MKB Nieuws

Internetconsultatie herijking fiscaal bodem(voor)recht

Als de Belastingdienst schulden wil innen, heeft de Belastingdienst de beschikking over een fiscaal voorrecht. Dit voorrecht houdt kort gezegd in dat het innen van schulden van de Belastingdienst in veel gevallen voor gaat op andere schulden. Het kabinet overweegt het fiscale (bodem)voorrecht te herzien.

Omdat het gevolgen heeft voor diverse maatschappelijke partijen, is over deze herziening een internetconsultatie gestart.

Fiscale bodem(voor)voorrecht

Overheid

Het fiscale voorrecht komt ná hypotheek en pandrecht, tenzij het bezitloos pandrecht betreft dat is gevestigd op een bodemzaak. Het fiscale voorrecht gaat dan wel voor. Dit is het zogenaamde bodemvoorrecht. Ook kan de Belastingdienst onder voorwaarden verhaal halen op zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden, maar eigendom zijn van een ander. Dit is het zogenaamde bodemrecht. Het fiscale bodem(voor)recht omvat het bodemrecht en bodemvoorrecht samen.

Drie alternatieven

Tijdens de consultatie kunnen belangstellenden reageren op drie uitgewerkte alternatieven. Dit betreft een modernisering van het fiscale bodem(voor)recht, de vervanging ervan door een nieuw bijzonder verhaalsrecht en als derde het afschaffen van het fiscale bodem(voor)recht en om de positie van de Belastingdienst anders in te vullen.

Afwegingen

Bij de consultatie kunnen belangstellenden een afweging maken tussen genoemde opties. Zo blijft in de eerste optie het huidige bodem(voor)recht goeddeels gelijk, maar wordt het meer voorspelbaar en eenvoudiger. In de tweede optie krijgt de Belastingdienst het recht op een percentage van de opbrengst van een zaak, terwijl in de derde optie de Belastingdienst zelfstandig faillissement aan kan vragen, gecombineerd met strengere invorderingsmaatregelen.

Internetconsultatie

Belangstellenden kunnen de volledige voorstellen inzien en hierop reageren. De consultatie staat open tot 9 december 2024.

Door |2024-10-11T14:49:04+02:0011 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Internetconsultatie herijking fiscaal bodem(voor)recht

Restant persoonsgebonden aftrek niet verrekend, wat nu?

Een persoonsgebonden aftrekpost kunt u in mindering brengen op uw inkomen. Kunt u niet de hele aftrekpost verrekenen, dan schuift het restant door naar volgende jaren. Maar wat nu als u dit restant vergeet in aftrek te brengen? Wanneer verjaart dit dan?

Persoonsgebonden aftrekposten (PGA)

Kantoor

Er bestaan enkele persoonsgebonden aftrekposten. Dit betreft de kosten van partneralimentatie,  zorgkosten, giften en kosten voor verblijf thuis van ernstig gehandicapten. U kunt deze aftrekposten respectievelijk verrekenen met uw inkomsten in box 1, box 3 en box 2. Een eventueel restant kan worden doorgeschoven naar volgende jaren.

Restant vergeten te verrekenen

Het komt in de praktijk voor dat een restant aan PGA soms per ongeluk niet verrekend wordt met een volgend jaar. De Belastingdienst heeft duidelijk gemaakt wat hiervan het gevolg is. Aan de hand van een voorbeeld is geschetst hoe lang een dergelijk restant toch nog in aftrek kan worden gebracht.

Voorbeeld
Stel, een belastingplichtige heeft in 2017 een restant van € 10.000 aan PGA. De belastingplichtige vergeet echter zowel in 2017 als in 2018 het restant in aftrek op zijn inkomen te brengen. Uiteindelijk doet hij dit in 2019. De inspecteur ontdekt dit in 2024.

Restant vervalt niet

De Belastingdienst maakt om te beginnen duidelijk dat een vergeten restant aan PGA niet vervalt. Dit gebeurt pas bij het einde van de belastingplicht, dus bij overlijden. Dat de aftrek eerder met het inkomen verrekend had moeten worden, is niet van belang.

