Nieuws zonder blog

  • Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder BTW berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?
Of BTW berekend moet worden hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen BTW in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken
Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen btw te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:

  • toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. NV, BV, (bedrijfstak)pensioenfonds);
  • toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met NV of BV (o.a. stichting en vereniging);
  • bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
  • toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op! In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht
Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum BTW is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Tip! Een organisatie met (deels) BTW-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de BTW die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte BTW berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen BTW bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-27T09:16:29+02:0027 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

  • Nieuwe meetmethode BPM niet strijdig met Europees recht

Nieuwe meetmethode BPM niet strijdig met Europees recht

De Nederlandse BPM op motoren en personenauto’s is gebaseerd op de CO2-uitstoot. De meetmethode hiervoor is in 2017 gewijzigd. Deze wijziging is niet in strijd geweest met het Europees recht, zo oordeelde eerder rechtbank Gelderland.

Zelfde auto, meer BPM
In deze zaak ging het om twee auto’s die identiek waren aan een andere auto maar waarvoor toch een hogere aanslag BPM volgde. Volgens de importeur is dit in strijd met Europees recht, maar de rechter ging hier niet in mee.

Overgangsfase
De wijziging van de meetmethode voor de CO2-uitstoot ging gepaard met een overgangsfase. Tijdens deze overgangsfase werd de CO2-uitstoot op basis van de nieuwe meetmethode (WLTP-methode) teruggerekend naar de uitstoot volgens de oude methode (NEDC-methode).

Hogere CO2-waarde
Uit de feiten bleek dat deze terugrekening in dit geval leidde tot een hogere CO2-waarde. Dit kon in bepaalde gevallen tot een hogere BPM leiden. Dit vanwege het feit dat voor de restvoorraad auto’s de BPM nog volgens de oude NEDC-methode mocht worden bepaald.

Geen ongelijkheid
Volgens de rechtbank leidde dit tussen auto’s binnen en buiten Nederland niet tot verschillen en dus ook niet tot ongelijkheid. De consument kan namelijk ook elders in Europa een auto aanschaffen die uit de restantvoorraad afkomstig is en betaalt dan bij import dezelfde BPM. De naheffingsaanslag BPM bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-27T09:02:56+02:0027 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe meetmethode BPM niet strijdig met Europees recht

  • SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’

SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’

Vóór Corona stond het MKB er goed voor en ondanks de crisis is dat in de basis nog steeds het geval. De steunmaatregelen van de overheid hebben effect gehad en een grote groep bedrijven heeft het goed gedaan. Tegelijkertijd staat bij veel andere ondernemers het water aan de lippen.

Gemiddeld steeg de omzet in 2020 met 0,6 procent, versus +6 procent een jaar eerder. De winstgroei kwam uit op ruim 9 procent, tegenover ruim 14 procent in het voorgaande jaar. De winstgroei van ruim 9 procent is wel het laagste percentage in jaren. In de afgelopen vijf jaar nam de winst elk jaar tussen de 14 en 30 procent toe (zie de grafiek). Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Grafiek NederlandPerspectief en investeringskracht
De impact van Corona is enorm, maar ook de onderlinge verschillen zijn groot: er zijn bedrijven die een prima jaar hebben gehad of snel kunnen herstellen als de economie aantrekt, maar er zijn ook ondernemers die hun omzet volledig of grotendeels hebben zien wegvallen. Om het MKB als groeimotor van de Nederlandse economie van voldoende brandstof te voorzien, pleiten SRA-bestuurslid Harry Marissen en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, voor perspectief en rust voor de ondernemer en aandacht voor het individuele verhaal.

Marissen: “Nu het einde van de crisis in zicht komt, is voorzichtig optimisme op zijn plaats. Mits de steunmaatregelen niet te snel worden afgebouwd, er maatwerk komt voor ondernemers die onevenredig gedupeerd zijn, er een ruimere regeling komt voor het terugbetalen van belastingschulden én de overheid investeert in een goed financierings- en investeringsklimaat.”

