Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 663 blog entries.

Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Het wetsvoorstel Wet basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen, de Wet Baz, wordt aangepast. De aanpassingen vloeien voort uit een internetconsultatie inzake het wetsvoorstel. Dit heeft minister Van Hijum van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld aan de Tweede Kamer.

Onvoldoende verzekerd

Invalide

Zelfstandigen zijn volgens het kabinet op dit moment onvoldoende verzekerd bij arbeidsongeschiktheid. De oorzaak is gelegen in de vaak hoge premies van een dergelijke verzekering, maar ook kunnen zelfstandigen zich soms vanwege hun leeftijd of een medische aandoening niet meer verzekeren.

Wet Baz

Het is de bedoeling dat zelfstandige straks, via de voorgestelde Wet Baz, verplicht verzekerd zijn voor arbeidsongeschiktheid. Via deze verplichte verzekering krijgen zelfstandigen dan een uitkering als ze door een langdurige ziekte niet meer in staat zijn het minimumloon te verdienen. De premie zou ongeveer 6,5% van de winst moeten gaan bedragen met een maximum van € 195 per maand.

Let op! Zelfstandigen mogen volgens het voorstel straks ook kiezen voor een private AOV-verzekering. Dit geldt uiteraard ook voor diegenen die dat nu al hebben. De te betalen premie én de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid dienen dan wel in ieder geval gelijk te zijn aan de bedragen volgens de voorgestelde nieuwe verplichte verzekering. Ook moet de uitkering lopen tot de AOW-leeftijd.

Let op! De verplichte verzekering gaat in het voorstel niet gelden voor dga’s. Ook diegenen die inkomsten uit overig werk hebben die geen winst uit onderneming vormen, vallen straks niet onder de verplichte verzekering.

Kritiek

Op het wetsvoorstel is vanuit verschillende kanten kritiek geleverd. De kritiek heeft onder meer betrekking op het verplichte karakter van de verzekering en de gewenste uitzonderingen op de kring van verzekerden. Ook op onder meer de hoogte van de premie, het gekozen arbeidsongeschiktheidscriterium en de duur van de wachttijd is kritiek geleverd.

Onuitvoerbaar

De Belastingdienst en het UWV hebben het wetsvoorstel als ‘onuitvoerbaar’ respectievelijk  ‘onuitvoerbaar tenzij’ beoordeeld. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat de verzekering en de premie worden gekoppeld aan de winst uit onderneming. Bovendien is de uitvoering complex en geven beide organisaties aan dat zij een gebrek aan capaciteit hebben om de Wet Baz uit te kunnen voeren.

Uitzondering agrarische sector?

Naast al deze kritiek is geopperd dat er een mogelijke uitzondering moet worden gemaakt voor de agrarische sector. Dit blijkt technisch mogelijk te zijn, maar het is nog maar de vraag of een uitzondering ook gewenst is. De minister wijst op de mogelijke precedentwerking, de extra complexiteit en mogelijk misbruik. Met de cultuursector is eveneens overleg geweest vanwege de zorgen die de sector zich maakt over een opeenstapeling van maatregelen.

Aanpassingen

De minister gaat het wetsvoorstel aanpassen en streeft daarbij naar een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare verzekering. Hij verwacht het aangepaste wetsvoorstel op zijn vroegst in het derde kwartaal van 2025 aan de Tweede Kamer aan te bieden.

Door |2024-12-12T15:25:25+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Veel kritiek op verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Inhoudingsplichtigen moeten vóór 1 februari 2025 de in 2024 aan natuurlijke personen betaalde bedragen aan de Belastingdienst doorgeven. Dat geldt niet als die natuurlijke personen bij de inhoudingsplichtige in dienstbetrekking waren of aan hem een factuur met btw uitreikten.

Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden (Opgaaf UBD)

Laptop

Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden’ ofwel opgaaf UBD. Het betekent dat alle inhoudingsplichtigen (dat zijn (rechts)personen met een loonheffingennummer) en bepaalde collectieve beheersorganisaties uit eigen beweging aan natuurlijke personen betaalde bedragen moeten doorgeven aan de Belastingdienst. Ze krijgen hier dus geen uitnodiging voor.

Let op! De verplichting geldt ook als je geen werknemers meer in dienst hebt, maar nog wel beschikt over een loonheffingennummer.

Uitzonderingen

De opgaaf UBD voor betalingen aan natuurlijke personen geldt alleen als die betaling betrekking heeft op door hen verrichte werkzaamheden en diensten. Er zijn uitzonderingen:

  • Betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die werknemer is bij jou, hoef je niet door te geven.
  • Dat geldt ook voor betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die onder de zogenaamde vrijwilligersregeling valt (dat wil onder meer zeggen dat de betaling maximaal € 210 per maand en € 2.100 per jaar is in 2024).
  • Reikt de natuurlijke persoon voor de werkzaamheden een factuur met btw uit, dan hoef je ook geen opgaaf UBD te doen.

Wel opgaaf UBD bij btw-vrijstelling, btw verlegd en KOR

Een ondernemer (een natuurlijke persoon) die btw-vrijgestelde werkzaamheden verricht voor jou, is niet uitgezonderd van de opgaaf UBD. Hoewel deze ondernemer misschien een factuur uitreikt, is op deze factuur geen btw vermeld. Hetzelfde geldt voor een natuurlijke persoon die de KOR toepast of de btw naar jou verlegt. Ook voor betalingen aan deze natuurlijke personen moet je een opgaaf UBD doen.

