Make Marketing Magic

Over Nieuwsbrief NBC

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Nieuwsbrief NBC has created 666 blog entries.

Ongelijke verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verrekenbeding wordt aangepakt

Het kabinet gaat ongelijke verdelingen van een huwelijksgemeenschap en ongelijke verdelingen bij een verrekenbeding fiscaal aanpakken. Een wetswijziging hiertoe ligt nu ter consultatie.

Aanleiding

Juridisch

Aanleiding is de uitkomst van een arrest van de Hoge Raad van begin 2024 waarbij twee echtgenoten huwelijksvoorwaarden aangingen in het zicht van overlijden van één van hen. De Hoge Raad oordeelde dat de ongelijke verdeling – waarbij de langstlevende 90% kreeg toebedeeld – niet in strijd was met de wet. Het kabinet wil dit aanpakken en kiest er daarom voor om de wet te wijzigen.

Internetconsultatie

De voorgenomen wetswijziging wordt opgenomen in het Belastingplan 2026 dat op Prinsjesdag 2025 zal worden gepresenteerd. Over deze wetswijziging is nu een internetconsultatie gestart. Deze consultatie loopt nog tot 14 mei 2025.

Constructie

De constructie komt erop neer dat partners in het zicht van overlijden, bijvoorbeeld bij een ongeneeslijke ziekte, in hun huwelijkse voorwaarden de gerechtigdheid tot de huwelijksgoederengemeenschap aanpassen ten gunste van de partner die hoogstwaarschijnlijk het langst leeft. Ook het wijzigen van een verrekenbeding ten gunste van de partner die hoogstwaarschijnlijk het langst leeft, heeft hetzelfde effect. De achterblijvende partner erft minder en er hoeft minder erfbelasting te worden betaald dan bij een gelijke verdeling (50%-50%).

Voorstel wetswijziging

Het kabinet wil genoemde constructie bestrijden. Het voorstel van het kabinet gaat echter veel verder dan het bestrijden van de aanpassingen van de huwelijksvoorwaarden inzake de huwelijksgoederengemeenschap of de verrekenbedingen in het zicht van overlijden van één van de partners. Het kabinet stelt namelijk voor om schenk- of erfbelasting te heffen bij elke ontbinding van een huwelijksgoederengemeenschap of bij elk toegepast verrekenbeding waarbij aan een partner meer toekomt dan de helft van de gemeenschap of de te verrekenen som. Hiermee worden dus niet alleen huwelijkse voorwaarden getroffen die gewijzigd zijn in het zicht van overlijden, maar alle huwelijkse voorwaarden waarvan het effect is dat er een ongelijke verdeling ontstaat.

Wat betekent de wetswijziging?

Als het voorstel ongewijzigd in de wet wordt opgenomen, betekent dit het volgende:

  • Als bij een overlijden een partner bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap of bij uitvoering van een verrekenbeding meer krijgt toebedeeld dan de helft, wordt het meerdere gezien als verkrijging op grond van erfrecht. Afhankelijk van de hoogte en andere verkrijgingen, is de langstlevende partner hierover erfbelasting verschuldigd.
  • Als een partner bij een echtscheiding door ontbinding van de huwelijksgemeenschap of uitvoering van een verrekenbeding meer krijgt toebedeeld dan de helft, wordt het meerdere gezien als schenking. Afhankelijk van de hoogte en andere schenkingen is hierover schenkbelasting verschuldigd.

Terugwerkende kracht 18 april 2025

Hoewel het voorstel nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen en door de Tweede en Eerste Kamer moet worden goedgekeurd, wordt in het voorstel al wel rekening gehouden met onmiddellijke inwerkingtreding vanaf 18 april 2025, de datum waarop in de Voorjaarsnota 2025 de maatregel bekend werd.

Uitzonderingen

Alleen de volgende huwelijkse voorwaarden worden niet getroffen door de voorgestelde wetswijziging:

  • huwelijkse voorwaarden waarin al een ongelijke verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap is overeengekomen vóór 18 april 2025, en
  • huwelijkse voorwaarden waarin al een finaal verrekenbeding met ongelijke breukdelen is overeengekomen vóór 18 april 2025.

Let op! Alle huwelijkse voorwaarden die vanaf 18 april 2025 zijn aangegaan of gewijzigd, worden wel volledig door de maatregel getroffen. Dit is ook het geval als de huwelijkse voorwaarden vanaf 18 april 2025 op andere onderdelen dan de ongelijke verdeling worden aangepast. Door elke aanpassing van huwelijkse voorwaarden vanaf 18 april 2025 wordt dus de uitzonderingspositie opgeheven!

