Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 13 juli 2026, 20:00 uur.
1. Aanpassingen 12% pseudo-eindheffing fossiele personenauto’s
De staatssecretaris van Financiën heeft aanpassingen aangekondigd voor de 12% pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s van de zaak. Deze eindheffing gaat in op 1 januari 2027.
12% pseudo-eindheffing
Een werkgever die een personenauto aan een werknemer ter beschikking stelt, ofwel een auto van de zaak, moet vanaf 2027 een pseudo-eindheffing aan de Belastingdienst betalen van 12% over de cataloguswaarde van de personenauto, inclusief btw en bpm.
Let op!
Deze heffing geldt ook voor de dga die een fossiele personenauto van de zaak rijdt. Een ondernemer met een eenmanszaak of in een vof zal voor zichzelf niet door de heffing geraakt worden, maar mogelijk krijgt hij wel te maken met de pseudo-eindheffing voor zijn personeel.
Voorwaarden
- voor de pseudo-eindheffing zijn dat de werkgever:
- een personenauto ter beschikking stelt aan een werknemer,
- die de werknemer ook privé mag gebruiken en
- die een CO2-uitstoot heeft groter dan nul.
Let op!
Auto’s die geen personenauto zijn, bijvoorbeeld bestelbusjes, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Datzelfde geldt voor volledig elektrische en waterstof aangedreven personenauto’s.
Uitsluitend zakelijk gebruik?
Ook personenauto’s die uitsluitend zakelijk worden gebruikt, vallen straks niet onder de pseudo-eindheffing. Uitsluitend zakelijk gebruik zal echter niet snel voorkomen, omdat het woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing niet zakelijk, maar privé is.
Al pseudo-eindheffing vanaf één dag!
De pseudo-eindheffing geldt voor de hele kalendermaand, ook als in die kalendermaand maar een of enkele dagen een fossiele personenauto aan een werknemer ter beschikking is gesteld. De pseudo-eindheffing geldt dan dus niet voor die ene of enkele dag(en), maar voor de hele maand!
Aanpassingen
De praktijk heeft overlegd met het Ministerie van Financiën over knelpunten in de pseudo-eindheffing. Voor een aantal hiervan heeft de staatssecretaris aanpassingen aangekondigd:
- Zo geldt bij tijdelijke vervanging van een ‘vaste’ personenauto bij schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel de pseudo-eindheffing straks niet voor de vervangende personenauto. Deze uitzondering geldt maximaal voor een periode van veertien aaneengesloten kalenderdagen.
- Verder komt er een vrijstelling van de pseudo-eindheffing voor de terbeschikkingstelling van een fossiele personenauto voor één periode van maximaal zeven aaneengesloten dagen per kalenderjaar. Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031.
- Tot slot geldt de pseudo-eindheffing straks niet voor lesauto’s.
Let op!
Bij de evaluatie van de pseudo-eindheffing in 2030 zal beoordeeld worden of deze aanpassingen effectief en nog nodig zijn.
Overgangsregeling verlengd naar 1 januari 2031
Personenauto’s die al voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, krijgen niet meteen vanaf 1 januari 2027 te maken met de pseudo-eindheffing. Voor deze personenauto’s geldt een overgangsregeling. Deze zou oorspronkelijk lopen tot 17 september 2030, maar de staatssecretaris heeft aangekondigd deze te willen verlengen naar 1 januari 2031. Pas vanaf die datum kan een werkgever voor die personenauto met de pseudo-eindheffing te maken krijgen.
Geen oplossing voor pseudo-eindheffing bij wisseling werkgever
De pseudo-eindheffing zal er waarschijnlijk voor zorgen dat werkgevers vanaf 2027 de oude fossiele personenauto van nieuwe werknemers niet willen overnemen van de vorige werkgever. Op dat moment eindigt namelijk het overgangsrecht, omdat de personenauto door een andere werkgever (met een ander loonheffingennummer) ter beschikking wordt gesteld.
Het kabinet heeft kennisgenomen van dit punt, maar wil hier geen aanpassingen op doen. Dit betekent dat de werknemer bij wisseling van werkgever waarschijnlijk vaak geconfronteerd zal worden met een afkoopsom van de leaseauto.
Let op!
Het overgangsrecht blijft wel van toepassing als de personenauto gedurende de overgangstermijn aan een andere werknemer ter beschikking wordt gesteld.