Wat geef je door?

Je doet de opgaaf UBD digitaal. Je vermeldt hierbij:

  • naam, adres, bsn en geboortedatum van de natuurlijke persoon;
  • de in 2024 betaalde bedragen, inclusief eventuele kostenvergoedingen aan de natuurlijke persoon;
  • de datum waarop je de betaling deed.

Tip! Deed je meerdere betalingen in 2024 aan één natuurlijke persoon, dan mag je die betalingen ook bij elkaar optellen. Als datum geef je dan op de datum van de laatste uitbetaling in 2024.

Let op! Niet alleen betalingen in geld, ook betalingen in natura moet je doorgeven.

Uiterlijk 31 januari 2025

De opgaaf UBD 2024 moet u uiterlijk 31 januari 2025 doen. Ben je geen inhoudingsplichtige voor de loonheffingen of een collectieve beheersorganisatie, dan hoef je dit alleen te doen als de Belastingdienst daar specifiek om vraagt.

Let op! Betaal je een natuurlijke persoon begin 2025 voor in 2024 verrichte werkzaamheden en diensten, dan neem je deze betaling mee in de opgaaf UBD 2025 die je uiterlijk 31 januari 2026 moet indienen.

Door |2024-12-12T15:33:21+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Tarieven Eurovignet nog niet verhoogd

De tarieven van het Eurovignet worden per 1 januari 2025 nog niet verhoogd. De nieuwe tariefstructuur is namelijk niet tijdig door Luxemburg goedgekeurd, een van de deelnemers aan het Eurovignet. Het Eurovignet zou 1,9% duurder worden.

Eurovignet

Vrachtwagen

Het Eurovignet is een verplicht certificaat voor vrachtwagencombinaties met een toegestaan maximumgewicht van 12.000 kilo of meer. Dit betekent dat het gewicht van de vrachtauto(combinatie) samen met de toegestane maximumlading 12.000 kg of meer is. Door het vignet is duidelijk dat voor de vrachtauto de belasting zwarte motorrijtuigen (bzm) is betaald. U moet bzm betalen als uw vrachtauto met genoemd gewicht bestemd is voor het vervoer van goederen en u ermee op de snelweg wilt rijden.

Huidige tarieven

Het bedrag aan bzm dat betaald moet worden is afhankelijk van het aantal assen en van de milieuklasse van het voertuig. Voor een combinatie met drie assen of minder bedraagt de bzm € 750 per jaar voor het schoonste type. Dit bedrag loopt op tot € 1.407 per jaar voor het meest vervuilende type. Bij vier assen of meer variëren deze bedragen van € 1.250 tot € 2.359.

Geen afstel

De vertraging door Luxemburg betekent dat de verhoging alleen later wordt doorgevoerd, naar verwachting op 25 maart 2025.

Door |2024-12-12T15:22:12+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tarieven Eurovignet nog niet verhoogd

Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Wanneer er sprake is van kavelruil, kan er onder voorwaarden een beroep worden gedaan op de zogenaamde kavelruilvrijstelling. In dat geval hoeft er geen overdrachtsbelasting te worden afgedragen. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijken de aan de vrijstelling verbonden voorwaarden nauw te luisteren.

Vereiste inschrijving in openbare registers

Agrarisch

Aan de vrijstelling in het kader van een kavelruil is de voorwaarde verbonden dat deze moet zijn ingeschreven in de openbare registers. In de betreffende zaak was dit niet gebeurd en dus moest de rechter eraan te pas komen om te beoordelen of hierdoor de vrijstelling komt te vervallen.

Reden inschrijving

In het arrest geeft de Hoge Raad aan dat de voorwaarde van inschrijving in de openbare registers is gesteld om te bereiken dat ook rechtsopvolgers onder bijzondere titel en degenen die achteraf eigenaar blijken te zijn aan de overeenkomst gebonden zijn. De inschrijving is echter niet van belang voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruilovereenkomst, aldus de Hoge Raad.

Voorwaarden

De Hoge Raad merkt verder op dat de vrijstelling zodanig moet worden uitgelegd dat deze bij vrijwillige kavelruil alleen beschikbaar is voor kavelruilovereenkomsten die aan een aantal voorwaarden voldoen, waaronder inschrijving in de openbare registers. Dat deze inschrijving in dit geval geen zelfstandig belang heeft voor de goederenrechtelijke bescherming van de kavelruil als titel van overdracht, is volgens de Hoge Raad niet van belang. Nu niet aan de gestelde voorwaarde is voldaan, is de vrijstelling dan ook niet van toepassing.

Wijzigingen per 2025

In het Belastingplan 2025 is een wetsvoorstel opgenomen met een aantal wijzigingen die betrekking heeft op de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting. Deze wijzigingen moeten per 2025 ingaan. Het betreft onder meer de volgende wijzigingen:

  • De vrijstelling geldt alleen nog voor een agrarische bedrijfswoning.
  • Alleen opstallen die voor agrarische doeleinden worden gebruikt vallen onder de vrijstelling.
  • Voor het verkrijgen van de vrijstelling geldt een voortzettingseis van agrarisch gebruik van ten minste 10 jaar.

Let op! Dit wetsvoorstel moet nog wel door de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2024-12-12T15:24:36+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden kavelruilvrijstelling luisteren nauw

Servicekosten bij verhuur woningen vanaf 2025 met btw?

Verhuur je een of meerdere woningen en berekent u ook servicekosten aan jouw verhuurder(s)? Beoordeel dan of je over deze servicekosten vanaf 2025 btw moet berekenen.

