MKB Nieuws

Advieswijzer De CSRD, en wat kan ik ermee?

De Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD) verplicht grote ondernemingen om te rapporteren over hun duurzaamheidsprestaties: niet alleen van de eigen onderneming, maar ook van hun partners in de waardeketen. Dus ook als u niet onder de CSRD-regels valt, komt u er via uw ketenpartners, leveranciers, opdrachtgevers of de bank toch mee in aanraking. Voor alle partijen een grote uitdaging, met als belangrijkste advies: begin op tijd met de eerste stappen. Bent u nog niet begonnen, dan luidt het dringende advies om nu te starten met de voorbereidingen.

Europa streeft naar een energieneutrale, duurzame economie in 2050 om de wereld leefbaar te houden voor volgende generaties. Daarvoor zijn allerlei maatregelen in werking gesteld, waaronder de nieuwe EU-wet, de Corporate Sustainable Reporting Directive (CSRD). Waar de een het ervaart als een last, ervaart de ander het juist als een kans. Duidelijk is dat grote bedrijven niet meer wegkomen met loze beloftes (greenwashing) en dus transparant moeten zijn over hun duurzaamheidsprestaties. Niet alleen terugblikkend, maar ook vooruitziend, concreet onderbouwd met data.

De controlegrenzen van de CSRD

Of jouw bedrijf onder de CSRD-wetgeving valt, is vanaf dit boekjaar (2025) het geval als je voldoet aan twee van de drie criteria:
– Minimaal 250 fte personeelsleden
– Minimaal € 50 miljoen omzet
– Minimaal € 25 miljoen balanstotaal

Rapporteren volgens de ESRS

Als je CSRD-plichtig bent, dan betekent dit dat je moet gaan rapporteren over jouw duurzame prestaties en wel volgens de standaarden van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). In totaal zijn er twaalf ESRS-standaarden met bijna 1200 datapunten.

De heel grote bedrijven, zoals Philips, Heijmans en NS, rapporteren al volgens de CSRD. Voor de volgende groep geldt dat over dit boekjaar (2025, zie tijdlijn). Dat lijkt nog ver weg, maar uit ervaring blijkt dat het inregelen van de CSRD wel één tot twee jaar in beslag neemt, afhankelijk van waar je staat in jouw duurzame ontwikkeling, de mate van digitalisering en beschikbare mensen en middelen. Binnen de CSRD is er veel aandacht voor inzicht in risico’s en impact, het opstellen en beschikbaar maken van beleid, het stellen van doelen en het meten van vooruitgang. De standaarden richten zich daarbij niet enkel op de eigen onderneming. Ze vereisen ook dat bedrijven informatie uit en over hun waardeketen verzamelen en publiceren.

Van een breder perspectief naar focus op materiële onderwerpen

In totaal zijn er dus zo’n 1.200 datapunten waarover gerapporteerd kan worden. Gelukkig hoef je niet over al die punten te rapporteren. Via de dubbele materialiteitsanalyse bepaal je welke ESG-thema’s (Environment, Social en Governance) het relevantst zijn voor jouw bedrijfsvoering en belanghebbenden (stakeholders). Per thema vereisen de standaarden beleid, actieplannen, doelen en prestaties.

De dubbele materialiteitsanalyse help je om focus aan te brengen op de (duurzame) thema’s die er echt toe doen. Dit gaat twee kanten op (vandaar het woord ‘dubbel’): welke impact heeft jouw business op de wereld (bijvoorbeeld CO2-emissies, verlies van biodiversiteit, geluidsoverlast) en welke impact heeft de wereld op jouw business (bijvoorbeeld locatie in een zero-emissiezone, watertekort of -overlast, personeelstekort door krappe arbeidsmarkt)? Het gaat dus om zowel de impactmaterialiteit (inside-out-benadering) als de financiële materialiteit (outside-in-benadering), waarbij een ESG-thema materieel is als het al aan een van de twee voldoet.

Wie betrek je wel of niet

Om het bredere perspectief goed in kaart te brengen, is het van belang dat je weet wie jouw belanghebbenden (stakeholders) zijn en over welke thema’s deze partijen geïnformeerd willen worden. Belanghebbenden zijn klanten, medewerkers, leveranciers, banken, maar denk ook aan de lokale leefomgeving, gemeente, media of belangenorganisaties. Je bepaalt zelf wie je meeneemt in dit proces. De CSRD zegt ook niets over het aantal dat je moet raadplegen. Wat wel belangrijk is, is dat je de belanghebbenden die de meeste impact ondervinden van jouw bedrijfsactiviteiten meeneemt in de analyse. Daarnaast is de keuze van wat je met welke stakeholders gaat bespreken ook belangrijk. Met je medewerkers gaat het bijvoorbeeld over de werk-privébalans, veiligheid, diversiteit & inclusiviteit en gelijke beloning. Met klanten gaat het bijvoorbeeld om de herkomst van producten en diensten, kinderarbeid of dierenleed, mogelijkheden om klachten te adresseren of hulp te krijgen, eerlijke marketing en communicatie. Je kan hiervoor een enquête uitsturen naar alle groepen stakeholders, maar je mag ook een interactieve sessie organiseren waarbij je het A4-blad met materiële onderwerpen (zie verderop) toetst.