Wel een oplossing bij fusies en overnames
De staatssecretaris heeft aangegeven dat bij fusies en overnames, waarbij de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever, wel een uitzondering mogelijk is. Hier is geen wettelijke aanpassing voor nodig, dit kan op grond van doel en strekking van de pseudo-eindheffing. Dit betekent dat als de nieuwe werkgever in de plaats treedt van de oude werkgever bij een fusie of overname, het overgangsrecht van toepassing blijft.
Heffingsrecht in ander land
Tot slot heeft de staatssecretaris nog uitleg gegeven over berekening van de pseudo-eindheffing als het heffingsrecht van een ter beschikking gestelde fossiele personenauto op grond van een belastingverdrag deels is toegewezen aan een ander land. In dat geval mag deze verdeling ook worden toegepast op de pseudo-eindheffing.
2. Sportschool en personal trainer voor dga onbelast?
Kan een bv de kosten van de sportschool en een personal trainer van de dga onbelast vergoeden? Een rechtbank vond in een casus van vóór 2022 dat dit kon. Maar hoe zit dat vanaf 2022, toen de wet op dit punt gewijzigd is?
Gerichte vrijstelling arbovoorziening tot 2022
De casus voor de rechtbank ging over jaren vóór 2022. Een bv betaalde de kosten van de sportschool en een personal trainer voor de dga. De bv vond dat de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen van toepassing was, omdat de bv als werkgever zo zorgdroeg voor de gezondheid van de werknemer(s). De rechtbank was het met de werkgever eens en paste de vrijstelling toe.
Let op!
De bv vergoedde ook de kosten van de partner van de dga. Nu de partner geen werknemer was van de bv, was dat niet mogelijk volgens de rechtbank.
Gebruikelijkheidstoets
De vergoeding van de kosten van de sportschool en de personal trainer was ongebruikelijk volgens de Belastingdienst. Om die reden zou de gerichte vrijstelling niet toegepast kunnen worden. De bewijslast dat iets ongebruikelijk is, ligt bij de Belastingdienst. Die kon het standpunt niet onderbouwen met data. De rechtbank ging daarom niet mee in het standpunt van de Belastingdienst.
Let op!
Dat de rechtbank in deze casus de vergoeding van de sportschool en de personal trainer niet ongebruikelijk vond, wil niet zeggen dat dit in andere casussen ook zo is. De rechtbank deed een uitspraak in deze specifieke casus en heeft niet in zijn algemeenheid geoordeeld dat de vergoeding van de sportschool en een personal trainer gebruikelijk is.
Wat betekent de uitspraak van de rechtbank?
Kan iedere dga de kosten van de sportschool en een personal trainer onbelast door de bv laten vergoeden? Nee, helaas niet.
Allereerst is het nog niet bekend of de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen deze uitspraak. Het zou dus nog kunnen dat een gerechtshof in hoger beroep tot een ander oordeel komt.
Bovendien zijn de regels voor de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen met ingang van 2022 gewijzigd. Om die reden is het nog maar de vraag of de rechtbank voor de jaren vanaf 2022 tot hetzelfde oordeel zou zijn gekomen in deze casus. Het is dus niet zo dat elke dga nu de kosten van de sportschool en de personal trainer onbelast door zijn bv kan laten vergoeden.
Gerichte vrijstelling arbovoorziening vanaf 2022
Tot 2022 gold de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen voor voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien uit het arbobeleid dat de werkgever voert op grond van de
Arbowet. Vanaf 2022 geldt de gerichte vrijstelling alleen nog voor voorzieningen die direct samenhangen met verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowet. Ofwel, de niet-verplichte arbovoorzieningen vallen niet meer onder de gerichte vrijstelling vanaf 2022.
Sportschool en personal trainer vanaf 2022
Het is de vraag of het vergoeden van de kosten van de sportschool en een personal trainer een verplichting van de werkgever is op grond van de Arbowet. Als dat zo is, kan de arbovrijstelling worden toegepast.
De Belastingdienst is in ieder geval van mening dat de arbovrijstelling niet aan de orde is bij voorzieningen die evident gericht zijn op de bevordering van de algemene gezondheid van werknemers. De Belastingdienst zal toepassing van de arbovrijstelling op de vergoeding van de sportschool en personal trainer vanaf 2022 daarom zeer waarschijnlijk afwijzen.
Let op!