Servicekosten

Bedrijfspand

Servicekosten bestaan bijvoorbeeld uit de kosten van schoonmaak, reparaties, afvalverwijdering en/of een alarmsysteem. Daarnaast berekent een verhuurder soms ook de levering van gas, water en elektriciteit door.

Wel of geen btw?

Verhuur van woningen is in principe vrijgesteld van btw. De vraag is of dit ook zo is voor de in rekening gebracht servicekosten of de doorberekende gas, water en elektriciteit.

Tot en met 2023

In het beleid van de staatssecretaris dat gold tot en met 2023 was opgenomen dat servicekosten die aan huurders van woningen in rekening worden gebracht meestal opgaan in de verhuur. Aangezien de verhuur van woningen in principe vrijgesteld is van btw, geldt dat dan ook voor de doorberekende servicekosten.

Let op! Alleen de servicekosten voor klein onderhoud die voor rekening en risico van de huurder komen (bijvoorbeeld onderhoud deurbel, brievenbus, deurkrukken en dergelijke) gaan niet in de verhuur op en zijn daarom btw-belast.

2024

Met ingang van 2024 is dit beleid verandert, maar de staatssecretaris staat in 2024 nog toe dat je tot 1 januari 2025 het oude beleid toepast dat gold tot en met 2023. Bereken je in 2024 dus wel of geen btw op grond van het oude beleid, dan is dat toegestaan.

Vanaf 2025

Vanaf 2025 is dat niet meer toegestaan. Het is daarom zaak om nu te (laten) beoordelen of je vanaf 2025 op grond van het nieuwe beleid wel of geen btw moet berekenen over de servicekosten of de doorberekende gas, water en elektriciteit.

In het nieuwe beleid is opgenomen dat bij servicekosten sprake is van een afzonderlijke prestatie (en dus btw) als elke huurder afzonderlijk of de huurders gezamenlijk kunnen kiezen wie de dienst aan hen verricht en als deze dienst als een afzonderlijke post op de factuur is vermeld. Is dat het geval, dan kun je vanaf 2024 en moet je vanaf 2025 btw berekenen over de servicekosten. In alle andere gevallen zijn deze vrijgesteld van btw.

Gas, water en elektriciteit

Met betrekking tot de levering van gas, water en elektriciteit is in het nieuwe beleid opgenomen dat in ieder geval sprake is van een afzonderlijke prestatie (en dus btw) als de huurder vrij zijn gebruik hiervan kan bepalen. Belangrijke aanwijzingen daarvoor zijn een individuele meter en de facturatie aan de hand van werkelijk gebruik. Kan de huurder vrij zijn gebruik bepalen, dan kun je vanaf 2024 en moet je vanaf 2025 btw berekenen over de doorberekening van gas, water en elektriciteit.

Beoordeling

De beoordeling is niet eenvoudig. Neem daarom bij twijfel contact op met onze adviseurs.

Let op! Met betrekking tot de servicekosten in de zakelijke vastgoedbranche en bij commerciële verhuuractiviteiten van woningbouwcoöperaties (niet zijnde de verhuur van woningen) was in het beleid dat gold tot en met 2023 opgenomen dat meestal sprake is van afzonderlijke prestaties en daarom btw. Verhuur je in deze branche, dan is het ook voor jou verstandig om te (laten) beoordelen welke gevolgen het nieuwe beleid mogelijk voor de btw op jouw servicekosten heeft. Uiteraard helpen onze adviseurs je ook graag bij deze beoordeling.

Door |2024-12-12T15:30:00+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Servicekosten bij verhuur woningen vanaf 2025 met btw?

Wanneer wordt woning ‘anders dan tijdelijk’ bewoond?

Als je een nieuwe koopwoning ‘anders dan tijdelijk’ wilt gaan bewonen, is onder voorwaarden bij de aankoop van een woning 2% overdrachtsbelasting verschuldigd in plaats van 10,4%. Ook kan dan de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing zijn. Wat wordt verstaan onder ‘anders dan tijdelijk’ bewonen?

Verschil in uitspraak

Verbouwing

Over dit onderwerp werd door de rechtbank Den Haag anders geoordeeld dan door de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Wanneer laag tarief of vrijstelling?

Het lage tarief van de overdrachtsbelasting of de vrijstelling is alleen van toepassing als de koper de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaat gebruiken. Ook moet dit voornemen voorafgaand aan de koop van een woning duidelijk, stellig en zonder voorbehoud schriftelijk worden vastgelegd.

Uitspraak rechtbank Den Haag

In een zaak die speelde voor de rechtbank in Den Haag had een echtpaar in juni 2021 een woning gekocht, die ze vanaf januari 2022 in eigendom verkregen. Daarnaast hadden ze in oktober 2021 een andere woning gekocht, die ze in februari 2022 in eigendom verkregen. De tweede woning hadden ze laten verbouwen, zodat het stel van januari 2022 tot augustus 2022 in de eerste woning zijn intrek nam.

Niet anders dan tijdelijk

De rechtbank Den Haag was van oordeel dat in bovengenoemde situatie de eerste woning slechts tijdelijk als hoofdverblijf heeft gediend en dat daarom dus het verhoogde tarief van de overdrachtsbelasting van toepassing is van thans 10,4%. Op het moment van leveren van de woning was de tweede woning namelijk al gekocht. Dat het stel aanvoerde dat men hierin langer dan zes maanden woonde, is volgens deze rechtbank niet relevant.

Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant

De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in een soortgelijke situatie anders. In die situatie koopt een echtpaar in maart 2022 een perceel bouwgrond om er een woning op te laten bouwen. Het perceel wordt in mei 2022 opgeleverd. In november 2022 kopen ze een andere woning die ze meer dan een half jaar als hoofdverblijf gebruiken, omdat de nieuw te bouwen woning nog niet is opgeleverd. De rechtbank acht de vrijstelling inzake de overdrachtsbelasting van toepassing, omdat de woning minstens een half jaar als hoofdverblijf wordt gebruikt.

Evident misbruik?

Dat in deze situatie het lage tarief of de vrijstelling van toepassing is, blijkt volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant uit de wetsgeschiedenis. Hieruit valt namelijk af te leiden dat ‘anders dan tijdelijk’ betekent dat een woning minstens een half jaar als hoofdverblijf bewoond moet worden. Dit is alleen anders als er sprake is van een evidente misbruiksituatie. Nu dit niet aan de orde is, is de rechtbank van mening dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is.

Tip! Teken in soortgelijke situaties bezwaar aan als de vrijstelling of het lage tarief van de overdrachtsbelasting niet wordt toegepast. Waarschijnlijk zal een hogere rechter op korte termijn over genoemde zaken oordelen, zodat het van belang is dat je jouw rechten via bezwaar en/of beroep veilig stelt.

Door |2024-12-12T15:39:29+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer wordt woning ‘anders dan tijdelijk’ bewoond?

Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg

De Belastingdienst begint in december 2024 met het versturen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor het jaar 2025. Uitdrukkelijk wordt verzocht deze pas ná de dagtekening in 2025 te betalen.

Voorlopige aanslag

Geld

Veel belastingplichtigen, zoals zelfstandig ondernemers, ontvangen jaarlijks een voorlopige aanslag inkomstenbelasting. Je mag deze voorlopige aanslag  in één keer betalen, maar deze kan ook gespreid betaald worden in elf maandelijkse termijnen, te starten in februari.

Let op! Als je jouw aanslag in één keer betaalt,  krijg je geen korting meer op jouw voorlopige aanslag.

Niet te vroeg betalen

De Belastingdienst verstuurt de aanslagen al vanaf december 2024, maar verzoekt met betalen te wachten tot ná de dagtekening in 2025. Dit om problemen met de systemen te voorkomen. Te vroeg betaalde belasting wordt anders namelijk automatisch teruggestort.

Controleer de aanslag goed

De voorlopige aanslag is altijd een schatting van jouw verwachte inkomen in 2025. Het kan zijn dat uw omstandigheden zijn gewijzigd, waardoor de aanslag naar boven of juist naar beneden bijgesteld moet worden. Denk hierbij aan een verandering in jouw privéomstandigheden of in jouw inkomen. Controleer jouw aanslag daarom altijd zorgvuldig. Indien nodig kan de voorlopige aanslag dan worden gewijzigd.

Tip! Heb je vragen over de hoogte van jouw voorlopige aanslag of verwacht je dat een wijziging nodig is, neem dan contact met ons op.

Door |2024-12-12T15:37:55+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Betaal voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2025 niet te vroeg
  • Nieuwsbrief december 2024

Nieuwsbrief december 2024

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 9 december 2024, 20:00 uur.


1. Vijf fiscale bespaartips voor december

De laatste maand van het jaar is weer aangebroken. Wat kunt u fiscaal dit jaar nog regelen? Wij zetten vijf fiscale bespaartips voor u op een rij.

Gebruik uw vrije ruimte
Als werkgever kunt u uw werknemers in de vrije ruimte van de werkkostenregeling belastingvrij vergoedingen of verstrekkingen geven. In 2024 kan dat tot 1,92% van uw loonsom tot € 400.000 en tot 1,18% daarboven. Heeft u nog ruimte over in 2024, gebruik dat dan nog dit jaar. Een eventueel restant kunt u namelijk niet doorschuiven naar 2025.

Let op!
In 2025 is de vrije ruimte overigens iets hoger, namelijk 2% van uw loonsom tot € 400.000 en 1,18% daarboven.

Keer in 2024 nog dividend uit en/of stel dit deels uit naar 2025
Als u in 2024 dividend uitkeert, betaalt u over de eerste € 67.000 een tarief van 24,5%. Heeft u een fiscale partner, dan betaalt u samen over de eerste € 134.000 een tarief van 24,5%. Het kan verstandig zijn om van dit lagere tarief gebruik te maken en nog een dividenduitkering te doen van € 67.000 of € 134.000.

Boven deze bedragen bedraagt het tarief in 2024 33%. Dit hogere tarief daalt in 2025 naar 31%. Om die reden kunt u dividenduitkeringen hoger dan € 67.000 of € 134.000 misschien beter uitstellen tot 2025. U profiteert dan in 2025 tot € 67.804 (en fiscale partners gezamenlijk tot € 135.608) ook weer van het lage tarief van 24,5% en daarboven betaalt u 31% in plaats van 33%.

Tip!
Of een en ander in uw situatie verstandig is, betreft maatwerk. Neem voor meer informatie gerust contact op met onze adviseurs.

