MKB Nieuws

Afkoop saldolijfrente slechts deels belast

Een rechtbank heeft de afkoop van een saldolijfrente van € 608.091 slechts voor € 69.882 belast. Dit omdat volgens de rechtbank sprake was van een individuele en buitensporige last voor de belastingplichtige.

Saldolijfrente

Sparen

Een saldolijfrente is een lijfrente waarvoor in het verleden premies zijn betaald die niet aftrekbaar waren. De uitkeringen uit deze lijfrente waren in box 1 belast zodra het totaalbedrag van de uitkeringen hoger was dan de betaalde premies. Voor saldolijfrentes die vóór 14 september 1999 waren afgesloten, kon tot eind 2020 nog gebruikgemaakt worden van een overgangsregeling.

Eind 2020 volgde na toepassing van de overgangsregeling een afrekening over de waarde in het economische verkeer van de saldolijfrente, eventueel gecorrigeerd voor de betaalde premies (voor zover die bij een eventuele eerder lijfrente-uitkering niet al verrekend waren).

De casus

Een belastingplichtige had zo’n saldolijfrente. De verzekeraar stuurde in 2020 drie brieven over de saldolijfrente en de afrekenverplichting, echter allemaal naar een oud adres waar hij niet meer woonde. De waarde in het economische verkeer van de saldolijfrente bedroeg € 608.091. De betaalde premies waren allemaal al verrekend bij eerdere uitkeringen uit de saldolijfrente.

In 2021 ontving de belastingplichtige nog € 69.882 aan uitkeringen uit de saldolijfrente. In 2022 overleed de belastingplichtige.

De Belastingdienst corrigeerde de door de belastingplichtige ingediende aangifte IB 2020 en telde de verplichte afrekening van de saldolijfrente tot een bedrag van € 608.091 bij het inkomen.

Hardheidsclausule afgewezen

De erfgenamen verzochten op toepassing van de hardheidsclausule. Zij moesten immers afrekenen over een bedrag van € 608.091, terwijl er uiteindelijk slechts € 69.882 was ontvangen. Het beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen.

Individuele en buitensporige last toegewezen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde echter dat in het geval van de belastingplichtige sprake was van een individuele en buitensporige last. Van belang daarbij was onder meer:

  • De saldolijfrente werd in 2020 belast naar een waarde van € 608.091, terwijl uiteindelijk slechts € 69.882 aan uitkeringen zijn genoten tot het overlijden van de belastingplichtige. De waarde waarover afgerekend is, is daarmee bijna negen keer zo hoog als de daadwerkelijk ontvangen uitkeringen. Bij overlijden van de belastingplichtige is de waarde van de saldolijfrente meteen verminderd naar nihil.
  • In de nalatenschap van de belastingplichtige waren onvoldoende middelen aanwezig om de gehele aanslag IB te betalen.
  • De belastingplichtige heeft de brieven over de verplichte afrekening in 2020 niet in 2020 ontvangen en kon zich daardoor niet goed voorbereiden op de afrekenverplichting. Hij had er anders bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om de saldolijfrente in 2020 af te kopen, waardoor er wel voldoende middelen zouden zijn om de gehele aanslag IB te betalen.

De rechtbank bood rechtsherstel voor deze individuele en buitensporige last door niet een bedrag van € 608.091 in de heffing te betrekken, maar slechts het bedrag van de in 2021 ontvangen uitkeringen ter grootte van € 69.882.

Let op! De rechtbank oordeelde dat in dit specifieke geval sprake was van een individuele en buitensporige last. Dat betekent niet dat dit in zijn algemeenheid kan worden doorgetrokken naar alle gevallen. Meent u dat in uw situatie ook sprake is van een individuele en buitensporige last, overleg dat dan met een van onze adviseurs. Zij helpen u graag verder.

Door |2025-06-18T09:30:59+02:0018 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afkoop saldolijfrente slechts deels belast

Wanneer beroep op opgewekt vertrouwen?

In het belastingrecht zijn wettelijke bepalingen, maar ook enkele ongeschreven rechtsregels van toepassing. Een ervan is het vertrouwensbeginsel. Wanneer kun je je hier op beroepen? Een casus.