Verrekening in 2019

Omdat de fout van de belastingplichtige pas in 2024 ontdekt wordt, moet het restant aan PGA in deze situatie in 2019 in aftrek op het inkomen worden gebracht, als ervan wordt uitgegaan dat de aanslagen over 2018 en 2019 al definitief zijn opgelegd. Die aanslagen kunnen immers nog vijf jaar ambtshalve worden verminderd. Omdat dat in 2024 voor het jaar 2018 niet meer kan, wordt het restant met 2019 verrekend.

Door |2024-10-11T14:48:14+02:0011 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Restant persoonsgebonden aftrek niet verrekend, wat nu?

Einde salderingsregeling zonnepanelen per 2027

Het kabinet heeft voorgesteld vanaf 2027 met de salderingsregeling voor zonnepanelen te stoppen. Energieleveranciers moeten in dit voorstel dan wel een redelijke vergoeding voor teruggeleverde elektriciteit betalen.

Salderingsregeling zonnepanelen

Zonnepanelen

Lever je met jouw zonnepanelen elektriciteit terug aan jouw energieleverancier, dan zorgt de salderingsregeling ervoor dat deze elektriciteit eerst verrekend wordt met de elektriciteit die je afneemt van jouw energieleverancier. Neem je meer af dan dat je teruglevert, dan ben je over het meerdere de met jouw energieleverancier afgesproken prijs per kWh verschuldigd. Lever je meer terug dan dat je afneemt, dan krijg je over het meerdere de met jouw energieleverancier afgesproken prijs per kWh.

Let op! Nagenoeg alle energieleveranciers brengen inmiddels terugleverkosten in rekening aan klanten die met zonnepanelen elektriciteit terugleveren.

Einde salderingsregeling per 2027

Het kabinet wil de salderingsregeling vanaf 2027 stoppen. Je kunt dan niet langer jouw teruggeleverde elektriciteit verrekenen met de door jou afgenomen elektriciteit. Jouw energieleverancier moet je dan een vergoeding betalen voor de teruggeleverde elektriciteit. Hoe hoog die vergoeding is, is nog niet bekend. In het voorstel van het kabinet is wel opgenomen dat dit een redelijke vergoeding moet zijn.

Wat dan redelijk is, is niet gedefinieerd. In het voorstel is wel vastgelegd dat de vergoeding niet redelijk is indien die vergoeding onevenredig laag is gezien de kosten en baten van de marktdeelnemer en niet concurrerend is.

Geen energiebelasting over opgewekte meteen gebruikte elektriciteit

Het kabinet wil eigenaren van zonnepanelen stimuleren om zoveel mogelijk de opgewekte elektriciteit meteen zelf te gebruiken. Op die manier wordt het overbelaste elektriciteitsnet minder zwaar belast. Over opgewekte elektriciteit die meteen zelf gebruikt wordt, hoeft ook geen energiebelasting te worden betaald. Dat is nu al zo en blijft ook zo vanaf 2027.

Let op! Het voorstel is op Prinsjesdag 2024 ingediend en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Het is daarom nog niet definitief.

Door |2024-10-09T14:59:26+02:009 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Einde salderingsregeling zonnepanelen per 2027

Nieuwe bestelauto voor ondernemers vanaf 2025 stuk duurder

Ondernemers gaan vanaf 2025 fors meer betalen voor de aanschaf van een nieuwe bestelauto. De vrijstelling van bpm voor ondernemers komt vanaf dan namelijk te vervallen. Gemiddeld scheelt dit zo’n € 12.000 per bestelauto. Een en ander is wel afhankelijk van de CO2-uitstoot van de bestelauto. Een bestelauto zonder CO2-uitstoot kan in 2025 nog steeds zonder bpm worden aangeschaft.

Vrijstelling bpm

Bedrijfswagen

De vrijstelling in de bpm geldt nu nog voor ondernemers die de bestelauto meer dan 10% van het totaal aantal kilometers per jaar zakelijk gebruiken. Dit moet desgevraagd aannemelijk gemaakt worden. Een rittenregistratie is daarvoor niet verplicht.

Tip! Wilt u nog een nieuwe bestelauto zonder bpm kopen, wees er dan snel bij. Bij veel dealers kunt u niet meer terecht of alleen kiezen uit de aanwezige modellen.

Doorschuifregeling

Verkoopt u uw bestelauto die u zonder bpm aanschafte binnen 5 jaar na aanschaf aan een andere ondernemer die voldoet aan de voorwaarden voor de vrijstelling bpm? Dan kunt u gebruikmaken van de doorschuifregeling. U hoeft dan niet alsnog bpm af te dragen. U kunt deze doorschuifregeling ook vanaf 2025 nog gebruiken voor bestelauto’s die u vóór 2025 aanschafte met toepassing van de vrijstelling bpm voor ondernemers.

