MKB Nieuws

Vóór 1 maart 2025 aangifte schenkbelasting van schenking 2024

Ontving je in 2024 een schenking, dan moet je mogelijk een aangifte schenkbelasting indienen. Je hebt daarvoor nog tot en met 28 februari 2025 de tijd.

Wanneer aangifte schenkbelasting?

Schenken

Of je een aangifte schenkbelasting moet indienen is afhankelijk van jouw relatie tot de schenker en de hoogte van de schenking.

  • Ontving je in 2024 een of meer schenkingen van jouw ouder(s) met een totale waarde gelijk aan of lager dan € 6.633 , dan hoef je geen aangifte schenkbelasting in te dienen. Was de totale waarde hoger dan € 6.633, dan moet je wel een aangifte indienen.
  • Ontving je in 2024 een of meer schenkingen van dezelfde schenker (niet jouw ouders) met een totale waarde gelijk aan of lager dan € 2.658, dan hoef je geen aangifte schenkbelasting in te dienen. Was de totale waarde hoger dan € 2.658, dan moet je wel een aangifte indienen.

Aangifte schenkbelasting bij beroep op vrijstelling

Bij een grote schenking van jouw ouder(s) kun je, als je aan de voorwaarden voldoet, eenmalig een beroep doen op de eenmalig verhoogde vrijstelling. De eenmalig verhoogde vrijstelling voor een schenking van een ouder aan een kind bedroeg in 2024 € 31.813 voor vrije besteding en € 66.268 voor besteding aan een dure studie. Doe je een beroep op deze vrijstelling, dan moet je ook een aangifte schenkbelasting indienen.

Let op! Dit is ook het geval als je door de toepassing van de vrijstelling geen schenkbelasting hoeft te betalen.

Vóór 1 maart 2025

De aangifte schenkbelasting 2024 moet vóór 1 maart 2025 door de Belastingdienst ontvangen zijn. Je doet de aangifte digitaal op mijn.belastingdienst.nl (hiervoor heb je DigiD nodig) of op papier.

Tip! Als dat niet op tijd lukt om aangifte schenkbelasting te doen, dan kun je ook uitstel aanvragen. Je krijgt dan vijf maanden uitstel voor het indienen van de aangifte.

Heb je hulp nodig bij het indienen van jouw aangifte schenkbelasting, neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Door |2025-02-12T16:18:08+01:0012 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vóór 1 maart 2025 aangifte schenkbelasting van schenking 2024

Gemeente mag bij WOZ vergelijkbare woningen wijzigen

Op niet al te lange termijn vallen de nieuwe WOZ-beschikkingen weer in de bus. Hierin staat de WOZ-waarde van uw pand naar de waarde op 1 januari 2024. Voor woningen wordt deze waarde vastgesteld aan de hand van vergelijkbare woningen.

Welke woningen hiervoor worden uitgezocht, mag in beginsel nog tijdens een eventuele gang naar de rechter worden gewijzigd, zo bepaalde het gerechtshof in Den Bosch.

Systematische vergelijking

WOZ

Wettelijk is bepaald dat de WOZ-waarde van een woning moet worden vastgesteld door middel van een systematische vergelijking met woningen waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even eenvoudig, vooral als het woningen betreft waarvan niet of nauwelijks marktgegevens bekend zijn omdat ze niet regelmatig verkocht worden.

Wijziging vergelijkbare woningen

In bovengenoemde zaak die speelde voor het Hof Den Bosch was de waarde van een woning vastgesteld op € 491.000. Die waarde was bepaald door de woning te vergelijken met een aantal soortgelijke woningen. Gedurende de procedure tegen de gemeente wijzigde de ambtenaar echter de woningen aan de hand waarvan de WOZ-waarde was vastgesteld.

Hof akkoord, tenzij…

Volgens het Hof was de handelswijze van de ambtenaar toegestaan. Volgens het Hof kan in beginsel zelfs in elke fase van de procedure de WOZ-waarde nader worden onderbouwd en mag daarbij uitgegaan worden van andere vergelijkingsobjecten. De gemeente werd dan ook in het gelijk gesteld.

In strijd met goede procesorde

Het Hof maakte wel een voorbehoud voor het geval er sprake is van zogenaamde ‘strijd met een goede procesorde’. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als partijen elkaar te laat informatie verstrekken die voor het conflict van belang kan zijn. Een voorbeeld hiervan speelde bij hetzelfde Hof, waarbij een gemachtigde ondanks gemaakte werkafspraken niet duidelijk had gemaakt over bepaalde informatie te willen beschikken. Door hier te laat tegen te ageren, was er sprake van strijd met een goede procesorde.

Door |2025-02-07T12:46:02+01:007 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gemeente mag bij WOZ vergelijkbare woningen wijzigen

Vooruitbetalingen groepsaccommodaties ook 21% btw

Het verstrekken van logies wordt vanaf 2026 belast met 21% btw. Dit tarief geldt ook als de factuur van een verblijf vanaf 1 januari 2026, nog vóór 2026 in rekening wordt gebracht. Staatssecretaris Van Oostenbruggen heeft onlangs aan de Tweede Kamer laten weten dat hierbij geen uitzondering gemaakt wordt voor groepsaccommodaties.

Vooruitbetalingen

Groepsaccommodatie

Om te voorkomen dat geanticipeerd wordt op de tariefsverhoging, is besloten dat het 21%-tarief ook van toepassing is als er sprake is van logies vanaf 1 januari 2026, waarbij de factuur via een vooruitbetaling al vóór 2026 wordt voldaan. De Stichting Groepsaccommodaties Nederland had om een uitzondering verzocht voor logies waarbij het om groepsaccommodaties handelt.

Groepsaccommodaties

Groepsaccommodaties zijn ruimtes waarin voor groepen personen, oplopend tot meer dan 100 personen, logies wordt verstrekt. Ze worden veelal gehuurd voor vakantie of om bijvoorbeeld een training te kunnen geven.

Uitzondering

De uitzondering werd bepleit omdat er al in 2024 contracten zijn afgesloten die betrekking hebben op logies vanaf 2026. Volgens de stichting betekent dit dat de logies verstrekkende ondernemer of de klant het verschil in btw dan zal moeten bijleggen. Volgens de stichting is dit een probleem, omdat de klanten vaak maatschappelijke organisaties, scholen, kerken en verenigingen zijn, die voor de extra btw-verhoging geen budget hebben en deze btw ook niet kunnen aftrekken.