Vonhof beaamt dat: “Ondernemers hebben adempauze nodig, zonder lastenverzwaringen, en een goed herstelplan dat hen in staat stelt er weer bovenop te komen en vervolgens weer te investeren en groeien. Op macroniveau kunnen de cijfers er best goed uitzien, maar je moet blijven kijken naar het verhaal op microniveau.”

Omzetontwikkeling over 2020
De omzet is in 2020 met 0,6 procent gestegen. De Coronacrisis heeft duidelijk effect gehad, want in de voorgaande jaren kwam de groei telkens uit tussen de 4 en 10 procent. De verschillen tussen en binnen branches zijn groot. De omzet steeg het sterkst in de detailhandel (+10 procent) en de zorg (+6 procent) en daalde het sterkst in de horeca (-22 procent) en de automotive (-5 procent).

Ondernemers in Groningen, Friesland en Drenthe presteerden in 2020 beter dan de rest van het land. Hier wist 58,7 procent van de MKB-bedrijven de omzet gelijk te houden of op te schroeven.

Uit de SRA-verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral de kleinere MKB-bedrijven (tot 1 miljoen euro) de omzet vorig jaar zagen stabiliseren of groeien (bijna 60 procent). Van de grote bedrijven (> 10 miljoen) wist bijna de helft de omzet gelijk te houden of te verhogen.

Winstontwikkeling over 2020
De winst is in 2020 met ruim 9 procent toegenomen. Dit is minder sterk dan in de voorgaande jaren, maar gezien de relatief stabiele omzet opvallend positief. Dit komt door het effect van de steunmaatregelen en de afname van de personeelskosten (deels als gevolg van de boeking van de NOW op deze post). Gemiddeld gaat 25 procent van de omzet op aan personeelskosten, dus een daling heeft een groot effect op de winst.

De verschillen in winstontwikkeling waren groot. In de horeca daalde de winst met ruim 30 procent, maar in de detailhandel kwam per saldo een stijging van 42 procent uit de bus. Op regioniveau was het beeld het positiefst in Groningen, Friesland en Drenthe. In deze provincies zag bijna 56 procent van de bedrijven de winst gelijk blijven of stijgen.

Uit de verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral bedrijven met een omzet van 10 miljoen euro of meer de winst vorig jaar hebben zien stabiliseren of groeien (bijna 56 procent).

Kredietwaardigheid op recordhoogte
Uit berekeningen van SRA-BiZ komt naar voren dat gemiddeld 83,2 procent van het MKB vorig jaar een PD-rating van onder de 1 procent liet zien; dit is opnieuw een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. Hierbij moeten we wel opmerken dat de steunmaatregelen van de overheid het beeld vertekenen en dat de verschillen binnen de branches groot zijn. Per saldo kunnen we echter constateren dat bedrijven die aan het begin van de crisis een PD-rating tussen 1 en 3 procent hadden, wat sneller boven de 3 procent zijn uitgekomen. Dit bevestigt het vermoeden dat hoe sterker bedrijven de crisis zijn ingegaan, hoe groter hun overlevingskans is.

De logistiek, de industrie, de bouw, de medische zorg, specialistische zakelijke dienstverleners en de detailhandel laten de sterkste verbetering zien. In de horeca nam de kredietwaardigheid af.

Over het onderzoek
Het SRA-Rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’ bevat de belangrijkste financiële kengetallen van het Nederlandse MKB. Het is gebaseerd op een grootschalige cijferanalyse van 360.000 jaarrekeningen uit de SRA-Benchmarkdatabase, genaamd Branche in Zicht (BiZ). De cijfers zijn rechtstreeks afkomstig van de jaarrekeningen van SRA-accountantskantoren die samen 55% van het MKB bedienen. De betrouwbaarheid is gegarandeerd, omdat de data volledig automatisch en anoniem worden verzameld vanuit de software. De massa, validiteit en actualiteit van deze data zijn uniek. Het rapport is ook gebaseerd op de MKB-branchescan, een online tool die jaarlijks het sentiment onder MKB-ondernemers meet.