Verhoging bpm personenauto

In het Belastingplan 2025 is voorgesteld de bpm voor personenauto’s te verhogen. De bpm voor personenauto’s bestaat uit een vast basisbedrag plus een opslag gekoppeld aan de CO2-uitstoot. Het vaste bedrag wordt per 2025 verhoogd met € 200 en komt daarmee op € 640.

Tip! Voor een nieuwe personenauto zonder CO2-uitstoot geldt in 2025 alleen het vaste basisbedrag van € 640 zonder CO2-uitstootopslag.

Bpm bestelauto

Voor bestelauto’s geldt in 2025 geen vast basisbedrag, maar alleen een tarief van € 66,91 vermenigvuldigd met het aantal gram/km CO2-uitstoot. Voor een bestelauto zonder CO2-uitstoot betekent dit dus dat de bpm nul bedraagt.

Afschaffen bpm-voordeel plug-in hybride auto’s

Plug-in hybride elektrische auto’s, kennen nu nog een apart bpm-tarief. Vanwege een nieuwe Europese meetmethode inzake de CO2-uitstoot zou dit aparte bpm-tarief veelal leiden tot een veel hogere bpm. Om die reden is in de belastingplannen voor 2025 voorgesteld om de aparte bpm-tabel  per 2025 te laten vervallen. Vanaf 2025 worden de plug-in hybride auto’s belast tegen het bpm-tarief dat geldt voor alle personenauto’s.

Let op! Alle voorstellen uit de belastingplannen voor 2025 moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2024-10-09T14:55:43+02:009 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe bestelauto voor ondernemers vanaf 2025 stuk duurder

Meerdere voorstellen motorrijtuigen in belastingplannen 2025

Het belastingpakket 2025 bevat een aantal voorstellen die betrekking hebben op motorrijtuigen. Er vindt geen verhoging van accijnzen op brandstoffen plaats. Rode diesel komt (nog) niet terug in de voorstellen, ondanks eerdere plannen in het Hoofdlijnenakkoord. Tevens vindt er een uniformering plaats in definities tussen het kentekenregister en die in diverse belastingwetten.

Accijns op brandstoffen niet verhoogd

Auto

Sinds 1 juli 2023 zijn de accijnzen op brandstoffen verlaagd ter compensatie voor de hoge brandstofkosten. De accijnzen op brandstoffen zijn ook in 2024 niet verhoogd en in de belastingplannen wordt voorgesteld dit voor het jaar 2025 zo te houden. De inflatiecorrectie inzake de accijnzen op brandstoffen blijft eveneens achterwege. Op die manier blijven burgers en bedrijven gecompenseerd voor de hoge brandstofprijzen.

Geen rode diesel

De belastingplannen 2025 bevatten nog geen voorstellen voor wat betreft de herintroductie van rode diesel voor de landbouw. Rode diesel werd tot 2013 veel in de landbouw gebruikt en kende een lagere accijns, maar vanaf 2013 betalen ook agrariërs de reguliere accijns over de door hen gebruikte diesel. In het Hoofdlijnenakkoord was nog een voorstel opgenomen om rode diesel vanaf 2027 weer toe te staan, maar in de belastingplannen 2025 komt dit voorstel nog niet terug.

Koppeling kentekenregister

De definitie van een personen- en bestelauto is voor de diverse belastingwetten (bijvoorbeeld voor de bijtelling vanwege privégebruik van de auto of voor de bpm) niet altijd gelijk en wijkt soms ook af van de registratie in het kentekenregister. Het kabinet wil dit uniformeren en vereenvoudigen en voor alle fiscale wetgeving aansluiten bij de registratie in het kentekenregister. Vanwege uitvoeringstechnische redenen gaat deze wijziging pas per 2027 in.

Let op! Deze voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-09T14:54:47+02:009 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meerdere voorstellen motorrijtuigen in belastingplannen 2025

Garage of schuur ook onder VoV-vrijstelling overdrachtsbelasting

Voor de teruglevering van woningen die oorspronkelijk verkocht werden met een verkoopregulerend beding, de zogenoemde VoV-woningen, is vanaf 2022 – onder voorwaarden- een vrijstelling overdrachtsbelasting mogelijk. Voorgesteld is om deze vrijstelling vanaf 2025 ook van toepassing te laten zijn op de mee teruggeleverde aanhorigheden bij de woning.

