met de systemen te voorkomen. Te vroeg betaalde belasting wordt anders namelijk automatisch teruggestort.

Controleer de aanslag goed

De voorlopige aanslag is altijd een schatting van jouw verwachte inkomen in 2025. Het kan zijn dat uw omstandigheden zijn gewijzigd, waardoor de aanslag naar boven of juist naar beneden bijgesteld moet worden. Denk hierbij aan een verandering in jouw privéomstandigheden of in jouw inkomen. Controleer jouw aanslag daarom altijd zorgvuldig. Indien nodig kan de voorlopige aanslag dan worden gewijzigd.

Tip! Heb je vragen over de hoogte van jouw voorlopige aanslag of verwacht je dat een wijziging nodig is, neem dan contact met ons op.

Door |2024-12-12T15:37:55+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg

Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Wanneer er sprake is van kavelruil, kan er onder voorwaarden een beroep worden gedaan op de zogenaamde kavelruilvrijstelling. In dat geval hoeft er geen overdrachtsbelasting te worden afgedragen. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijken de aan de vrijstelling verbonden voorwaarden nauw te luisteren.

Vereiste inschrijving in openbare registers

Agrarisch

Aan de vrijstelling in het kader van een kavelruil is de voorwaarde verbonden dat deze moet zijn ingeschreven in de openbare registers. In de betreffende zaak was dit niet gebeurd en dus moest de rechter eraan te pas komen om te beoordelen of hierdoor de vrijstelling komt te vervallen.

Reden inschrijving

In het arrest geeft de Hoge Raad aan dat de voorwaarde van inschrijving in de openbare registers is gesteld om te bereiken dat ook rechtsopvolgers onder bijzondere titel en degenen die achteraf eigenaar blijken te zijn aan de overeenkomst gebonden zijn. De inschrijving is echter niet van belang voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruilovereenkomst, aldus de Hoge Raad.

Voorwaarden

De Hoge Raad merkt verder op dat de vrijstelling zodanig moet worden uitgelegd dat deze bij vrijwillige kavelruil alleen beschikbaar is voor kavelruilovereenkomsten die aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder inschrijving in de openbare registers. Dat deze inschrijving in dit geval geen zelfstandig belang heeft voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruil als titel van overdracht, is volgens de Hoge Raad niet van belang. Nu niet aan de gestelde voorwaarde is voldaan, is de vrijstelling dan ook niet van toepassing.

Wijzigingen per 2025

In het Belastingplan 2025 is een wetsvoorstel opgenomen met een aantal wijzigingen die betrekking heeft op de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Deze wijzigingen moeten per 2025 ingaan. Het betreft onder meer de volgende wijzigingen:

  • De vrijstelling geldt alleen nog voor een agrarische bedrijfswoning.
  • Alleen opstallen die voor agrarische doeleinden worden gebruikt vallen onder de vrijstelling.
  • Voor het verkrijgen van de vrijstelling geldt een voortzettingseis van agrarisch gebruik van ten minste 10 jaar.

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2024-12-12T15:24:36+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Thuiswerken of op kantoor, wat mag u belastingvrij vergoeden in 2025?

Veel werknemers werken tegenwoordig gedeeltelijk thuis. Wat mag je in 2025 belastingvrij vergoeden? Waar moet de werkplek thuis aan voldoen en wat mag of moet je als werkgever daarin faciliteren?

Thuiswerkvergoeding

Typen

Fiscaal bestaat er een belastingvrije thuiswerkvergoeding van momenteel € 2,35 per dag (2024). Vanaf 2025 wordt dit hoogstwaarschijnlijk € 2,40 per dag. Deze vergoeding is bedoeld voor de kosten die een werknemer maakt als hij thuiswerkt. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van verwarming, elektra en koffie.

Reiskostenvergoeding

Voor reiskosten van en naar het werk kan je in 2024 ook een onbelaste vergoeding verstrekken en wel van maximaal € 0,23 per km. De hoogte van deze kilometervergoeding wordt voor 2025 niet aangepast. Een vergoeding voor thuiswerken kan samengaan met een vergoeding voor reiskosten in het kader van woon-werkverkeer.

Let op! Je mag op één dag echter maar één vergoeding onbelast verstrekken, dus óf voor thuiswerken óf voor reiskosten voor het woon-werkverkeer.