Voor de speerbranches automotive, bouw, detailhandel, horeca, industrie, logistiek, medische zorg en specialistische zakelijke dienstverlening vind je in dit rapport:

  • de financiële prestaties van ondernemers over 2020 (omzet, kosten, winst)
  • de vermogenspositie per branche: eigen vermogen en schulden
  • de kredietwaardigheid per branche
  • de visie van branche-experts

SRA-Rapport Branches in Zicht

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-26T14:43:06+02:0026 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2021, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’

  • Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

Door Corona hebben veel ondernemers een sterke inkomensdaling gehad. Is dat bij jou ook het geval? Dan is er de middelingsregeling. Dat is een regeling voor belastingplichtigen met een wisselend inkomen en kan daarom interessant zijn in deze tijden van wisselende inkomsten door Corona.

Middelingsregeling
De middelingsregeling is een regeling in de inkomstenbelasting waarbij belasting wordt betaald over een gemiddeld inkomen in plaats van het daadwerkelijke inkomen. Dat gemiddelde wordt berekend over een periode van drie aaneengesloten jaren. Omdat het gemiddelde inkomen bij sterk wisselende jaarlijkse inkomens lager ligt resulteert dat in een lager bedrag aan te betalen inkomstenbelasting.

Hoe werkt middeling?
Is het te betalen bedrag over het gemiddelde over een periode van drie aaneengesloten jaren lager dan het bedrag dat daadwerkelijk over die drie jaren is betaald? Dan bestaat recht op teruggave van het teveel betaalde bedrag. Daarbij geldt wel een drempelbedrag van €545 (2021).

Let op! Het recht op teruggave geldt dus alleen voor het bedrag dat uitkomt boven de drempel.

Zelf aanvragen
De Belastingdienst past de middelingsregeling niet zelf toe. Een belastingplichtige moet zelf met een formulier verzoeken om toepassing van de regeling. Een verzoek om middeling moet binnen 36 maanden worden ingediend na afloop van de bezwaartermijn van de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het laatste belastingjaar.

Tip! De middelingsregeling heeft geen invloed op ontvangen toeslagen in de opgegeven jaren voor middeling.

Corona
Het jaar 2020 is het jaar dat veel ondernemers voor het eerst door Corona een sterke inkomensdaling hebben gehad. Het is aan te raden om eerst goed na te gaan welke periode van drie aaneengesloten jaren het meest optimaal is voor toepassing van de middelingsregeling.

Let op! De middelingsregeling mag vaker worden aangevraagd maar elk jaar mag maar één keer voor middeling worden gebruikt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-26T09:52:35+02:0026 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sterke inkomensdaling door Corona? Gebruik de middelingsregeling

  • Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

Volgens de Wet verbetering poortwachter moet je als werkgever je best doen om zieke werknemers zo snel mogelijk weer aan het werk te helpen. Corona kan hieraan soms in de weg staan en is dan een ‘deugdelijke’ reden dat je niet aan deze verplichting kunt voldoen.

Wet verbetering poortwachter
De Wet verbetering poortwachter is bedoeld om het aantal langdurig zieke werknemers terug te dringen. De wet kent diverse verplichtingen voor werkgever en werknemer. Zo moet bijvoorbeeld na zes weken ziekte door de arbodienst of bedrijfsarts een probleemanalyse worden gemaakt. Hierin staat waarom de werknemer niet meer kan werken, wat zijn mogelijkheden tot herstel zijn en wanneer hij weer aan het werk denkt te gaan.

Corona verhindert re-integratie
In bepaalde gevallen kan Corona in de weg staan bij de re-integratieverplichtingen. Het UWV kan de verplichtingen dan versoepelen als je een ‘deugdelijke grond’ kunt aanvoeren.

Deugdelijke gronden
Het UWV kent drie deugdelijke gronden. Dit is ten eerste de verplichte sluiting van het bedrijf vanwege Corona. Ook de bedrijfssluiting na herplaatsing bij de nieuwe werkgever of onvoldoende digitale vaardigheden voor begeleiding op afstand is een deugdelijke grond, evenals het niet kunnen bieden van passend werk, bijvoorbeeld als gevolg van Coronamaatregelen.

