• Kosten paramedicus aftrekbaar als zorgkosten?

Kosten paramedicus aftrekbaar als zorgkosten?

Behandeling paramedicus

De medische behandelingen door een paramedicus zijn aftrekbaar als zorgkosten in de aangifte inkomstenbelasting als deze behandelingen plaatsvinden op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

‘Op voorschrift van’ betekent dat er een daadwerkelijke verwijzing door een arts heeft plaatsgevonden.

‘Onder begeleiding’ betekent dat de arts ook actief betrokken is bij de behandeling. Er moet regelmatig contact zijn tussen de arts en de paramedicus. Daarbij is het enkel terugkoppelen van bevindingen door de paramedicus aan de arts onvoldoende.

Wanneer is sprake van een paramedicus?

Aan de Belastingdienst is gevraagd wanneer er sprake is van een paramedicus. Hiervan is volgens de Belastingdienst sprake als de behandeling wordt uitgevoerd op voorschrift van én onder begeleiding van een arts. Het is niet nodig dat de paramedicus BIG-geregistreerd is. Zo kan de behandeling van een chiropractor tot aftrekbare zorgkosten leiden als deze behandeling plaatsvindt op voorschrift én onder begeleiding van een arts.

Zonder verwijzing van een arts

Bepaalde behandelingen door een BIG-geregistreerde paramedicus zijn overigens aftrekbaar zonder dat u daar een voorschrift van een arts voor nodig heeft. Dit geldt voor behandelingen door fysiotherapeuten, diëtisten, ergotherapeuten, logopedisten, oefentherapeuten, orthoptisten, podotherapeuten, mondhygiënisten en huidtherapeuten.

Let op! De Belastingdienst kan u wel om een verklaring van de paramedicus vragen waaruit blijkt dat het om een medische behandeling gaat. In die verklaring moet onder meer zijn opgenomen voor welke aandoening de behandeling plaats heeft gevonden en hoeveel behandelingen het betrof.

Overige voorwaarden

Voor de aftrek zorgkosten in de inkomstenbelasting gelden nog meer voorwaarden. Zo komen de zorgkosten bijvoorbeeld alleen in aftrek als deze meer bedragen dan een bepaalde drempel.

Tip! Neem voor meer informatie over de aftrek in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Door |2026-09-07T17:00:48+02:003 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kosten paramedicus aftrekbaar als zorgkosten?
  • Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord

Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord

Let op! Het coalitieakkoord omvat de plannen van het minderheidskabinet. Deze plannen zijn nog niet in detail uitgewerkt. Daarnaast moet het minderheidskabinet nog onderhandelen met andere partijen in de Tweede en Eerste Kamer om hiervoor een meerderheid te krijgen. Houd er daarom rekening mee dat bepaalde zaken niet doorgaan of alleen in gewijzigde vorm.

Slanke en slagvaardige overheid

De coalitie wil bouwen aan een slanke en slagvaardige overheid, onder meer door een periodieke Vereenvoudigingswet, waarbij gestart wordt met het schrappen en vereenvoudigen van minimaal 500 regels. Andere voornemens zijn onder meer een efficiencytaakstelling, met als doel de apparaatsuitgaven structureel te verminderen.

Ondernemers

De coalitie erkent dat ondernemers cruciaal zijn voor het bereiken van meer economische groei, voor brede welvaart en voor de uitdagingen van de toekomst. De coalitie wil daarom de ondernemer faciliteren en rust, reinheid en regelmaat creëren door onder meer de volgende plannen:

