Nieuws zonder blog

  • Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

Hoe zit het met een parttimer die tijdens de reguliere feestdagen al vrij had omdat het zijn parttime dag was? Heeft de parttimer dan gewoon pech of zit het wellicht toch iets anders in elkaar?

Onderscheid arbeidsduur
Indien een vaste vrije dag van een parttimer op een feestdag valt, dan heeft hij een vrije dag minder dan andere werknemers. Compenseer je hem als werkgever hier niet voor, dan maak je je schuldig aan ongelijke behandeling, wat niet is toegestaan. Dit heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRM) herhaaldelijk bepaald.

Let op! Verhoudingsgewijs vallen veel feestdagen op een maandag, sowieso Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag, wat met name voor deeltijdwerkers die op maandag vrij zijn nadelig kan uitpakken.

Verdeling feestdagen
De werkgever dient dus rekening te houden met de verdeling van de feestdagen over de parttime dagen en te waarborgen dat iedere werknemer, voltijders en deeltijders, een naar verhouding van de arbeidsduur gelijk aantal uren vrij heeft. Door dit niet te doen benadeelt een werkgever de werknemer die parttime werkt. Die profiteert, in vergelijking tot collega’s die fulltime werken, minder van de vrije feestdagen.

CAO?
Soms wijst een CAO ook verplichte vrije dagen aan. Wanneer zo’n dag samenvalt met de vaste vrije dag van een parttimer, wordt deze hierdoor eveneens benadeeld.

Oplossing: pro rato of jaarurensysteem
Je kunt een pro-ratoberekening maken voor alle parttimers of je kunt een jaarurensysteem hanteren.

• Pro-ratoberekening
Het pro-ratodeel bereken je door jaarlijks de feestdagen die op een doordeweekse dag vallen op te tellen en dit aantal te vermenigvuldigen met het fte-percentage van de werknemer. Telt een jaar zes doordeweekse feestdagen waarop de werknemers vrij zijn, dan heeft een parttimer met 0,6 fte dus recht op 6 x 0,6 = 3,6 vrije dagen. Deze uren kun je in jouw administratie als extra vakantie-uren verwerken.

• Jaarurensysteem
Met het jaarurensysteem ontvangt iedere werknemer naar rato van het aantal uren dat de desbetreffende werknemer per week werkt hetzelfde aantal vrije (feest)dagen. Bij dit systeem bepaalt de werkgever ieder jaar het aantal werkdagen op jaarbasis. Het aantal werkdagen wordt berekend door het totale aantal dagen per jaar te verminderen met de weekeinden en de door de werkgever erkende feestdagen die niet in het weekeinde vallen. Door dit aantal werkdagen te delen door vijf ontstaat het aantal werkweken per jaar. Dit aantal werkweken wordt vervolgens weer vermenigvuldigd met de gemiddelde arbeidsduur per werknemer per week. Deze uitkomst is het aantal uren dat een werknemer per jaar moet werken (jaarurenomvang).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-05T09:11:30+01:002 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

  • Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

Als je een pand zowel voor belaste als vrijgestelde prestaties gebruikt, kun je de aftrek van BTW alleen baseren op het werkelijke gebruik als de ruimtes in het pand zijn afgescheiden. Hoe zit dit?

Voorbelasting
Als ondernemer mag je de door jou betaalde BTW op zakelijke uitgaven, de voorbelasting, in beginsel in aftrek brengen als je zelf ook belaste prestaties verricht. Verricht je ook vrijgestelde prestaties, dan mag dit maar ten dele.

Omzet als uitgangspunt
Jouw omzetverhouding is voor wat betreft de verdeling in ‘aftrekbaar’ en ‘niet-aftrekbaar’ het uitgangspunt. Is het werkelijke gebruik aantoonbaar een betere indicatie, dan wordt de aftrek gebaseerd op het werkelijke gebruik.