Door |2025-05-02T15:54:24+02:002 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ongelijke verdeling huwelijksgoederengemeenschap en verrekenbeding wordt aangepakt

Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Het kabinet is van plan om een fiscale regeling te introduceren om de toegang tot talentvolle werknemers voor start-ups en scale-ups te verbeteren. De bedoeling is dat door een nieuwe fiscale regeling voor aandelenopties, medewerkersparticipatie wordt bevorderd en daarmee start-ups succesvoller kunnen doorgroeien naar scale-ups.

Belastingkorting aandelenopties

Handen schudden

Het voorstel is om een belastingkorting in de loonbelasting te introduceren voor voordelen uit aandelenopties voor werknemers van start-ups en scale-ups. De belastingkorting wordt vormgegeven door de grondslag van de voordelen uit aandelenopties te beperken tot 65%, zodat over een lager voordeel belasting wordt geheven. Het doel is om het effectieve tarief uit te laten komen op de belastingheffing in box 2.

Uitstel belastingheffing aandelenopties

Het voorstel is om ook het moment van belastingheffing uit te stellen naar uiterlijk het moment waarop de aandelen – die verkregen zijn na uitoefening van de aandelenopties – worden verkocht. Op die manier hoeft er nog geen belasting betaald te worden als er nog geen geld beschikbaar is.

Vanaf 2027?

Het doel is om de regeling met ingang van 2027 in werking te laten treden. De regeling wordt op dit moment uitgewerkt tot een wetsvoorstel en is dus nog niet definitief. De Tweede Kamer wordt voor het zomerreces nader geïnformeerd.

Door |2025-05-02T15:53:03+02:002 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale regeling aandelenopties bij start-ups en scale-ups

Wijziging belastingverdrag Nederland-Duitsland inzake thuiswerken

Nederland en Duitsland hebben afgesproken om het huidige belastingverdrag te wijzigen. Dit kan gevolgen hebben voor thuiswerkers. Grenswerkers kunnen na de wijziging maximaal 34 dagen thuiswerken, zonder dat zij in beide landen belasting over hun inkomen hoeven te betalen.

Belastingverdrag: verdeling belastingheffing

Vlaggen

In het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland zijn afspraken opgenomen over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo is de afspraak dat als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever in Nederland werkt, Nederland belasting mag heffen over het loon. Dezelfde afspraak geldt voor een inwoner van Nederland die in Duitsland werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever, in dat geval mag Duitsland belasting heffen.

Werken in ander land

Als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever werkzaamheden verricht in Duitsland, verschuift het heffingsrecht over het met die werkzaamheden verdiende loon naar Duitsland. Duitsland mag dan over dat deel van het loon belasting heffen. Verricht de inwoner van Nederland voor een in Duitsland gevestigde werkgever werkzaamheden in Nederland, dan mag Nederland belasting heffen.

Thuiswerken

Het voorgaande betekent dat de inwoner van Duitsland die ook weleens thuiswerkt (in Duitsland) voor een in Nederland gevestigde werkgever, zowel in Nederland als in Duitsland belasting moet betalen. Dat geldt ook voor de inwoner van Nederland die ook weleens thuiswerkt (in Nederland) voor een in Duitsland gevestigde werkgever.

Dit heeft verschillende nadelen. Zo ontstaat er onzekerheid over het definitieve netto-inkomen omdat een deel van het loon in Nederland en een deel van het loon in Duitsland belast wordt. Bovendien leidt de belastingheffing in twee landen tot extra administratieve lasten en moeten er wellicht extra kosten voor een belastingadviseur gemaakt worden.

Wijziging belastingverdrag

Om deze nadelen (deels) te voorkomen, wordt het belastingverdrag gewijzigd. Opgenomen wordt dat een inwoner van Duitsland die werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever in een kalenderjaar maximaal 34 dagen thuis kan werken, waarbij het heffingsrecht volledig in Nederland blijft. Een inwoner van Nederland die werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever kan, met behoud van het volledige heffingsrecht in Duitsland, per kalenderjaar ook maximaal 34 dagen thuis werken.

Let op! Nederland en Duitsland spraken ook af dat sprake is van een thuiswerkdag als meer dan 30 minuten per dag thuisgewerkt wordt..

