Nieuws zonder blog

  • Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start

Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start

Werkgevers met een omzetverlies van minstens 20% kunnen vanaf 6 mei bij het UWV een aanvraag indienen voor nieuwe NOW-steun. Deze steun heeft betrekking op de maanden april tot en met juni 2021.

Tegemoetkoming NOW
De tegemoetkoming volgens de NOW vergoedt maximaal 85% van de loonkosten bij 100% omzetverlies. Bij minder omzetverlies wordt ook de tegemoetkoming evenredig afgebouwd.

Nieuwe aanvraagperiode
De nieuwe aanvraagperiode vanaf 6 mei loopt tot en met 30 juni. Na de aanvraag krijg je op basis van het geschatte omzetverlies een voorschot van 80%. Dit wordt in drie keer, verspreid over drie maanden, uitbetaald. Het eerste voorschot ontvang je binnen 2 tot 4 weken na de aanvraag.

Definitieve vaststelling
Vanaf 31 januari 2022 start de aanvraagperiode voor de definitieve vaststelling. De definitieve tegemoetkoming wordt op basis van het werkelijke omzetverlies vastgesteld. Heb je te veel NOW ontvangen, dan moet je het te veel ontvangen bedrag terugbetalen.

Daling loonsom
De loonsom mag, net als bij de twee voorgaande tegemoetkomingen, met maximaal 10% dalen ten opzichte van juni 2020 zonder dat dit leidt tot een verlaging van de NOW. Bij een verdergaande daling volgt wel een vermindering.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-04T11:05:17+02:004 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe aanvraagronde NOW 6 mei van start
  • Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid

Als je personeel inhuurt van een derde, kun je aansprakelijk gesteld worden voor de premies en belastingen die deze derde moet afdragen. Daarom is het van belang maatregelen te nemen om deze zogenaamde inlenersaansprakelijkheid te voorkomen, zo bleek onlangs nog voor de rechtbank in Arnhem.

Wat is inlenen?
Je bent inlener als je een personeelslid van een ander inhuurt. Daarbij is van belang dat je de leiding hebt over de betreffende werknemer en ook toezicht houdt. Doe je dit niet, dan is er geen sprake van inlening maar van aanneming van werk en dus ook niet van inlenersaansprakelijkheid.

Waarvoor aansprakelijk?
Als inlener kun je in beginsel aansprakelijk gesteld worden als de uitlener de verschuldigde belastingen en premies niet afdraagt. Het betreft loonbelasting, premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, premies Zorgverzekeringswet en de BTW die de uitlener moet afdragen voor het personeel dat de werkzaamheden voor de inlener verricht.

Risico beperken
Je kunt het risico van aansprakelijkheid beperken door de uitlener te vragen naar een verklaring betalingsgedrag, door zelf een goede administratie bij te houden en door de verschuldigde belastingen en premies te storten op een geblokkeerde rekening (G-rekening).

Disculpatiemogelijkheid
Als je kunt aantonen dat het niet afdragen van belastingen en premies door de uitlener niet jouw schuld is, kan de aansprakelijkheid beperkt worden of vervallen. De bewijslast hiervoor ligt bij jou. De inlener in bovenstaande zaak beriep zich op deze zogenaamde disculpatiemogelijkheid, maar tevergeefs. Uit de feiten bleek namelijk onder meer dat de inlener niet had geïnformeerd naar een G-rekening en evenmin om een verklaring inzake betalingsgedrag had gevraagd, terwijl hij zich wel van de risico’s bewust was. De aansprakelijkheid voor zo’n €150.000 bleef dan ook in stand.

Let op! Leen je in van een uitlener die is opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid, dan bent je gevrijwaard voor het volledige bedrag van de aansprakelijkheid als je aan een aantal voorwaarden voldoet.

Tip! Je kunt het register raadplegen op www.normeringarbeid.nl.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-03T10:46:27+02:003 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Personeel inhuren? Voorkom inlenersaansprakelijkheid
  • Geen aanpassing NOW voor amateursport

Geen aanpassing NOW voor amateursport

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt niet aangepast voor amateursportclubs. Dit antwoordt minister Koolmees (SZW) op Kamervragen. Amateursportclubs kunnen voor hun loonkosten wel een tegemoetkoming krijgen via de TASO (Tegemoetkoming Amateur Sport Organisaties).