Vaste vergoeding?

Een vaste vergoeding voor thuiswerken en/of reizen naar het werk is voor jou als werkgever administratief het makkelijkst. Dit mag wanneer de werknemer in een kalenderjaar ten minste 36 weken, gedurende vijf dagen per week reist tussen woon- en werkplaats. Je kan jouw vergoedingen daarbij voor fulltimers dan baseren op 214 werkdagen per jaar. Werkt de werknemer maar een deel van het jaar, dan is de vergoeding 70% van de gewerkte volle werkweken.

Let op! Je moet de vergoedingen voor parttimers naar evenredigheid aanpassen. Ook als niet de hele week thuis wordt gewerkt of naar het werk wordt gereisd.

Natuurlijk kan je de vergoeding voor reiskosten en thuiswerken ook combineren.

Voorbeeld (2025): 
Een werknemer woont 20 km van het werk, werkt vier dagen per week op kantoor en één dag per week thuis. Je mag per jaar vergoeden 20 x 2 x 214 x 4/5 x € 0,23 = € 1.575,04 voor reiskosten en 214 x € 2,40 x 1/5 = € 102,72. In totaal dus € 1.677,76 per jaar, ofwel € 139,81 per maand.

Overige vergoedingen thuiswerken

Je kan een vergoeding geven voor de inrichting van een thuiswerkplek. Veel van deze kosten zijn onbelast. De kosten voor bijvoorbeeld een bureaustoel die voldoet aan arbonormen, een computer of een noodzakelijke telefoon vallen onder voorwaarden binnen de gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling (WKR), waardoor er geen belasting over betaald hoeft te worden.

Voor de thuiswerkplek gelden voor de volgende vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen binnen de WKR, de volgende gerichte vrijstellingen:

  • arbovoorzieningen op grond van de wet;
  • gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur als deze voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium.

Bij verplichte arbovoorzieningen maakt het niet uit of je deze vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, en of jouw werknemer de voorziening op de werkplek gebruikt of niet. In al deze situaties geldt een gerichte vrijstelling die niet ten koste gaat van jouw vrije ruimte. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een voetenbankje bij beeldschermwerk of aan een beeldschermbril.

Als voldaan is aan de volgende voorwaarden, is de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing:

  • de werknemer gebruikt de voorzieningen geheel dan wel gedeeltelijk in de werkruimte;
  • de werknemer betaalt geen eigen bijdrage voor die voorzieningen;
  • de arbovoorzieningen hangen direct samen met de verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowet en
  • de inrichting van de werkruimte thuis voldoet aan de eisen van het Arbobesluit.

Let op! Bovengenoemde gerichte vrijstelling is niet van toepassing als de arbovoorziening volledig of gedeeltelijk onder een cafetariaregeling valt. In dat geval vormt de voorziening belastbaar loon. Dit loon kan wel in de eventueel beschikbare vrije ruimte van de WKR worden ondergebracht. 

Tip! Zijn zaken niet belastingvrij te vergoeden of te verstrekken, dan kan je ze onderbrengen in de werkkostenregeling (WKR). Ze zijn dan ook belastingvrij voor de werknemer, maar als je in een jaar meer aan vergoedingen en verstrekkingen heeft dan jouw vrije ruimte, betaal je 80% belasting over het meerdere.

Door |2024-11-12T09:26:57+01:0012 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Thuiswerken of op kantoor, wat mag u belastingvrij vergoeden in 2025?

Uitje voor personeel in 2025, al in 2024 in de WKR?

Stel je koopt dit jaar theaterkaartjes voor jouw personeel. De kaartjes doe je in hun kerstpakket. De voorstelling zelf vindt plaats in 2025. JE wilt de kaartjes onderbrengen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Moet je dat dan in 2024 doen of juist in 2025?

Wat spreek je af?

Schenken

Het antwoord op de vraag of je de vrije ruimte van 2024 of 2025 moet gebruiken, is afhankelijk van de afspraken die je met jouw personeel maakt over de theaterkaartjes.