Ruimtes niet afgescheiden
In een rechtszaak die speelde bij de rechtbank Zeeland West-Brabant wilde een fysiotherapeut de aftrek van BTW op zijn pand berekenen op basis van het werkelijke gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties. De betreffende ruimtes waren echter niet afgescheiden door deuren, zodat de inspecteur de berekening niet volgde. De rechtbank steunde de inspecteur hierin.

Niet objectief en nauwkeurig te bepalen
Volgens de rechtbank was het exacte gebruik van de ruimtes voor belaste en vrijgestelde prestaties niet objectief en nauwkeurig te bepalen. De fysiotherapeut had tijdens het hoorgesprek zelf toegegeven dat bepaalde ruimtes gemengd werden gebruikt, hoewel hiervoor de BTW volledig was teruggevraagd. Ook bleek uit de bouwtekeningen dat bepaalde ruimtes niet met deuren konden worden afgesloten, zodat niet te bepalen was of deze voor belaste dan wel vrijgestelde prestaties werden gebruikt. De teruggaafbeschikking bleef dan ook in stand.

Tip! Heb je vragen over jouw werkruimte en de fiscale mogelijkheden? Neem dan contact met ons op voor advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-05T09:00:14+01:002 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrek BTW alleen bij afgescheiden ruimtes?

  • Moet ik als ondernemer de CBS-enquêtes verplicht invullen?

Moet ik als ondernemer de CBS-enquêtes verplicht invullen?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stuurt bedrijven met regelmaat enquêtes toe. Ben je eigenlijk verplicht om dergelijke enquêtes in te vullen?

Waarom enquêtes?
Het CBS stuurt bedrijven enquêtes toe om cijfermatig inzicht te krijgen over talloze zaken die de overheid nodig heeft voor het bepalen van haar beleid. Denk daarbij aan inzicht in de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld aan de vraag of er mogelijke tekorten zijn of dreigen te ontstaan aan personeel in bepaalde sectoren.

Wettelijke verplichting
Een bedrijf is wettelijk verplicht de enquêtes van het CBS binnen de gestelde termijnen te beantwoorden.

Let op! Voor personen geldt de wettelijke verplichting niet. Een persoon kan wel verzocht worden om een enquête in te vullen, maar dit is dus niet verplicht.

Last onder dwangsom
Beantwoord je de enquête van het CBS niet, dan zal het CBS dit afdwingen via een zogenaamde last onder dwangsom. Je krijgt dan de kans om de enquête alsnog te beantwoorden. Als je dit niet binnen veertien dagen doet, moet je een dwangsom betalen.

Tip! Het CBS legt niet meteen een last onder dwangsom op, maar stuurt altijd eerst een herinnering met de vraag om de gegevens met spoed op te sturen.

Hoogte dwangsom
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de omvang van jouw onderneming, de periode waarop de gevraagde gegevens betrekking hebben en jouw responsgedrag, ofwel de mate waarin je verzuimt de gevraagde gegevens aan te leveren. De hoogte van een dwangsom kan oplopen tot €16.000, maar in bijzondere gevallen zelfs tot €500.000.

Boete
Bij een tweede of volgende overtredingen kun je bestraft worden met een boete die kan oplopen tot maximaal €5.000.

Let op! Het dan alsnog beantwoorden van de enquête doet de boete niet vervallen.

Bezwaar
Bent je het niet eens met een opgelegde sanctie, dan kun je in bezwaar bij de Directeur-Generaal van het CBS. Wijst deze jouw bezwaar af, dan kun je naar de rechter stappen.

Let op! Het ontvangen en betalen van een last onder dwangsom of een boete ontslaat je niet van de verplichting om de enquête te beantwoorden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:40:18+01:001 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Moet ik als ondernemer de CBS-enquêtes verplicht invullen?

  • Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

De onbelaste vergoeding voor thuiswerken gaat in 2023 omhoog van €2,00 naar €2,15 per dag. Dit is een verhoging van 7,5%. Eerder was in het Belastingplan een verhoging naar €2,13 aangekondigd.