Materiële onderwerpen verschillen per sector

Wat voor het ene bedrijf een materieel onderwerp is, doet er voor een ander bedrijf helemaal niet toe. Dit hangt af van jouw bedrijfsmodel, kernactiviteiten en in welke sector je verkeert. Voor een bouwbedrijf is ‘fairtrade’-koffie in de koffieautomaat natuurlijk goed, maar niet materieel. In de bouw draait het om materialenpaspoorten van bouwmaterialen, circulair oogsten bij renovatieprojecten en/of over de CO2- en stikstofuitstoot bij nieuwbouwprojecten en om veiligheid en duurzame inzetbaarheid van de medewerkers. Terwijl voor een bedrijf dat koffie produceert en verkoopt ‘eerlijke’ koffie wel degelijk een materieel onderwerp is. Verder geldt min of meer: hoe complexer de business, des te meer materiële onderwerpen en dus hoe uitdagender het kan zijn om daar in lijn met de CSRD over te rapporteren. Het goede nieuws is dat veel bedrijven al de nodige aandacht besteden aan duurzaamheidsaspecten. Als dat ook voor jouw bedrijf het geval is, hoef je gelukkig niet op ‘0’ te beginnen.

Binnen nu en twee jaar worden vanuit de wetgeving (EFRAG) nog sectorspecifieke standaarden verwacht. Bovendien komen er proportionele standaarden voor de beursgenoteerde mkb-ondernemingen die ingaan vanaf boekjaar 2026 (afkorting: LSME). Mkb-ondernemingen zonder beursnotering kunnen ook vrijwillig gebruik gaan maken van de proportionele standaarden (afkorting: VSME). Deze standaarden zijn in concept beschikbaar.

Nadat de materiële thema’s zijn vastgesteld, moet je per onderwerp risico’s en kansen inventariseren, beleid en acties beschrijven, doelen stellen en rapporteren over prestaties.

Hoe ziet het CSRD-proces eruit?

Het onderstaande proces biedt een overzicht voor bedrijven die toewerken naar de CSRD-verplichting en voor bedrijven die vrijwillig willen rapporteren over ESG-prestaties.

Aanpak CSRD-plichtige klanten

De eerste stap in het proces, inventarisatie, gaat over de voorbereidingen. Hoe pak je dat het beste aan?