Uitzondering niet mogelijk

Volgens de staatssecretaris is een uitzondering echter niet mogelijk. Het is namelijk juridisch niet toegestaan om op een vergelijkbare dienst een verschillend btw-tarief toe te passen. Daarbij is de verstrekking van logies via een groepsaccommodatie niet dermate afwijkend, dat dit te verdedigen zou zijn.

Uitvoeringslasten

De staatsecretaris wijst ook op de hogere uitvoeringslasten van het door de stichting bepleite onderscheid, de kosten ervan en de hierdoor noodzakelijke alternatieve dekking. Voorts ziet het kabinet ook geen reden om groepsaccommodaties voor de btw anders te behandelen.

Door |2025-02-07T12:45:05+01:007 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vooruitbetalingen groepsaccommodaties ook 21% btw

Binnenkort afrekening werkkostenregeling (WKR) 2024

Gaf je jouw werknemers in 2024 meer dan jouw vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR), dan moet je uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2025 daarover afrekenen.

WKR

Euro

Alles wat je jouw werknemers vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, vormt in principe loon. Jouw werknemers betalen hierover dan loonbelasting. Je kan er echter ook voor kiezen om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon. Dit wordt ook wel de werkkostenregeling of WKR genoemd. Heel kort omschreven gelden voor bepaalde zaken nog vrijstellingen of zogenaamde nihilwaarderingen en het restant valt dan in jouw vrije ruimte.

Let op! Je kunt niet alles aanwijzen in jouw vrije ruimte. Voor sommige zaken is dat gewoon niet toegestaan, bijvoorbeeld de bijtelling voor het privégebruik van een auto. Ook als de aanwijzing niet aan de gebruikelijkheidstoets voldoet, mag je niet aanwijzen in de vrije ruimte en moet je het loon individueel belasten bij uw werknemer.

Vrije ruimte

De vrije ruimte bedroeg in 2024 1,92% van jouw totale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% daarboven. Wees je in 2024 meer aan dan deze vrije ruimte, dan betaal je over dit meerdere 80% eindheffing. Deze eindheffing geeft je uiterlijk aan in jouw tweede aangifte loonheffingen van 2025. Als je per maand aangifte doet, is de deadline hiervoor 31 maart 2025. Doe je per 4 weken aangifte, dan is de deadline 23 maart 2025.

Let op! Heeft je jouw WKR over 2024 op orde? Houd er rekening mee dat niet alle WKR-kosten uit de salarisadministratie volgen. Een deel van deze kosten moet je waarschijnlijk halen uit jouw financiële administratie. Beoordeel nu al de hoogte van de aangewezen kosten in de vrije ruimte in 2024, zodat de afrekening in de tweede aangifte loonheffingen 2025 straks soepel kan verlopen. Heb je daarbij hulp nodig, dan helpen wij je uiteraard graag.

Door |2025-02-06T14:48:12+01:006 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Binnenkort afrekening werkkostenregeling (WKR) 2024

Geen arbeidsovereenkomst ondanks één opdrachtgever

Of sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever of een overeenkomst van opdracht hangt af van een flink aantal voorwaarden. Als een opdrachtnemer slechts bij één opdrachtgever werkzaam is, wordt in de praktijk al snel verondersteld dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Toch is het altijd maatwerk.

In een onlangs gepubliceerde zaak waar het één opdrachtgever betrof ging het om de vraag of sprake was van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht.

Wat speelde er?

Strategie

Een Belgische salesmanager had in 2021 een ‘consulting agreement’ gesloten met een bv met een looptijd van een jaar, die vervolgens stilzwijgend werd verlengd. Hij verwierf twee jaar later 5% van de aandelen in de vennootschap. Op enig moment ontstond er een conflictsituatie. De bv beëindigde vervolgens de overeenkomst vanwege bedreiging en chantage. De salesmanager op zijn beurt liet het er niet bij zitten en vorderde een gefixeerde schadevergoeding bestaande uit loon over de niet in acht genomen opzegtermijn, omdat hij van oordeel was dat sprake was van een arbeidsovereenkomst.

Geen arbeidsovereenkomst

De rechtbank oordeelde echter dat de overeenkomst niet voldeed aan de criteria voor een arbeidsovereenkomst. De salesmanager had namelijk aanzienlijke vrijheid in de uitvoering van zijn werkzaamheden en bepaalde zelf zijn werktijden. Bovendien liep hij een commercieel risico omdat hij als opdrachtnemer ook aansprakelijk was, hij bezat immers 5% van de aandelen. Verder kon hij, als hij niet werkte, geen aanspraak maken op de overeengekomen beloning. De afgesproken beloning lag bovendien tweemaal hoger dan het loon dat een commercieel manager in dienst van de bv zou hebben ontvangen.

Daar kwam bij dat hij zijn diensten via eigen vennootschappen factureerde en dat hij aandeelhouder was van de opdrachtgever. De bv had voor hem ook geen verzekeringen afgesloten waarop hij een beroep zou kunnen doen in bijvoorbeeld het geval hij tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden schade aan een derde zou toe brengen.

De rechtbank oordeelde daarom dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht. Het verzoek van de salesmanager werd afgewezen.

Belang voor de praktijk

Slechts één opdrachtgever is wellicht een sterke indicatie dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar dat is zeker niet in alle gevallen zo. De uitspraak van de rechtbank laat dat zien, maar betekent echter ook weer niet dat alle werkende met één opdrachtgever hier automatisch een beroep op kunnen doen.

Of sprake is van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht is immers afhankelijk van alle feiten en omstandigheden en het oordeel dat een rechter over dit samenstel van feiten en omstandigheden geeft. Het blijft dus maatwerk!

Door |2025-02-06T14:55:59+01:006 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen arbeidsovereenkomst ondanks één opdrachtgever

Advieswijzer Overstappen naar een besloten vennootschap (bv)

Heb je momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof? Dan kan het interessant zijn om over te stappen naar een bv. Of dit voor je de juiste keuze is, hangt af van tal van aspecten. Welke belangrijke verschillen zijn er?

Wanneer overstappen?

Juridisch

De vraag of – en zo ja wanneer – je er als mkb-ondernemer verstandig aan doet om over te stappen naar een bv is niet eenduidig te beantwoorden en hangt af van bepaalde individuele factoren. Hierbij kan je denken aan zaken als aansprakelijkheid en andere juridische zaken. Van oudsher speelt de fiscaliteit hierbij ook een belangrijke rol, omdat de ondernemer in de inkomstenbelasting anders wordt belast dan de onderneming die onderneemt via een bv. Hierna gaan wij vooral in op deze fiscale aspecten, maar waarbij dat dus altijd in de totale context moet worden beoordeeld.