De Belastingdienst heeft ook aangegeven dat een voorziening die gericht is op de algemene gezondheid van de werknemer, in een individueel geval toch een verplichte arbovoorziening kan zijn. Hiervoor moet de werknemer in ieder geval een gezondheidsrisico lopen vanwege de arbeid die hij verricht. Er gelden nog meer voorwaarden. Neem hiervoor, en voor de beoordeling van je eigen specifieke situatie, contact op met onze adviseurs.
3. Fiscaal aantrekkelijk obligatieplan voor (sport)vereniging
De Belastingdienst heeft zich uitgesproken over de mogelijkheid voor een vereniging om via obligatieleningen van de leden op een fiscaal aantrekkelijke manier geld aan te trekken. Hoe werkt dit?
Obligatieplan
In de casus die voorgelegd is bij de Belastingdienst wilde een sportvereniging geld ophalen voor de realisatie van een aantal sportfaciliteiten. Het obligatieplan dat daarvoor bedacht was, werkte als volgt:
- Een lid van de vereniging leent via een obligatielening geld uit aan de vereniging.
- Deze obligatielening wordt in een bepaald aantal jaren afgelost door de vereniging.
- Op de obligatielening wordt door de vereniging een zakelijke rente vergoed.
- Het lid maakt met de vereniging een akte van schenking op, waarbij het lid jaarlijks gedurende minimaal vijf jaar een vast bedrag aan de vereniging schenkt.
- De door de vereniging te betalen aflossing en rente op de obligatielening worden verrekend met deze jaarlijkse schenking.
- Het verstrekken van een obligatielening door een lid gaat altijd gepaard met de periodieke schenking zoals hiervoor beschreven.
Let op!
De sportvereniging in deze casus voldeed aan de definitie die geldt voor het aftrekbaar zijn van een periodieke gift aan een vereniging. Een vereniging voldoet hieraan als ze niet aan
de vennootschapsbelasting is onderworpen of daarvan is vrijgesteld. Daarnaast moet de vereniging volledige rechtsbevoegdheid en minimaal 25 leden hebben.
Periodieke gift aftrekbaar?
De vraag aan de Belastingdienst was of de periodieke gift die het lid aan de sportvereniging doet, aftrekbaar is als periodieke gift. De Belastingdienst heeft hierop geantwoord dat sprake is van een aftrekbare periodieke gift als het een reële geldlening betreft met een zakelijk rentepercentage. Uiteraard moet ook aan de overige voorwaarden voor de periodieke giftenaftrek worden voldaan.
Let op!
De overige voorwaarden voor periodieke giftenaftrek zijn opgenomen op de website van de Belastingdienst.
Reële geldlening
Voor een reële geldlening is volgens de Belastingdienst in ieder geval een terugbetalingsverplichting nodig. Verder moet de geldlening voldoende realiteitswaarde hebben. Dit betekent dat:
- het bedrag van de geldlening door het lid daadwerkelijk moet worden overgemaakt naar de vereniging;
- in de overeenkomst de duur van de geldlening is opgenomen;
- de vereniging ook over de vereiste middelen beschikt om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen.
Zakelijke rente
De Belastingdienst geeft aan dat het niet mogelijk is om op voorhand een vast zakelijk rentepercentage te benoemen. Dit is namelijk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Desondanks geeft de Belastingdienst aan dat onder de feiten en omstandigheden zoals hiervoor beschreven, aangesloten kan worden bij de rente op Nederlandse staatsobligaties met een vergelijkbare looptijd, vermeerderd met een beperkte risico-opslag.
Overleg met adviseur
Overweeg je met je vereniging een vergelijkbaar fiscaal aantrekkelijk obligatieplan? Overleg dan met onze adviseurs. De uitspraak van de Belastingdienst betekent namelijk niet dat elk obligatieplan zonder meer aan de voorwaarden voldoet. Zo kan er onder meer discussie ontstaan over de vraag of de vereniging over de vereiste middelen beschikt om aan de terugbetalingsverplichting te voldoen of over de zakelijkheid van het rentepercentage.
4. Standaard betalingsregeling Belastingdienst voor particulieren
Met ingang van 1 juli 2026 hanteert de Belastingdienst in beginsel een standaard betalingsregeling voor particulieren die om uitstel van betaling vragen. Wat houdt dit in?
Betalingsregeling twaalf maanden
De standaardbetalingsregeling heeft een looptijd van maximaal twaalf maanden vanaf het moment dat de Belastingdienst de betalingsregeling toestaat. De particulier moet zijn belastingschuld in gelijke maandelijkse termijnen terugbetalen. De maandelijkse termijn bedraagt minimaal € 20.