Wat is opgewekt vertrouwen?

Euro

Opgewekt vertrouwen betekent dat je mag uitgaan van gedane toezeggingen, zoals toegezegd beleid van de staatssecretaris. Algemene informatie valt hier niet onder, zoals de informatie die je vindt op de site van de Belastingdienst.

Kleineondernemersregeling verkeerd toegepast

In een zaak die onlangs speelde voor rechtbank Zeeland-West-Brabant, had een verhuurder van een drietal vakantiewoningen de kleineondernemersregeling (KOR) in de btw foutief toegepast. Ook had hij het verkeerde btw-tarief gehanteerd. Na onderzoek van de inspecteur leverde dit over de periode 2018 tot en met 2021 naheffingsaanslagen op van in totaal een kleine € 8.000. Daarnaast werden boetes opgelegd en werd rente in rekening gebracht.

Opgewekt vertrouwen?

De verhuurder ging in bezwaar en stapte na afwijzing hiervan naar de rechter. Naar zijn mening was er sprake van opgewekt vertrouwen en waren de naheffingsaanslagen dus onterecht opgelegd. De verhuurder gaf aan dat in de periode 2018 tot en met 2021 in totaal 16 keer een kwartaalaangifte btw was ingediend en dat deze btw-aangiftes steeds ongewijzigd waren geaccepteerd. Pas in 2023 werd over de gehele periode via naheffingsaanslagen gecorrigeerd.

Geautomatiseerd gevolgd

De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de aangiftes steeds geautomatiseerd had gevolgd, dus zonder er nader onderzoek naar gedaan te hebben. Dit betekent niet dat er sprake was van een bewuste standpuntbepaling wat ten grondslag ligt aan opgewekt vertrouwen. Hiervoor is meer nodig, namelijk een bijkomstige omstandigheid op basis waarvan de indruk is gewekt dat er wel sprake is van opgewekt vertrouwen. Dat was hier niet het geval, de ondernemer kon zich dus hier niet op beroepen en dus bleven de naheffingsaanslagen, boetes en rente in stand.

Hoe te voorkomen?

De verhuurder had een en ander kunnen voorkomen door de inspecteur expliciet te vragen of de aangegeven bedragen correct waren. Dan was er wel sprake geweest van een bewuste standpuntbepaling. Dat aangiftes automatisch worden gevolgd, schept namelijk geen zekerheid, zo blijkt ook uit deze uitspraak.

Tip! Als je jouw aangifte inkomstenbelasting indient, kun je op het formulier aangeven of je met betrekking tot een bepaald item een expliciete uitspraak van de Belastingdienst wenst. Op die manier kun je, als hieraan gehoor wordt gegeven door de Belastingdienst, vooraf zekerheid verkrijgen over de fiscale aanvaardbaarheid van een door jou ingenomen standpunt. Wij kunnen jou daarbij uiteraard helpen.

Door |2025-06-18T09:25:25+02:0018 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer beroep op opgewekt vertrouwen?

Aanvraag subsidie praktijkleren tot 17 september

Tot 17 september 2025 17.00 uur is het mogelijk om een aanvraag subsidie praktijkleren te doen voor het studiejaar 2024/2025. Deze subsidie is bedoeld om werkgevers tegemoet te komen in de kosten die zij maken voor de loon- of begeleidingskosten van een leerling, student, promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio).

Voor wie

Boeken

Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet een bedrijf of instelling een praktijk- of werkleerplaats aanbieden voor het vmbo, mbo of hbo. Daarnaast is de subsidie beschikbaar voor promovendi en toio’s, praktijkonderwijs en VSO. Per onderwijscategorie gelden andere voorwaarden. Het is belangrijk dat u voldoet aan deze voorwaarden en de administratie die daarbij hoort. De voorwaarden voor de verschillende onderwijscategorieën vindt u hier.

Let op! Een inschrijving in het Register Onderwijs Deelnemers (ROD) voor de leerlingen/studenten waarvoor u subsidie aanvraagt is een van de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen.

Hoogte subsidie

De subsidie bedraagt maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. Zijn er meer goedgekeurde aanvragen dan het beschikbaar budget, dan kan de subsidie lager zijn dan € 2.700.