VoV-vrijstelling

Woning

Om de toegang tot de woningmarkt te bevorderen voor starters en lagere middeninkomens bestaat de mogelijkheid dat bijvoorbeeld woningcorporaties en projectontwikkelaars een woning met korting verkopen. Dit onder de verplichting om de woning als deze later weer in de verkoop komt, deze weer aan te bieden aan de oorspronkelijk verkopende woningcorporatie of projectontwikkelaar. Voor de teruglevering van zo’n woning met een verkoopregulerend beding (VoV-woning) geldt – onder voorwaarden – een vrijstelling van overdrachtsbelasting: de VoV-vrijstelling.

Voorwaarden

Een van de voorwaarden voor toepassing van de VoV-vrijstelling is dat de woningwaarde op het moment van levering aan koper niet hoger was de woningwaarde voor de startersvrijstelling op dat moment. Werd bijvoorbeeld in 2022 een VoV-woning geleverd met een woningwaarde van € 450.000, dan kan bij teruglevering van die woning in 2024 de VoV-vrijstelling niet worden toegepast. In 2022 was de woningwaarde voor de startersvrijstelling namelijk € 400.000.

Een andere voorwaarde is dat de natuurlijke persoon die de woning verkreeg een koperskorting kreeg van minimaal 10 en maximaal 50% van de waarde van de woning.

Let op! Er gelden nog meer voorwaarden. Neem voor meer informatie daarom contact op met een van onze adviseurs.

Vanaf 2025 ook aanhorigheden

Onbedoeld zijn bij de vormgeving van de VoV-vrijstelling aanhorigheden bij de woning, denk aan  een garage of schuur, uitgesloten van de vrijstelling. Voorgesteld is om dat vanaf 1 januari 2025 te herstellen. Vanaf die datum is de VoV-vrijstelling dan ook van toepassing op teruggeleverde aanhorigheden die bij de woning horen en die gelijktijdig met die woning worden verkregen.

Let op! Het voorstel dat op Prinsjesdag 2024 is gedaan, moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en is daarom nog niet definitief.

Door |2024-10-09T14:53:28+02:009 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Garage of schuur ook onder VoV-vrijstelling overdrachtsbelasting

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wijzigen vanaf 2025

De bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, en de doorschuifregeling, DSR, bij schenken en overlijden wijzigen vanaf 2025. Eind 2023 zijn al wijzigingen in de wet opgenomen. Op Prinsjesdag dit jaar zijn nog meer wijzigingen voorgesteld. Wat betekent dit fiscaal gezien voor bedrijfsopvolging?

Fiscale faciliteiten bedrijfsopvolging

Handen schudden

De BOR en de DSR zijn belangrijke fiscale faciliteiten bij het schenken of erven van een onderneming. Het betreffen een forse vrijstelling en de mogelijkheid om de te betalen belasting door te schuiven, op voorwaarde dat de onderneming wordt voortgezet.

Al in de wet opgenomen wijzigingen per 2025

Een aantal wijzigingen die per 2025 ingaat, zijn vorig jaar al in de wet opgenomen. Zo wijzigt de vrijstelling van de BOR naar 100% tot € 1.500.000 (in 2024 nog € 1.325.253) en 75% daarboven (in 2024 nog 83%). De voorwaarde dat de voortzetter al 36 maanden in dienst is bij de onderneming die wordt geschonken, vervalt met ingang van 2025 voor de DSR van aandelen. Dit geldt overigens niet voor de DSR van de onderneming in de inkomstenbelasting. Nieuw is daarentegen dat de verkrijger van de aandelen minimaal 21 jaar oud moet zijn voor toepassing van de BOR en DSR van aandelen.

Voor de berekening van de hoogte van de vrijstelling van de BOR telt vanaf komend jaar niet langer 5% van het beleggingsvermogen mee als ondernemingsvermogen. Ook kunnen vanaf die datum bedrijfsmiddelen met een waarde vanaf € 100.000 die ook voor andere dan zakelijke doeleinden worden gebruikt (bijvoorbeeld voor privé) niet meer geheel tot het ondernemingsvermogen worden gerekend voor de vrijstelling van de BOR.