Voor welke schulden?
De betalingsregeling geldt in beginsel voor alle belastingaanslagen die de particulier op het moment van het aanvragen heeft openstaan. De volgende aanslagen gaan echter niet mee in de standaard betalingsregeling:
- voorlopige aanslagen inkomstenbelasting van het lopende jaar;
- conserverende aanslagen;
- aanslagen waarvoor al een verzoek om uitstel van betaling i.v.m. bezwaar of beroep in behandeling of toegewezen is.
Wanneer geen standaard betalingsregeling?
Er zijn verschillende redenen voor de Belastingdienst om de standaard betalingsregeling niet te verlenen. Zo staat de Belastingdienst de standaardregeling niet toe als de belastingschulden € 100.000 of hoger zijn of als de particulier nieuw opkomende schulden meer dan incidenteel niet volledig heeft voldaan. Verder zal de Belastingdienst geen standaardregeling toestaan als de nakoming van de betalingsregeling onvoldoende gewaarborgd is.
Let op!
In die gevallen waarin de standaard betalingsregeling niet wordt toegestaan, zal de Belastingdienst het verzoek om een betalingsregeling niet automatisch afwijzen. De Belastingdienst beoordeelt dan eerst nog of de particulier in aanmerking komt voor een niet-standaard betalingsregeling.
Verrekening tijdens betalingsregeling
Heeft de particulier gedurende de betalingsregeling recht op een belastingteruggave? Dan verrekent de Belastingdienst deze met de openstaande belastingschulden.
Tip!
Op verzoek van de particulier kan de Belastingdienst ervoor kiezen om de teruggave niet te verrekenen.
Let op!
De voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting van het lopende jaar wordt in principe niet verrekend.
Hoe aanvragen?
De standaard betalingsregeling kan mondeling, schriftelijk of digitaal worden aangevraagd.
Let op!
De standaard betalingsregeling kan alleen worden aangevraagd door particulieren. Ex-ondernemers worden in dit verband ook als particulier aangemerkt!
Invorderingsrente
Ook een particulier zonder betalingsproblemen kan een beroep doen op de standaard betalingsregeling. Een particulier die liever in termijnen betaalt dan in één keer, kan dit dus regelen. Houd er wel rekening mee dat de Belastingdienst gedurende de betalingsregeling invorderingsrente berekent.
5. Definitief geen teruggaaf box 3 2017-2020 voor niet-bezwaarmakers
De Hoge Raad heeft op 25 juni 2026 uitgesproken dat niet-bezwaarmakers geen recht hebben op rechtsherstel box 3. Het gaat hier om het rechtsherstel voor de jaren 2017 tot en met 2020 van alle op 24 december 2021 (datum van het Kerstarrest) al onherroepelijk vaststaande aanslagen. Voor deze belastingplichtigen, de zogenaamde niet-bezwaarmakers, was de massaalbezwaarplusprocedure (MB+-procedure) ingevoerd. Deze niet-bezwaarmakers kunnen voor die jaren 2017-2020 ook geen beroep doen op het arrest van de Hoge Raad van 6 juni 2024. In dit zogenaamde D-dag-arrest bepaalde de Hoge Raad dat de Herstelwet naar aanleiding van het Kerstarrest ook niet door de beugel kon. Sindsdien wordt rechtsherstel toegepast op basis van het werkelijk rendement volgens de door de Hoge Raad geformuleerde uitgangspunten. Als de MB+-procedure positief was afgelopen, hadden de niet-bezwaarmakers ook hierop een beroep kunnen doen. Dat is nu dus ook definitief van de baan.
6. Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst bij uurtarief tot € 38
De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar). Het rechtsvermoeden houdt in dat het vermoeden van een arbeidsovereenkomst wordt aangenomen voor iedereen die voor een ander arbeid verricht tegen een beloning van minder dan € 38 per uur. Lukt het de opdrachtgever niet om dit rechtsvermoeden te weerleggen? Dan bestaat recht op alle bescherming die het arbeidsrecht biedt, zoals recht op doorbetaling bij vakanties en ontslagbescherming. De wet treedt op een nog nader te bepalen datum in werking; de verwachting is uiterlijk 31 december 2026. Het rechtsvermoeden is van toepassing op elke arbeidsrelatie die bestaat op de dag van inwerkingtreding van de wet en op elke arbeidsrelatie die op die dag of na die dag ingaat.
voorgaande procedure.