Zeven simpele stappen om snel te beginnen met de inventarisatie

  1. Stel een team samen. Gezien de brede scope van CSRD en de ESG-impact die voortvloeit uit diverse activiteiten van jouw bedrijf, is het samenstellen van een team met een gezonde mix van expertise en kennis vanuit verschillende hoeken van de organisatie vereist. Wijs daarnaast een collega aan die projectmanager is van het CSRD-project. Het is belangrijk dat deze collega voldoende statuur en invloed heeft binnen de organisatie. Dit is essentieel om de nodige veranderingen te bewerkstelligen om straks te kunnen voldoen aan de CSRD.
  2. Beleg een kick-off waarbij onder andere kennis wordt gedeeld om het CSRD-team bekend te maken met de CSRD en de dubbele materialiteitsanalyse. Zorg dat het onderwerp CSRD een vast punt wordt op het managementoverleg om betrokkenheid van de directie en het managementteam te houden.
  3. Oriënteer je door middel van externe bronnen. Lees bijvoorbeeld een paar jaarverslagen van organisaties binnen jouw sector. Een goede bron om deze verslagen te vinden, is duurzaamheidsverslag.nl. Check ook de (dubbele) materialiteitsanalyse: welke materiële onderwerpen komen iedere keer terug en wat rapporteren ze daarover (doelstellingen, KPI’s en acties)? Ook brancheverenigingen bieden steeds vaker dit soort informatie aan. Zij beschouwen ook vaak trends, wetgeving en ontwikkelingen op landelijk niveau of zelfs op wereldschaal.
    Hierna begin je met het inventariseren van het bedrijfsprofiel, de waardeketen, de stakeholders en de huidige duurzaamheidsinitiatieven.
  4. Creëer een bedrijfsprofiel en maak duidelijk wat de toegevoegde waarde is voor belanghebbenden en de samenleving. Je beschrijft met andere woorden jouw organisatie en waar de impacts liggen. In dit bedrijfsprofiel geef je inzicht in het bedrijfsmodel van de onderneming, welke producten worden geleverd, welke bronnen de onderneming daarvoor nodig heeft, welke reststromen de onderneming genereert en uiteindelijk welke waarde dat toevoegt.
  5. Breng de waardeketen in kaart. Het ESRS-raamwerk vereist echter niet alleen rapportage over de impacts van de eigen activiteiten van de organisatie, maar ook over de impacts die in de waardeketen worden veroorzaakt. Maak een schematische tekening van de waardeketen, beginnend met de directe partners (leveranciers, klanten) en werk vandaaruit de keten in beide richtingen verder uit.
  6. Stakeholders identificeren: weet wie jouw belanghebbenden (stakeholders) zijn. Je krijgt al een goed beeld van wie dit zijn en welke onderwerpen bij hen spelen door intern informatie op te halen. Je kan het ESRS-framework gebruiken als praatplaat. Wil je weten wat er in de sector of bij concurrenten speelt? Ga dan in gesprek met jouw verkopers of juist bij de inkopers. Wil je weten wat er leeft onder de medewerkers? Maak een afspraak met HRM. Wil je weten waar banken en investeerders naar vragen? Vraag het jouw financieel directeur. Wil je weten hoe de media over jouw sector schrijft of welke duurzame thema’s steeds weer terugkomen? Check dan jouw marketingcommunicatiemedewerker. Besluit welke stakeholders je meeneemt in de dubbele materialiteitsanalyse. Door de juiste stakeholders te betrekken bij het identificeren van relevante onderwerpen en prioriteiten, worden de belangen van zowel jouw bedrijf als de samenleving beter vertegenwoordigd.
  7. Inventariseer tot slot de huidige duurzaamheidsinitiatieven, waaronder certificeringen. Deze certificeringen hebben vaak al een directe link met de standaarden van de CSRD, de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Denk aan ISO 14001, de CO2-prestatieladder en Lean & Green voor bijvoorbeeld ESRS E1 Klimaatverandering. Analyseer welke onderwerpen door certificeringen al geraakt worden.

Als je deze stappen heeft doorlopen, ben je klaar voor de volgende fase in het proces naar een CSRD-rapportage: de dubbele materialiteitsanalyse.

Zo ziet een dubbele materialiteitsanalyse eruit: voorbeeld Nationale Spoorwegen (NS)
De NS heeft de de materiële thema’s in het jaarverslag over 2023 met de stakeholders herijkt en vervolgens verrijkt met concrete doelen en resultaten.

Draai het om: CSRD, wat kan ik ermee?

Natuurlijk is voldoen aan de CSRD een flinke klus, maar het komt er nu eenmaal aan en het gaat niet meer weg. Als je de CSRD eenmaal omarmd heeft, zal je zien dat het wel degelijk meerwaarde creëert voor jouw bedrijf, bijvoorbeeld omdat je een breder beeld krijgt van wat er speelt in jouw sector door in gesprek te gaan met verschillende stakeholders met verschillende belangen. En, waar je eerst twijfelde over duurzame investeringen omdat je daardoor duurder zou zijn dan concurrenten, kan het – door de transparantie waar de CSRD voor zorgt – juist nieuwe business genereren. Er is in ieder geval genoeg bewijs van koplopers die inmiddels een gezond duurzaam verdienmodel hebben ontwikkeld. Sterker nog, deze bedrijven komen gemakkelijker aan financiering (met een gunstige rente), hebben zeer gemotiveerd personeel en een sterke reputatie bij hun leveranciers en klanten. Zij weten hun relevantie aan te tonen en bieden meer kans op bedrijfsopvolging. Dus draai het om en zie het als een kans: CSRD, dit kan ik ermee!

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-01-09T15:54:54+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer De CSRD, en wat kan ik ermee?

Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

Wil je in 2025 jouw kinderen, kleinkinderen of anderen een geldbedrag schenken? Wat zijn dan voor dit jaar de belastingvrije bedragen?

Schenken aan jouw kinderen

Geld

De meeste vrijstellingen bestaan voor schenkingen aan jouw kinderen. In 2025 kan je hun belastingvrij een bedrag van € 6.713 schenken. Tevens mag je aan jouw kind in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar eenmalig een vrij te besteden bedrag van € 32.195 schenken. De dag van de 40e verjaardag telt hiervoor ook nog mee.