Verzoek ambtshalve vermindering en groene beleggingen in box 3
Binnen box 3 zijn het afgelopen jaar weer volop ontwikkelingen geweest. Zo leken onder meer de plannen voor een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement iets concreter, maar ziet dat er na het negatieve advies van de Raad van State weer onzekerder uit. Verder oordeelde de Hoge Raad in juni 2024 dat de Belastingdienst ook in het huidige stelsel al uit moet gaan van werkelijk rendement als dat lager is dan het wettelijke forfaitaire stelsel. De uitwerking hiervan vindt pas plaats vanaf 2025.

Het is wel belangrijk om vóór 1 januari 2025 een verzoek om ambtshalve vermindering van uw definitieve aanslag IB 2019 te doen als uw aanslag op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én het werkelijke rendement in box 3 in dat jaar lager is dan het wettelijke forfaitaire rendement van box 3. Als u dat verzoek om ambtshalve vermindering niet doet, kunt u in 2025 namelijk geen beroep doen op het oordeel van de Hoge Raad uit juni 2024.

Verder kunt u in december wellicht nog nadenken over de aankoop van groene beleggingen.

Hiervoor geldt een vrijstelling in box 3 en een extra heffingskorting. Hoewel de vrijstelling op 1 januari 2025 een stuk lager is dan in 2024 (rond de € 26.000 en voor fiscale partners gezamenlijk rond de € 52.000) en de heffingskorting in 2025 nog maar 0,1% bedraagt (in 2024 nog 0,7%), leveren groene beleggingen toch nog een voordeel op. Dat is ook nog zo in 2026.

Let op!
Vanaf 2027 worden de vrijstelling en de extra heffingskorting afgeschaft.

Benut de in 2024 geldende schenkingsvrijstellingen
Wilt u in 2024 nog schenken, dan kunt u wellicht gebruikmaken van schenkingsvrijstellingen. Er is dan geen schenkbelasting verschuldigd. Voor schenkingen aan kinderen kunt u in 2024 gebruikmaken van een vrijstelling van € 6.633. Onder voorwaarden kunt u ook eenmalig gebruikmaken van een verhoogde vrijstelling voor kinderen tussen 18 en 40 jaar oud, die in 2024 € 31.813 bedraagt. Schenkt u eenmalig voor een dure studie, dan is de verhoogde vrijstelling – onder voorwaarden – in 2024 zelfs € 66.268. Schenkt u in 2024 aan anderen (kleinkinderen, andere familieleden of derden), dan bedraagt de vrijstelling € 2.658. Bijkomend voordeel van een schenking die u in 2024 doet, is dat ook uw vermogen in box 3 op 1 januari 2025 daardoor lager is.

Koop een lijfrente
Met een lijfrente spaart u voor uw oude dag. Lijfrentepremies zijn onder strikte voorwaarden aftrekbaar. Daarbij gelden per jaar maximale bedragen die u kunt aftrekken. Deze maximale bedragen zijn afhankelijk van de hoogte van uw pensioentekort, uitgedrukt in uw jaar-ruimte en uw reserveringsruimte. De hoogte van uw maximale aftrek lijfrentepremie in 2024 kunt u berekenen met het hulpmiddel lijfrentepremie van de Belastingdienst of overleg daarover met onze adviseurs.

Let op!
Om de lijfrentepremie nog in 2024 af te trekken in uw aangifte inkomstenbelasting 2024, moet u de premie wel uiterlijk 31 december 2024 betaald hebben.

Naast het voordeel van de lijfrenteaftrek, zal door de betaling van de lijfrentepremie ook uw vermogen in box 3 op 1 januari 2025 lager zijn.


2. Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Inhoudingsplichtigen moeten vóór 1 februari 2025 de in 2024 aan natuurlijke personen betaalde bedragen aan de Belastingdienst doorgeven. Dat geldt niet als die natuurlijke personen bij de inhoudingsplichtige in dienstbetrekking waren of aan hem een factuur met btw uitreikten.

Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden (Opgaaf UBD)
Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden’ ofwel opgaaf UBD. Het betekent dat alle inhoudingsplichtigen (dat zijn (rechts)personen met een loonheffingennummer) en bepaalde collectieve beheersorganisaties uit eigen beweging aan natuurlijke personen betaalde bedragen moeten doorgeven aan de Belastingdienst. Ze krijgen hier dus geen uitnodiging voor.

Let op!
De verplichting geldt ook als u geen werknemers meer in dienst hebt, maar nog wel beschikt over een loonheffingennummer.

Uitzonderingen
De opgaaf UBD voor betalingen aan natuurlijke personen geldt alleen als die betaling betrekking heeft op door hen verrichte werkzaamheden en diensten. Er zijn uitzonderingen:

  • Betalingen die u doet aan een natuurlijke persoon die werknemer is bij u, hoeft u niet door te geven.
  • Dat geldt ook voor betalingen die u doet aan een natuurlijke persoon die onder de zogenaamde vrijwilligersregeling valt (dat wil onder meer zeggen dat de betaling maximaal € 210 per maand en € 2.100 per jaar is in 2024).
  • Reikt de natuurlijke persoon voor de werkzaamheden een factuur met btw uit, dan hoeft u ook geen opgaaf UBD te doen.

Wel opgaaf UBD bij btw-vrijstelling, btw verlegd en KOR
Een ondernemer (een natuurlijke persoon) die btw-vrijgestelde werkzaamheden verricht voor u, is niet uitgezonderd van de opgaaf UBD. Hoewel deze ondernemer misschien een factuur uitreikt, is op deze factuur geen btw vermeld. Hetzelfde geldt voor een natuurlijke persoon die de KOR toepast of de btw naar u verlegt. Ook voor betalingen aan deze natuurlijke personen moet u een opgaaf UBD doen.