Nog niet in werking

De wijziging is nog niet in werking getreden. Deze moet namelijk eerst nog worden voorgelegd aan de Raad van State en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Ook het Duitse parlement moet de wijziging nog goedkeuren.

Let op! Werkt de inwoner van Duitsland of de inwoner van Nederland per kalenderjaar meer dan 34 dagen thuis, dan hebben zij  geen profijt van de wijziging. Nederland en Duitsland ondertekenden wel een intentieverklaring om op termijn te overleggen over een thuiswerkregeling met meer dan 34 thuiswerkdagen per kalenderjaar.

Door |2025-04-29T13:23:02+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging belastingverdrag Nederland-Duitsland inzake thuiswerken

Samenwerkingsverband dga met eigen bv fiscaal aangepakt

Als dga kunt u een samenwerkingsverband met de eigen bv aangaan. Voor deze belastingconstructie werkt het kabinet op dit moment een aanpak uit.

Samenwerking bv en dga als IB-ondernemer

Belastingdienst

Als dga bestaat de mogelijkheid om als IB-ondernemer een samenwerkingsverband aan te gaan met de eigen bv. Dit gebeurt dan in de vorm van een vof, cv of maatschap tussen de dga en de bv. De bv brengt in het samenwerkingsverband dan de onderneming in en/of het gebruik/genot van bepaalde activa. De dga brengt zijn arbeid in.

Let op! Zo eenvoudig als hierboven beschreven is het uiteraard niet. Aan een dergelijke samenwerking zitten verschillende haken en ogen. Daarbij moeten naast de fiscale aspecten ook de civiele aspecten, zoals bijvoorbeeld de aansprakelijkheid, niet uit het oog verloren worden.

Gebruikelijkloonregeling

Het kabinet vindt dit een ongewenste belastingconstructie . De gebruikelijkloonregeling wordt dan namelijk ontweken door alle arbeid buiten de bv te houden. De aandeelhouder maakt daarnaast als IB-ondernemer gebruik van fiscale ondernemersfaciliteiten in de IB die daar, naar het oordeel van het kabinet, niet voor bedoeld zijn.

Onderzoek aanpak constructie

Het kabinet bekijkt momenteel daarom hoe ze deze in hun ogen ongewenste belastingconstructie kunnen aanpakken. Daarbij wordt gedacht aan het niet kunnen toepassen van de fiscale ondernemersfaciliteiten in de IB in dit soort situaties. Het kabinet onderzoekt nog welke ongewenste neveneffecten een dergelijke maatregel kan hebben. De maatregel moet namelijk wel proportioneel zijn en bovendien uitvoerbaar.

Let op! Meer dan de mogelijke aanpak zoals hierboven beschreven is op dit moment nog niet bekend. Houd er echter rekening mee dat het kabinet van plan is om de fiscale voordelen van een dergelijk samenwerkingsverband hoe dan ook aan te pakken.

Door |2025-04-29T13:27:31+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Samenwerkingsverband dga met eigen bv fiscaal aangepakt

Geen fiscale eenheid vennootschapsbelasting zonder economische eigendom

Als u meerdere bv’s bezit, kunt u ervoor kiezen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aan te gaan. De winst van alle bv’s in de fiscale eenheid wordt dan bij elkaar geteld en samen belast, ervan uitgaande dat er maar één belastingplichtige voor de vennootschapsbelasting is.

Voorwaarden aangaan fiscale eenheid

Overheid

Niet alle bv’s kunnen zomaar een fiscale eenheid met elkaar vormen. Alleen als voldaan is aan de volgende voorwaarden kan om een fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting verzocht worden:

  • De moedervennootschap bezit ten minste 95% van het gehele juridische en economische eigendom in het nominaal gestorte aandelenkapitaal van de dochtervennootschap. Dit aandelenbezit vertegenwoordigt ten minste 95% van de statutaire stemrechten in de dochtervennootschap. In alle gevallen moet het aandelenbezit recht geven op ten minste 95% van de winst en ten minste 95% van het vermogen van deze dochtervennootschap.
  • De boekjaren van de deelnemende bv’s moeten samenvallen. Er geldt een uitzondering wanneer een bv in de loop van het jaar wordt opgericht.
  • Alle deelnemende bv’s moeten dezelfde winstbepalingsregels hanteren.
  • Zowel de moedervennootschap als de dochtervennootschap(pen) moet(en) feitelijk in Nederland zijn gevestigd.
  • De moedermaatschappij mag de aandelen in de dochtermaatschappij niet als voorraad aanhouden.