Let op! Het niet kunnen beschermen tegen Coronabesmetting of het niet kunnen doorbetalen van het loon, zijn geen deugdelijke gronden.

Re-integratieverslag
Je bent ook wettelijk verplicht om na twintig maanden ziekte een re-integratieverslag op te (laten) stellen. Vanwege dringende redenen is echter uitstel mogelijk. Dit kunnen ook redenen zijn die samenhangen met Corona. Je dient dan contact op te nemen met het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-25T11:43:44+02:0025 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona soms reden voor versoepeling re-integratieverplichting

  • TVL Q2 verruimd: kiezen tussen twee kwartalen voor bepalen omzetverlies

TVL Q2 verruimd: kiezen tussen twee kwartalen voor bepalen omzetverlies

De referteperiode voor de TVL (Tegemoetkoming Vaste Lasten) voor het tweede kwartaal van dit jaar, van april t/m juni 2021 dus, kent een verruiming. Ondernemers mogen zelf kiezen of ze het omzetverlies vergelijken met het tweede kwartaal van 2019 of met het derde kwartaal van 2020.

Omzetverlies minstens 30%
De keuze kan een belangrijk verschil maken, omdat ondernemers alleen in aanmerking komen voor de TVL bij een omzetverlies van minstens 30%. Ondernemers bij wie het omzetverlies in het tweede kwartaal van 2019 te gering was, kunnen hiermee dus geholpen zijn.

Let op! De extra keuzemogelijkheid heeft wel een keerzijde. Door de extra uitvoeringswerkzaamheden kan de tegemoetkoming waarschijnlijk pas in de tweede helft van juni worden aangevraagd.

TVL
De TVL is een tegemoetkoming voor de vaste lasten van een onderneming die minstens 30% omzetverlies heeft als gevolg van de Coronacrisis. De tegemoetkoming bedraagt in het tweede kwartaal van 2021 100% van de vaste lasten. In het eerste kwartaal van 2021 was dit nog 85%.

Branchecijfers bepalend
De vaste lasten worden overigens bepaald aan de hand van branchecijfers. Daarom kan een onderneming meer of minder vergoeding krijgen dan op basis van de werkelijke vaste lasten.

Opslag detailhandel en reissector vervalt
De extra opslag voor bedrijven in de detailhandel en voor de reisbranche komt in de TVL voor het tweede kwartaal van 2021 te vervallen. De opslag voor de land- en tuinbouwsector van 21% blijft in het tweede kwartaal van 2021 wel bestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-25T10:53:12+02:0025 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

TVL Q2 verruimd: kiezen tussen twee kwartalen voor bepalen omzetverlies

  • Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

De Belastingdienst meldde eerder dat de bijtelling voor werknemers met meerdere auto’s van de zaak met ingang van dit jaar wordt gewijzigd. Inmiddels is bekendgemaakt dat vanwege ‘diverse praktijkvragen’ de wijziging met een jaar is opgeschort. Deze wordt nu per 2022 van kracht.

Meerdere auto’s ter beschikking
Werknemers die de beschikking hebben over meerdere auto’s, moeten in beginsel voor iedere auto de bekende bijtelling toepassen.

Hoogste cataloguswaarde
Er zijn echter uitzonderingen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om een alleenstaande werknemer of wanneer men in het gezin van de werknemer maar over één rijbewijs beschikt. Staan meerdere auto’s ter beschikking en hoeft niet voor iedere auto de bijtelling te worden toegepast, dan moet men nu uitgaan van de auto of auto’s met de hoogste cataloguswaarde. Vanaf 2022 wordt dit dus anders.

Hoogste bijtelling
Vanaf 2022 dient men uit te gaan van de auto of auto’s met de hoogste bijtelling. Dat hoeft dus niet een auto te zijn met de hoogste cataloguswaarde. Bijvoorbeeld wanneer een auto elektrisch is en de andere niet.