Zo is de verwachting dat het bedrag voor mbo-studenten tussen de € 2.600 en € 2.700 zal liggen en voor hbo studenten tussen de € 600 en € 650. Voor leerbedrijven die vo-leerlingen en wo-studenten begeleiden, verwacht het ministerie dat het beschikbare budget voldoende is en het dus mogelijk is om het maximale bedrag van € 2.700 uit te keren.

Let op! Vanaf het studiejaar 2024-2025 geldt er voor praktijkplaatsen in de sectoren landbouw, horeca en recreatie geen aanvullende subsidie meer. Deze sectoren kregen vanaf studiejaar 2019-2020 tot en met studiejaar 2023-2024 nog wel een aanvullende subsidie.

Aanvraag

De aanvraag voor het studiejaar 2024/2025 is in 2025 weer mogelijk vanaf maandag 2 juni 2025 tot dinsdag 17 september 2025 17.00 uur.

Tip! Voor praktijkleerplaatsen van mbo-studenten die een opleiding volgen die bijdraagt aan klimaat- en energietransitie komt voor het studiejaar 2025/2026 extra subsidie beschikbaar van maximaal € 500 per praktijkleerplaats. De opleidingen die in aanmerking komen voor deze subsidie zijn opgenomen in bijlage 4 van de subsidieregeling praktijkleren. Aanvragen van deze subsidie wordt onderdeel van het reguliere aanvraagproces van de subsidieregeling praktijkleren.

Door |2025-06-18T09:23:03+02:0018 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag subsidie praktijkleren tot 17 september

Is de werkgever inhoudingsplichtig voor fooien?

In een aantal branches, zoals de horeca, zijn fooien een regulier onderdeel van de beloning voor de werkzaamheden van de werknemers. Is een werkgever ook inhoudingsplichtig voor de ontvangen fooien?

Verdeling fooien via werknemer

Horeca

De Belastingdienst legt dit uit aan de hand van een casus. Daarbij wordt uitgegaan van een restaurant waar de fooien door het personeel moeten worden afgedragen en een werknemer de ontvangen fooien wekelijks verdeelt. Fooien die niet contant zijn betaald, worden door de werkgever cash aan deze werknemer doorgegeven, zodat ook deze fooien onder het personeel kunnen worden verdeeld. Daarbij delen alle werknemers mee in de fooien, ook het niet bedienend personeel. Verder betaalt de werkgever het loon conform de cao en heeft hij bij het loon ook geen rekening gehouden met de te ontvangen fooien.

Werkgeversloon?

Voor het antwoord op de vraag of er sprake is van inhoudingsplicht voor de werkgever, is om te beginnen van belang of er sprake is van werkgeversloon. Dit blijkt niet zo te zijn, omdat de werknemers zelf recht hebben op de fooien. Daarom is er op deze grond geen inhoudingsplicht.

Loon van derden?

Er kan ook sprake zijn van inhoudingsplicht voor de werkgever, als het om loon van derden gaat. Daarvan is in deze casus wel sprake. De fooien zijn immers ontvangen als tegenprestatie voor de verrichte werkzaamheden. Toch is er in dit geval geen inhoudingsplicht voor de werkgever. Dit hangt samen met het feit dat het loon conform de cao is betaald en dat er bij het bepalen van dat loon met fooien geen rekening is gehouden.

Let op! Wordt er niet conform cao betaald of wordt bij het vaststellen van het loon rekening gehouden met fooien? Dan kan er wel sprake zijn van inhoudingsplicht.

Wel belast voor de werknemer!

Dat de werkgever in de voorbeeldsituatie geen inhoudingsplichtige is, betekent niet dat de fooien onbelast zijn. De Belastingdienst merkt hierover op dat de werknemer het ontvangen bedrag aan fooien zelf moet aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Door |2025-06-18T09:20:43+02:0018 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is de werkgever inhoudingsplichtig voor fooien?

Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming

Kreeg u een onderneming geschonken in 2021? En maakte u daarbij gebruik van vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling? Dan ontving u in de week van 11 juni 2025 een brief van de Belastingdienst.