Vrije ruimte in 2025

Is het de bedoeling dat het hele bedrijf gezamenlijk de theatervoorstelling in 2025 bezoekt en zijn de kaartjes in feite alleen in 2024 gegeven als een soort van vooraankondiging? Ofwel, kan de werknemer niet zelf beslissen wat hij met het theaterkaartje doet, bijvoorbeeld deze verkopen of aan iemand anders schenken? Dan is het genietingsmoment van het theaterkaartje pas op het moment van de theatervoorstelling, in 2025 dus. Je moet het kaartje dan ook onderbrengen in de vrije ruimte 2025.

Let op! Dit is ook zo als je in 2024 theaterkaartjes koopt voor een theatervoorstelling in 2025 en deze in eigen beheer houdt. Ook dan vindt het genietingsmoment plaats in 2025 en moet je de vrije ruimte 2025 daarvoor gebruiken.

Vrije ruimte in 2024

Dit is echter anders als je jouw werknemer in 2024 een theaterkaartje geeft voor een theatervoorstelling in 2025 en je jouw werknemer de vrije hand geeft. De werknemer mag zelf weten wat hij met het kaartje doet: zelf de voorstelling bezoeken, het kaartje verkopen of schenken aan iemand anders. In dat geval vindt het genietingsmoment al in 2024 plaats, de werknemer kan op dat moment immers over het kaartje beschikken en er mee doen wat hij zelf wil. Je gebruik voor dit kaartje dan de vrije ruimte 2024.

Let op! Dit geldt uiteraard niet alleen voor theaterkaartjes, maar ook voor andere zaken waarover een werknemer zelf meteen kan beschikken. Geef je bijvoorbeeld in 2024 een cadeaubon aan een werknemer, dan vindt op dat moment het genietingsmoment plaats. Het maakt dan niet uit of de werknemer de cadeaubon in 2024, 2025 of zelfs later gebruikt.

Door |2024-10-23T11:19:57+02:0023 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitje voor personeel in 2025, al in 2024 in de WKR?

Minder snel alsnog hoge WW-premie vanaf 2025

Al eerder was bekend dat vanaf 1 januari 2025 de huidige grens voor de beoordeling of een lage WW-premie alsnog een hoge WW-premie wordt, omlaag gaat. Medio mei 2024 is het besluit hiertoe in het Staatsblad gepubliceerd.

Lage en hoge WW-premie

Euro

In de WW geldt een zogenaamde premiedifferentiatie. Dat houdt grofweg in dat werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden de lage WW-premie betalen en werkgevers die flexibele contracten aanbieden de hoge WW-premie. Zo mag de lage WW-premie worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

Herziening lage WW-premie

Soms moet de lage WW-premie achteraf alsnog met terugwerkende kracht worden herzien naar een hoge WW-premie. Dit is het geval als een werknemer met een arbeidscontract van minder dan 35 uur per week, in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat. Dit kan gebeuren als een werknemer veel overwerk verricht ten opzichte van de contractsuren.

Let op! Heeft een werknemer een arbeidscontract van 35 uur of meer per week, dan geldt deze herzieningsregeling niet. De lage WW-premie wordt dan dus niet alsnog met terugwerkende kracht een hoge WW-premie als deze werknemer meer dan 30% meer uren verloond krijgt.

Van minder dan 35 uur naar 30 uur of minder

De uurgrens voor welke arbeidscontracten herziening van de lage naar de hoge WW-premie nu nog kan plaatsvinden is minder dan 35 uur per week. In het besluit dat medio mei 2024 in het Staatsblad is gepubliceerd is opgenomen dat deze grens met ingang van 2025 verlaagd wordt naar 30 uur of minder per week.

Dit betekent dat vanaf 2025 herziening alleen nog kan plaatsvinden als een werknemer met een arbeidscontract van 30 uur of minder per week, in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat.

Let op! De verlaging naar 30 uur of minder per week geldt pas vanaf het jaar 2025. In 2024 heb je dus nog te maken met de grens van minder dan 35 uur per week.

Andere reden herziening lage WW-premie

Houd er rekening mee dat er nog andere redenen kunnen zijn om de lage WW-premie alsnog te herzien naar de hoge WW-premie. Dit is bijvoorbeeld het geval als een nieuwe werknemer binnen 2 maanden ontslag neemt of wordt ontslagen.

Door |2024-06-14T15:34:15+02:0014 juni 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minder snel alsnog hoge WW-premie vanaf 2025