Let op! Schenk je dit verhoogde bedrag, dan mag je in dat jaar niet ook nog eens het belastingvrije bedrag van € 6.713 schenken.

Eenmalig voor een dure studie

Je mag ook eenmalig een verhoogde belastingvrije schenking doen aan jouw kind ten behoeve van een dure studie. Deze vrijstelling ligt hoger en bedraagt € 67.064. Deze vrijstelling geldt ook nu weer alleen voor jouw kind met een leeftijd tussen 18 en 40 jaar, inclusief de 40e verjaardag.

Let op! De schenking voor een dure studie is eenmalig én in plaats van de eenmalig verhoogde vrije schenking van € 32.195. Je mag dus niet van beide verhoogde schenkvrijstellingen gebruikmaken voor eenzelfde kind.

Schenkingen aan derden

Voor een schenking aan een derde, dit zijn ook jouw kleinkinderen, geldt in 2025 een vrijstelling van € 2.690. Dit bedrag mag je dus ook belastingvrij schenken aan een goede vriend, neef of andere begunstigde.

Let op! De speciale schenking ten behoeve van de aankoop van een eigen woning is per 2024 afgeschaft.

Schenk je meer dan de vrijstelling?

Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over een bedrag tot € 154.197. Vanaf € 154.197 is het tarief 20%. Voor kleinkinderen en verdere afstammelingen zijn de tarieven 18% tot € 154.197 en 36% vanaf € 154.197. Voor overige personen, bijvoorbeeld een vriend of een willekeurige derde, is het tarief 30% tot € 154.197 en 40% vanaf € 154.197.

Ontvanger betaalt

Bij een schenking betaalt de ontvanger ervan de schenkbelasting. Je kan er als schenker ook voor kiezen zelf de schenkbelasting te betalen, maar houd er dan rekening mee dat ook dit bedrag als schenking wordt gezien.

Voorbeeld

Je schenkt in 2025 jouw kind van 27 jaar € 200.000. Als je nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, is de eerste € 32.195 belastingvrij (je doet dan een beroep op de eenmalige vrijstelling). Over de volgende € 154.197 betaal je 10% belasting en over de laatste € 13.608 20%. Er dient dus door jouw kind € 15.419 + € 2.721 = € 18.140 aan schenkbelasting af te worden gedragen. Neem je de schenkbelasting voor jouw rekening, dan bedraagt deze niet € 18.140 maar € 22.675. Dit omdat het bedrag van de schenkbelasting dan ook als schenking wordt gezien.

Let op! Op 13 december 2024 heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen de Tweede Kamer een evaluatierapport gestuurd over de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor een dure studie. Uit deze evaluatie volgde dat er geen noodzaak bestaat voor beide eenmalig verhoogde schenkingsvrijstellingen. De kabinetsreactie op dit rapport wordt in het voorjaar van 2025 verwacht. Houd er rekening mee dat het kabinet dan mogelijk aankondigt dat deze schenkingsvrijstellingen worden afgeschaft, versoberd of hervormd.

Door |2025-01-09T14:48:28+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

COVER: duurzame subsidie voor mkb-ondernemersorganisaties

Ondernemersorganisaties in het mkb kunnen vanaf 14 januari 2025 de nieuwe subsidie Collectieven mkb Verduurzaming Reisgedrag (COVER) aanvragen. Met de subsidie kunnen projecten gefinancierd worden, gericht op een blijvende vergroening van het reisgedrag van werknemers.

Subsidie Collectieven mkb Verduurzaming Reisgedrag (COVER)

Auto

De subsidie COVER is gericht op het verminderen van fossiele brandstoffen met betrekking tot vervoer in verband met het werk. Het kan daarbij gaan om woon-werkverkeer en om zakelijke reizen, niet om vrachtvervoer. Eén van de eisen van COVER is dat tegenover 1 kilo CO2-reductie maximaal € 0,75 subsidie mag staan.

Voor wie?

De subsidie is alleen beschikbaar voor projecten die worden ingediend door ondernemersorganisaties, zoals brancheorganisaties, ondernemersverenigingen of bedrijfsinvesteringszones voor het mkb. De organisatie zelf moet een rechtspersoon zijn, zoals een vereniging. Daarnaast moet de organisatie voor minstens de helft uit mkb-ondernemers bestaan die minder dan 250 werknemers in dienst hebben.

Omvang subsidie

Van een project wordt maximaal 75% via de COVER gefinancierd. De subsidie moet per project minimaal € 10.000 bedragen en maximaal € 100.000. Voor de COVER is in totaal een bedrag van € 2,5 miljoen beschikbaar.