Niet ten laste van vrije ruimte
De vergoeding voor thuiswerken komt niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Via de WKR kan een werkgever tal van zaken belastingvrij vergoeden. Dit kan tot het bedrag van de vrije ruimte, die dit jaar 1,7% van de loonsom tot €400.000 bedraagt en 1,18% over het meerdere. In 2023 bedraagt de vrije ruimte 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% belasting over het meerdere.

Tip! Wil je in 2023 toch meer belastingvrij vergoeden dan €2,15 per dag, dan kun je het meerdere dus onderbrengen in de vrije ruimte.

Kilometervergoeding
Werkgevers kunnen volgend jaar ook een ruimere vergoeding geven voor het woon-werkverkeer. De belastingvrije kilometervergoeding wordt voor 2023 namelijk verhoogd van €0,19 naar €0,21 per kilometer. Werkt een werknemer op één dag echter zowel thuis als bij zijn werkgever, dan moet de werkgever een keuze maken welke vergoeding hij wil verstrekken: een vergoeding voor thuiswerken of voor gereden kilometers. Beide is niet toegestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:27:29+01:001 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

  • Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Als je als werkgever de studiekosten van een kind van een van jouw werknemers rechtstreeks aan het kind vergoedt of verstrekt, zal het kind zelf de belasting moeten betalen. Dit is vaak voordeliger dan wanneer je de studiekosten als loon aan de ouder van het kind, jouw werknemer, uitkeert. De Belastingdienst maakte onlangs een voorbehoud bekend voor zover het studiekosten van een kind van de DGA betreft.

Voorbehoud
Het voorbehoud houdt in dat het bovenstaande niet van toepassing is als de personal holding van een DGA overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie een studietoelage uitkeert aan de kinderen van de DGA. Dan kan de vergoeding niet worden aangemerkt als loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander omdat de vergoeding vanuit de rol van aandeelhouder wordt uitgekeerd. De Belastingdienst wil hier mee aangeven dat er dan sprake kan zijn van een uitdeling aan de aandeelhouder, die ook bij deze aandeelhouder belast wordt in box 2.

Overleg mogelijk
Bij twijfel kan overlegd worden om een standpunt te bepalen. Naar verwachting zal dan beoordeeld worden in hoeverre een vergoeding van studiekosten ‘overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie’ is of zal worden toegekend. Het is namelijk de vraag wanneer een studietoelage overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie wordt uitgekeerd. In de praktijk zien we veelal dat de Belastingdienst dit oordeel velt als voor de kinderen van de DGA andere regels gelden dan in zakelijke verhoudingen.

Let op! Overleg bij twijfel vooraf met de Belastingdienst. Op die manier kun je naheffingen en boetes voorkomen. Kom je niet tot een akkoord, dan kun je de zaak altijd nog voorleggen aan de rechter.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:18:45+01:0030 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

  • Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

Zorginstellingen kunnen uiterlijk 6 december 2022 subsidie aanvragen voor de zogenaamde Coronabanen. Dit zijn banen in de zorg met een ondersteunende functie. De subsidie heeft betrekking op gerealiseerde Coronabanen voor de periode van januari 2022 tot en met juni 2022.

Coronabanen
Door deze subsidie ontstonden er banen voor mensen die in sectoren werkten waar door Corona tijdelijk minder werk was. Zo werd tijdens de Coronacrisis de zorg ontlast. De banen waarop de subsidie betrekking had betroffen bijvoorbeeld gastvrouwen, zorg-assistenten, ADL–ondersteuners, welzijnsassistenten en ondersteuners veiligheid.

Extra maatregelen
De subsidieregeling werd begin 2022 opgeschort, nadat duidelijk werd dat er met de regeling werd gefraudeerd. Om verder misbruik te voorkomen zijn er extra maatregelen getroffen. Zo wordt er nu niet meer gewerkt met voorschotten en vindt uitbetaling pas plaats na controle en vaststelling van de subsidie.

Let op! Aanvragen van de subsidie kan tot 6 december 2022 17.00 uur via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T14:57:18+01:0030 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

  • Ook transitievergoeding over overuren?