Het fiscale aspect van wel of niet overstappen naar een bv is in 2025 wel sterk veranderd Dit wordt vooral veroorzaakt door een wijziging van het tarief in box 2, waarin onder meer de door de bv aan de dga uitgekeerde winst wordt belast. Dit gewijzigde tarief betekent dat in 2025 uitgekeerde winst tot een bedrag van € 67.804 belast wordt tegen 24,5%, terwijl over het meerdere een tarief geldt van 31%. Omdat fiscale partners inkomsten in box 2 onderling mogen verdelen, is voor de belastingplichtige met een partner het tarief van 24,5% van toepassing tot 2 x € 67.804, ofwel € 135.608. Pas wanneer meer winst wordt uitgekeerd geldt voor dga’s met een partner een tarief van 31% over het meerdere. Door de wijziging van het tarief in box 2 per 2024 wordt het volledig oppotten van winst fiscaal onaantrekkelijk gemaakt. Daardoor kan niet meer gezegd worden dat de bv aantrekkelijk is om overwinst oneindig op te kunnen potten. Het uitkeren van winst wordt daarentegen juist aantrekkelijker wanneer deze belast is tegen het lage tarief van 24,5%. Ten opzichte van 2024 is het uitkeren van winst boven een bedrag van € 67.804 voor dga’s zonder partner in 2025 goedkoper geworden, aangezien dit tarief in 2024 nog 33% bedroeg. Voor dga’s met partner geldt dit vanaf een uitgekeerde winst van € 135.608.

Winst

Winst belast in de IB-onderneming

Heb je momenteel een eenmanszaak, maatschap of vof, dan betaal je over de volledige winst het progressieve tarief van de inkomstenbelasting. Onbelast oppotten van winst is dus niet mogelijk. Je heb wel recht op een aantal ondernemersfaciliteiten die de belastingdruk beperken.

Zelfstandigenaftrek

De belangrijkste is de zelfstandigenaftrek. Dit is een vast bedrag van € 2.470 geldend voor 2025. Voor de zelfstandigenaftrek is vereist dat je minstens 1.225 uur per jaar besteedt aan werkzaamheden voor jouw bedrijf én dat dit meer dan de helft van het totaalaantal werkzame uren is. Dit wordt het urencriterium genoemd. Deze laatste eis geldt niet voor starters.

Let op! De zelfstandigenaftrek wordt de komende jaren afgebouwd tot € 900 in 2027.

Let op! Voor starters geldt een extra zelfstandigenaftrek van € 2.123. Deze blijft vooralsnog ongewijzigd.

De zelfstandigenaftrek mag je in mindering brengen op de winst, in 2025 tegen maximaal het tarief van de tweede schijf van de inkomstenbelasting, te weten 37,48% (2025).

Mkb-winstvrijstelling

Een andere belangrijke faciliteit voor de ondernemer in de inkomstenbelasting is de mkb-winstvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat 12,7% (2025) van jouw winst onbelast blijft. Tevens is 12,7% van een eventueel verlies niet aftrekbaar.

Ook deze aftrek is in 2025 beperkt tot maximaal de tweede schijf van de inkomstenbelasting van 37,48%. Door de mkb-winstvrijstelling betaal je maximaal 44,67% belasting over de behaalde winst, verminderd met de ondernemersfaciliteiten.

Winst belast in de bv

In de bv betaal je vennootschapsbelasting over – kort gezegd – de behaalde winst. Het aan de dga uitbetaalde loon is hierbij wel een aftrekpost. Over de eerste € 200.000 winst betaalt de bv in 2025 19% vennootschapsbelasting, over het meerdere 25,8%. Pas als de bv de winst die na belasting resteert, uitkeert aan de directeur-grootaandeelhouder (dga), moet de dga over de uitgekeerde winst aanvullend inkomstenbelasting betalen in box 2 (zie hiervoor). Daardoor wordt de totale winst belast tegen 38,85 tot 48,80%. Je bereikt dit tarief dus pas na uitkering van de winst en het moment hiervan bepaal je zelf. Dit betekent dat het aantrekkelijk kan zijn om in de bv een deel van de winst op te potten en dit pas uit te keren zolang dit tegen het lage tarief van 24,5% mogelijk is. Zoals eerder aangegeven, is daarbij ook van belang of je een fiscale partner heeft.

Een algemeen cijfervoorbeeld*

Belasting in de IB
Bij een winst van € 200.000 breng je in de inkomstenbelasting eerst de zelfstandigenaftrek en mkb-winstvrijstelling tot de maximale aftrek in mindering. Je betaalt daardoor over € 172.444 belasting. Dit bedraagt € 78.800. Ook betaal je € 3.990 inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw-premie), samen € 82.790.

Belasting in de bv
In de bv verminder je de winst van € 200.000 eerst met het gebruikelijk loon van de dga. Dit stellen we op € 56.000. Hierover betaal je als dga € 14.272 inkomstenbelasting en € 2.945,60 Zvw-premie. Over het restant betaalt de bv 19% vennootschapsbelasting, ofwel € 27.360. Keert de bv de rest van de winst van € 116.640 uit aan je als dga, dan betaal je hierover nog eens 24,5% belasting, ervan uitgaande dat je een partner hebt, ofwel € 28.577. In totaal betalen je en de bv in dit voorbeeld samen dus € 73.154,60 aan belasting als de winst direct wordt uitgekeerd. Dit is € 9.635,40 minder dan in de inkomstenbelasting.

*(Om de berekeningen eenvoudig te houden, zijn geen premies voor pensioen meegenomen.)

Andere aandachtspunten bij een bv

Naast de rekensom of het fiscaal gezien interessant is de overstap te maken naar een bv, zijn er nog meer aspecten die van belang zijn:

  • De dga is een werknemer
  • Aansprakelijkheid
  • Oudedagsvoorziening
  • Zakendoen met de bv

Dga is werknemer

Anders dan de zelfstandig ondernemer wordt de dga voor fiscale regelingen soms als werknemer gezien, maar soms ook weer niet. Voor de loonbelasting is wel sprake van een werknemer, waardoor loonbelasting en Zvw-premie moeten worden ingehouden op het salaris. Voor de sociale zekerheid wordt een dga doorgaans niet als werknemer beschouwd.