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR)

Handen schudden

De BOR kan – grofweg omschreven – van toepassing zijn bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (denk aan eenmanszaak of aandeel in een firma) en bij het schenken van aandelen in een bv die een onderneming drijft. De vrijstelling bedraagt in 2025 100% van de goingconcernwaarde tot een bedrag van € 1.500.000 en 75% daarboven.

Voorzettingsvereiste

De vrijstelling is een voorwaardelijke vrijstelling. Een van de voorwaarden voor deze vrijstelling is dat de onderneming door ontvanger van de schenking een aantal jaren wordt voortgezet. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedraagt deze voortzettingstermijn minimaal vijf jaar, bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 bedraagt deze termijn minimaal drie jaar.

Als de ontvanger van de schenking de onderneming niet minimaal zolang voortzet, vervalt de vrijstelling en moet alsnog schenkbelasting betaald worden over de verkregen onderneming.

Brief Belastingdienst

In een brief die de Belastingdienst in de week van 11 juni 2025 stuurt, wijst de Belastingdienst op dit voortzettingsvereiste voor schenkingen die gedaan zijn in het jaar 2021. Ontvangt u zo’n brief en heeft u niet voldaan aan het voortzettingsvereiste of twijfelt u daaraan? Neem dan contact op met één van onze adviseurs. Zij kunnen dan samen met u beoordelen of u nog voldoet aan de voorwaarden, zo nodig na overleg met de Belastingdienst.

Let op! U voldoet bijvoorbeeld niet meer (geheel) aan het voorzettingsvereiste als u binnen de voortzettingstermijn de onderneming (deels) verkoopt, uw aandelen (deels verkoopt), uw onderneming of de bv failliet wordt verklaard, de onderneming wordt beëindigd, de activiteiten van de onderneming wijzigt etcetera.

Aangifte

Voldoet u niet meer aan het voorzettingsvereiste, dan moet u daarvan aangifte doen. Dit moet uiterlijk binnen acht maanden nadat u niet meer voldeed aan het voorzettingsvereiste met het formulier Aangifte niet voldoen aan het voortzettingsvereiste.

Let op! Ook als u via een erfenis een onderneming verkreeg en daarbij de BOR toepaste, moet u voldoen aan het voortzettingsvereiste. Doet u dat niet meer, dan vervalt de vrijstelling en moet u daarvan ook aangifte doen.

Door |2025-06-13T13:45:56+02:0013 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Brief Belastingdienst voortzettingseis bij schenking onderneming

Aanvraag SLIM voor samenwerkingsverband tot 30 juni 2025

Voor samenwerkingsverbanden is het mogelijk om van 2 juni 2025 9.00 uur tot en met 30 juni 2025 17.00 uur een aanvraag te doen voor de SLIM-subsidie. Deze SLIM-regeling (de Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen) kan samenwerkingsverbanden helpen personeel gemotiveerd én gekwalificeerd te houden.

Waarvoor?

Typen

Slim-subsidie is mogelijk voor:

a. de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;

b. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen;

c. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode.

Let op! Activiteiten die alleen ten goede komen aan bestuurders of eigenaren van een onderneming, komen niet voor SLIM-subsidie in aanmerking. De bestuurder of eigenaar mag wel deelnemen aan de activiteit, maar niet de enige doelgroep zijn.

Kijk voor een overzicht van alle aanvraagcriteria op de website uitvoering van beleid SZW.

Looptijd

De SLIM-regeling blijft bestaan tot en met 2029 en kent vanaf 2025 nog maar twee regelingen: een voor individuele mkb-ondernemingen en een voor samenwerkingsverbanden in het mkb. Voor grootbedrijven in de sectoren landbouw, horeca en recreatie is het vanaf 2025 niet meer mogelijk om een beroep te doen op de SLIM-regeling.

Aanvraagtijdvakken

Voor mkb-ondernemingen zijn in 2025 twee aanvraagtijdvakken (van 3 maart 2025 9.00 uur tot en met 31 maart 2025 17.00 uur én van 1 september 2025 9.00 uur tot en met 30 september 2025 17.00 uur). Voor samenwerkingsverbanden is er maar een tijdvak (van 2 juni 2025 9.00 uur tot en met 30 juni 2025 17.00 uur).