Voorbeelden

Een project in het kader van COVER kan bijvoorbeeld bestaan uit cao-afspraken over duurzame mobiliteit in jouw branche, een mobiliteitsplan voor een groep ondernemingen of projecten om thuiswerken te ontwikkelen en uit te voeren.

Projectplan

Jouw aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van een ingediend projectplan. Op RVO.nl zijn hiervoor twee formats aanwezig die gebruikt kunnen worden. Ook voor de onderbouwing van jouw begroting is een format beschikbaar.

Aanvragen

Je kan de subsidie COVER digitaal aanvragen vanaf 14 januari 2025 9.00 uur tot en met 1 oktober 2025 12.00 uur. Na jouw aanvraag ontvang je binnen 13 weken bericht. Als je subsidie krijgt toegekend, ontvang je in eerste instantie 90% van het subsidiebedrag als voorschot.

Door |2025-01-09T14:56:14+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor COVER: duurzame subsidie voor mkb-ondernemersorganisaties

Nieuwe subsidie voor reparatie en recycling van producten

Er komt voor ondernemers een nieuwe subsidie beschikbaar ter bevordering van reparatie en recycling van een aantal productgroepen. Deze nieuwe subsidie, de Subsidie Circulair implementeren en opschalen (CIO), is vanaf 30 januari 2025 aan te vragen.

Voor welke activiteiten?

Detailhandel

De subsidie is bestemd voor bedrijven die hun bedrijf willen voorbereiden om producten opnieuw te gebruiken en productonderdelen te repareren en daarna opnieuw te gebruiken. Hieronder wordt ook verstaan: het opknappen en opnieuw fabriceren. Ook voor het voorbereiden om materialen te verwerken en her te gebruiken door hoogwaardige recycling en het voorbereiden om ondersteunende diensten en logistiek te ontwikkelen ter bevordering van hergebruik, reparatie of recycling, is de subsidie mogelijk. Het gaat hier om toepassing van nieuwe technieken en processen in jouw bedrijf.

Let op! De subsidie is ook beschikbaar voor ondernemers die deze activiteiten al uitoefenen en willen uitbreiden.

Welke productgroepen?

De CIO is bestemd voor de volgende productgroepen:

  • elektronische en elektrische apparaten
  • textiel
  • meubels
  • luiers en incontinentiemateriaal
  • herbruikbare bekers en maaltijdverpakkingen

Voorwaarden

Voor de CIO geldt een aantal voorwaarden. Zo kunnen mkb’ers de subsidie alleen of met een partner aanvragen als deze bedrijven niet met elkaar verbonden zijn, zoals een moeder-dochter bv. Ook moet het gaan om bewezen of voor de hand liggende organisatie-, productie- of leveringsmethodes met weinig onzekerheden. Het moet dus een organisatie-innovatie of procesinnovatie zijn. Ook moet het een besparing van grondstoffen en CO2-uitstoot opleveren.

Omvang subsidie

De subsidie bedraagt voor mkb-bedrijven 50% van de gemaakte kosten, voor grootbedrijven is dit 15%. De subsidie bedraagt minimaal € 50.000 per aanvraag en minimaal € 25.000 per onderneming. De maximale subsidie is € 500.000. Voor de CIO is in totaal € 9.577.000 beschikbaar.

Aanvragen

Je vraagt de CIO vanaf 30 januari 2025 aan bij RVO.nl. Aanvragen kan tot 8 april 2025 12.00 uur. Voor aanvragen is eHerkenning niveau 2+ vereist. Je kan jouw aanvraag alvast online voorbereiden vanaf half januari 2025.

Door |2025-01-09T14:36:23+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe subsidie voor reparatie en recycling van producten

Vanaf 6 januari 2025 weer BOSA aanvragen

Amateursportorganisaties kunnen vanaf 6 januari 2025 00.00 uur weer de subsidie Stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) aanvragen. Naast subsidie voor de kosten van bouw en onderhoud van sportaccommodaties, is deze subsidie ook beschikbaar voor de aanschaf van sportmaterialen.

Subsidie ook voor andere zaken

Typen

Voor bovengenoemde kosten kunnen de organisaties in 2025 20% subsidie krijgen. Voor maatregelen op het gebied van energiebesparing, toegankelijkheid, circulariteit en klimaatadaptatie bedraagt de subsidie voor 2025 30%. Dit was in 2024 nog 40%.