  • Jaarlijks schrappen of vereenvoudigen van 500 regels (verminderen regeldruk).
  • Versnellen van vergunningsverlening voor bedrijven.
  • Behouden en niet versoberen van de expatregeling, de bedrijfsopvolgingsregeling en de doorschuifregeling.
  • WBSO uitbreiden voor ontwikkeling van AI en technologie en vereenvoudigen van de WBSO.
  • Behouden van innovatiebox, verliesverrekening en deelnemingsvrijstelling.
  • Samenvoegen van de EIA, MIA en VAMIL, waar mogelijk tot één robuuste investeringsregeling.
  • Niet verhogen van de vennootschapsbelasting.
  • Rentmeestervennootschap in de wet opnemen als rechtsvorm voor bedrijven en verlagen van administratieve lasten en kosten voor bedrijven die duurzaam willen ondernemen.
  • Oprichten van een Nationale Investeringsinstelling (NII) om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken, onder meer met durfkapitaal voor start- en scale-ups.
  • Kredieten voor het mkb, zoals de BMKB, blijven faciliteren.
  • Zes nieuwe openstellingsrondes SDE++ tot en met 2032, met een jaarlijks openstellingsbudget van € 8 miljard voor de uitrol van duurzame energiebronnen.
  • Budget van € 20 miljard voor de landbouw, natuur en stikstofaanpak, onder meer voor een vrijwillige beëindigingsregeling van veehouderijlocaties, het bieden van incidentele compensatie in zones rondom kwetsbare natuurgebieden en watergebieden, subsidiëring van maatregelen die de stikstofuitstoot van agrarische bedrijven verlagen middels verduurzaming van de bedrijfsvoering en maatregelen met een significante verlaging van stikstof-/ammoniakemissies in de industrie en de mobiliteit.

Let op! Er is ook een aantal plannen die bij bepaalde ondernemers minder goed ontvangen zullen worden, onder meer de verhoging van het btw-tarief voor de levering van sierteeltproducten van 9% naar 21% vanaf 2028 en de invoering van een suikertaks op voorgepakte voedingsmiddelen met een suikergehalte van minimaal 6%.

Zzp’ers

De coalitie wil zzp’ers meer ruimte en duidelijkheid geven om te ondernemen. De plannen hiervoor zijn onder meer:

  • Het conceptwetsvoorstel Vbar wordt gesplitst. Het rechtsvermoeden van werknemerschap uit de Vbar wordt zo spoedig mogelijk ingevoerd. Het andere deel van de Vbar (het verduidelijkingsdeel) wordt vervangen door de Zelfstandigenwet.
  • De behandeling van de Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (BAZ) gaat door.

Werkgevers

De coalitie heeft ook plannen voor werkgevers, onder andere:

  • Het plan om via de werkkostenregeling werknemers te kunnen helpen met het sneller aflossen van hun studieschulden.
  • Om start- en scale-ups te kunnen laten groeien, wordt het makkelijker om medewerkers deels te betalen in aandelen(opties) en worden mogelijkheden uitgebreid om financiële medewerkersparticipaties fiscaal voordelig te verstrekken.
  • Het plan is om een wettelijke stagevergoeding in te voeren.
  • Voor Leven Lang Ontwikkelen (LLO) is in het coalitieakkoord structureel geld beschikbaar gemaakt. Op de korte termijn komt er een nieuwe regeling die gericht ingezet wordt in bijvoorbeeld tekortsectoren en kansrijke beroepen. Voor de langere termijn wordt gewerkt aan een stelsel van individuele leerrechten.
  • De transitievergoeding wordt hervormd, zodat deze echt wordt ingezet voor de transitie van werk naar werk. Werkgevers die voldoende hebben geïnvesteerd in bij- of omscholing en re-integratie uit de Wet poortwachter hoeven straks een lagere tot geen transitievergoeding te betalen. De compensatie van de transitievergoeding voor werkgevers bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid vervalt echter voor alle werkgevers met ingang van 2028.
  • Het maximum pensioengevend loon wordt vanaf 2027 tot en met 2032 bevroren op € 137.800 (= bedrag 2026).
  • Vanaf 2028 wordt de WW-duur maximaal 1 jaar. Vanaf 2030 wordt de uitkeringshoogte van de WW in de eerste twee maanden verhoogd naar 80%, wordt de referte-eis verscherpt naar 42 van de 52 weken gewerkt (de ‘42-van-52-eis’) en gaat de opbouw van WW-rechten naar een halve maand per gewerkt jaar.
  • Vanaf 2029 wordt het maximumdagloon met 20% verlaagd. Dit betekent dat de hoogste inkomens een lagere uitkering krijgen, maar ook dat het maximumpremieloon daalt. Om financiële gevolgen (minder premieontvangst door de overheid) te compenseren komt er een lastenverzwaring, waarover het kabinet nog in overleg gaat met de sociale partners.
  • Het kabinet werkt aan voorstellen om loondoorbetaling bij ziekte meer werkbaar te maken voor werkgevers, met name in het mkb.
  • De Wet loontransparantie wordt ingevoerd, na aanpassingen van onnodige administratieve lasten voor de werkgever.
  • Om de administratieve lasten te beperken, worden (bureaucratische) belemmeringen die nu in de Wet verbetering poortwachter zitten, weggenomen.
  • Het kabinet gaat ongewijzigd door met (bijna) gratis kinderopvang voor werkende ouders.
  • Het kabinet onderzoekt (onorthodoxe) maatregelen om meer uren werken te laten lonen. Onderzocht wordt o.a. het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel.
  • Het verlofstelsel wordt vereenvoudigd, met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ als startpunt.
  • Asielzoekers met een goede kans op een verblijfsvergunning krijgen na drie maanden in de asielprocedure het recht om te werken. Kansarme asielzoekers krijgen dat recht niet.
  • Werkgevers gaan vanaf 2027, net als burgers, een bijdrage voor de veiligheid betalen. Werkgevers gaan deze vrijheidsbijdrage betalen via een verhoging van de Aof-premie (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 1,7 miljard per jaar). Voor burgers vindt inning plaats via een aanpassing van het tarief in de inkomstenbelasting (totale opbrengst € 1,5 miljard in 2027 en vanaf 2028 € 3,4 miljard per jaar).

