Nieuwsbank artikelen

  • Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026

Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026

Doelgroep 

De subsidie is behalve voor leerlingen in het vmbo, mbo en hbo, het praktijkonderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs (VSO) ook beschikbaar voor promovendi en technologisch ontwerpers in opleiding (toio’s). Elke onderwijscategorie kent zijn eigen voorwaarden om voor de subsidie praktijkleren in aanmerking te komen. 

Tip! Kijk voor de verschillende voorwaarden hier.

Aanvraagperiode 

Aanvragen is mogelijk vanaf 2 juni 2026 9.00 uur tot en met 17 september 2026 17.00 uur. Uiterlijk 30 december 2026 wordt over je aanvraag een besluit genomen. 

Maximaal € 2.800 

Per praktijk- of leerwerkplaats bedraagt de subsidie maximaal € 2.800. Het definitieve subsidiebedrag is pas bekend nadat alle aanvragen beoordeeld zijn. Het wordt namelijk berekend op basis van het beschikbare budget en het aantal goedgekeurde aanvragen per onderwijscategorie. 

Meer subsidie voor klimaat- en energietransitie 

Krijg je voor een mbo-student subsidie praktijkleren? Dan bestaat mogelijk ook recht op meer subsidie als de mbo-student een opleiding volgt die bijdraagt aan de klimaat- en energietransitie. 

Het gaat hierbij onder meer om opleidingen in de bouw, installatie- en elektrotechniek, werktuigbouw, restauratie, maritieme techniek, voertuigen en mobiele werktuigen, weg- en waterbouw, luchtvaarttechniek, laborant en analist en groenvoorzieningen. Voorwaarde is dat de opleiding voorkomt in bijlage 4 van de Subsidieregeling praktijkleren. 

Je hoeft voor deze extra subsidie niet apart een aanvraag te doen, deze loopt mee in de reguliere aanvraag subsidie praktijkleren. 

Let op! De extra subsidie bedraagt maximaal € 500 per student. Voor 2025-2026 is € 7 miljoen beschikbaar. Ook hier wordt het definitieve bedrag berekend op basis van het aantal goedgekeurde aanvragen.  

Door |2026-07-25T17:00:41+02:0015 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Aanvragen subsidie praktijkleren uiterlijk 17 september 2026
  • (Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling

(Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling

Evaluatie wkr 

SEO Economisch onderzoek (SEO) heeft op 1 juni 2026 een evaluatie van de wkr over de jaren 2019-2024 aan het kabinet aangeboden. Conclusie van de evaluatie is dat de wkr doeltreffend is en deels doelmatig. SEO doet een aantal aanbevelingen om de doelmatigheid te vergroten. Dit zou vooral bereikt worden door de wkr minder complex te maken en de administratieve lasten te verlichten. 

Let op! Hierna wordt alleen ingegaan op de aanbevelingen van SEO waarvan het kabinet heeft aangegeven hier opvolging aan te geven of hierover later een besluit te nemen. De aanbevelingen van SEO die het kabinet niet overneemt, komen hierna niet terug. 

Vrijstelling korting producten uit eigen bedrijf vervalt per 2027 

Al eerder kondigde het kabinet aan dat de gerichte vrijstelling voor kortingen en vergoedingen voor producten uit eigen bedrijf, met ingang van 2027 vervalt. Deze aanbeveling van SEO wordt opgenomen in de belastingplannen 2027 die op Prinsjesdag 2026 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. 

Afschaffen eerste schijf vrije ruimte 

De vrije ruimte bedraagt in 2026 2% van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000 en 1,18% daarboven. De eerste schijf van 2% is met name bedoeld om mkb-ondernemingen tegemoet te komen. SEO constateert onder meer dat de eerste schijf ook bij het niet-mkb terechtkomt en beveelt aan om de eerste schijf af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of het kabinet de aanbeveling (deels) overneemt en zo ja, vanaf wanneer. 