Gebruikelijk loon

De gebruikelijkloonregeling geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én die ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap.
Heb je een bv, dan ben je als dga verplicht een minimumbedrag aan salaris uit de bv op te nemen.

Dit gebruikelijk loon moet in 2025 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in jouw bv of verbonden bv’s of
  • € 56.000.

Het gebruikelijk loon wordt belast in box 1, dus progressief.

Let op! Des te meer gebruikelijk loon je in aanmerking neemt dan wel in aanmerking moet nemen, des te minder je profiteert van het lage tarief van de vennootschapsbelasting van 19% en van het lage tarief in box 2 van 24,5% over de eerste € 67.804, respectievelijk € 135.608 als je een fiscaal partner heeft.

Gebruikelijk loon starters

Dga’s van startende bv’s kunnen zichzelf onder voorwaarden een lager gebruikelijk loon toekennen. Een voorwaarde is dat de bv een hoger gebruikelijk loon niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat de bv veel geïnvesteerd heeft en daardoor over onvoldoende financiële middelen beschikt. Een lager gebruikelijk loon voor starters mag maximaal drie jaar lang betaald worden. Is sprake van een eenmanszaak die is omgezet in een bv, dan moet de periode waarin je jouw bedrijf als eenmanszaak dreef van de periode van drie jaar worden afgetrokken. Een lager gebruikelijk loon dan het minimumloon is mogelijk als anders de continuïteit van jouw bv in gevaar komt.

Gebruikelijk loon verlieslijdende bv’s

Aan de dga van een bv die verlies lijdt, kan onder voorwaarden een lager gebruikelijk loon worden toegekend. Voorwaarde is dat het verlies de continuïteit van jouw bedrijf in gevaar brengt. Hiervan is geen sprake bij een incidenteel verlies. Verder moet duidelijk zijn dat jouw bedrijf de rekeningen niet meer kan betalen en dat dit niet het gevolg is van een oplopende rekening-courantschuld, uitgekeerd dividend of andere onttrekkingen.

Tip! De dga kan in beginsel tevens profiteren van de regelingen die ook voor ‘normale’ werknemers gelden. Dit betreft met name kostenvergoedingen en het gebruik van de werkkostenregeling. Volgens deze regeling kan in 2025 2% van de fiscale loonsom tot € 400.000 besteed worden aan belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen en 1,18% over het meerdere van de loonsom daarboven.

Let op! Kostenvergoedingen mogen alleen via de werkkostenregeling worden afgewikkeld indien het gebruikelijk is dat een eventuele belastingheffing door de werkgever wordt betaald. De bewijslast ligt bij de bv en de dga. Tot een bedrag van € 2.400 is die gebruikelijkheid automatisch van toepassing. Wel zal je de maximale vrije ruimte moeten bepalen aan de hand van de feitelijke loonsom en die kan dus lager zijn dan € 2.400.

Aansprakelijkheid

Een voordeel van de bv is dat de aansprakelijkheid van de dga beperkt is tot het in de bv geïnvesteerde bedrag, oftewel de waarde van de aandelen. Formeel is de dga dus niet aansprakelijk voor de schulden van de bv, tenzij sprake is van wanbeleid of andere vormen van bestuurdersaansprakelijkheid. Tevens kan aansprakelijkheid jegens de Belastingdienst ontstaan bij het niet-nakomen van bepaalde verplichtingen, zoals het tijdig melden van betalingsonmacht.

Let op! In de praktijk komt het voor dat banken, bij het verstrekken van een financiering voor de bv, eisen dat de dga in privé meeondertekent. Wanneer de bv haar schulden niet meer kan betalen, worden deze dan toch verhaald op het privévermogen van de dga.

Verzekeringsaspecten

Anders dan een gewone werknemer is de dga in de regel niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Wanneer geen sprake is van ondergeschiktheid, een gezagsverhouding ontbreekt en de dga niet tegen zijn wil ontslagen kan worden, is er geen sprake van premieplicht. In dat geval moet hij zichzelf dus verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en werkloosheid, hoewel dit laatste vrij moeilijk is.

De dga is wel verzekerd voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) en moet hiervoor, net als de zelfstandig ondernemer, zelf de premies betalen. Voor 2025 is de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw vastgesteld op 5,26% van het premieplichtig inkomen, tot een maximuminkomen van € 75.860. De maximale inkomensafhankelijke bijdrage Zvw komt daardoor op € 3.990. Deze bijdrage geldt zowel voor de zelfstandig ondernemer als de dga.

Oudedagsvoorziening

Sinds enige tijd zijn de maximum aftrekbare bedragen voor het opbouwen van een oudedagsvoorziening beperkt. De ondernemer in de inkomstenbelasting en de dga kunnen hier allebei door worden getroffen. Het uitgangspunt is immers dat een maximaal pensioengevend salaris niet meer dan € 137.800 (2025) mag bedragen. Wil je meer pensioen opbouwen, dan is dit niet meer fiscaal gefaciliteerd. Daarnaast is vanaf 2023 de dotatie aan de oudedagsreserve voor zelfstandig ondernemers geschrapt, de zogenaamde FOR. Over een bestaande oudedagsreserve hoeft nog niet direct te worden afgerekend met de fiscus, maar de reserve kan niet meer worden verhoogd via extra dotaties.

Anderzijds is vanaf 2023 de mogelijkheid van het storten van lijfrentepremies of inleg in een bankspaarproduct dat fiscaal aftrekbaar is van de winst, fors toegenomen. Op die manier kunnen ondernemers en dga’s toch voor een aanzienlijk bedrag per jaar fiscaal gefaciliteerd sparen voor de ‘oude dag’. Een nadeel is dat u tussentijds niet zonder fiscale gevolgen over de ingelegde bedragen kunt beschikken, zoals bij de oudedagsreserve.

Beperking afschrijven op bedrijfsgebouwen

Sinds 2019 is de afschrijving op alle bedrijfsgebouwen in eigen gebruik voor bv’s beperkt tot 100% van de WOZ-waarde. Hierdoor kunnen bv’s minder afschrijven op hun bedrijfsgebouwen. Deze beperking geldt sinds 2024 ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting ten aanzien van gebouwen in eigen gebruik. Voor sommige ondernemers geldt een beperkte overgangsregeling, namelijk zolang nog niet drie jaar op een gebouw is afgeschreven.