Stel dat een werknemer de beschikking heeft over twee auto’s, een elektrische met een cataloguswaarde van €50.000 en een niet-elektrische met een cataloguswaarde van €40.000. Als de auto’s dit jaar voor het eerst op kenteken zijn gezet, bedraagt de bijtelling voor de elektrische auto €40.000 x 12% + €10.000 x 22% = €4.800 + €2.200 = €7.000. Voor de niet-elektrische auto bedraagt de bijtelling €40.000 x 22% = €8.800. Dit jaar moet men dus nog uitgaan van €7.000. De elektrische auto heeft immers de hoogste cataloguswaarde. Vanaf volgend jaar wordt de bijtelling €8.800, de hoogste bijtelling van de twee.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-21T09:31:53+02:0021 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijziging bijtelling meerdere auto’s pas vanaf 2022

  • Ook vergoeding voor zelf betaalde kinderopvang

Ook vergoeding voor zelf betaalde kinderopvang

Ouders die geen kinderopvangtoeslag krijgen en de opvang van hun kinderen dus zelf betalen, kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de kosten tijdens sluiting van de opvang vanwege Corona. De ouders kunnen de vergoeding vanaf 15 mei aanvragen.

Sluiting kinderopvang
Vanwege Corona is de kinderopvang gedurende het voorjaar van 2020 en in de periode december vorig jaar tot februari van dit jaar gesloten geweest. Tijdens deze periodes moesten de kosten van opvang wel worden doorbetaald. De tegemoetkoming is bedoeld om deze kosten te compenseren.

Doelgroep
De compensatie komt vooral terecht bij gezinnen waarvan niet allebei de ouders werken. Dan bestaat in de regel namelijk geen recht op de kinderopvangtoeslag. Het betreft zo’n 4.800 gezinnen.

Aanvragen
Ouders kunnen de compensatie aanvragen bij de sociale verzekeringsbank (SVB). Ze moeten hiervoor een aanvraagformulier indienen, een verklaring van de kinderopvangorganisatie bijvoegen alsmede de facturen. Aanvragen kunnen worden ingediend van 15 mei tot en met 15 juli 2021. Binnen acht weken wordt op de aanvraag beslist.

Hoogte vergoeding
De kosten worden vergoed tegen de maximum uurprijs zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat degenen die minder hebben betaald dan het maximum, via de tegemoetkoming iets meer ontvangen dan er is betaald.

Onbekend
Voor ouders die wel kinderopvangtoeslag krijgen bestaat al een tegemoetkoming in de kosten. Deze wordt automatisch verstrekt, op basis van de gegevens die bij de Belastingdienst bekend zijn. Ouders die geen kinderopvangtoeslag krijgen zijn echter niet bekend bij de Belastingdienst en moeten de tegemoetkoming dus zelf aanvragen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-20T09:11:58+02:0020 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Ook vergoeding voor zelf betaalde kinderopvang
  • Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

Het wettelijk minimumloon wordt halfjaarlijks aangepast. Per 1 juli 2021 wordt het verhoogd naar €1701,00 bruto per maand, €392,55 per week en €78,51 per dag. Het minimumloon per uur hangt af van het aantal uren dat de fulltime werkweek binnen de organisatie bedraagt.

Vaste percentages voor jongere werknemers
Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 0,96 % op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken.

Leeftijd  Per maand  Per week  Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1701,00 € 392,55 € 78,51
20 jaar 80% € 1360,80 € 314,05 € 62,81
19 jaar 60% € 1020,60 € 235,55 € 47,11
18 jaar 50% € 850,50 € 196,30 € 39,26
17 jaar 39,5% € 671,90 € 155,05 € 31,01
16 jaar 34,5% € 586,85 € 135,45 € 27,09
15 jaar 30% € 510,30 € 117,75 € 23,55

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd  36 uur per week  38 uur per week  40 uur per week
21 jaar en ouder € 10,91 € 10,34 € 9,82
20 jaar € 8,73 € 8,27 € 7,86
19 jaar € 6,55 € 6,20 € 5,89
18 jaar € 5,46 € 5,17 € 4,91
17 jaar € 4,31 € 4,09 € 3,88
16 jaar € 3,77 € 3,57 € 3,39
15 jaar € 3,28 € 3,10 € 2,95

Voor parttimers loon naar rato
Werkt een werknemer minder dan fulltime, dan geldt ook een lager minimumloon. Dat is afhankelijk van wat de organisatie als fulltime werkweek hanteert.