Verhoging 80% eindheffing bij overschrijden vrije ruimte 

Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO onderzoekt het kabinet een verhoging van de 80% eindheffing die verschuldigd is bij overschrijden van de vrije ruimte. De eindheffing zou dan net zo hoog moeten worden als de gemiddelde marginale belastingdruk. Het kabinet neemt dit mee in de augustusbesluitvorming 2026. Op Prinsjesdag 2026 wordt dan bekend of en zo ja, wanneer de verhoging doorgaat 

Samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding 

Op dit moment is het niet mogelijk om op één dag zowel een onbelaste thuiswerkvergoeding als een onbelaste reiskostenvergoeding woon-werk te geven. SEO beveelt aan om dit wel mogelijk te maken. Het kabinet neemt hierover bij de augustusbesluitvorming 2026 een besluit. De effecten op CO2-uitstoot en een mogelijk verbod op uitruil van de thuiswerkvergoeding met belast loon worden hierbij onder meer meegenomen. Op Prinsjesdag 2026 zal een en ander duidelijk worden. 

Afschaffen diensttijdvrijstelling bij 25/40 jaar werkjubileum 

Bij een 25-jarig en een 40-jarig werkjubileum is het mogelijk om een maandloon onbelast aan de werknemer te geven. SEO beveelt aan om deze vrijstelling af te schaffen. Het kabinet neemt deze aanbeveling mee in de augustusbesluitvorming 2026. Of de diensttijdvrijstelling wordt afgeschaft en zo ja, vanaf wanneer, wordt dan op Prinsjesdag 2026 bekend. 

Andere (deels) overgenomen aanbevelingen 

  • Naast de hiervoor beschreven aanbevelingen, neemt het kabinet ook de volgende aanbevelingen (deels) over: 
  • Naar aanleiding van een aanbeveling van SEO over een gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten, gaat het kabinet onderzoek doen naar een mogelijke gerichte vrijstelling voor de premie van een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering. 
  • Ook de aanbeveling van SEO om praktijkvoorbeelden van het aanwijzen van eindheffingsloon op te nemen in het handboek loonheffingen, neemt het kabinet over. 
  • Daarnaast wil het kabinet de doelmatigheidsgrens van € 2.400 wettelijk gaan vastleggen gecombineerd met een jaarlijkse indexatie. Een voorstel hiervoor moet nog nader uitgewerkt worden. 
  • Verder onderzoekt het kabinet de mogelijkheden om werkgevers te stimuleren hun werknemers te ondersteunen bij het aflossen van de studieschuld. 

Let op! De volledige kabinetsreactie op de evaluatie van de wkr door SEO is hier te lezen.

Door |2026-07-25T17:00:41+02:0015 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor (Mogelijke) wijzigingen in de werkkostenregeling
  • Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?

Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?

Berichtenbox 

Je Berichtenbox kun je raadplegen op MijnOverheid met je Digid. Je moet hier ook aangeven of je wel of niet per email op de hoogte gebracht wilt worden als er nieuwe post in je Berichtenbox zit. Maar wat nu als de Belastingdienst geen emailnotificatie stuurt?  Hoe zit dat nu en hoe was dat tot en met 2025? 

Tot en met 2025: casus over naheffing parkeerbelasting 

De Hoge Raad heeft zich over deze vraag gebogen in een zaak die handelde over een naheffingsaanslag parkeerbelasting in de periode tot en met 2025. De naheffing was opgelegd in 2022. De automobilist die de naheffing via zijn Berichtenbox had ontvangen, gaf aan dat hij hiervan niet op de hoogte was gebracht met een emailnotificatie. Hij weigerde daarom de aanmaningskosten van acht euro te betalen. 

Gevolgen geen emailnotificatie tot en met 2025 

De Hoge Raad oordeelde dat op grond van de wet de naheffingsaanslag parkeerbelasting op voorgeschreven wijze bekend was gemaakt op het moment dat deze in de Berichtenbox was geplaatst. Een emailnotificatie was daarvoor geen vereiste. 

De Hoge Raad oordeelde ook dat het sturen van een emailnotificatie dat er nieuwe post in de Berichtenbox zit, tot en met 2025 ook nog niet verplicht was. Je kon er tot en met 2025 wel voor kiezen om in je Berichtenbox in te stellen dat je zo’n emailnotificatie wilde ontvangen. Nu de automobilist voor de rechter niet had aangegeven dat hij die keuze had gemaakt, ging de Hoge Raad ervan uit dat hij er niet voor gekozen had om emailnotificaties te ontvangen. De aanslag was verder correct kenbaar gemaakt en dus bleven de aanmaningskosten in stand.  