Ook transitievergoeding over overuren?

Bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer moet je als werkgever een transitievergoeding betalen. Soms bestaat er onduidelijkheid over de wijze van totstandkoming van de hoogte van de transitievergoeding, bijvoorbeeld als een werknemer veel overuren maakte.

Overuren
In een zaak ontsloeg een werkgever een langdurig arbeidsongeschikte vrachtwagenchauffeur en betaalde hem vervolgens een transitievergoeding uit. Hij richtte zich daarna tot het UWV om daar compensatie te krijgen. Het UWV compenseerde echter niet het hele bedrag aan uitbetaalde transitievergoeding. Het UWV ging namelijk uit van de contractueel overeengekomen arbeidsduur van 40 uur per week en hield in tegenstelling tot de werkgever geen rekening met de door de werknemer gemaakte overuren.

Hoe is het wettelijk geregeld?
Nadere regelgeving is te vinden in het Besluit vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Daarin staat dat bij de bepaling van de transitievergoeding het bruto uurloon vermenigvuldigd moet worden met het aantal overeengekomen arbeidsuren per maand. Bij een wisselende arbeidsduur moet daarentegen worden uitgegaan van een gemiddeld aantal gewerkte uren per maand, berekend over een periode van twaalf maanden. Tot het loon behoren de vakantiebijslag, de eindejaarsuitkering, de vaste looncomponenten (op basis van het gemiddelde van de laatste twaalf maanden voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst) en de overeengekomen variabele looncomponenten op basis van het gemiddelde van de laatste drie jaar voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst, maar zonder daarbij perioden van arbeidsongeschiktheid mee te tellen.

Welke periode telt?
In de Regeling looncomponenten en arbeidsduur staat te lezen dat overwerkvergoedingen en ploegentoeslag tot de vaste looncomponenten behoren. Daarover bestond geen discussie. Wel over de vraag op welke wijze het brutoloon met de overwerkvergoeding moest worden vermeerderd. Met andere woorden: van welke periode moet worden uitgegaan? Het UWV berekende de overwerkvergoeding over een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was. De werknemer ontving gedurende deze periode op grond van de toepasselijke CAO een (lagere) vervangende overwerkvergoeding tijdens ziekte.

Oordeel rechter
Het UWV had naar het oordeel van de rechter deze periode van arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing moeten laten en had uit moeten gaan van de gemiddelde overwerkvergoeding in de eerste twaalf maanden voorafgaand aan de ziekmelding. De periode van ziekte mag namelijk niet van invloed zijn op de hoogte van de in aanmerking te nemen overwerkvergoeding.

Ook is het UWV ten onrechte uitgegaan van een vaste arbeidsduur. Het UWV had rekening moeten houden met het vele feitelijke en structurele overwerk. Het UWV moet daarom de transitievergoeding herberekenen op basis van de gemiddelde arbeidsduur van de werknemer in de twaalf maanden die voorafgaan aan het moment waarop de werknemer arbeidsongeschikt werd.

Tip! Als werkgever kun je mogelijk compensatie krijgen bij het UWV voor de transitievergoeding. Kijk hier voor de voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T14:50:52+01:0029 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook transitievergoeding over overuren?

  • Aandachtspunten WW-premie 2023

Aandachtspunten WW-premie 2023

Voor wat betreft de hoogte van de WW-premie zijn er diverse aandachtspunten voor het komende jaar. Zo moet je als werkgever opletten als je te maken hebt met BBL-leerlingen met een uitzendbeding. Dit geldt ook bij tijdelijke urenuitbreiding en bij meerdere arbeidsomvangen.

BBL-leerlingen
Vanaf 1 januari 2023 mogen werkgevers niet langer de lage WW-premie toepassen voor BBL-leerlingen met een uitzendbeding. Een uitzendbeding is een ontbindende voorwaarde in een uitzendovereenkomst die bepaalt dat de terbeschikkingstelling van een werknemer aan een inlener op verzoek van de inlener ten einde komt.