Hoogte subsidie

Een samenwerkingsverband moet uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Het subsidiepercentage voor een samenwerkingsverband bedraagt 60% van de subsidiabele kosten. Per aanvraag kan maximaal € 500.000 subsidie worden aangevraagd (maximaal € 200.000 per samenwerkingspartner).

Let op! Voor landbouwbedrijven bedraagt dit maximum € 20.000, voor visserijbedrijven € 30.000 en voor goederenvervoer over de weg € 100.000.

De subsidiabele kosten moeten minimaal € 210.000 bedragen. Voor de SLIM-regeling voor samenwerkingsverbanden is in 2025 € 20 miljoen budget beschikbaar.

Voorschot

Vanaf 2025 kunnen samenwerkingsverbanden een voorschot krijgen van 25% van het verleende subsidiebedrag. Als het initiatief langer dan 12 maanden duurt, kan aanvullend nog een voorschot van 50% van het subsidiebedrag aangevraagd worden als in de eerste 12 maanden minimaal 50% van de projectkosten gemaakt zijn.

Vergoeding voor controleverklaring

Voor het opstellen van een controleverklaring door een accountant – dit is bij subsidies van € 125.000 of meer verplicht –, wordt vanaf 2025 een vaste vergoeding van € 3.000 verstrekt.

Let op! Deze vaste vergoeding van € 3.000 geldt ook voor SLIM-subsidies die vóór 2025 zijn verkregen. Als de subsidie echter al is verleend, wordt die verleende subsidie niet verhoogd met dit bedrag. Het is wel mogelijk om de begroting te herverdelen en het bedrag van € 3.000 daarin op te nemen.

Uitstel

Vanaf 2025 kan een subsidieaanvrager maximaal drie maanden uitstel aanvragen als de subsidiabele activiteiten niet op tijd zijn afgerond door omstandigheden die hem niet zijn aan te rekenen. Deze uitstelaanvraag is ook mogelijk voor SLIM-subsidies die vóór 2025 zijn verkregen.

Door |2025-06-13T13:44:55+02:0013 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag SLIM voor samenwerkingsverband tot 30 juni 2025

Samenwerking Belastingdienst en NSR voor hulp bij schulden

De Belastingdienst en de Nederlandse Schuldhulproute (NSR) gaan intensiever samenwerken bij de aanpak van schulden van burgers en ondernemers. De samenwerking vindt plaats via het platform Geldfit. Uit een pilot blijkt dat de inzet van Geldfit bij de aanpak van schuldproblemen positief uitpakt.

Schuldproblematiek

Sparen

Schuldproblematiek is een groot probleem in Nederland. Uit cijfers blijkt dat zo’n 730.000 huishoudens met problematische schulden worstelen. De oorzaak ligt nogal eens bij een bijzondere gebeurtenis, zoals ontslag of echtscheiding.

NSR

De NSR is een samenwerking tussen gemeenten, bedrijven en andere organisaties. Het verlenen van hulp door Geldfit gebeurt zowel telefonisch als online. Geldfit is dan ook het startpunt als burgers of ondernemers met problematische schulden te maken hebben.

Het vinden van hulp bij schuldproblemen is veelal erg moeilijk, omdat door de vele diensten en betrokken instanties het inzicht in de problemen erg onoverzichtelijk is. Geldfit is een onderdeel van NSR en heeft wel het benodigde overzicht en kan mensen met schulden dan ook doorverwijzen naar passende lokale hulp.

Overheid grootste schuldeiser

De overheid is voor burgers en bedrijven in moeilijkheden vaak de grootste schuldeiser. De Belastingdienst, een van die schuldeisers, werkt hiervoor al samen met andere rijksdiensten, gemeentes en externe schuldhulpverleners. Door de nieuwe samenwerking met NSR wordt de financiële hulpverlening verder uitgebreid.