Wijziging vanaf 2026 

De voorgaande casus was waarschijnlijk anders afgelopen als deze in 2026 had gespeeld. Het sturen van een emailnotificatie in sinds 2026 namelijk wel verplicht, tenzij de beoogde ontvanger van het bericht in de Berichtenbox heeft ingesteld dat hij geen emailnotificaties wil ontvangen. 

Gevolg niet verzonden emailnotificatie vanaf 2026 

Verstuurt de Belastingdienst geen emailnotificatie, dan kan een termijnoverschrijding (bijvoorbeeld de zes weken termijn waarbinnen je bezwaar moet maken), niet aan jou worden tegengeworpen. Dit is uiteraard anders als je hebt ingesteld dat je geen emailnotificatie wilt ontvangen. In dat geval komt de termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Gevolg niet ontvangen emailnotificatie vanaf 2026

Heeft de Belastingdienst wel een emailnotificatie gezonden, maar heb jij die niet ontvangen? Dan kan een termijnoverschrijding je ook niet worden tegengeworpen. Voorwaarde hierbij wel is dat het redelijkerwijs niet jouw schuld is dat je de emailnotificatie niet hebt ontvangen. Als je bijvoorbeeld geen of een foutief emailadres hebt opgegeven of een wijziging van je emailadres niet doorgeeft, komt een termijnoverschrijding wel voor jouw rekening. 

Tip! Het laten sturen van een emailnotificatie door de Belastingdienst biedt vanaf 2026 meer rechtsbescherming. Controleer daarom in je Berichtenbox of is ingesteld dat je emailnotificaties wilt ontvangen. Controleer ook of je email (juist) is opgenomen in je Berichtenbox en geef wijzigingen in je email op tijd door in je Berichtenbox.  

Door |2026-07-25T17:00:41+02:0012 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Wat zijn je rechten bij het ontbreken van een emailnotificatie?
  • Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband

Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband

Wat speelde er? 

Een uitzendkracht werkte sinds 18 juni 2018 via een uitzendbureau bij AH. Sinds 16 maart 2020 was hij in vaste dienst bij het uitzendbureau (fase C contract).  Hij verrichtte vanaf 18 juni 2018 tot 5 november 2019 werkzaamheden voor AH in Geldermalsen en vanaf 5 november 2019 in het distributiecentrum van AH in Pijnacker, in verschillende functies waaronder heftruckchauffeur en orderverzamelaar koel (vanaf 15 augustus 2025). 

Nadat hij herhaaldelijk tevergeefs bij AH gesolliciteerd had voor een vaste functie, solliciteerde hij opnieuw op 21 oktober 2025. Nog diezelfde dag wees AH hem af op basis van gedragsproblematiek en het overtreden van de veiligheidsregels. Per e-mail van 7 oktober 2025 heeft AH aan het uitzendbureau verzocht om een andere uitzendkracht in verband met aanhoudende gedragsproblematiek. Het uitzendbureau heeft de uitzendkracht op 15 oktober 2025 laten weten dat hij niet langer aan AH werd uitgeleend in verband met zijn gedrag.  

Standpunt werknemer 

De werknemer laat het hier niet bij zitten. Hij is van oordeel dat AH misbruik van recht heeft gemaakt, door hem geen vast contract aan te bieden. Hij claimt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een verklaring voor recht dat de CAO Logistiek van AH op die arbeidsovereenkomst van toepassing is. Daarnaast claimt hij dat als de arbeidsovereenkomst wordt erkend de opzegging van 15 oktober 2025 vernietigd wordt en dat hij weer zal worden tewerkgesteld in de functie van Operator II/Magazijnmedewerker 2 te Pijnacker op basis van 150 uur per vier weken. Tevens vordert hij betaling van het salaris en achterstallig loon en aanmelding bij het pensioenfonds met terugwerkende kracht, wettelijke rente en overige vergoedingen en proceskosten. 