Voor BBL gelden andere percentages
Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages.

Leeftijd  Per maand  Per week  Per dag
20 jaar 61,50% € 1046,10 € 241,40 € 48,28
19 jaar 52,50% € 893,05 € 206,10 € 41,22
18 jaar 45,50% € 773,95 € 178,60 € 35,72

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:

Leeftijd  36 uur per week  38 uur per week  40 uur per week
20 jaar € 6,71 € 6,36 € 6,04
19 jaar € 5,73 € 5,43 € 5,16
18 jaar € 4,97 € 4,70 € 4,47

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

 

Door |2021-05-19T09:54:37+02:0019 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wettelijk minimumloon per 1 juli 2021 verhoogd

  • Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020

Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020

Ook de bezwaren tegen de box 3-heffing in de inkomstenbelasting 2020 zijn weer aangewezen als massaal bezwaar. Eerder gebeurde dit al voor de jaren 2017-2019. Wil je aansluiten bij de massaalbezwaarprocedure, dan moet je tijdig bezwaar maken.

Achtergrond
In 2019 oordeelde de Hoge Raad dat de box 3-heffing in 2013 en 2014 op stelselniveau te hoog was. Reparatie hiervan liet de Hoge Raad echter aan de wetgever. De Belastingdienst vindt dat de wetgever op stelselniveau aan de opdracht van de Hoge Raad heeft voldaan omdat vanaf 2017 de box 3-heffing is aangepast. Daar is niet iedereen het mee eens, zodat voor de jaren 2017 en later weer nieuwe procedures zijn opgestart.

Massaalbezwaarprocedures
Bezwaren tegen box 3 zijn voor de jaren 2017-2019 al eerder en nu dus ook voor het jaar 2020 weer aangewezen als massaalbezwaarprocedure. Iedereen die tijdig bezwaar indient tegen box 3, kan aansluiten bij deze procedures. Voorwaarde is dat het bezwaar op tijd is. Verder kan dan alleen het standpunt worden ingenomen dat de heffing in strijd is met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

Kansen
De vraag is uiteraard wat de kansen zijn in deze procedures. De kans dat de Hoge Raad voor de jaren 2017, 2018, 2019 en 2020 wel overgaat tot vermindering van de box 3-heffing, waar dat voor de jaren 2013 en 2014 niet gebeurd is, wordt niet zo groot geacht. Daar staat echter tegenover dat het deelnemen aan de massaalbezwaarprocedure relatief eenvoudig is. Je hoeft daarvoor alleen tijdig bezwaar in te dienen en niet zelf de beroepsprocedure te doorlopen.

Let op! Wil je dat wij bezwaar maken tegen de box 3-heffing 2020? Dat kan dat pas na ontvangst van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2020. Neem daarna zo spoedig mogelijk contact met ons op. Een bezwaar is namelijk alleen tijdig als dit binnen zes weken na dagtekening van de definitieve aanslag inkomstenbelasting is ingediend.

Individuele en buitensporige last
Je kunt ook het standpunt innemen dat voor jou sprake is van een individuele en buitensporige last. Uit het oordeel van de Hoge Raad in 2019 kan namelijk afgeleid worden dat als in een individueel geval de box 3-heffing voor een belastingplichtige een individuele en buitensporige last vormt, de box 3-heffing wel verminderd zou kunnen worden.

Let op! Houd er rekening mee dat je hierover individueel moet procederen. Je kunt dan niet mee in de massaalbezwaarprocedures.

Van een individuele en buitensporige last zal niet heel snel sprake zijn. Grofweg zou de totale aanslag (inclusief de box 3-heffing) hoger moeten zijn dan het totale inkomen, wil mogelijk sprake zijn van een individuele en buitensporige last.

Tip! Maakte je in de jaren 2017, 2018 of 2019 al bezwaar tegen box 3? Dan geldt dat niet automatisch voor 2020. Je moet dus voor dit jaar opnieuw bezwaar maken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-18T10:20:23+02:0018 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Maak tijdig bezwaar tegen box 3 2020