Het uitgangspunt is, dat in de situatie wanneer geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, zoals bij een uitzendbeding, de hoge WW-premie geldt. Voor BBL-leerlingen was de regelgeving hierover niet duidelijk, omdat voor hen als uitgangspunt de lage WW-premie geldt. Daarom is het tot 2023 nog toegestaan om voor BBL-leerlingen met een uitzendbeding de lage WW-premie toe te passen.

Voor BBL-leerlingen die jonger zijn dan 21 jaar en die maximaal 48 verloonde uren per vierwekenaangifte of 52 verloonde uren per maandaangifte hebben, geldt overigens altijd de lage WW-premie. Dit geldt ongeacht of een uitzendbeding is opgenomen in de uitzendovereenkomst.

Tijdelijke urenuitbreiding
Aanvankelijk was bij een tijdelijke urenuitbreiding sprake van een hoge WW-premie voor wat betreft die tijdelijke uitbreiding, die gezien werd als een aparte arbeidsovereenkomst. Inmiddels heeft de Belastingdienst dit standpunt herzien en geldt een tijdelijke urenuitbreiding op de bestaande arbeidsovereenkomst niet meer als een aparte arbeidsovereenkomst. Deze situatie zou voortduren tot eind 2022. Inmiddels is bekendgemaakt dat er in 2023 geen wijzigingen komen in de regelgeving voor wat betreft de AWf-premie bij tijdelijke urenuitbreiding en bij wisselende arbeidsomvangen.

Indien er wel sprake is van een aparte arbeidsovereenkomst bij een tijdelijke urenuitbreiding geldt wel de hoge WW-premie. Dit is aan de orde in de volgende gevallen:

• de werkzaamheden of arbeidsvoorwaarden voor de urenuitbreiding verschillen wezenlijk van die van de bestaande arbeidsovereenkomst;
• de werkgever is met de werknemer voor de urenuitbreiding expliciet een aparte arbeidsovereenkomst overeengekomen.

Meerdere arbeidsomvangen
Een arbeidsovereenkomst met daarin opgenomen meerdere arbeidsomvangen kwalificeert niet langer als een oproepovereenkomst. Denk aan een arbeidsovereenkomst waarin is opgenomen dat de werknemer gedurende de wintermaanden 20 uur per week werkt en in de zomermaanden 40 uur per week. Als deze arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan, is toch sprake van een lage WW-premie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T09:41:56+01:0029 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aandachtspunten WW-premie 2023

  • Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

Het eigenwoningforfait en de omvang van de arbeidskorting voor volgend jaar zijn onlangs bekendgemaakt. Het vaststellen van deze cijfers en percentages gebeurt aan de hand van wettelijk voorgeschreven regels.

Eigenwoningforfait daalt naar 0,35%
Het eigenwoningforfait daalt voor woningen met een WOZ-waarde tussen €75.000 en €1.130.000 van 0,45% naar 0,35%. Deze neerwaartse aanpassing is enerzijds het gevolg van de stijging van de huren en die van de prijs van koopwoningen, en anderzijds een in het Belastingplan 2019 al aangekondigde daling van het percentage met 0,05%.

Voordeel afhankelijk van stijging WOZ-waarde
Welk voordeel van de aanpassing per saldo oplevert, hangt af van de stijging van de WOZ-waarde. Pas bij een stijging van meer dan 28,6% slaat het voordeel om in een nadeel.

Arbeidskorting
Ook de cijfers en percentages inzake de arbeidskorting zijn bekendgemaakt. De arbeidskorting wordt geïndexeerd op basis van de tabelcorrectiefactor, de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en door beleidsmatige aanpassingen. Deze aanpassingen resulteren in een verhoging van de arbeidskorting. Het maximum van de arbeidskorting stijgt daardoor van €4.260 naar €5.052 in 2023.

Let op! Deze cijfers moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-23T08:59:16+01:0024 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

  • Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?

Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?