Bouwen en wonen

Bouwen en wonen staat hoog op de agenda van de coalitie. Een aantal voorgenomen maatregelen:

  • Een rem op bezwaarprocedures door de drempels hiervoor te verhogen, het introduceren van één beroepsgang, vaste uitspraaktermijnen en een beperking van de mogelijkheden om een bouw stil te leggen.
  • Structurele vereenvoudiging van wetten en regels in een jaarlijkse Vereenvoudigingswet door onder meer simpelere regels voor optoppen en splitsen te maken (waar mogelijk vergunningsvrij), makkelijker maken van woningdelen en verhuren van een woning in (studenten)kamers, vergunningsvrij maken van familie- en mantelzorgwoningen op eigen terrein en het wegnemen van belemmeringen voor hospitaverhuur.
  • Anders vormgeven van wet- en regelgeving (onder meer Wet betaalbare huur) en het fiscale klimaat op de huurmarkt. Zo wordt het tarief in de overdrachtsbelasting voor de koop van woningen waar de particuliere koper niet zelf in gaat wonen (zoals een woning voor verhuur of vakantiewoning) per 2027 verlaagd van 8% naar 7%.
  • De fiscale behandeling van de eigen woning blijft ongewijzigd.
  • Een doorstroombank of hypotheekproduct voor ouderen (doorstroomhypotheek).
  • Objectsubsidies voor gedeelde woonvormen voor jongeren en studenten.
  • Toestaan van permanente bewoning van recreatiewoningen.
  • Eenvoudigere procedures voor de verkoop van woningen door woningbouwcorporaties en uitbreiding van de investeringscapaciteit voor deze corporaties via een faciliteit in de Vpb.
    Particulier

Ook voor de particulier bevat het coalitieakkoord plannen. Een greep hieruit:

  • Vanaf 2033 wordt de AOW een-op-een gekoppeld aan de levensverwachting.
  • De aftrek specifieke zorgkosten en de tegemoetkoming specifieke zorgkosten worden per 2028 volledig afgeschaft. Voor chronisch zieken komt, onder voorwaarden, via gemeenten een tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken beschikbaar.
  • De coalitie wil het nieuwe box 3-stelsel op werkelijk rendement doorontwikkelen naar een vermogenswinstsystematiek.
  • De coalitie wil het beleggen van spaargeld in de Nederlandse economie stimuleren door de introductie van een EU-beleggingsrekening en mogelijk een win-winlening. 
  • Voor de zorgtoeslag worden de vermogensgrenzen vanaf 2028 gelijkgesteld aan het heffingsvrij vermogen in box 3.
  • De verlaging van de brandstofaccijns op benzine loopt door tot en met 2027.
  • Er komt onderzoek naar hervorming van de mrb naar oppervlakte of omvang.
  • Het eigen risico in de Zorgverzekeringswet stijgt in 2027 naar verwachting naar € 460. Vanaf 2028 wordt het eigen risico maximaal 150 euro per behandeling in de medisch-specialistische zorg.
  • Er komt een beter onderscheid tussen professionele organisaties en maatschappelijke verenigingen, de aansprakelijkheid van vrijwilligers wordt beperkt, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen wordt aangepast en giften worden fiscaal aantrekkelijk gehouden.
  • Vanaf 2030 krijgen nieuwe aanvragers geen IVA-uitkering meer.