NOW
De NOW vergoed momenteel tot 85% van de loonkosten bij een minimaal omzetverlies van 20%. Voor de NOW, geldend voor de periode van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021, gebruikt het UWV de loonkosten van juni 2020 als vergelijkingsmaand. Voor veel amateursportverenigingen valt dit ongunstig uit, omdat in die maand de loonkosten vaak laag waren.

Aanpassen onmogelijk
Volgens de minister is aanpassing van de NOW op dit punt te complex en daarom onmogelijk. Hij wijst erop dat amateurclubs die hun loonkosten niet op andere wijze vergoed krijgen, een beroep op de TASO kunnen doen.

TASO
De TASO is bedoeld voor amateursportclubs die minstens 10% omzetverlies hebben gehad in het vierde kwartaal van 2020 en minstens €1.500 financiële schade hebben geleden. Deze regeling is een vervolg op de TASO-regeling die gold voor het tweede en derde kwartaal van 2020.

Hoeveel TASO kun je krijgen?
De hoogte van de TASO is afhankelijk van de geleden financiële schade met betrekking tot de doorlopende lasten van de sportaccommodatie, de personeelskosten, de bondsafdrachten en het kantineresultaat.

TASO minder dan NOW
De TASO dekt slechts een deel van het verlies en valt voor wat betreft de vergoeding van de loonkosten een stuk lager uit dan de NOW. Zo geldt bijvoorbeeld bij een schade van €19.001 tot €23.000 een vergoeding via de TASO van €9.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-30T12:31:14+02:0030 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Geen aanpassing NOW voor amateursport
  • Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

Belastingdienst zet beslag op loon deels stil

De Belastingdienst stopt het beslag op loon of uitkering vanaf april deels. Dat komt omdat de Belastingdienst nog geen rekening heeft gehouden met de wijziging van de beslagvrije voet. Met de beslagvrije voet wordt het minimumbedrag bedoeld dat na beslag op het loon overblijft om in de basiskosten van het levensonderhoud te voorzien.

Beslag op loon of uitkering
Bij personen met een belastingschuld kan de Belastingdienst beslag leggen op loon, uitkering of vermogen.

Nieuwe beslagvrije voet
De nieuwe beslagvrije voet geldt alleen voor beslagen die op 1 januari van dit jaar al meer dan een jaar lopen. Om technische redenen heeft de Belastingdienst deze nieuwe berekening nog niet kunnen maken en is er wellicht te veel of te weinig loon of uitkering ingehouden in januari, februari of maart van dit jaar.

Let op! In die gevallen stopt het beslag op loon en uitkering waarvan de beslagvrije voet niet op tijd is berekend, ook als de belastingschuld nog niet is afbetaald. Werkgever of uitkeringsinstantie ontvangt hierover dan een brief.

Opnieuw berekenen
De Belastingdienst gaat eerst de nieuwe beslagvrije voet berekenen. Pas daarna wordt een beslag op loon of uitkering indien mogelijk hervat. Is er in januari t/m maart te veel beslag gelegd, dan ontvangt je dit automatisch terug.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-29T11:05:14+02:0029 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst zet beslag op loon deels stil
  • Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?

Als aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking worden gesteld, geldt in beginsel ook voor meerdere auto’s de bekende bijtelling. Er zijn echter een paar uitzonderingen. Als dit het geval is, geldt voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling.

Bijtelling
Werknemers met een auto van de zaak krijgen vanwege het privégebruik van de auto met een bijtelling op het inkomen te maken. Die bedraagt voor nieuwe auto’s in 2021 standaard 22%, voor elektrische auto’s is dit 12% tot een cataloguswaarde van €40.000. Over het meerdere is de bijtelling ook 22%.

Meerdere auto’s
Staan aan een werknemer meerdere auto’s ter beschikking, dan geldt in beginsel de bijtelling voor iedere auto. Dit is anders als de werknemer alleenstaand is of als er in zijn gezin maar één persoon een rijbewijs heeft.

Hoogste bijtelling
De Belastingdienst heeft eerder bekendgemaakt dat als er meerdere auto’s ter beschikking staan en er niet voor iedere auto bijgeteld hoeft te worden, voortaan de bijtelling voor de auto of auto’s met de hoogste bijtelling geldt. Tot 1 januari 2021 was dat voor de auto met de hoogste cataloguswaarde.

Waar zit het verschil?
Het verschil kan onder andere optreden in situaties waarin ook een elektrische auto ter beschikking staat. Die heeft dan wellicht een hogere cataloguswaarde, maar niet automatisch de hoogste bijtelling omdat deze voor elektrische auto’s lager is.