Zakendoen met uw bv

Als je een bv hebt, kan je hier als dga ook zakelijk mee handelen. Je bent in feite te vergelijken met een onafhankelijke derde. Zo kan je bijvoorbeeld geld lenen van jouw bv voor een grote aankoop of via jouw bv een (hypothecaire) lening afsluiten voor de aankoop van een woning. De winst die jouw bv hiermee behaalt, komt dan ten goede aan jouw bv en niet aan jouw bank. En de rente die je betaalt voor een eigenwoningfinanciering is onder voorwaarden aftrekbaar in de aangifte inkomstenbelasting. Houd er wel rekening mee dat leningen bij de bv vanaf 2024 zijn gemaximeerd tot € 500.000. Leen je meer, dan is het meerdere belast als fictief inkomen in box 2. Voor dit bedrag tellen kwalificerende leningen voor de eigen woning niet mee.

Let op! Eigenwoningleningen die vanaf 2023 bij de eigen bv zijn afgesloten, tellen alleen niet mee als op de woning een recht van hypotheek is gevestigd. 

Houd er ook rekening mee dat je bij dergelijke transacties zakelijke voorwaarden in acht neemt. Denk aan het rentepercentage, onderpand en voortijdig aflossen. Schakel desgewenst een adviseur in om je hiermee bij te staan.

Geruisloos doorschuiven

Als je wilt overstappen van een onderneming in de inkomstenbelasting naar een bv, dien je in beginsel met de fiscus af te rekenen over de opgebouwde (stille) reserves, waaronder ook de stand van de oudedagsreserve (FOR). Zo kan bijvoorbeeld de boekwaarde van jouw pand lager zijn dan de werkelijke waarde.

Er bestaat een mogelijkheid om niet af te rekenen, maar ‘geruisloos’ door te schuiven. Hieraan is de voorwaarde verbonden dat de bv met dezelfde boekwaarde verdergaat als waarmee de onderneming in de inkomstenbelasting stopte.

Een nadeel hiervan is dat de bv geen investeringsaftrek kan claimen en ook over lagere bedragen af kan schrijven. Het is dan ook helemaal afhankelijk van jouw situatie of geruisloos doorschuiven voor je voordeliger is of niet. Er is ook een alternatief voor geruisloos doorschuiven, namelijk het bedingen van een lijfrente bij de eigen bv of een bank of verzekeraar. Tegenover de belaste stakingswinst staat dan de aftrek van de inleg in het lijfrenteproduct (die bij een eigen bv niet hoeft te worden betaald). Dit kan echter niet voor onbeperkte bedragen.

Let op! Bij geruisloos doorschuiven moet op termijn, bij verkoop van de bv, in principe nog wel over de opgebouwde reserves afgerekend worden. Tenzij jouw opvolger ook weer besluit om geruisloos door te schuiven. Op deze manier kan de belastingclaim (eindeloos) worden uitgesteld. Geruisloos doorschuiven is echter niet altijd mogelijk of aantrekkelijk.

Tip! Tip! In deze Advieswijzer hebben wij de belangrijkste aspecten van de overstap naar een bv op een rij gezet. Het is echter onmogelijk om in deze vorm alle aspecten voldoende te belichten. Daarbij is er altijd sprake van maatwerk. Overweeg je de overstap naar een bv, neem dan contact met ons op. Wij adviseren je graag bij jouw beslissing.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-02-06T15:10:34+01:006 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Overstappen naar een besloten vennootschap (bv)

Rechter verzoekt om coulance bij naheffingen parkeerbelasting

Op veel plaatsen in Nederland mag je slechts tegen betaling parkeren. Betaal je niet of te weinig, dan kan er een naheffing parkeerbelasting volgen. De rechtbank Oost-Brabant heeft in een uitspraak aangegeven dat in bepaalde gevallen meer coulant moet kunnen worden opgetreden ten aanzien van de naheffing.

Parkeerbelasting

Auto

Als je geen of te weinig parkeerbelasting betaalt, kan je een naheffing parkeerbelasting krijgen. Je betaalt dan in beginsel voor een parkeertijd van één uur, daar bovenop komen de kosten van het handhaven van de parkeerbelasting. Deze kosten kunnen in 2025 maximaal € 78,80 bedragen.

Maatwerk

In bovengenoemde rechtszaak beklaagde de rechtbank zich erover dat er geen wettelijke mogelijkheid is om bij een naheffing parkeerbelasting maatwerk te leveren. Anders gezegd, de rechtbank kan de kosten bij een naheffing parkeerbelasting niet matigen. De rechtbank heeft hierover vragen gesteld aan de Hoge Raad, maar ook die was van mening dat rechters die bevoegdheid niet hebben.

Vergissing vader

In de betreffende rechtszaak had een parkeerder verzocht om coulance, omdat zijn vader, bij wie hij op bezoek was, een vergissing had gemaakt met een betaling via een parkeerapp. Uit de feiten bleek dat in het verleden wel altijd foutloos betaald was, reden waarom de parkeerder verzocht om coulance.

Signaal aan wetgever

Omdat ook de Hoge Raad van mening was dat een rechter geen coulancemogelijkheden heeft, besloot de rechtbank het signaal door te geven aan de wetgever. De rechtbank stelt dat coulance soms nodig is, onder meer om het vertrouwen van de maatschappij in de rechtspraak niet te ondermijnen.

Rechtbank Overijssel wel coulant

Opvallend is dat de rechtbank Overijssel in een uitspraak uit 2021 de opgelegde sanctie, gelet op de feiten van het geval, wel buitenproportioneel achtte en de naheffing matigde tot € 15. In hoger beroep oordeelde het Hof Leeuwarden echter dat er volgens de wet geen ruimte is voor matiging. Omdat de parkeerder en de gemeente er bij het Hof echter op aandrongen de naheffing, gelet op de bijzondere omstandigheden, toch te vernietigen, besloot het Hof dit voorstel te volgen.

Door |2025-02-05T15:22:26+01:005 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Rechter verzoekt om coulance bij naheffingen parkeerbelasting

Advieswijzer Zonnepanelen op jouw woning

Overweeg je om zonnepanelen op uw privéwoning te plaatsen? Dan betaal je als particulier geen btw meer. Wat zijn de regels hieromtrent? En wat als je als ondernemer vanuit huis werkt en ook zonnepanelen wilt? Wat zijn dan de fiscale mogelijkheden? En hoe zit het met de salderingsregeling? Op deze vragen gaan we in deze Advieswijzer in.