Voor- en nadelen

Een belangrijk voordeel van een fiscale eenheid is dat u verliezen van bv’s onderling kunt verrekenen, zodat er direct minder belasting wordt betaald. Een belangrijk nadeel is dat er maar één keer geprofiteerd kan worden van het lage Vpb-tarief van 19% tot een winst van € 200.000.

Casus: twijfel over economische eigendom

Voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden speelde een zaak waarbij een bv de juridische eigendom van de aandelen van een andere bv bezat, maar twijfel bestond of de bv ook de economische eigendom van de aandelen bezat en dit aan de gewenste fiscale eenheid in de weg zou kunnen staan.

Vooraf overeengekomen verkoopprijs

Het Hof stelde vast dat voor de vorming van een fiscale eenheid ook de economische eigendom van de aandelen voor minstens 95% in bezit moet zijn. Het Hof stelde vast dat de bv niet de economische eigendom van de aandelen bezat. Er was namelijk vooraf overeengekomen dat de aandelen in de dochter-bv op een vooraf vastgesteld moment en tegen een vooraf vastgestelde prijs weer zouden worden verkocht. Eventuele wijzigingen van de waarde van de aandelen kwamen dus niet voor rekening van de moedermaatschappij. Hierdoor liep de moedermaatschappij geen economisch risico.

Geen opgewekt vertrouwen

De moedermaatschappij voerde nog aan dat er sprake was van opgewekt vertrouwen, omdat de inspecteur via een beschikking de fiscale eenheid had bekrachtigd. Het Hof ging hier echter niet in mee, omdat de moedermaatschappij zelf had aangegeven wél over de economische eigendom van  de aandelen in de dochter-bv te beschikken. Nu dit niet het geval bleek, was de inspecteur niet gebonden aan de op basis van foutieve informatie afgegeven beschikking. De  bv’s konden derhalve geen fiscale eenheid aangaan.

Door |2025-04-29T13:25:47+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen fiscale eenheid vennootschapsbelasting zonder economische eigendom

Schoonmakers via Helpling kwalificeren als uitzendkracht

De Hoge Raad heeft bepaald dat schoonmakers die via het inmiddels failliete online platform Helpling hun diensten aanboden, kwalificeerden als uitzendkracht. Er was geen sprake van een arbeidsovereenkomst.

Feiten

Juridisch

De FNV had samen met een schoonmaker die via Helpling diensten aanbood, een procedure aangespannen tegen het online platform Helpling. Helpling was een online platform voor schoonmaakwerkzaamheden. In deze procedure werd de rechter verzocht te bepalen of er sprake was van een reguliere arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers.
Mocht de rechter daar niet in meegaan, dan werd verzocht te bepalen of sprake was van een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Helpling daarentegen, was van mening dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de huishoudens en de schoonmakers.

Hoe werkte het platform?

Een schoonmaker kon zich via de website van Helpling aanmelden voor schoonmaakwerkzaamheden. De schoonmaker kon daarbij zelf aangeven tegen welk uurtarief hij wilde werken. Helpling liet vervolgens aan huishoudens die op zoek waren naar een schoonmaker via het platform zien welke schoonmakers beschikbaar waren. Het huishouden deed vervolgens een boekingsverzoek, waarna bij acceptatie hiervan door de schoonmaker de boeking feitelijk tot stand kwam. Helpling verzorgde via een speciale betaaldienst de betalingen aan de schoonmakers en rekende een provisie van minimaal 23% en maximaal 32%.

Er golden voor de huishoudens en voor de schoonmakers verschillende door Helpling opgestelde algemene voorwaarden, waarmee ze akkoord moesten gaan.

Oordeel gerechtshof

Eerder oordeelde het gerechtshof al dat er tussen Helpling en de schoonmakers een uitzendovereenkomst bestond, en er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De huishoudens waren daarbij de inleners. Tegen deze uitspraak stelden zowel Helpling als de FNV beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, omdat ze het niet eens waren met de kwalificatie uitzendovereenkomst.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad heeft – in afwijking van het advies van de Advocaat Generaal – geoordeeld dat er inderdaad sprake was van een uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Noch uit de wetsgeschiedenis noch uit het stelsel van de wet volgt dat de terbeschikkingstelling van een uitzendkracht uitsluitend kan plaatsvinden in het kader van het beroep of bedrijf van de inlener. Er is voldaan aan de criteria van een uitzendovereenkomst, namelijk dat de huishoudens als inlenende partij het toezicht en de leiding uitoefenden en dat Helpling de formele gezagsrelatie had en de betalingen beheerde. Dit laatste maakt dat er ook geen sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmakers en de huishoudens.