Voorwaarden

Voor de BOSA gelden tal van voorwaarden. Op de site van dus-i.nl is hierover meer informatie te vinden. Zo geldt er bijvoorbeeld een minimumsubsidiebedrag van € 2.500 en een maximum van € 2,5 miljoen. De subsidie is echter ook afhankelijk van de vraag of deze voor- of achteraf wordt aangevraagd. Bij aanvragen vooraf geldt als aanvullende voorwaarde dat wijzigingen binnen een bepaalde termijn moeten worden doorgegeven om de subsidie niet in gevaar te brengen.

Let op! Kunt u de btw van bepaalde kosten aftrekken, dan kunt u voor die kosten geen subsidie krijgen.

Snel aanvragen

Voor de BOSA is in 2025 € 74 miljoen beschikbaar. De subsidie wordt verstrekt op volgorde van binnenkomst. Daarom is het van belang de subsidie zo snel mogelijk aan te vragen.

U kunt de subsidie aanvragen bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen. Hiervoor is eHerkenning nodig, minimaal niveau eH 2+.

Door |2025-01-09T15:26:47+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 6 januari 2025 weer BOSA aanvragen

Vanaf 1 januari 2025 betaalverzuimboetes btw e-Commerce

Ondernemers die deelnemen aan de regeling EU btw e-Commerce zullen vanaf 1 januari 2025 een betaalverzuimboete opgelegd krijgen als te weinig btw wordt afgedragen. Eerder was besloten tot 1 januari 2025 geen betaalverzuimboetes op te leggen bij te weinig afgedragen btw omdat ondernemers geconfronteerd werden met allerlei opstartproblemen.

Btw e-Commerce

Typen

De vrijwillige regeling EU btw e-Commerce is ontwikkeld om internationale afstandsverkopen binnen de EU makkelijker te laten verlopen. Sinds 1 juli 2021 moet de btw namelijk betaald worden in de lidstaat van de consument. Dit kan rechtstreeks aan de betreffende lidstaat, maar met behulp van de regeling kunnen de aangiften en bijbehorende betalingen ook via de eigen Belastingdienst plaatsvinden.

Opstartproblemen

De genoemde opstartproblemen bestonden uit onduidelijkheden voor ondernemers over betaaltermijnen, af te dragen bedragen, wisselkoersen en bankkosten. Als gevolg hiervan werden niet altijd de juiste bedragen aan btw afgedragen. De opgelegde betaalverzuimboetes leidden echter weer massaal tot bezwaren en daarmee tot capaciteitsproblemen voor de Belastingdienst.

Problemen verminderd

De Belastingdienst meldt dat de opstartproblemen inmiddels beheersbaar zijn en deels verdwenen. Het aantal naheffingen is gedaald en daarmee zal ook het aantal bezwaren verminderen. Omdat bedrijven bovendien beter bekend zijn met de regeling, is er ook geen reden meer om geen betaalverzuimboetes op te leggen wanneer onvoldoende btw wordt afgedragen.

Door |2025-01-09T14:33:06+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 1 januari 2025 betaalverzuimboetes btw e-Commerce

Overgangsregeling btw-tarief sport, cultuur en media

Vooruitbetalingen voor goederen en diensten op het gebied van sport, cultuur en media die genoten kunnen worden in 2026 blijven tot 1 juli 2025 belast tegen het lage tarief van 9%. Het streven is nog steeds om het btw-tarief niet te verhogen naar 21% per 2026. Tot er meer duidelijkheid is, is er vooralsnog een overgangsregeling getroffen.

Verhoging btw-tarief

In het Belastingplan 2025 was het voornemen opgenomen het btw-tarief voor genoemde sectoren per 2026 te verhogen naar 21%. Onder druk van de Tweede Kamer is toegezegd de verhoging niet door te laten gaan en hiervoor naar alternatieve dekking te zoeken.

Overgangsregeling vooruitbetalingen

De overgangsregeling geldt voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en betalingen die in 2025 gedaan worden en vanaf 2026 genoten kunnen worden. De overgangsregeling geldt vervolgens alleen voor goederen en diensten inzake sport, cultuur en media en niet voor logies.

Tip! Wat de voorwaarden zijn betreft vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ kijk je hier.

Sport, cultuur en media: voor of na 1 juli 2025!

Bij sport, cultuur en media kunt u denken aan onder meer boeken, kranten, tijdschriften en het verlenen van toegang tot sportscholen, concerten, musea en sportwedstrijden.

In genoemde overgangsregeling is bepaald dat hier bij vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen die vanaf 1 januari 2026 genoten kunnen worden tot 1 juli 2025 het lage btw-tarief van 9% nog in rekening mag worden gebracht.

Voor vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ en voor betalingen inzake sport, cultuur en media die genoten kunnen worden per 1 januari 2026 én die na 30 juni 2025 aangeschaft worden, moet 21% btw in rekening worden gebracht.