Btw op zonnepanelen

Zonnepanelen

Vanaf 1 januari 2023 geldt voor de levering en installatie van zonnepanelen op of bij een woning een btw-tarief van 0%. Hieraan zijn wel de nodige voorwaarden verbonden. De verlaging van het btw-tarief naar 0% betekent dat het voor de meeste particulieren voordeliger is om niet btw-plichtig te zijn. Je kan immers geen btw meer verrekenen, aangezien er op de aangeschafte zonnepanelen geen btw rust. Ben je wél btw-plichtig, dan moet je btw betalen over de door je zelf opgewekte en verbruikte energie én over de door je zelf opgewekte energie die je teruglevert aan jouw energiebedrijf.

Wanneer 0% btw?

Het btw-tarief van 0% geldt voor niet-geïntegreerde zonnepanelen. Dit zijn zonnepanelen die niet tevens dienen als dakbedekking. Voor geïntegreerde zonnepanelen geldt het 0%-tarief op nieuwbouwwoningen, maar alleen als uitsluitend de zonnepanelen geleverd of geïnstalleerd worden. Worden zowel de zonnepanelen als de nieuwbouwwoning geleverd, dan gaan de zonnepanelen deel uitmaken van de woning en dient het normale tarief van 21% op zowel de woning als de zonnepanelen toegepast te worden.

Het 0%-tarief geldt niet alleen voor zonnepanelen op het dak van een woning, maar ook voor de levering en installatie bij een woning. Dit betekent dat het 0%-tarief ook van toepassing is als de zonnepanelen geleverd en geïnstalleerd worden op een garage of schuur bij een woning, een serre, een aan- of uitbouw of in de tuin van een woning. Verder kan het ook gaan om een vakantiewoning of een woning van een bedrijf aan huis, indien de zonnepanelen ook privé worden gebruikt. Ten slotte vallen ook zonnepanelen die een Vereniging van Eigenaren koopt voor op een appartementencomplex onder het 0%-tarief.

Hoe blijf je buiten de btw-plicht?

Zoals aangegeven, is het voor de meeste particulieren tegenwoordig voordelig om niet btw-plichtig te zijn. Fiscaal moet hierbij onderscheid worden gemaakt in twee situaties. In de eerste situatie gaat het erom dat jouw jaaromzet aan energie maximaal € 1.800 bedraagt. Deze situatie is het eenvoudigst, omdat je dan fiscaal geen actie hoeft te ondernemen. Je hoeft je dus ook niet bij de Belastingdienst te melden.

Bedraagt jouw jaaromzet aan energie meer dan € 1.800, maar niet meer dan € 20.000, dan kan je gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (KOR). Dit zal het geval zijn als het opwekvermogen van jouw installatie meer is dan 15.000 Wattpiek. Ook bij de KOR brengt je geen btw in rekening en kan je zelf ook geen btw in aftrek brengen. Particulieren die maximaal € 20.000 aan stroom opwekken, kunnen dus van de KOR gebruikmaken. Dat geldt ook voor ondernemers met een omzet – inclusief de door de zonnepanelen opgewekte stroom – van maximaal € 20.000. Als je van de KOR gebruik wilt maken, moet je je wel aanmelden bij de Belastingdienst.

Let op! Kies je voor toepassing van de KOR (bij een omzet tussen € 1.800 en € 20.000), dan hoef je sinds 2025 de KOR na aanmelding niet meer verplicht minstens drie jaar toe te passen. Ook hoef je geen drie jaar meer te wachten als je zich opnieuw voor de KOR wilt aanmelden. Vanaf 1 januari 2025 is deze wachttijd beperkt tot de rest van het jaar waarin je je heeft afgemeld en het erop volgende jaar. Ben je ondernemer en investeer je binnen deze periode, dan kan je de op deze investeringen rustende btw dus niet terugvragen. Houd hier rekening mee.

Teruggave btw op deel van woning?

Lange tijd speelde de vraag of naast de btw op zonnepanelen ook een deel van de btw op de bouwkosten van een woning aftrekbaar zou zijn, omdat de woning nodig is voor het plaatsen van de zonnepanelen. Inmiddels is duidelijk dat aftrek van een deel van de btw op de bouwkosten van een woning over het algemeen niet mogelijk is. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat een particulier die een woning laat bouwen deze bouwkosten hoe dan ook maakt, ook als er geen zonnepanelen op geplaatst zouden worden. De bouwkosten zijn dan niet gemaakt voor het met zonnepanelen opwekken van energie en dit tegen vergoeding terugleveren. De btw over die bouwkosten kan daarom niet in aftrek komen.

Tip! Wil je weten of in jouw geval een deel van de btw op de bouwkosten van een woning mogelijk wel aftrekbaar is? Bijvoorbeeld omdat je van mening bent dat je de bouwkosten niet ‘hoe dan ook’ zou maken? Neem dan contact met ons op. Wij kunnen samen met je bekijken wat er eventueel mogelijk is.

Zzp’ers met bedrijf aan huis

Ondernemers die vanuit huis werken, zonnepanelen op hun woning installeren en een omzet hebben van meer dan € 20.000, zijn voor de levering van de met zonnepanelen opgewekte energie btw-plichtig. Dit betekent dat ze btw moeten afdragen over de opgewekte energie die ze terugleveren aan de energiemaatschappij én over de opgewekte energie die ze zelf verbruiken. Het af te dragen bedrag mag via een forfait worden bepaald als het opwekvermogen van de zonnepanelen niet meer bedraagt dan 15.000 Wattpiek per jaar.

Let op! Het gebruik van het forfait is niet verplicht bij een opwekvermogen van niet meer dan 15.000 Wattpiek per jaar. Je mag ook het werkelijke verbruik uitrekenen.

Wek je meer dan 15.000 Wattpiek per jaar op, dan moet je de te dragen btw – zo goed mogelijk – berekenen op basis van het verbruik.

Tip! Op deze site van de Belastingdienst vind je alle informatie over de btw-aangifte van jouw zonnepanelen en een aantal voorbeeldaangiften.

Btw-forfait

Bij gebruik van het btw-forfait is het jaarlijkse opwekvermogen van de zonnepanelen bepalend, alsmede de vraag of er sprake is van geïntegreerde of niet-geïntegreerde zonnepanelen. Het af te dragen bedrag aan btw volgt uit onderstaande tabel.