Door |2025-04-29T13:24:17+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Schoonmakers via Helpling kwalificeren als uitzendkracht

Internetconsultatie vaststellen hoogte bpm gebruikte auto

Als een gebruikte auto voor het eerst in het kentekenregister wordt ingeschreven, moet bpm worden afgedragen. Voor de omvang van de af te dragen bpm is de waardevermindering van de auto bepalend. Het kabinet gaat de regels inzake de bepaling van deze waardevermindering wijzigen en geeft via een internetconsultatie belangstellenden de gelegenheid een inbreng te leveren.

Voorgenomen wijzigingen

Auto

De door het kabinet voorgenomen wijzigingen betreft ten eerste het transparanter maken van te hanteren handelskoerslijsten door deze te baseren op recente handelsgegevens. Hiernaast wordt voorgesteld om onder voorwaarden de inkoopprijs te hanteren voor het berekenen van de bpm. Dit is met name voor unieke voertuigen van belang. Tenslotte wordt voorgelegd om strengere regels te hanteren voor het opstellen van taxatierapporten. Dit om te voorkomen dat via het opgeven van een onrealistisch lage waarde bpm kan worden ontdoken.

Voor wie van belang?

De nieuwe regels inzake het bepalen van de verschuldigde bpm zijn om te beginnen van belang voor autohandelaren, hun branches en voor degenen die gebruikte auto’s importeren. Ook taxateurs van auto’s zullen op de nieuwe regels in moeten spelen. Daarnaast zijn ook de kopers van gebruikte auto’s belanghebbend bij de internetconsultatie, aangezien bij latere verkoop van het voertuig de bpm een belangrijke rol speelt.

Internetconsultatie

De internetconsultatie is tot 25 mei 2025 geopend. Er liggen tien vragen voor waarop een reactie kan worden gegeven. Desgewenst kunnen documenten worden toegevoegd.

Door |2025-04-25T12:23:25+02:0025 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Internetconsultatie vaststellen hoogte bpm gebruikte auto

Afschaffing CO2-rapportage voor bedrijven tot 250 werknemers?

Wordt de verplichte rapportage over het zakelijke verkeer en het woon-werkverkeer van werknemers afgeschaft voor bedrijven tot 250 werknemers? In de Tweede Kamer is een motie aangenomen die daar misschien voor gaat zorgen.

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM)

Auto

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de Omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, afgekort WPM.

Wat moet er gerapporteerd?

Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaal aantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, uitgesplitst naar soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 kunnen vanaf 15 januari 2025 doorgegeven worden en moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn. In 2026 is een rapportage over het hele jaar 2025 verplicht.

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl.

Motie Tweede Kamer

Op 15 april 2025 is in de Tweede Kamer een motie aangenomen over het verminderen van de regeldruk voor het midden- en kleinbedrijf. De Tweede Kamer spreekt in deze motie uit dat de voorkeursoptie van de Ministeriële Stuurgroep Ondernemingsklimaat, Regeldruk en Uitvoerbaarheid zou moeten zijn dat de WPM wordt afgeschaft voor bedrijven tot 250 werknemers.

Let op! De aangenomen motie betekent nog niet dat de WPM ook daadwerkelijk al wordt afgeschaft voor bedrijven tot 250 werknemers. Bedrijven met 100 of meer werknemers moeten daarom nu gewoon nog aan de rapportageverplichtingen voldoen.

Door |2025-04-25T09:41:47+02:0025 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afschaffing CO2-rapportage voor bedrijven tot 250 werknemers?

Werknemer hanteerde geen correcte opzegtermijn: wie betaalt wat?

Een werknemer ging er in zijn ontslagbrief vanuit dat hij per direct het dienstverband met zijn werkgever kon beëindigen. Hij was er niet op bedacht dat hij op grond van de wet verplicht is een opzegtermijn in acht te nemen.

Per direct weg

Strategie

In een recente uitspraak ging het om een logistiek medewerker die op basis van een tijdelijk contract in dienst was getreden van 1 augustus 2023 tot en met 31 oktober 2023. Daarna werd het contract verlengd. Op 9 september 2024 liet de werknemer de werkgever weten dat hij per direct zijn ontslag indiende.