Standpunt werkgever 

AH ageert hiertegen door te stellen dat langdurige inlening gerechtvaardigd is door sectorspecifieke personeelsbehoefte, personeelstekort, mechanisering, taaleisen en ontziemaatregelen uit de CAO Logistiek. Daarnaast wijst AH op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau voor de inzet van personen. Ook wijst AH op gedrags- en disfunctioneringsgeschiedenis van de werknemer als reden voor het niet aanbieden van een vast dienstverband en het stopzetten van de inlening.  

Oordeel rechter 

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer vanaf 18 juni 2018 tot 15 oktober 2025 onafgebroken voor AH heeft gewerkt en dat een periode van ruim zeven jaar niet meer als tijdelijk kan worden aangemerkt. De door AH aangevoerde argumenten hiervoor en het beroep op de verantwoordelijkheid van het uitzendbureau vormen geen voldoende objectieve en individuele verklaring voor de lange duur van de terbeschikkingstelling. Waarschuwingen en verbetertrajecten bij de werknemer waren onvoldoende om de lange inlening te rechtvaardigen. Ook vormt het enkele feit dat vaste werknemers moeilijk te vinden zijn, geen toereikende rechtvaardiging voor het langdurig inlenen van juist deze werknemer.

De kantonrechter verwijst naar de bescherming van de Uitzendrichtlijn ((2008/104/EG) en Europese jurisprudentie waaruit naar voren komt dat de inlening van tijdelijke aard moet zijn. Dit betekent dat in dit geval sprake is geweest van misbruik van recht door AH en dat de onafgebroken inlening na 36 maanden had moeten worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De door de werknemer verzochte verklaring wordt toegewezen en bepaald wordt dat hij na ommekomst van de termijn van 36 maanden, dus vanaf 18 juni 2021, werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bij AH en dat de cao voor de medewerkers van Logistiek van Albert Heijn van toepassing is. 

Let op! Er wordt nog gewerkt aan een wetsvoorstel waarin geregeld wordt dat er een maximale termijn van 36 maanden gaat gelden voor inleners. Na afloop van die termijn zou de inlener een aanbod moeten doen voor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan de uitzendkracht. De rechtspraak loopt hiermee dus op de invoering van het wetsvoorstel vooruit.

Door |2026-07-25T17:00:41+02:0011 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Uitzendkracht claimt terecht vast dienstverband
  • Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025

Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM) 

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht te rapporteren over het zakelijke verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, WPM. 

Afschaffing voor bedrijven tot 250 werknemers 

Voor bedrijven tot 250 werknemers wordt de rapportageverplichting hoogstwaarschijnlijk afgeschaft. Nadat de Tweede Kamer daar op 15 april 2025 een motie over aannam, werd het voornemen tot afschaffing op 20 november 2025 aangekondigd. Daarna werd op 2 februari 2026 het besluit met de afschaffing ter internetconsultatie aangeboden.  

Nog niet voor rapportage 2025 

De afschaffing wordt voorgesteld met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026. Als het voorstel doorgaat betekent dit dat bedrijven tot 250 werknemers over het jaar 2026 geen rapportageverplichting meer hebben. 

Over het jaar 2025 moeten zij, als ze minimaal 100 werknemers hebben, echter nog wel rapporteren. Deze rapportage moet uiterlijk 30 juni 2026 ingeleverd zijn. 

Tip! Kijk voor meer informatie over de rapportageverplichting op RVO.nl

Door |2026-07-25T17:00:42+02:0011 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Voor 1 jul 2026 CO2-rapportage vervoer werknemers 2025
  • Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker

Btw-verleggingsregeling onderaanneming 

Voor de btw geldt een verleggingsregeling voor het in onderaanneming uitvoeren van een werk van stoffelijke aard met betrekking tot een onroerende zaak. Deze verleggingsregeling zorgt ervoor dat de voor de werkzaamheden verschuldigde btw niet is verschuldigd door de onderaannemer, maar wordt verlegd naar de hoofdaannemer.  

Let op! De hoofdaannemer geeft de voor de dienstverlening van de onderaannemer verschuldigde btw aan in zijn btw-aangifte. Deze btw kan de hoofdaannemer in diezelfde btw-aangifte in aftrek brengen, indien en voor zover de hoofdaannemer recht heeft op aftrek van voorbelasting. 