Tip! Hiervoor heeft u een selectie van plannen uit het coalitieakkoord gelezen. Wilt u het hele coalitieakkoord lezen, dan treft u dat hier aan.

Door |2026-09-07T17:00:48+02:002 februari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Aan de slag: een selectie van de plannen uit het coalitieakkoord
  • Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten

Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten

Medicijnen aftrekbaar als zorgkosten

Als een arts medicijnen aan u voorschrijft, kunt u de kosten daarvan als zorgkosten in aanmerking nemen in uw aangifte inkomstenbelasting. Hierbij geldt de voorwaarde dat de kosten van die medicijnen niet al aan u vergoed worden.

Let op! De wettelijke eigen bijdrage voor ziektekosten kunt u nooit als zorgkosten in aanmerking nemen. Dat geldt ook voor het eigen risico van uw zorgverzekering.

Niet geregistreerde medicijnen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of het ook mogelijk is om medicijnen die niet in Nederland en ook niet in de EU geregistreerd zijn als zorgkosten in aanmerking te nemen. Volgens de Belastingdienst is dat onder voorwaarden mogelijk.

Daarbij moet eerst worden vastgesteld dat het gaat om wat in Nederland omschreven wordt als een medicijn. Dat is een middel dat wordt gebruikt om de fysiologische functies bij de mens te herstellen, verbeteren of wijzigen. Het middel mag niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan de behandeling of voorkoming van een ziekte.

Voorschrift arts

Volgens de Belastingdienst is aftrek als zorgkosten vervolgens mogelijk als deze medicijnen zijn voorgeschreven door een in Nederland gevestigde arts.

Formeel kan een in Nederland gevestigde arts een niet geregistreerd medicijn niet voorschrijven. Maar als deze arts kan aangeven dat het medicijn kan leiden tot verbetering van de klinische conditie van de patiënt en bovendien aangeeft hoe het medicijn moet worden gebruikt, wordt dit aangemerkt als een voorschrift. 

Verder is aftrek ook mogelijk als de medicijnen zijn voorgeschreven door een naar Nederlandse maatstaven kwalificerende arts in het buitenland. Uit de rechtspraak volgt dat uitleg over het gebruik van een medicijn door een arts hierbij gelijkgesteld kan worden met een voorschrift van een arts.

Overige voorwaarden

Uiteraard moet ook nog aan de overige algemene voorwaarden die gelden voor aftrek van zorgkosten voldaan worden. Houd er ook rekening mee dat voor de aftrek van specifieke zorgkosten een inkomensafhankelijk drempelbedrag geldt. Alleen als alle zorgkosten die voor aftrek in aanmerking komen in een jaar boven dit drempelbedrag uitkomen, leidt dit tot een aftrekbaar bedrag.

Door |2026-09-07T17:00:49+02:0029 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Niet geregistreerd medicijn aftrekbaar als zorgkosten
  • Kamerverhuurvrijstelling verhoogd naar € 6.633

Kamerverhuurvrijstelling verhoogd naar € 6.633

Kamerverhuurvrijstelling

Voordeel van het gebruik van de kamerverhuurvrijstelling is dat u in box 1 en box 3 geen belasting betaalt over uw huuropbrengsten. Bovendien blijft uw recht op hypotheekrenteaftrek in stand. U moet wel in uw aangifte inkomstenbelasting rekening houden met het gehele eigenwoningforfait voor uw woning.

Wanneer?

U kunt gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • de kamer die u verhuurt is onderdeel van uw eigen woning in box 1, en
  • de kamer vormt geen zelfstandige woning, en
  • u staat gedurende verhuur ingeschreven op het adres van de woning, en
  • uw huurder staat gedurende de verhuur ook op dit adres ingeschreven, en
  • de totale huuropbrengsten mogen in 2026 niet meer bedragen dan € 6.633 (in 2025 was dit bedrag nog € 6.324).

Let op! Onder huuropbrengsten worden alle vergoedingen begrepen die de huurder aan u betaalt en die betrekking hebben op de verhuur.