Let op! De wijziging kan ook effect hebben voor auto’s die vóór 2017 vanwege een verminderde CO2-uitstoot nog recht hebben op een lagere bijtelling of nog te maken hebben met de hogere bijtelling van 25%.

Wat scheelt dat nu?
Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000.

Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000.

Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. De wijziging kost dan €8.800 -/- €7.000 = €1.800 meer aan bijtelling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-28T10:56:32+02:0028 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Meerdere auto’s, hoogste bijtelling?
  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding
  • Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Zonder inschrijving KvK geen TOZO

Als je niet als ondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel heb je geen recht op de TOZO, aldus de rechtbank in Amsterdam. Er bestaat ook geen mogelijkheid om dan via een hardheidsclausule toch voor de TOZO in aanmerking te komen.

TOZO
De Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) is een tegemoetkoming voor ondernemers die financieel getroffen worden door de maatregelen inzake het Coronavirus. De TOZO bestaat uit de mogelijkheid tot een uitkering voor levensonderhoud en voor een lening voor bedrijfskapitaal.

Voorwaarden luisteren nauw
In een zaak die onlangs gevoerd werd voor de rechtbank in Amsterdam, bleek dat de voorwaarden voor de TOZO nauw luisteren. Een ondernemer werkte als match-agent voor de internationale voetbalbond FIFA. Hiervoor is een licentie van de FIFA-vereist, maar geen inschrijving bij de Kamer van Koophandel.

Inschrijving vereist voor TOZO
De inschrijving bij de Kamer van Koophandel is echter wel vereist voor het aanvragen van de TOZO. Alleen ondernemers die vóór 17 maart 2020 bij de Kamer van Koophandel stonden ingeschreven, komen voor de TOZO in aanmerking. Volgens de rechtbank kan van deze eis niet worden afgeweken.

Voorschot terugbetalen
De TOZO wordt door gemeentes in eerste instantie verstrekt als voorschot. Voor deze ondernemer betekende de beslissing van de rechtbank dat hij de verstrekte voorschotten moest terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-23T10:14:52+02:0023 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Zonder inschrijving KvK geen TOZO
  • Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?

Ouders die na een echtscheiding de zorg voor een of meer kinderen jonger dan 12 jaar verdelen en daarnaast werken, kunnen beiden recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK).

Er wordt dan al snel gesproken over co-ouderschap. De zorg voor het kind of de kinderen moet dan min of meer gelijkelijk tussen beide ouders worden verdeeld. Als dat onvoldoende gebeurt, is er in fiscale zin geen sprake van co-ouderschap en mist een van beide ouders mogelijk de IACK.

IACK
De IACK bedraagt dit jaar in beginsel 11,45% van het arbeidsinkomen boven €5.153, met een maximum van €2.815. Je moet wel ten minste €5.153 verdienen of, wanneer je ondernemer bent, recht hebben op de zelfstandigenaftrek.

Voorwaarden IACK
Verder gelden voor de IACK in 2021 de volgende voorwaarden:

  • je hebt een kind dat geboren is ná 31 december 2008 en in 2021 minstens 6 maanden is ingeschreven op jouw woonadres. Ben je co-ouder, dan mag het kind ook zijn ingeschreven op het adres van je ex;
  • je hebt geen fiscale partner of je hebt minder dan 6 maanden een fiscale partner. Of je hebt langer dan 6 maanden een fiscale partner én je verdient minder dan je fiscale partner.

Wanneer ben je co-ouder?
Je bent in 2021 co-ouder als het kind in een herhalend ritme in totaal minimaal 156 dagen per kalenderjaar bij elke ouder is. Ook dagdelen tellen hier mee. Dit komt bijvoorbeeld neer op drie dagen per week.

Verdeling zorg
Over de verdeling van de zorg is nogal wat te doen geweest, met verschillende rechterlijke uitspraken. Zo gold tot voor kort nog dat het kind minstens drie dagen per week bij een ouder moest verblijven om aan de voorwaarden te voldoen. Die eis is nu versoepeld doordat het aantal dagen op jaarbasis wordt beoordeeld, mits er sprake is van een zekere regelmaat.

Niet alleen overdag
Eerder kwam een zaak voor de Hoge Raad waarin opnieuw de verdeling van de zorgplicht tussen ouders aan de orde kwam. De ouders in deze zaak hadden een kind van één jaar dat een aantal dagen per week van ’s ochtends 7.30 uur tot ’s avonds 19.30 uur bij de moeder verbleef. Deze merkte dit verblijf aan als één dag, maar de Hoge Raad ging hier niet in mee. De Hoge Raad besliste dat één dag moet worden opgevat als 24 uur. Omdat momenteel de eis gesteld wordt dat een kind minstens 156 dagen per jaar bij een ouder verblijft, is het arrest ook nu nog van belang.