Door |2025-06-11T15:53:11+02:0011 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Samenwerking Belastingdienst en NSR voor hulp bij schulden

Aanvraag vergunning verblijf en arbeid deels loon

Vraagt u voor uw werknemer een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid aan? Dan zijn de kosten hiervan voor een deel loon voor de werknemer.

Gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid

Bouw

Iemand van buiten de EU, EER of Zwitserland die langer dan 3 maanden in Nederland wil verblijven en bij u wil werken, kan dat, als hij aan de geldende voorwaarden voldoet, na toekenning van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) ofwel Single Permit. De verblijfsvergunning en de tewerkstellingsvergunning kunnen dan gecombineerd in één keer aangevraagd en afgegeven worden.

Hoewel de GVVA door zowel de werkgever als de werknemer kan worden aangevraagd, gebeurt dit over het algemeen door de werkgever.

Let op! Leidinggevenden, specialisten en trainees met een nationaliteit van buiten de EU, EER of Zwitserland, die binnen een groep worden overgeplaatst naar een Nederlandse vestiging, kunnen een vergunning intra-corporate transferee (ICT) aanvragen. Dit is een speciale vorm van een GVVA. Wat hierna voor de GVVA beschreven is, geldt daarom ook voor de ICT.

Kosten vergunning

U maakt bij de aanvraag van de vergunning kosten (manuren en advieskosten). Daarnaast is leges verschuldigd voor de aanvraag van de GVVA. Deze is formeel verschuldigd door de werknemer, maar wordt over het algemeen aan u als werkgever in rekening gebracht.

Deels loon, deels geen loon

De Belastingdienst heeft het standpunt ingenomen dat de kosten die u als werkgever maakt voor de aanvraag van de GVVA bedrijfskosten vormen. Deze bedrijfskosten vormen voor een deel een voordeel voor de werknemer, namelijk voor zover de kosten betrekking hebben op de verblijfsvergunning. U moet dit voordeel als loon in aanmerking nemen bij de werknemer naar de waarde in het economische verkeer. Wordt de aanvraag door uw adviseur gedaan, dan bedraagt het voordeel de factuurwaarde, voor zover dit ziet op de verblijfsvergunning.

Bepaalde kosten geen loon

U moet altijd bepaalde informatie en documenten aanleveren bij de aanvraag van de GVVA. Dit is onafhankelijk van de vraag of de vergunning door u of de werknemer wordt aangevraagd. Daarom vormen deze kosten geen loon voor uw werknemer. Ook de kosten die betrekking hebben op de tewerkstellingsvergunning vormen geen loon voor uw werknemer.

Kosten verblijfsvergunning wel loon

De kosten die betrekking hebben op de verblijfsvergunning vormen echter wel loon. Daarbij zien de kosten van de leges voor een GVVA volledig op de verblijfsvergunning. Deze kosten vormen daarom volledig loon voor uw werknemer.

Maar gericht vrijgesteld

De kosten die loon vormen kunnen echter ook onder de gerichte vrijstelling vallen van extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking (extraterritoriale kosten). In dat geval is dus geen sprake van belast loon bij uw werknemer, maar van een vrijstelling.

Let op! Deze vrijstelling kunt u niet toepassen als u de 30%-regeling al toepast bij uw werknemer. U kunt dan wel de kosten als eindheffingsloon aanwijzen in de vrije ruimte. In zo’n geval is er ook geen sprake van individueel belast loon bij uw werknemer en betaalt uw werknemer geen loonheffing. U betaalt dan alleen een eindheffing, voor zover u in een jaar de vrije ruimte overschrijdt.

Vragen?

Het voorgaande is niet eenvoudig. Eenzelfde problematiek speelt bij de zogenaamde kennismigrantenregeling. Neem daarom altijd even contact op met een van onze adviseurs voor vragen met betrekking tot de GVVA, de ICT en de kennismigrantenregeling.

Door |2025-06-11T15:51:37+02:0011 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag vergunning verblijf en arbeid deels loon

Definitief geen verhoging btw op sport, media en cultuur

De verhoging van het btw-tarief van 9 naar 21% per 1 januari 2026 op sport, media en cultuur gaat definitief niet door. Het kabinet heeft op initiatief van de Tweede Kamer gezocht naar alternatieve financieringsvormen en deze gevonden.