Negatief saldo resteert

De werknemer had daarna niet meer voor de werkgever gewerkt. Op de eindafrekening had de werkgever een bedrag ingehouden in verband met het feit dat de werknemer zich niet aan de opzegtermijn had gehouden en er dus sprake was van een onregelmatige opzegging. Er resteerde een negatief saldo. Reden waarom de werkgever naar de rechter stapte om de werknemer te laten veroordelen tot betaling van het negatieve saldo.

De werknemer ging hier niet in mee en stelde een tegenvordering in terzake van achterstallig loon, de cao-verhoging, vakantiedagen en reiskosten. Verder gaf de werknemer aan dat er sprake was van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in onderling overleg en geen opzegging. En voor zover er dan toch sprake zou zijn van een opzegging, dan zou de werkgever hebben aangegeven dat hij de werknemer niet aan diens opzegtermijn zou houden.

Oordeel rechter

De kantonrechter deelde die zienswijze niet. De brief van 9 september 2024 was duidelijk. Bovendien had de werkgever de stellingen van de werknemer gemotiveerd weersproken.  Om die reden was de kantonrechter van oordeel dat de werknemer de arbeidsovereenkomst onregelmatig heeft opgezegd.

Vergoeding betalen

Dit betekent dat de werknemer aan de werkgever een vergoeding moet betalen gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. In dit geval had de werknemer een opzegtermijn van een maand moeten hanteren, wat hij had nagelaten.

Tip! Ga na of de werknemer bij opzegging de correcte opzegtermijn in acht heeft genomen. Dit is uiteraard niet van belang als u akkoord gaat met een eerder vertrek.

Wat kreeg de werknemer wel?

Voor wat betreft de tegenvordering van de werknemer wees de kantonrechter de verzochte reiskosten, cao-verhoging en achterstallig loon toe, omdat de werknemer op grond van de afspraken tussen partijen (of in de cao) daarop aanspraak kan maken. Ook het verlofsaldo van acht nog openstaande vakantiedagen wordt door de rechter toegewezen, omdat de werkgever geen deugdelijke verlofregistratie had bijgehouden die het tegendeel bewees.

Tip! Houd een deugdelijke verlofregistratie bij zodat u zo nodig de stelling van de werknemer gemotiveerd kunt betwisten.

Door |2025-04-25T12:27:26+02:0025 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Werknemer hanteerde geen correcte opzegtermijn: wie betaalt wat?

Loket Noodfonds energie nu geopend

Huishoudens met een laag inkomen en een relatief hoge energierekening kunnen bij het Noodfonds Energie ook dit jaar weer een tegemoetkoming in de kosten aanvragen. Het online loket is op 22 april geopend.

Voor wie?

Geld

De eisen om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen zijn ongewijzigd ten opzichte van 2024. Ook dit jaar kunnen huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum een tegemoetkoming krijgen, als zij minstens 8% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Bij een inkomen tot 200% van het sociaal minimum dient minstens 10% van het inkomen naar energiekosten te gaan.

Nieuw! Blokaansluiting

Nieuw dit jaar is dat de tegemoetkoming via het Noodfonds energie ook beschikbaar is voor huishoudens met een blokaansluiting.

Aanvraag indienen

Een aanvraag voor het Noodfonds energie kan online worden ingediend. Hier kan ook eerst worden berekend of je voor de tegemoetkoming in aanmerking komt. Ook als er vorig jaar al een tegemoetkoming is verkregen, moet voor 2025 een nieuwe aanvraag worden ingediend met actuele gegevens.

Aanvraag met DigiD

Je kunt hier een aanvraag indienen. Bij de aanvraag is een DigiD nodig van alle volwassenen die deel uitmaken van het huishouden waarvoor de tegemoetkoming wordt aangevraagd. Heeft nog niet iedereen een DigiD, regel dit dan zo snel mogelijk.

Goedgekeurd?

Als jouw aanvraag wordt goedgekeurd, ontvang je de tegemoetkoming via jouw energieleverancier. Deze verlaagt dan jouw energierekening.

Let op! De uitbetaling bij blokverwarming loopt niet via de energieleverancier, maar wordt rechtstreeks op jouw bankrekening gestort.

Door |2025-04-23T08:38:58+02:0023 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Loket Noodfonds energie nu geopend