Logies vallen niet onder de overgangsregeling

Voor een kort verblijf in onder meer hotels, pensions en vakantiewoningen geldt er geen overgangsregeling. Dit betekent dat er bij vooruitbetalingen en vouchers voor ‘enkelvoudig gebruik’ die genoten kunnen worden vanaf 1 januari 2026 al wél 21% btw in rekening moet worden gebracht.

Tip! Voor kamperen blijft het lage btw-tarief van 9% gelden, dus ook vanaf 2026.

Door |2024-12-27T15:43:41+01:0027 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overgangsregeling btw-tarief sport, cultuur en media

Landbouwnormen 2024 bekendgemaakt

De Belastingdienst heeft de landbouwnormen voor eigen gebruik en privégebruik voor het jaar 2024 bekendgemaakt. Deze normen hebben betrekking op de meest gangbare agrarische producten, op gas, olie, elektra en water en op hobbydieren.

Btw-aangifte Q4 2024

Agrarisch

De landbouwnormen zijn noodzakelijk bij het samenstellen van de laatste btw-aangifte over 2024 en zijn daarom nu reeds gepubliceerd. Je vindt alle normbedragen hier.

Niet alle agrarische producten

De bekendgemaakte normen betreffen niet alle agrarische producten. Voor ontbrekende producten moet worden uitgegaan van de marktwaarde. De meeste normen zijn bepaald aan de hand van gemiddelde prijzen en gemiddeld verbruik.

Energie en water

Voor energie en water gelden geen normbedragen maar richtbedragen. Afhankelijk van de situatie moeten agrariërs de bedragen zelf aanpassen. Zo wordt uitgegaan van een gezin van vier personen en moeten de richtprijzen als een gezin meer of minder personen telt met 10% per persoon worden aangepast.

Zelf bijhouden kan soms ook

Agrariërs kunnen afwijken van de normbedragen voor energie en water als ze het werkelijke verbruik zelf bijhouden. Daarbij moet dan bijvoorbeeld ook rekening worden gehouden met eventueel aanwezige zonnepanelen.

Tip! Heb je vragen over de normbedragen, neem dan even contact met ons op. Wij helpen je graag bij jouw aangifte.

Door |2024-12-27T15:42:14+01:0027 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Landbouwnormen 2024 bekendgemaakt

Hoge Raad vult werkelijke rendement onroerende zaken box 3 verder in

Op 20 december 2024 gaf de Hoge Raad nadere aanwijzingen over de wijze waarop het werkelijke rendement van onroerende zaken in box 3 vanaf het jaar 2017 berekend moet worden.

Werkelijke rendement

Straatbeeld

Op 6 juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat je in box 3 het – door de Hoge Raad gedefinieerde – werkelijke rendement in aanmerking mag nemen als dit lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement. De Hoge Raad gaf daarbij aanwijzingen hoe dit werkelijke rendement berekend moet worden. In arresten van 14 juni en 2 augustus 2024 gaf hij verdere aanwijzingen.

Kort samengevat komt het erop neer dat het gaat om het werkelijk gerealiseerde én ongerealiseerde rendement op jouw gehele vermogen in box 3 zonder aftrek van het heffingsvrije vermogen. Het gaat om het nominale rendement, met inflatie mag geen rekening worden gehouden. Aftrek van kosten is niet mogelijk. Alleen rente van schulden in box 3 zijn aftrekbaar. Verder gaf de Hoge Raad al de aanwijzing dat de bepaling van het werkelijke rendement van een woning plaatsvindt op basis van de WOZ-waarde aan het begin en aan het einde van een jaar.

Nieuwe aanwijzingen onroerende zaken

Ondanks de eerdere aanwijzingen leefden er in de praktijk nog vragen over de invulling van het werkelijke rendement in bepaalde situaties. De Hoge Raad gaf op 20 december 2024 nieuwe aanwijzingen over de berekening van het werkelijke rendement van onroerende zaken.

Rendement woning op basis van WOZ-waarden

Al bekend was dat voor de (ongerealiseerde) waardeverandering van woningen die in box 3 vallen, zoals vakantiewoningen, uitgegaan moet worden van het verschil tussen de WOZ-waarden aan het begin en het einde van het jaar. Onduidelijk was nog welke WOZ-waarden: die van het jaar en het volgende jaar of die van het volgende jaar en het daaropvolgende jaar? De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het gaat om de WOZ-waarden van het jaar en het volgende jaar. Voor bijvoorbeeld de box 3-heffing voor 2024 moet je dus uitgaan van het verschil tussen de WOZ-waarde van 2024 en de WOZ-waarde van 2025.