Wat geeft u door?
U doet de opgaaf UBD digitaal. U vermeldt hierbij:

  • naam, adres, bsn en geboortedatum van de natuurlijke persoon;
  • de in 2024 betaalde bedragen, inclusief eventuele kostenvergoedingen aan de natuurlijke persoon;
  • de datum waarop u de betaling deed.

Tip!
Deed u meerdere betalingen in 2024 aan één natuurlijke persoon, dan mag u die betalingen ook bij elkaar optellen. Als datum geeft u dan op de datum van de laatste uitbetaling in 2024.

Let op!
Niet alleen betalingen in geld, ook betalingen in natura moet u doorgeven.

Uiterlijk 31 januari 2025
De opgaaf UBD 2024 moet u uiterlijk 31 januari 2025 doen. Bent u geen inhoudingsplichtige voor de loonheffingen of een collectieve beheersorganisatie, dan hoeft u dit alleen te doen als de Belastingdienst daar specifiek om vraagt.

Let op!
Betaalt u een natuurlijke persoon begin 2025 voor in 2024 verrichte werkzaamheden en diensten, dan neemt u deze betaling mee in de opgaaf UBD 2025 die u uiterlijk 31 januari 2026 moet indienen.


3. Overweeg bezwaar of herzieningsverzoek bij belastingrente (voorlopige) aanslagen

Rechtbank Noord-Nederland heeft op 7 november 2024 geoordeeld dat de belastingrente die de Belastingdienst vanaf 2022 berekent over aanslagen vennootschapsbelasting in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Overweeg daarom bezwaar of een verzoek om herziening als de Belastingdienst aan u belastingrente berekent over een (voorlopige) aanslag.

Hoogte belastingrente
De belastingrente die de Belastingdienst berekent over een aanslag vennootschapsbelasting is, met uitzondering van het begin van de coronaperiode, vanaf april 2014 8% of hoger. In 2024 bedraagt deze rente zelfs 10%!

Voor overige belastingen – onder meer de inkomstenbelasting – bedroeg de belastingrente, met uitzondering van een periode van drie maanden aan het begin van de coronaperiode, 4% van april 2014 tot en met 30 juni 2023. De tweede helft van 2023 bedroeg deze belastingrente 6% en in 2024 bedraagt deze zelfs 7,5%.

Belastingrente Vpb in strijd met evenredigheidsbeginsel
Deze hoge belastingrente is al jaren een doorn in het oog van velen, maar er leek tot nu toe weinig tegen te doen. Rechtbank Noord-Nederland oordeelde onlangs echter – kort samengevat – dat het vanaf 2022 vastgestelde percentage belastingrente voor de vennootschapsbelasting (in 2022 en 2023: 8%) in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat de belastingrente, naar het oordeel van de rechtbank, niet berekend mag worden naar een percentage van 8.

Geen 8, maar 4%
Vraag daarbij is echter op welk percentage de belastingrente dan wel kan worden vastgesteld om evenredig te zijn. Over die vraag heeft de rechtbank zich niet hoeven buigen, omdat de belastingplichtige en de Belastingdienst vooraf al hadden afgesproken dat het tarief 4% zou zijn als de belastingplichtige in het gelijk zou worden gesteld. De rechtbank berekent de belastingrente daarom naar een tarief van 4%. Dit percentage lijkt te zijn ontleend aan het percentage voor andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting, maar zekerheid daaromtrent is er niet.

Bezwaar definitieve en navorderingsaanslag
Berekent de Belastingdienst belastingrente over een definitieve of navorderingsaanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan om daartegen tijdig in bezwaar te komen. Tijdig betekent binnen zes weken na dagtekening van de aanslag. Het bezwaar kan, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank, betrekking hebben op vanaf 2022 berekende belastingrente.

Let op!
Houd er rekening mee dat de Belastingdienst waarschijnlijk uw bezwaar niet zonder meer zal toewijzen. De kans is namelijk groot dat de Belastingdienst hoger beroep instelt tegen de uitspraak van de rechtbank. Overleg daarom na ontvangst van een definitieve of navorderingsaanslag met onze adviseurs. Zij kunnen u adviseren over wat dit zou kunnen betekenen voor onder meer het verloop van uw bezwaar- en mogelijke beroepsprocedure.

Verzoek herziening voorlopige aanslag
Berekent de Belastingdienst belastingrente over een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting? Overweeg dan een verzoek om herziening van de voorlopige aanslag.

Let op!
Het is niet voldoende om alleen in bezwaar te komen tegen de definitieve aanslag. Als u het ook niet eens bent met de belastingrente op de voorlopige aanslag, moet u een verzoek om herziening indienen. Wijst de Belastingdienst dat verzoek af, dan kunt u daartegen in bezwaar komen. Overleg daarover met onze adviseurs. Zij kunnen u ook adviseren of het nog mogelijk is een verzoek tot herziening in te dienen tegen in het verleden opgelegde voorlopige aanslagen.

Onherroepelijke aanslagen
Is vanaf 2022 belastingrente berekend op definitieve of navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting, maar staan deze aanslagen inmiddels onherroepelijk vast? Dan heeft bezwaar maken waarschijnlijk geen zin. De Belastingdienst komt normaal gesproken dan namelijk niet tegemoet aan uw verzoek om de belastingrente te verminderen.