Box 3

Kunt u de kamerverhuurvrijstelling niet toepassen? Dan verhuist het verhuurde deel van uw woning naar box 3. Of u daarover dan box 3-heffing verschuldigd bent is afhankelijk van uw overige bezittingen en schulden in box 3.

Door |2026-09-07T17:00:50+02:0022 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Kamerverhuurvrijstelling verhoogd naar € 6.633
  • Wijzigingen aftrek dieetkosten en kleding en beddengoed

Wijzigingen aftrek dieetkosten en kleding en beddengoed

Aftrek dieetkosten verhoogd en verlaagd

De extra kosten van een op voorschrift van een arts of diëtist gehouden dieet zijn voor bepaalde ziektebeelden en aandoeningen aftrekbaar voor vaste bedragen. Deze vaste bedragen zijn in 2026 gewijzigd als gevolg van actuele inzichten in diëten en het aanbod van dieetproducten. Voor bepaalde diëten betekent dit een hogere aftrek, voor anderen een lagere aftrek.

Zo stijgt de aftrek voor een energieverrijkt dieet in combinatie met een eiwitverrijkt dieet bij een groot aantal aandoeningen (onder meer groeiachterstand bij kinderen, aids, chronische pancreatis) van € 650 in 2025 naar € 1.050 in 2026. De aftrek voor een glutenvrij dieet bij coeliakie, ziekte van Dühring en glutenintolerantie daalt echter van € 1.200 in 2025 naar € 900 in 2026.

Let op! Er zijn nog veel meer diëten waarvoor aftrek mogelijk is. Kijk voor de aftrekbare bedragen van alle diëten in 2026 hier (Artikel I, B) en voor de aftrekbare bedragen 2025 hier.

Aftrek extra kleding en beddengoed verlaagd

De extra kosten die u, in vergelijking met mensen in vergelijkbare (financiële) omstandigheden, door ziekte of invaliditeit maakt voor (het wassen van) kleding en beddengoed, kunnen als zorgkosten aftrekbaar zijn. De extra kosten moeten dan wel een rechtstreeks gevolg zijn van uw ziekte of invaliditeit die minimaal een jaar duurt of waarschijnlijk minimaal een jaar gaat duren.

Hiervoor gelden vaste bedragen die in 2025 al daalden ten opzichte van 2024, maar in 2026 nog verder dalen. Zo bedroeg het vaste aftrekbare bedrag in 2024 nog € 350, werd dat in 2025 verlaagd naar € 340 en bedraagt dat in 2026 € 330.

Waren uw extra kosten voor kleding en beddengoed in 2024 hoger dan € 700, dan bedroeg de aftrek in dat jaar geen € 350 maar € 875. Ook deze vaste bedragen waren in 2025 lager en zijn vanaf 2026 nog lager. Wel wordt de hogere aftrek eerder bereikt. Waren in 2025 uw extra kosten voor kleding en beddengoed namelijk hoger dan € 680, dan bedroeg de aftrek geen € 340 maar € 850. Zijn in 2026 uw extra kosten voor kleding en beddengoed hoger dan € 660, dan bedraagt de aftrek geen € 330 maar € 825.

Door |2026-09-07T17:00:50+02:0021 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen aftrek dieetkosten en kleding en beddengoed
  • Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog

Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog

Belastingrente

Voor de vennootschapsbelasting (Vpb) en een aantal minder voorkomende belastingsoorten wordt een ander – hoger – percentage belastingrente berekend dan voor de overige belastingen. Het gaat om de volgende percentages aan te betalen belastingrente:

 Periode  Vpb  Overige belastingen
 1-1-2022 t/m. 30-06-2023  8%  4%
 1-7-2023 t/m 31-12-2023  8%  6%
 1-1-2024 t/m 31-12-2024  10%  7,5%
 1-1-2025 t/m 31-12-2025  9%  6,5%
 Vanaf 1-1-2026  7,5%  5%

Bij overige belastingen moet u denken aan bijvoorbeeld de inkomstenbelasting (IB), de loonbelasting (LB) en de omzetbelasting (OB).

Regels belastingrente Vpb buiten toepassing

De Hoge Raad heeft een oordeel uitgesproken over de hoogte van de belastingrente voor de Vpb. 