Opwekvermogen in Wattpiek per jaar Forfait niet-geïntegreerde zonnepanelen
Forfait geïntegreerde zonnepanelen
0-1000 € 20 € 5
1001-2000 € 40 € 10
2001-3000 € 60 € 20
3001-4000 € 80 € 30
4001-5000 € 100 € 40
5001-6000 € 120 € 50
6001-7000 € 140 € 60
7001-8000 € 160 € 70
8001-9000 € 180 € 80
9001-10000 € 200 € 90
10001-11000 € 220 € 100
11001-12000 € 240 € 110
12001-13000 € 260 € 120
13001-14000 € 280 € 130
14001-15000 € 300 € 140

Let op! Als je gebruikmaakt van de forfaits, mag je geen btw in rekening brengen aan jouw energieleverancier.

Tip! Als je subsidie heeft ontvangen voor de aanschaf van de zonnepanelen, hoeft hierover geen btw te worden afgedragen.

Invloed zonnepanelen op winst

Ondernemers kunnen de zonnepanelen op het dak van hun privéwoning tot hun bedrijfsvermogen rekenen. Dit kan als de zonnepanelen voor minstens 10% zakelijk worden gebruikt. Als de zonnepanelen tot het bedrijfsvermogen worden gerekend, kan hierop worden afgeschreven. Volgens een rechterlijke uitspraak bedraagt de afschrijvingstermijn twintig jaar.

Volgens een andere rechterlijke uitspraak kan op zonnepanelen niet apart worden afgeschreven en vormen ze geen zelfstandig bedrijfsmiddel, maar een onderdeel van het pand waarop ze worden geïnstalleerd. In deze uitspraak betrof het huurwoningen van een woningcorporatie. Deze situatie was echter zo bijzonder dat het onduidelijk is of hieruit moet worden afgeleid dat zonnepanelen altijd onderdeel van een gebouw uitmaken.

Worden zonnepanelen tot het bedrijfsvermogen gerekend, dan behoren de opbrengst van de energie en de energie die privé wordt verbruikt tot de winst. Dit zal zo goed mogelijk moeten worden geschat. Een andere optie kan zijn de zakelijk verbruikte energie door middel van aparte meters bij te houden.

Behalve dat op de zonnepanelen kan worden afgeschreven, komen ze ook in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Heb je in 2023 zonnepanelen aangeschaft? Dan kon je deze in 2023 eenmalig versneld afschrijven tot een maximum van 50%. Het restant van de aanschafprijs dient dan in de resterende negentien jaar te worden afgeschreven.

Het bovenstaande betekent dat je bij een investering in zonnepanelen vooraf zo goed mogelijk moet berekenen of je de zonnepanelen al dan niet tot jouw ondernemingsvermogen gaat rekenen. Het voordeel is dat je op de zonnepanelen kan afschrijven, kan profiteren van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en van de faciliteit inzake versneld afschrijven. Het nadeel is dat je de energieopbrengst die je niet zakelijk verbruikt tot de winst moet rekenen. Het zal van de omstandigheden afhangen of dit voor- of nadelig voor je uitpakt. Raadpleeg hierover bij twijfel jouw adviseur.

Invloed zonnepanelen op WOZ-waarde

De rechter heeft eerder beslist dat door het plaatsen van zonnepanelen de WOZ-waarde van jouw pand kan toenemen. Dit betekent onder meer dat je als eigenaar een hogere aanslag OZB kunt krijgen en een hoger eigenwoningforfait moet opgeven bij de aangifte inkomstenbelasting als je over een eigen woning beschikt. Het maakt niet uit of je geïntegreerde of niet-geïntegreerde zonnepanelen heeft geplaatst. Ook het feit dat je de zonnepanelen weer kunt demonteren bij verhuizing is niet van belang. In de praktijk blijken voor de bepaling van de WOZ-waarde echter niet alle gemeentes rekening te houden met het al dan niet aanwezig zijn van zonnepanelen.

Zonnepanelen aangeschaft vóór 2023

Heb je als particulier of als ondernemer jouw zonnepanelen aangeschaft vóór 2023, dan is hierover 21% btw gerekend. Deze btw heb je als particulier en als ondernemer terug kunnen vragen. Je moet daartoe binnen zes maanden na het jaar van aanschaf het formulier Opgaaf zonnepaneelhouders naar de Belastingdienst zenden. Heb je in 2022 zonnepanelen gekocht, dan moet je dit formulier dus vóór 1 juli 2023 inzenden.

Tip! Na deze periode kan je nog vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de zonnepanelen zijn gekocht, het formulier inzenden. De btw-aangifte die je daarna doet, wordt aangemerkt als een ‘ambtshalve’ teruggaveverzoek voor de btw. Wordt dit afgewezen, dan kan je daarover niet inhoudelijk in beroep bij de rechter.

Naam btw-ondernemer moet ook op energienota staan

Als de zonnepanelen tot een (huwelijks)goederengemeenschap behoren, kan alleen de persoon die op de energienota staat vermeld zich aanmelden als btw-ondernemer. De factuur van de zonnepanelen moet dan ook op naam van deze persoon staan.

Als de zonnepanelen niet tot een goederengemeenschap behoren, kan alleen degene die de zonnepanelen aanschaft zich aanmelden als btw-ondernemer. Ook in dit geval moet het energiecontract op naam van deze persoon zijn afgesloten.

KOR

Ben je aangemeld als ondernemer, dan moet je over de energieopbrengst btw afdragen. Je kan hieraan ontkomen door na het jaar van aanschaf te kiezen voor de KOR, de kleineondernemersregeling. Dit kan echter alleen als jouw jaaromzet niet meer dan € 20.000 bedraagt. Daarom zal het voor veel zzp’ers niet mogelijk zijn om voor de KOR te kiezen.

Salderingsregeling

Nederland kent de zogenaamde salderingsregeling. Hierbij wordt de door jou geleverde stroom verrekend met de door jou afgenomen stroom. Ook in het geval van saldering is echter sprake van een vergoeding voor de door jou geleverde stroom. Zelfs indien je meer stroom verbruikt dan je levert, ben je in principe ook gewoon btw-ondernemer. In de praktijk zullen er immers altijd momenten zijn dat je meer stroom opwekt dan je op dat moment verbruikt. Het maakt overigens niet uit of je een zogenaamde slimme meter heeft of niet. Voor alle meters geldt een vergoeding.