Ook bezwaar/verzoek andere belastingen?
De rechtbank heeft een uitspraak gedaan over de belastingrente op een aanslag vennootschapsbelasting. Wij achten de kans dat dit ook gevolgen heeft voor de belastingrente op andere belastingen niet groot, maar kunnen dat nooit helemaal uitsluiten. Overweeg daarom ook of u in actie wilt komen met betrekking tot belastingrente op andere belastingen, zoals de inkomstenbelasting.


4. Overwerktoeslag ook voor parttimers

Hebben parttimers die extra uren werken boven hun parttimecontract ook recht op een toeslag over die extra gewerkte uren als werknemers die fulltime werken een dergelijke overwerktoeslag krijgen? Hier is het Hof van Justitie van de EU nader op ingegaan.

Parttime of fulltime
Het betreft hier dus de vraag of sprake is van ongelijke behandeling van parttimers ten opzichte van fulltimers bij de uitbetaling van extra gewerkte uren. In deze zaak heeft het Hof van Justitie van de EU (hierna: HvJ EU) geoordeeld dat over het overwerk van een parttimer ook de toeslag moet worden betaald als een fulltimer die krijgt.

Wat speelde er?
Het ging in deze zaak om verpleegkundigen in Duitsland, werkzaam bij een medisch laboratorium. De normale wekelijkse arbeidstijd van een voltijdwerknemer bedroeg gemiddeld 38,5 uur per week. Op grond van de toepasselijke cao gold een toeslag van 30% voor overuren, maar alleen voor uren buiten de arbeidstijd per kalendermaand van een voltijdwerknemer.
Twee verpleegkundigen die in deeltijd werkten, vonden dat ook zij recht hadden op die toeslag, waar het ging om de uren die zij buiten de in hun arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsduur werkten tot aan de grens van 38,5 uur. De praktijk was dat dergelijke uren betaald werden als ‘gewone uren’.

Let op!
Een dergelijke bepaling is ook in Nederlandse cao’s niet ongebruikelijk. Dit houdt in dat de uitkomst dus relevant is voor de Nederlandse praktijk en voor de cao-onderhandelingstafel.

Ongelijke behandeling?
In het arrest van het HvJ EU van 29 juli 2024 kwam de vraag of sprake was van ongelijke behandeling tussen mannen en vrouwen. De vraag die beantwoord moest worden, was of het feit dat vrouwen vaker dan mannen in deeltijd werken, en de opgedragen extra werkuren die vallen buiten de overeengekomen arbeidsduur minder goed beloond worden dan mannen (die vaker voltijd werken), leidde tot verboden onderscheid op grond van geslacht. Ook was de vraag gesteld of de regeling in strijd was met de Deeltijdrichtlijn. Mogelijk werden de in deeltijd werkende verpleegkundigen minder gunstig behandeld dan voltijdwerkers.

Overwerktoeslag
Het HvJ EU overwoog onder meer dat de regeling de werkgever zou kunnen aanmoedigen om overuren juist op te leggen aan deeltijdwerkers in plaats van voltijdwerkers, omdat ze in ieder geval over een deel van de extra uren geen toeslag hoefden te betalen.
Er was volgens het HvJ EU geen sprake van een nadeel voor voltijdwerkers. Immers, als extra uren meteen als overuren gaan gelden, worden voltijdwerkers en deeltijdwerkers op dezelfde wijze behandeld.

Het komt er dus op neer dat de afgesproken arbeidsduur als maatstaf én uitgangspunt moet gelden. Het HvJ EU acht het verschil in beloning van uren buiten de afgesproken arbeidsduur in strijd met de Deeltijdrichtlijn.

Let op!
Het risico bestaat dat deeltijders op basis van deze rechtspraak mogelijk met een loonvordering tot vijf jaar terug kunnen komen.

Tip!
Check de cao en/of de arbeidsvoorwaarden die gelden binnen uw bedrijf. Een bepaling die regelt dat overwerktoeslag alleen hoeft te worden betaald over de uren boven fulltime, is mogelijk niet geldig. Het risico bestaat immers dat ook aan de parttimers, die meer uren werken dan hun contractuele uren in afwijking van de cao, de overwerktoeslag moet worden uitbetaald.


5. Servicekosten bij verhuur woningen vanaf 2025 met btw?

Verhuurt u woningen en berekent u ook servicekosten (bijvoorbeeld voor schoonmaak, reparaties of gas, water en elektriciteit) aan uw verhuurder(s)? Tot en met 2023 waren de servicekosten bij de verhuur van woningen over het algemeen btw-vrijgesteld. Dit mocht u in 2024 voortzetten, maar vanaf 2025 moet u verplicht de nieuwe regels toepassen. Dit kan betekenen dat u vanaf 2025 btw moet berekenen over de servicekosten. Dit is het geval als elke huurder afzonderlijk kan (of de huurders gezamenlijk kunnen) kiezen wie de dienst aan hen verricht en als deze dienst apart op de factuur is vermeld. Bij gas, water en elektriciteit moet u btw berekenen als de huurder vrij het gebruik hiervan kan bepalen. Aanwijzingen dat dit zo is, zijn een individuele meter en de facturatie aan de hand van werkelijk gebruik. De beoordeling of wel of geen btw berekend moet worden vanaf 2025, is niet eenvoudig. Neem daarom bij twijfel contact op met onze adviseurs.