De Hoge Raad concludeert – kort samengevat – dat de hogere belastingrente voor de Vpb in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel, omdat er geen goede rechtvaardiging is om bij de Vpb een hogere rente te berekenen dan bij de overige belastingen. Het besluit dat de belastingrente voor de Vpb beschrijft, is daarom onverbindend en moet buiten toepassing blijven.

Hoogte belastingrente Vpb

De Hoge Raad oordeelt dat de belastingrente voor de Vpb moet worden vastgesteld op hetzelfde percentage als voor de overige belastingen geldt. Voor het jaar 2026 betekent dit bijvoorbeeld dat de belastingrente voor de Vpb geen 7,5% maar 5% mag bedragen. Voor de percentages van de andere jaren vanaf 2022 wordt verwezen naar de tabel.

Belastingrente overige belastingen onveranderd

In het belang van de vele andere procedures met betrekking tot de belastingrente over overige belastingen, heeft de Hoge Raad daar ook een oordeel over uitgesproken. De Hoge Raad oordeelt – kort samengevat – dat de belastingrente over overige belastingen niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel of het verbod van discriminatie in artikel 1 van de Grondwet en in internationale verdragen, waaronder het Europese Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). De conclusie is dat de belastingrente over de overige belastingen niet aangepast hoeft te worden.

Wat betekent dit voor u?

Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op een aanslag Vpb, dan zal de Belastingdienst aan dit bezwaar tegemoetkomen. De belastingrente zal vervolgens berekend worden aan de hand van de percentages die gelden voor overige belastingen (zie de tabel). 

Als u een definitieve aanslag Vpb heeft ontvangen met dagtekening 5 december 2025 of later, dan zal de belastingrente op deze aanslag zeer vermoedelijk ook worden verminderd. De Belastingdienst zal de komende tijd meer informatie verstrekken over hoe een en ander in gang gezet wordt. Mogelijk moet u in een voorkomend geval nog een verzoek indienen.

Heeft u bezwaar gemaakt tegen de belastingrente op overige belastingen, dan zal de Belastingdienst dit bezwaar afwijzen.

Let op! Heeft u eerder een voorlopige aanslag Vpb mét belastingrente ontvangen, maar is de bezwaartermijn van de definitieve aanslag nog niet verstreken? Verzoek dan binnen de bezwaartermijn van de definitieve aanslag om vermindering van de belastingrente op de voorlopige aanslag. Het is nog niet duidelijk of u daarop ook nog recht heeft als de bezwaartermijn van de definitieve aanslag al is verstreken.

Door |2026-09-07T17:00:50+02:0020 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad: belastingrente vennootschapsbelasting is te hoog
  • Nieuw rekeningnummer Belastingdienst en Dienst Toeslagen

Nieuw rekeningnummer Belastingdienst en Dienst Toeslagen

Informatievoorziening

Na de overstap informeert de Belastingdienst alle klanten via de site en via de berichten die belastingplichtigen ontvangen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het bericht dat u een aanslag moet betalen of een toeslag deels terug moet betalen.

Let op! Tot 1 mei 2026 verandert er niets voor belastingplichtigen.

Houd de site in de gaten

Vanaf half januari 2026 start de Belastingdienst met het verstrekken van nadere informatie over de wisseling van bank. Zorg dat u tijdig op de verandering inspeelt, om vertraging van uw betalingen en boetes te voorkomen. U vindt hier meer informatie.

Door |2026-09-07T17:00:53+02:008 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Nieuw rekeningnummer Belastingdienst en Dienst Toeslagen
  • Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026

Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026

Forfaitaire rendementspercentages

De box 3-heffing is in 2026 nog gebaseerd op inkomen uit uw vermogen gebaseerd op forfaitaire rendementspercentages. Deze (voorlopige) percentages zijn eind 2025 bekendgemaakt:

 Categorie  Forfaitair rendementspercentage
 Bank- en spaartegoeden  1,28% (voorlopig)
 Schulden  2,70% (voorlopig)
 Overige bezittingen  6,00% (definitief)

Let op! De percentages voor bank- en spaartegoeden en voor schulden worden pas begin 2027 definitief vastgesteld. De Belastingdienst houdt in 2026 bij het opleggen van de voorlopige aanslag IB 2026 rekening met de hierboven genoemde voorlopige percentages.

De categorie overige bezittingen omvat alles wat geen bank- of spaartegoed of een schuld is. Daarbij moet u denken aan beleggingen, aandelen, obligaties en vorderingen. Het percentage voor overige bezittingen is wel al definitief en bedraagt 6%.