Gevolgen ten onrechte geen btw-verlegd 

Past de onderaannemer de btw-verleggingsregeling ten onrechte niet toe? Dan heeft hij ten onrechte btw gefactureerd. Deze btw is de onderaannemer wel verschuldigd aan de Belastingdienst, maar de hoofdaannemer kan deze btw in principe niet in aftrek brengen.  

Let op! Onder voorwaarden is het mogelijk om deze ten onrechte gefactureerde btw te herzien. Neem contact op met onze adviseurs wat in uw situatie de mogelijkheden zijn.

Loonwerker ingehuurd door loonbedrijf 

De Belastingdienst heeft de situatie beoordeeld waarin een loonbedrijf als aannemer loonwerk verrichtte voor een opdrachtgever in de tuinbouwsector. Het loonbedrijf huurde als hoofdaannemer voor de uitvoering van dat loonwerk een zelfstandige loonwerker in als onderaannemer. 

Het loonwerk bestond uit het toppen, draaien en oogsten van gewassen in de volle grond, frezen en spitten in de grond en schoonspuiten en krijten van de kassen. Omdat de gewassen in de volle grond staan, kwalificeren zij als onroerende zaken. 

Belastingdienst: btw-verleggingsregeling 

De Belastingdienst is van mening dat het loonwerk kwalificeert als werkzaamheden van stoffelijke aard die in onderaanneming worden verricht met betrekking tot het onderhoud en andere dienstverlening aan bomen, planten, gewassen, grond, kassen en andere onroerende zaken. Daarom was in deze situatie de btw-verleggingsregeling van toepassing. De zelfstandige loonwerker moest de verschuldigde btw wegens het loonwerk verleggen naar het loonbedrijf. 

Het loonbedrijf moest de verschuldigde btw aangeven in de btw-aangifte. Omdat het loonbedrijf btw-belaste activiteiten verrichtte, kon het loonbedrijf deze btw in diezelfde btw-aangifte weer in aftrek brengen. 

Let op! Als de btw-verleggingsregeling van toepassing is, mag de zelfstandig loonwerker geen btw op de factuur vermelden. Wel moet de zelfstandig loonwerker het btw-identificatienummer van het loonbedrijf op de factuur vermelden en de woorden ‘btw verlegd’, zodat duidelijk is dat de btw-verleggingsregeling van toepassing is. 

Geen btw-verlegd tussen loonbedrijf en tuinbouwer 

Op de dienst die het loonbedrijf verrichtte aan de tuinbouwer is de btw-verleggingsregeling in principe niet van toepassing. Het loonbedrijf stuurde dan ook een factuur met btw. 

Let op! Dit kan anders zijn als de tuinbouwer wordt aangemerkt als zogenaamde ‘eigenbouwer’. Daar zal niet snel sprake van zijn, maar neem voor uw eigen situatie contact op met onze adviseurs.

Door |2026-07-25T17:00:42+02:0010 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Btw-verleggingsregeling voor door loonbedrijf ingehuurde loonwerker
  • Subsidie werkgevers bij inzet statushouders

Subsidie werkgevers bij inzet statushouders

SOWIS

De SOWIS is bedoeld om de kosten te dekken van de extra begeleiding van statushouders die nodig is om de taal- en cultuurverschillen op de werkvloer te verkleinen. Een statushouder is een vluchteling met een asiel verblijfsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd. 

Voorwaarden 

Voor de subsidie gelden een aantal voorwaarden. Zo moet je de statushouder een arbeidsovereenkomst aanbieden van minimaal 20 uur per week voor minimaal een jaar. Verder mag de statushouder op het moment van aanvraag van de SOWIS maximaal zes maanden bij je in dienst zijn. 

Tip! De aanvraagprocedure en aanvraagcriteria kun je hier vinden. Onderdeel van de aanvraagcriteria is dat je een activiteitenplan moet maken. Het Ministerie van SZW heeft een format en een handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. 