Rendement bij verkoop woning

Verkoop of koop je in de loop van het jaar een woning? Dan verdeel je de op basis van de WOZ-waarden berekende waardeverandering tijdsevenredig met de koper/verkoper, aldus de Hoge Raad. Verkoop je bijvoorbeeld per 1 juli 2024 een woning en bedraagt het verschil tussen de WOZ-waarde 2024 en 2025 € 40.000, dan is de gerealiseerde waardestijging voor jou € 20.000 en de ongerealiseerde waardestijging voor de koper € 20.000.

Let op!Door een verschil tussen de verkoopprijs en de WOZ-waarde van de woning, neemt wellicht jouw totale vermogen in box 3 toe of af. Dit verschil is echter niet aan te merken als werkelijk rendement in box 3, aldus de Hoge Raad.

Verbetering en uitbreiding onroerende zaken

De Hoge Raad oordeelde eerder al dat bij de berekening van het werkelijke rendement geen rekening mag worden gehouden met aftrek van kosten. In aanvulling hierop heeft de Hoge Raad op 20 december 2024 echter aangegeven dat een waardevermeerdering van een onroerende zaak die voortvloeit uit kosten die leiden tot verbetering of uitbreiding van de onroerende zaak niet tot het werkelijke rendement hoort.

Let op!De wijze waarop een en ander wordt vastgesteld is niet eenvoudig. Of er sprake is van verbetering of uitbreiding van een onroerende zaak of van onderhoud, moet worden vastgesteld aan de hand van eerdere rechtspraak van de Hoge Raad. Verder zal, voor het buiten aanmerking laten van de waardevermeerdering van woningen in deze gevallen, een andere WOZ-beschikking dan regulier aanwezig moeten zijn.

Geen voordeel wegens eigen gebruik

De Hoge Raad heeft op 20 december 2024 ook geoordeeld dat het voordeel wegens eigen gebruik van een onroerende zaak voor de berekening van het werkelijke rendement nul bedraagt. JE hoeft hiervoor dus geen bedrag in aanmerking te nemen.

Box 3-stelsel vanaf 2028

De wijze waarop de Hoge Raad het werkelijke rendement invult onder het huidige box 3-stelsel staat overigens los van het nieuwe box 3-stelsel, waarvan onlangs bekend werd dat dit niet eerder dan in 2028 in kan gaan. De wetgever kan dan ook een andere invulling aan dit nieuwe box 3-stelsel geven.

Door |2024-12-27T15:39:52+01:0027 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad vult werkelijke rendement onroerende zaken box 3 verder in

Maximale transitievergoeding in 2025 € 98.000

Een werknemer die wordt ontslagen of die geen contractverlenging krijgt, heeft recht op een transitievergoeding. De maximale transitievergoeding gaat per 1 januari 2025 omhoog van € 94.000 (2024) naar € 98.000.

Uitzondering transitievergoeding

Schaken

Er geldt een aantal uitzonderingen op het recht op transitievergoeding. Zo krijgt een werknemer die zelf ontslag neemt geen transitievergoeding, behalve als dit komt door ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Onder meer ook bij een ontslag vanwege het bereiken van de AOW-leeftijd en bij ontslag vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, bestaat geen recht op transitievergoeding.

Tip! Hier vind je nog meer uitzonderingen.

Hoogte transitievergoeding

Hoeveel transitievergoeding de werknemer ontvangt, is afhankelijk van het maandsalaris en de duur van de arbeidsovereenkomst.

Tip! Op de website van de Rijksoverheid is een tool opgenomen waarmee bepaald kan worden of er (wellicht) recht is op een transitievergoeding en een indicatie van de hoogte van de vergoeding.

Maximale transitievergoeding

De transitievergoeding kent een maximum. Dit maximum wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld en is afhankelijk van de ontwikkeling van contractlonen. In 2024 bedraagt dit maximum € 94.000, voor 2025 is het maximum vastgesteld op € 98.000.

Let op!Als het jaarloon van de werknemer hoger is dan het vastgestelde maximum, bedraagt de transitievergoeding maximaal het brutojaarloon. Bij een brutojaarloon in 2025 van € 100.000, bedraagt de maximale transitievergoeding daarom geen € 98.000, maar € 100.000.

Compensatie transitievergoeding door UWV

Voor het uitbetalen van een transitievergoeding na langdurige arbeidsongeschiktheid én van een transitievergoeding na bedrijfsbeëindiging kunt u, onder voorwaarden, van het UWV een compensatie ontvangen.

Door |2024-12-27T15:37:33+01:0027 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maximale transitievergoeding in 2025 € 98.000