Beëindiging salderingsregeling

De salderingsregeling wordt vanaf 2027 beëindigd. Eigenaren van zonnepanelen die zelf opgewekte elektriciteit terugleveren aan het stroomnet, kunnen dit dan niet meer verrekenen met de stroom die zij zelf gebruiken. Wel is besloten dat energiemaatschappijen een vergoeding moeten betalen voor alle stroom die je teruglevert. Tot 2030 moet deze vergoeding minimaal 50% van het kale leveringstarief bedragen. Hieronder verstaan we het tarief zonder belastingen. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op deze vergoedingen.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-02-05T15:34:41+01:005 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Zonnepanelen op jouw woning

Ook bij outdoor 9% btw mogelijk

Voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening door commerciële aanbieders in of vanuit een (sport)accommodatie geldt het 9% btw-tarief. Bij de Hoge Raad lag de vraag voor of dit verlaagde btw-tarief ook kan worden toegepast bij outdooractiviteiten op openbaar terrein.

Sport in een accommodatie

Kano

Het 9% btw-tarief geldt voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening in een (sport) accommodatie. In het verleden besliste de Hoge Raad al dat sprake moet zijn van een exclusief gebruiksrecht van de ‘accommodatie’ waar de sportactiviteiten plaatsvinden. Je kan hierbij denken aan een sporthal of sportveld, maar ook een afgebakende weg die exclusief gebruikt wordt voor de sportactiviteit.

Sport vanuit een accommodatie

Het 9% btw-tarief kan ook van toepassing zijn als de sportbeoefening niet plaatsvindt in een sportaccommodatie, maar vanuit een andere accommodatie. Het werkelijke sporten hoeft dan niet plaats te vinden op een afgebakende weg of stuk grond.  De accommodatie moet wel noodzakelijk zijn voor de sportbeoefening, bijvoorbeeld voor het gereedmaken van de sporters vooraf aan het sporten of na afloop van het sporten.

Outdoor

Bij de Hoge Raad lagen casussen voor van ondernemers die surflessen en andere sportieve outdooractiviteiten verzorgden op een openbaar stuk strand. De ondernemer die surflessen verzorgde had op het strand zeecontainers geplaatst met een ontvangstruimte en kleedruimtes en aan de buitenzijde douches. De containers werden ook gebruikt voor de voorbereiding en de afronding van de surflessen. De ondernemers die andere sportieve outdooractiviteiten verrichtten deden dat vanuit een strandpaviljoen. De deelnemers aan de activiteiten konden zich hier omkleden en ontvingen hier instructie.

Hoge Raad: toch 9% btw

Hoewel de rechtbanken oordeelden dat het 9% btw-tarief hier van toepassing was, oordeelden de gerechtshoven dat dit niet het geval was. De Hoge Raad was het echter eens met de rechtbanken: het 9% btw-tarief was van toepassing. Ook als het gebruik van de accommodatie op zichzelf niet noodzakelijk is voor het sporten, kan toch het 9% btw-tarief van toepassing zijn als de accommodatie gebruikt wordt voor het geven van instructie en/of als de sporters zich hier gereedmaken voor de sport, aldus de Hoge Raad.

Tip! Door de uitspraak van de Hoge Raad kan, in meer gevallen dan de Belastingdienst tot op heden voor ogen had, het 9% btw-tarief van toepassing zijn.

Let op! Het gaat hierbij om sporten bij commerciële, dat wil zeggen winstbeogende aanbieders. Voor sporten bij niet-winst beogende aanbieders, denk aan de plaatselijke voetbalvereniging of de hockeyclub, geldt namelijk een btw-vrijstelling.

Vanaf 2026 21%?

Eind vorige jaar is het voorstel aangenomen om de btw op sport aangeboden door commerciële aanbieders te verhogen van 9 naar 21% btw. De minister heeft echter toegezegd om de verhoging niet door te laten gaan en te zoeken naar een alternatieve dekking van de budgettaire derving als gevolg hiervan. Het streven is om hier voor 1 juli 2025 meer duidelijkheid over te hebben. Tot die tijd hoef je op vooruitbetalingen die betrekking hebben op activiteiten die vanaf 2026 plaatsvinden nog geen rekening te houden met een btw-verhoging van 9 naar 21% btw.

Door |2025-02-04T16:16:55+01:004 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook bij outdoor 9% btw mogelijk

Online aanvragen Verklaring betalingsgedrag

Heb je een Verklaring betalingsgedrag nodig? Dan kan je dat nu ook online doen. Dat scheelt papier en waarschijnlijk heb je de verklaring ook sneller.

Verklaring betalingsgedrag

Belastingdienst

Een inlener of doorlener aan wie je personeel uitleent of de aannemer door wie je als onderaannemer wordt ingeschakeld kan je vragen om een Verklaring betalingsgedrag te overleggen. Met zo’n verklaring kan je aantonen dat je aan jouw aangifte- en betalingsverplichtingen voor de loonheffingen en/of btw voldoet. Dit is voor de inlener, doorlener of aannemer van belang, omdat aansprakelijk gesteld kan worden als je niet aan deze verplichtingen voldoet.

Tip! Lees op de website van de Belastingdienst meer over de Verklaring betalingsgedrag voor een uitlener en over de Verklaring betalingsgedrag voor een onderaannemer.

Ook in andere gevallen kan iemand je vragen aan te tonen dat je aan jouw aangifte- en betalingsverplichtingen voldoet, bijvoorbeeld bij een aanbestedingsprocedure of een vergunningsaanvraag. Lees meer over deze Verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale verplichtingen op de website van de Belastingdienst.

Online aanvragen

Het online aanvragen van een Verklaring betalingsgedrag doe je met Digid. Aanvragen met eHerkenning is helaas nog niet mogelijk. Daarvoor moet je dus nog de pdf van de website van de Belastingdienst downloaden en deze schriftelijk indienen. In de loop van 2025 wordt het online aanvragen met eHerkenning wel mogelijk gemaakt.

Tip! Als je al periodiek een Verklaring betalingsgedrag van de Belastingdienst ontvangt, hoef je niet in actie te komen. Het is dus niet nodig om dit nogmaals online aan te vragen.

Antwoord binnen 1 week

De Belastingdienst streeft ernaar om binnen één week op jouw online aanvraag te beslissen. De Verklaring betalingsgedrag wordt dan naar het bij de Belastingdienst bekende woon- of vestigingsadres gezonden.

Door |2025-02-04T16:23:45+01:004 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Online aanvragen Verklaring betalingsgedrag