Let op! Aan derden ter beschikking gesteld (waaronder verhuur) onroerend goed wordt vanaf 2024 standaard aangemerkt als beleggingsvermogen en komt daardoor niet meer in aanmerking voor de BOR en DSR van aandelen. Deze wijziging is ook eind 2023 in de wet opgenomen, maar is dus vanaf dit jaar al ingegaan.

Voorgestelde wijzigingen vanaf 2025

Op Prinsjesdag 2024 heeft het kabinet voorgesteld om vanaf 1 januari 2025 de verplichte voortzettingstermijn te verkorten van vijf naar drie jaar. Hierdoor geldt voor verkrijgingen die zich voordoen vóór 1 januari 2025 een voortzettingstermijn van vijf jaar, terwijl voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 een voortzettingstermijn van drie jaar geldt.

Voorgestelde wijzigingen in 2026

Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2024 nog meer wijzigingen voorgesteld die in moeten gaan met ingang van 2026.

Zo is voorgesteld om de BOR en DSR van aandelen vanaf 1 januari 2026 alleen nog maar te laten gelden voor gewone aandelen met een minimaal belang van 5%. Winstbewijzen, opties op aandelen en trackingstocks komen dan niet meer voor de BOR en DSR in aanmerking.

Verder wordt het eenvoudiger om in bepaalde situaties van structuur of rechtsvorm te veranderen, zonder dat dit in strijd komt met de verplichte voortzettingstermijn en bezitstermijn.

Ook wil het kabinet onbedoeld dubbel gebruik van de BOR tegengaan en zijn maatregelen tegen zogenaamde rollatorinvesteringen voorgesteld. Zo is een langere bezitstermijn voorgesteld voor schenkers en erflaters die later dan twee jaar na hun AOW-leeftijd met de onderneming zijn gestart.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn daarom nog niet definitief.

Door |2024-10-07T20:13:02+02:007 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten wijzigen vanaf 2025

Overnachtingen kort verblijf naar 21% btw vanaf 2026

In het Belastingplan 2025 is het voorstel gedaan om het btw-tarief voor overnachtingen voor kort verblijf te verhogen van 9 naar 21%. Ondernemers in deze branches krijgen nog even respijt. De verhoging gaat in vanaf 1 januari 2026.

Overnachtingen voor kort verblijf

Horeca

Het gaat in het voorstel om overnachtingen in onder meer hotels, pensions en vakantiewoningen door personen die voor een korte periode daar verblijven.

Niet alleen vakantiegangers

De verhoging van de btw geldt straks niet alleen voor verhuur aan vakantiegangers. Ook het voor een korte periode verhuren van dergelijke accommodaties aan bijvoorbeeld studenten, asielzoekers en werknemers valt vanaf 2026 onder het 21% btw-tarief.

Uitzondering voor kamperen

In het voorstel is  een uitzondering gemaakt voor kamperen. Deze vorm van overnachten voor een korte periode mag vanaf 2026 nog steeds tegen 9% btw.

Let op! Bij kamperen gaat het om het voor een korte periode verhuren van een stukje terrein waarop de huurders hun eigen onderkomen zoals een tent, caravan of camper kunnen plaatsen.

Verhuur gemeubileerde accommodatie is geen kamperen

Overnachten in een gemeubileerde stacaravan, een gemeubileerde (safari)tent en een semipermanent zomerhuisje op een camping wordt vanaf 2026 niet gerangschikt onder kamperen. Hiervoor geldt vanaf 2026 daarom wel het 21% btw-tarief.

Let op! Een campingeigenaar die daarom zowel dergelijke gemeubileerde accommodaties als kampeerplekken verhuurt, krijgt vanaf 2026 te maken met twee btw-tarieven: 9% btw voor de verhuur van een kampeerplek en 21% btw voor de verhuur van een gemeubileerde accommodatie.

Vooruitbetalingen in 2025 ook al tegen 21% btw

Betalen klanten in 2025 al voor een overnachting die plaatsvindt in 2026? Dan moet de exploitant, ook in 2025 al, 21% btw berekenen als voor de verhuur van die accommodatie vanaf 2026 het 21% btw-tarief geldt. In het wetsvoorstel is namelijk opgenomen dat voor het bepalen van het btw-tarief niet het moment van betaling van belang is, maar het moment van overnachten.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden aangenomen. De btw-verhoging en de voorwaarden staan daarom nog niet definitief vast.