Lager werkelijk rendement

Als uw werkelijke rendement in 2026 lager is dan het forfaitaire rendement, kunt u ook in 2026 een beroep doen op de tegenbewijsregeling. U betaalt dan geen belasting in box 3 over het forfaitaire rendement, maar over uw werkelijke rendement.

Let op! Houd er wel rekening mee dat het werkelijke rendement berekend moet worden volgens de Wet tegenbewijsregeling box 3. Daarbij tellen bijvoorbeeld ongerealiseerde waardestijgingen van onroerend goed en beleggingen ook mee, ook als u deze nog niet te gelde heeft gemaakt.

Hoger heffingsvrij vermogen

Het heffingsvrije vermogen is in 2026 hoger dan in 2025. Bedroeg dit in 2025 nog € 57.684, in 2026 komt het heffingsvrije vermogen uit op € 59.357. Dit heffingsvrije vermogen geldt per belastingplichtige. Heeft u een fiscale partner, dan bedraagt het heffingsvrije vermogen gezamenlijk het dubbele (€ 118.714 in 2026).

Andere bedragen

Ook andere bedragen in box 3 zijn met ingang van 2026 gewijzigd. Zo is de vrijstelling contant geld verhoogd van € 661 in 2025 naar € 672 in 2026. Dit bedrag geldt per belastingplichtige. Met een fiscale partner bedraagt in 2026 de vrijstelling gezamenlijk het dubbele, namelijk € 1.344.

Heeft u schulden, dan mag u in box 3 alleen rekening houden met deze schulden voor zover ze hoger zijn dan de zogenaamde schuldendrempel. Deze schuldendrempel bedraagt in 2026 net als in 2025 € 3.800 per belastingplichtige en € 7.600 voor fiscale partners gezamenlijk.

Heeft u groene beleggingen? De vrijstelling bedraagt in 2026 € 26.715 (2025: € 26.312). Heeft u een fiscale partner dan bedraagt de vrijstelling € 53.430 voor u gezamenlijk (2025: € 52.624). Houd er rekening mee dat de vrijstelling in 2027 nog maar € 200 (€ 400 voor fiscale partners gezamenlijk) bedraagt en per 2028 wordt afgeschaft.

Tip! U heeft in 2026 en 2027 ook recht op een heffingskorting van 0,1% voor uw groene beleggingen. Deze heffingskorting wordt in 2028 ook afgeschaft.

Tarief

Het tarief in box 3 is in 2026 net als in 2025 36%.

Door |2026-09-07T17:00:53+02:008 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Box 3: percentages, vrijstellingen en bedragen 2026
  • Aftrek deelnemersbijdrage voor vrijwilliger ANBI?

Aftrek deelnemersbijdrage voor vrijwilliger ANBI?

Kosten voorbereiding en organisatie

In een geschetste situatie van de Belastingdienst betaalt een begeleider mee aan de kosten van de voorbereiding en organisatie van een door een ANBI georganiseerd evenement. De begeleider zorgt ervoor dat de andere deelnemers aan het evenement en aan de bijbehorende reis kunnen deelnemen. Op het evenement zelf beschikt de vrijwilliger vrijwel niet over vrije tijd.

Tegenprestatie?

Voor de vraag of de betaalde kosten aftrekbaar zijn als gift, is van belang of er voor de vrijwilliger sprake is van een te ontvangen tegenprestatie van meer dan bijkomstig belang. Dat is niet het geval, nu de vrijwilliger op het evenement nauwelijks over vrije tijd beschikt. Ook moet er sprake zijn van vrijgevigheid. Omdat de vrijwilliger er zelf voor kan kiezen al dan niet als begeleider deel te nemen, is ook daarvan sprake. Daarmee zijn de betaalde kosten aftrekbaar.

Kosten splitsen

De Belastingdienst geeft in het bijzonder aan dat de kosten gesplitst moeten worden in een aftrekbaar en niet aftrekbaar bedrag, als er wél een tegenprestatie van meer dan bijkomstig belang is. Dit zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als de begeleidende vrijwilliger op het evenement wel over veel vrije tijd zou beschikken.

Door |2026-09-07T17:00:54+02:006 januari 2026|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek deelnemersbijdrage voor vrijwilliger ANBI?