Welke rechter is bevoegd in geval van een scheidingsprocedure of een zaak over ouderlijk gezag? Hiervoor gelden per 1 augustus 2022 nieuwe Europese regels, geregeld in de zogenaamde verordening Brussel IIter. Deze verordening wordt ook door de Nederlandse rechter toegepast.

Daarnaast geeft deze verordening regels over erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen uit andere lidstaten.

Oude regeling
Voorheen gold de verordening Brussel IIbis. Deze verordening blijft nog relevant voor procedures die gestart zijn voor 1 augustus 2022. Ook blijft de oude verordening relevant voor erkenning van oude beslissingen.

Veranderingen
De veranderingen ten opzichte van de oude verordening zijn vooral tekstueel. Inhoudelijk is er weinig gewijzigd.

Voorkomen van scheidingstoerisme
Zo is het in scheidingszaken nog steeds niet mogelijk om een zogenaamde ‘forumkeuze’ te doen. Forumkeuze wil zeggen dat partijen zelf een rechter in een bepaalde lidstaat mogen kiezen, die normaalgesproken niet bevoegd zou zijn om van de zaak kennis te nemen. De achterliggende gedachte is het voorkomen van scheidingstoerisme. In sommige lidstaten speelt, anders dan in Nederland, de schuldvraag in scheidingszaken nog een rol. Indien een forumkeuze mogelijk zou zijn gemaakt, dan zouden partijen de schuldvraag kunnen omzeilen door in een andere lidstaat te gaan scheiden.

Welke rechter?
Welke rechter is dan wel bevoegd in scheidingszaken nu je zelf niet een willekeurige rechter mag ‘kiezen’? De opties zijn als volgt en dus niet veranderd door de nieuwe verordening:

De rechter op het grondgebied van:
• de gewone verblijfplaats van de echtgenoten;
• de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten, als een van hen daar nog verblijft;
• de gewone verblijfplaats van de verweerder;
• bij een gezamenlijk verzoek: de gewone verblijfplaats van een van de echtgenoten;
• de gewone verblijfplaats van de verzoeker (op voorwaarde dat hij al 1 jaar of langer in de betreffende lidstaat woont);
• de gewone verblijfplaats van de verzoeker (op voorwaarde dat hij al 6 maanden of langer in de betreffende lidstaat woont en onderdaan is van deze lidstaat);
• de gerechten van de lidstaat waarvan beiden de nationaliteit bezitten.

Voorbeelden
Twee Italianen die al ruim 2 jaar in Nederland wonen en willen scheiden, kunnen dus kiezen tussen de Nederlandse rechter of de Italiaanse rechter.
Een Amerikaan die nog geen jaar in Nederland woont, kan hier niet scheiden, tenzij zijn echtgenote ook in Nederland verblijft. Dan verblijft de verweerder immers in Nederland en is de gewone verblijfplaats van beide echtgenoten Nederland.

Wat is er geregeld betreft ouderlijk gezag?
In zaken over thema’s zoals ouderlijk gezag speelt de gewone verblijfplaats van het kind een belangrijke rol bij het bepalen van de bevoegde rechter. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even helder en makkelijk. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met een kind dat tegen zijn/haar wil in een bepaald land wordt gehouden? Of een moeder die in het buitenland gaat bevallen en niet meer terugkeert naar het land waaruit zij vertrok?

Over deze thema’s heeft het Europees Hof van Justitie zich in 2017 en 2018 uitgelaten. Het Europees Hof heeft in het kader van deze uitspraken duidelijk gemaakt dat fysieke aanwezigheid van een kind in het betreffende land een vereiste is om een hoofdverblijfplaats aan te kunnen nemen. Dit biedt in ieder geval rechtszekerheid.

Kern is: waar ligt het centrum van de belangen van het betreffende kind? Dit wordt bepaald aan de hand van het verblijf in het betreffende land – denk hierbij aan duur, regelmatigheid en redenen van het verblijf – , de nationaliteit van het kind en de sociale/familiale banden van het kind.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-23T08:43:05+01:0023 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?