Dagdeel
Op de site van de Belastingdienst wordt aangegeven dat ook dagdelen meetellen. Of de rechter deze uitleg onderschrijft, is nog onzeker.

Tip! Wil je op zeker spelen, spreek dan een schema af waarbij je je kind(eren) per jaar ten minste 156 hele dagen van 24 uur verzorgt, in een herhalend ritme.

Tip! Heb je twee of meer jonge kinderen met je ex-partner? Door bij ieder (minstens) één kind in te schrijven, voldoe je beiden automatisch aan de voorwaarden zolang het betreffende kind jonger is dan 12 jaar. Je hoeft dan niet te voldoen aan de ingewikkelde regels van co-ouderschap.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-22T11:51:34+02:0022 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder belasting betalen bij zorg kind na echtscheiding?
  • Verblijfkosten eigen rijders verhoogd

Verblijfkosten eigen rijders verhoogd

Ondernemers in de transportsector die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten aftrekken. Het bedrag is voor 2021 met één euro verhoogd ten opzichte van vorig jaar en bedraagt €39,50 per dag.

De regeling geldt alleen voor ondernemers bij wie de winst in de inkomstenbelasting belast wordt.

Voorwaarden
De vaste aftrek geldt onder de volgende voorwaarden:

  • de rit moet langer duren dan 24 uur;
  • de verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand;
  • de regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar;
  • het aantal gereden dagen moet aangetoond kunnen worden, bijvoorbeeld met tachograafschijven;
  • de vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.

Let op! Je mag ieder jaar opnieuw beslissen of je de regeling gebruikt. Als je gebruikmaakt van de regeling, hoef je de kosten niet aan te tonen.

Ritten korter dan 24 uur
De regeling geldt ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer, ook als deze korter duren dan 24 uur. Hierbij gelden de volgende twee voorwaarden:

  • deze ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft;
  • het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Tip! Je hoeft de regeling niet toe te passen als de kosten hoger zijn. In dat geval moet je ze wel kunnen aantonen. Bewaar dan met name de facturen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-20T11:02:28+02:0020 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Verblijfkosten eigen rijders verhoogd
  • Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Als medicus functioneer je vaak volledig zelfstandig. Toch is dit alleen onvoldoende om ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig, aldus de rechtbank in Groningen.

Ondernemersfaciliteiten
Ook medici presenteren zich fiscaal vaak graag als zelfstandig ondernemer vanwege de hiervoor geldende fiscale faciliteiten. Met name de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek leveren een behoorlijke vermindering van de belastingdruk op.

Ondernemer ja of nee?
Voor medici die niet in loondienst zijn, is het vaak de vraag of de verrichte werkzaamheden al dan niet kwalificeren als winst uit onderneming. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een scala aan factoren. Met name is van belang of er voldoende ondernemersrisico gelopen wordt en hoeveel opdrachtgevers er zijn.

Nevenwerkzaamheden onvoldoende
In bovengenoemde zaak was een kaakchirurge in dienstbetrekking bij een ziekenhuis. Daarnaast verrichtte zij voor eigen rekening invalwerkzaamheden bij een aantal andere ziekenhuizen. Hiervoor presenteerde zij zich fiscaal als ondernemer, maar de fiscus en ook de rechter gingen hier niet in mee. De werkzaamheden en winst, variërend van €8.415 tot €16.924, waren hiervoor onvoldoende.

Resultaat uit werkzaamheid
Zo bleek dat de kaakchirurge slechts aan nieuwe opdrachten kwam door in het medische circuit aan te geven dat ze in de markt was voor praktijkwaarnemingen. De rechter achtte dit onvoldoende en besliste dat de neveninkomsten belast dienden te worden als ‘resultaat uit werkzaamheid’. In dat geval zijn de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.

Totaalplaatje
De uitspraak maakt duidelijk dat de rechter bij twijfel kijkt naar het totaalplaatje. Ondernemersrisico, waaronder het debiteurenrisico, de omvang van de inkomsten, het aantal opdrachtgevers, het totaal aan investeringen en het beperkte streven naar continuïteit leidden in deze zaak tot de conclusie dat er van een onderneming geen sprake was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-19T09:17:22+02:0019 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?