Door |2024-10-07T20:11:49+02:007 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overnachtingen kort verblijf naar 21% btw vanaf 2026

Belastingdienst brengt Handboek Scheiden uit

In Nederland eindigt ongeveer één op de drie huwelijken in een echtscheiding. Dat heeft ook veel fiscale consequenties. De Belastingdienst heeft daarom het Handboek Scheiden gelanceerd.

Het Handboek Scheiden is via het openbare deel van het Forum Fiscaal Dienstverleners (https://ffd.pleio.nl/) voor iedereen te raadplegen.

Onderdelen

Strategie

Dit Handboek gaat in op diverse fiscale aspecten die bij een echtscheiding kunnen komen kijken. Zo wordt onder meer ingegaan op de gevolgen voor de eigen woning, te betalen of te ontvangen alimentatie, toeslagen en op vragen inzake het fiscale partnerschap.

Behandeling per aspect

Verschillende aspecten worden zover mogelijk apart behandeld. Zo wordt bijvoorbeeld bij het onderdeel ‘alimentatie’ apart ingegaan op partneralimentatie en op kinderalimentatie. Ook over specifieke situaties is informatie te vinden, zoals over co-ouderschap en birdnesting.

Voorbeelden

In de diverse onderdelen worden de fiscale gevolgen zo eenvoudig mogelijk uitgelegd en wordt ook gebruikgemaakt van diverse voorbeelden. Via doorklikken zijn ook Kamerstukken en Besluiten in te zien of is bij Toeslagen een proefberekening te maken, waarmee de gevolgen van echtscheiding inzichtelijk te maken zijn.

Door |2024-10-04T12:40:49+02:004 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst brengt Handboek Scheiden uit

Hoe is een overlijdensuitkering van de werkgever belast?

Werkgevers betalen bij het overlijden van een werknemer meestal een overlijdensuitkering aan de nabestaanden. Is een dergelijke uitkering ook belast als loon en/of met erfbelastingen zo ja, hoe?

Overlijdensuitkeringen

Euro

De Belastingdienst heeft duidelijkheid verschaft op deze vraag met een voorbeeld waarbij van twee partners met een notarieel samenlevingscontract één van hen komt te overlijden. De partner verkrijgt via de werkgever drie maandsalarissen als overlijdensuitkering. Is hierover loonbelasting verschuldigd, erfbelasting of wellicht beide?

Eén maandsalaris belastingvrij

Van de uitkering is één maandsalaris belastingvrij, zowel voor de loonbelasting als voor de erfbelasting. Een werkgever is namelijk wettelijk verplicht bij overlijden van een werknemer één maandsalaris uit te keren. De langstlevende partner verkrijgt deze of de minderjarige kinderen verkrijgen deze. Men verkrijgt deze uitkering dus volgens de wet en niet volgens het erfrecht. De erfbelasting is daarom niet van toepassing. Ook loonbelasting blijft achterwege, omdat volgens de wet bij overlijden maximaal drie maandsalarissen zijn vrijgesteld.

Erfbelasting voor tweede en derde maandsalaris

Over het tweede en derde maandsalaris is dus geen loonbelasting verschuldigd (drie maandsalarissen zijn immers vrijgesteld van loonbelasting), maar wel erfbelasting. Deze uitkeringen vloeien namelijk voort uit de arbeidsovereenkomst en worden daarom verkregen volgens een zogenaamd derdenbeding. Over dergelijke verkrijgingen dient erfbelasting te worden betaald.

Hogere uitkering dan drie maandsalarissen, wat nu?

De Belastingdienst gaat ook in op de situatie waarin meer dan drie maandsalarissen worden uitgekeerd. Volgens de letter van de wet zou dan zowel erf- als loonbelasting verschuldigd zijn. De vrijstelling voor de loonbelasting bedraagt namelijk maximaal drie maanden. Dubbele heffing (zowel loonbelasting als erfbelasting) is in deze situatie echter te veel van het goede. Daarom wordt goedgekeurd dat geen erfbelasting wordt geheven, maar alleen loonbelasting.

Door |2024-10-04T12:37:00+02:004 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoe is een overlijdensuitkering van de werkgever belast?