Overgangsregeling uitgesteld

Kano

In verband met de voorgenomen btw-verhoging was ook een overgangsregeling voorgesteld. Omdat de btw-verhoging niet doorgaat, is deze overgangsregeling uitgesteld. Dit betekent dat het lage btw-tarief voor sport, media en cultuur ook blijft gelden voor vouchers voor enkelvoudig gebruik én voor betalingen na 30 juni 2025 die betrekking hebben op prestaties die in 2026 plaatsvinden.

Overbodig

De overgangsregeling was bedoeld om te voorkomen dat de verhoging van het btw-tarief per 1 januari 2026 kon worden ontweken. Dit kon door al in 2025, al dan niet via vouchers voor enkelvoudig gebruik, vooruitbetalingen te doen met betrekking tot prestaties op het gebied van sport, media en cultuur die pas in 2026 zouden worden geleverd. Nu de btw-verhoging in genoemde sectoren achterwege blijft, is de overgangsregeling niet langer nodig.

Door |2025-06-11T15:41:14+02:0011 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Definitief geen verhoging btw op sport, media en cultuur

Mogelijk ook gebruikelijk loon bij Stak-constructie

Een aanmerkelijk-belang-aandeelhouder die werkzaamheden verricht voor zijn bv, moet een gebruikelijk loon in aanmerking nemen. Dit kan ook het geval zijn als een bestuurder van een Stichting Administratiekantoor (Stak) zelf geen certificaten heeft, maar wel kan beschikken over het vermogen van de Stak alsof het zijn eigen vermogen is.

De casus

Juridisch

Een vader had een Stak opgericht. Deze Stak had alle aandelen in een bv (bv 1). De certificaten van de Stak waren uitgegeven aan de kinderen, maar de vader was de enige bestuurder van de Stak en kon alle beslissingen nemen. Hij was ook de enige bestuurder van bv 1.

Als enige bestuurder van de Stak kon de vader de aandelen van bv 1 vrij overdragen aan anderen dan de certificaathouders en daarmee ook aan zichzelf. Omdat de vader naast bestuurder van de Stak ook enig bestuurder was van bv 1, kon hij in ieder geval meebeslissen over de dividenden vanuit bv 1 naar de Stak.

Bv 1 had 18% van de aandelen in bv 2, die weer 100% van de aandelen had in bv 3. Ook in deze bv’s was de vader een bestuurder.

Geen aanmerkelijk belang en dus geen gebruikelijk loon?

Bij de rechter lag de vraag voor of de vader vanuit bv 3 een gebruikelijk loon in aanmerking moest nemen. De vader vond dat dit niet hoefde, omdat hij geen aandelen had in deze bv (ook niet indirect) en hij ook geen certificaten had in de Stak. Hij was, naar zijn mening, geen aanmerkelijk-belang-aandeelhouder en daarom kon de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing zijn.

Of juist wel?

Dit klinkt logisch, maar de rechter dacht daar anders over. De rechter vond namelijk dat de vader kon beschikken over het vermogen van de Stak alsof het zijn eigen vermogen was.

Hij kon immers als de enige bestuurder van de Stak zelfstandig de aandelen in bv 1 overdragen, en als bestuurder van bv 1 meebeslissen over de dividenden die vanuit bv 1 naar de Stak gingen. Onder verwijzing naar een eerdere beslissing van de Hoge Raad in een andere casus oordeelde de rechter daarom dat de vader indirect aanmerkelijk-belang-aandeelhouder was in bv 3.

Nu de vader indirect aanmerkelijk-belang-aandeelhouder was van bv 3 en ook werkzaamheden verrichte voor deze bv, was de gebruikelijkloonregeling op hem van toepassing.

Let op! Uit deze rechtspraak komt naar voren dat de gebruikelijkloonregeling ook van toepassing kan zijn als u geen aandelen bezit. Elke situatie moet echter apart beoordeeld worden. Neem voor vragen en meer informatie over uw eigen situatie daarom contact op met een van onze adviseurs.

Door |2025-06-11T15:30:55+02:0011 juni 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Mogelijk ook gebruikelijk loon bij Stak-constructie