6. Vanaf 18 november 2024 nieuwe regels kinderarbeid

Vanaf 18 november 2024 zijn de regels voor kinderarbeid gewijzigd. Zo is nieuw dat jongeren van 13 en 14 jaar op niet-schooldagen en tijdens vakantieperiodes mogen werken tot 20.00 uur in plaats van tot 19.00 uur. Verder mogen zij maximaal op 11 van de 16 achtereenvolgende weken op zondag werken, mits ze de zaterdag dan niet werken. De wijziging in werktijden moet wel overlegd worden met de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering, en de ouders/verzorgers van het kind moeten instemmen met de werktijden en werken op zondag. Verder is nieuw dat kinderen tot en met 15 jaar niet mogen werken in een ruimte waar alcoholhoudende dranken (kunnen) worden geschonken. Dit verbod geldt niet voor het werken in andere horecaruimtes, zoals in keukens en andere ruimtes zonder klantcontact.

Door |2025-01-14T11:40:46+01:0012 december 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief december 2024

Schadevergoeding zzp’er belast of niet?

Als je als zzp’er door een ongeval wordt getroffen, leidt dit soms tot een schadevergoeding. Is een dergelijke schadevergoeding belast en waar hangt dit vanaf? In een zaak die onlangs voor het gerechtshof in Den Bosch werd uitgevochten, volgde het antwoord op deze vragen.

Bijl valt op voet

Juridisch

In betreffende zaak ging het om een bijl die op de voet van een zzp’er terechtkwam tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden. Het ongeval had de nodige medische gevolgen, waardoor de vrouw haar werkzaamheden deels niet meer kon uitoefenen. Ook leed de vrouw materiële en immateriële schade.

Belast of niet?

Bij de vraag of in een dergelijk geval een schadevergoeding belast is, is volgens het Hof om te beginnen van belang of de schadevergoeding een compensatie is voor het verlies aan arbeidsvermogen. Een dergelijke schadevergoeding behoort tot de winst, tenzij er sprake is van blijvende arbeidsongeschiktheid. Dan is een schadevergoeding onbelast. Een schadevergoeding ter tijdelijke vervanging van gederfde winst is dus wel belast.

Materiële schade en immateriële schade

Materiële en immateriële schade liggen volgens het Hof in de privésfeer en niet in de ondernemingssfeer. Als de inspecteur van mening is dat vergoedingen in verband met deze schades belast zijn, dient de inspecteur aannemelijk te maken dat er een verband bestaat met de onderneming.

Hof acht schadevergoedingen onbelast

De schadevergoeding was toegekend vanwege een blijvende arbeidsongeschiktheid van de zzp’er, wat onder meer bleek uit het feit dat aantoonbaar was bewezen dat zij bepaalde werkzaamheden, die zij eerder wel deed, blijvend niet meer kon uitoefenen. Zij ontvangt hiervoor tot aan haar pensioen jaarlijks een arbeidsongeschiktheidsuitkering van € 10.000 van een verzekeraar.

Ook kon de inspecteur niet aannemelijk maken dat de materiële schadevergoedingen, onder meer voor huishoudelijke hulp, en de immateriële schadevergoeding verband hielden met de onderneming. Hierdoor vielen de schadevergoedingen in de privésfeer.

Op grond van de feiten kwam het Hof tot het oordeel dat de gehele schadevergoeding van € 480.000 onbelast was.

Door |2024-12-06T09:13:02+01:006 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Schadevergoeding zzp’er belast of niet?

Tweede Kamer wil garanties na afschaffen salderingsregeling

In het Belastingplan 2025 is voorgesteld de salderingsregeling voor zonnepanelen per 2027 af te schaffen. De Tweede Kamer is hiermee akkoord gegaan, maar heeft via een aantal amendementen op bepaalde punten wel garanties geëist.

Salderingsregeling

Juridisch

Houders van zonnepanelen kunnen nu nog de opgewekte energie verrekenen met de afgenomen energie. Deze zogenaamde salderingsregeling betekent op zonnige dagen voor energiebedrijven vaak een overschot aan energie, die kan worden weggestreept tegen vaak duurdere energie op dagen met minder zon. Om dit tegen te gaan wordt de salderingsregeling per 2027 afgeschaft. Houders van zonnepanelen krijgen dan voor teruggeleverde energie een vergoeding, waarvan de hoogte nu nog onbekend is.

Tweede Kamer wil garanties

Via een aantal amendementen heeft de Tweede Kamer garanties geëist die ervoor moeten zorgen dat het afschaffen van de salderingsregeling zo eerlijk mogelijk verloopt. De volgende amendementen zijn aangenomen:

  • Er wordt voorgesteld om de Autoriteit Consument en Markt (ACM) toezicht te laten uitoefenen op de beschikbaarheid van een concurrerend aanbod op overeenkomsten inzake teruglevering en zo nodig een bindende gedragslijn op te leggen aan leveranciers.
  • Ook wordt geëist dat de ACM op kan treden als na afschaffing van de salderingsregeling toch nog terugleverkosten worden berekend.
  • Tevens wordt voorgesteld om na 2030 een redelijke vergoeding voor teruggeleverde energie te garanderen van minstens 50% van de prijs bij afname. Op die manier kan de terugverdientijd van zonnepanelen beperkt blijven.
  • Ook wordt geregeld dat terugleverkosten alleen in rekening worden gebracht bij de veroorzakers ervan.
  • Verder vindt de Tweede Kamer dat energiecontracten per 2027 kosteloos moeten kunnen worden opgezegd als een consument met de voorgestelde wijzigingen niet akkoord gaat.

Let op! Alle amendementen moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-12-05T14:38:59+01:005 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tweede Kamer wil garanties na afschaffen salderingsregeling