Hoogte subsidie 

Je kunt voor maximaal 8 statushouders SOWIS aanvragen. Per statushouder bedraagt de subsidie € 3.000. Als je voor het eerst SOWIS aanvraagt, ontvang je een eenmalige aanvullende subsidie van € 3.000. 

Let op! Alle activiteiten waarvoor je de SOWIS ontvangt, moet je binnen 2 jaar na de subsidieverlening afronden. 

Aanvraagperiode 

Je kunt de SOWIS aanvragen van 8 juni 2026 9.00 uur tot en met 30 september 2026 17.00 uur via deze website. In deze periode kun je één keer een aanvraag doen. Wil je in 2026 voor meer dan één statushouder subsidie aanvragen, combineer dat dan in één aanvraag. 

Let op! In totaal is er € 2.000.000 budget beschikbaar. Wacht niet te lang met aanvragen van de SOWIS. De aanvragen worden toegekend op volgende van binnenkomst.  

Door |2026-07-25T17:00:42+02:009 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Subsidie werkgevers bij inzet statushouders
  • SLIM-subsidie samenwerkingsverband vanaf 22 juni 2026

SLIM-subsidie samenwerkingsverband vanaf 22 juni 2026

SLIM-subsidie 

Via de SLIM-subsidie wordt leren en ontwikkelen op de werkvloer gestimuleerd. Zo kun je SLIM-subsidie krijgen voor de kosten van een adviseur die een scholings- en ontwikkelingsplan maakt voor je bedrijf of je personeel loopbaan- en ontwikkeladvies geeft. Maar ook projecten om je personeel te stimuleren om hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen vallen onder de SLIM-subsidie. 

Maximaal € 500.000 

Een samenwerkingsverband moet uit minimaal twee mkb-ondernemingen bestaan. Samenwerkingsverbanden krijgen maximaal € 500.000 subsidie per aanvraag. Per samenwerkingspartner bedraagt het maximum € 200.000. Over het algemeen is de subsidie 60% van de subsidiabele kosten. Voor elke afgerond loopbaan- of ontwikkelingstraject geldt een vast subsidiebedrag van € 700. 

Let op!Het beschikbare budget voor samenwerkingsverbanden bedraagt € 6.000.000. Als er te veel aanvragen worden ingediend, wordt de subsidie toegedeeld via loting. 

Aanvraagtijdvak

Het aanvraagtijdvak voor de SLIM-subsidie voor samenwerkingsverbanden zou eigenlijk aanvangen op 8 juni 2026 9.00 uur. De start van het aanvraagtijdvak is echter verplaatst naar 22 juni 2026 9.00 uur. Het aanvraagtijdvak voor samenwerkingsverbanden sluit op 20 juli 2026 17.00 (oorspronkelijk was de sluitingsdatum 6 juli 2026 17.00 uur). 

Let op! Het eerste aanvraagtijdvak voor individuele mkb-ondernemingen sloot op 4 mei 2026. Individuele mkb-ondernemingen hebben nog een tweede aanvraagtijdvak van 10 augustus 2026 9.00 tot en met 7 september 2026 9.00 uur. Samenwerkingsverbanden hebben geen tweede aanvraagtijdvak in 2026. 

Aanvragen 

Voordat je de SLIM-subsidie kunt aanvragen, moet je je eerst registreren. Dit kan via website van Uitvoering van Beleid. Houd er rekening mee dat je de nodige formulieren moet meesturen, zoals een activiteitenplan en een begroting. 

Let op! Voor de aanvraag is eHerkenning niveau 3 nodig.

Door |2026-07-25T17:00:42+02:009 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor SLIM-subsidie samenwerkingsverband vanaf 22 juni 2026
  • Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf

Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf

Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht 

Bij de overdracht van een IB-onderneming moet je rekening houden met belastingclaims. Inkomstenbelasting is aan de orde als de overdrager bij de bedrijfsoverdracht fiscale winst realiseert. Dat is het geval als de onderneming wordt verkocht voor meer dan de fiscale boekwaarde. De overdrager realiseert dan stille reserves in vermogensbestanddelen en/of goodwill in de onderneming. Daarover betaalt de overdrager het progressieve belastingtarief in box 1. 

Let op! Bij bedrijfsoverdracht moet je ook rekening houden met de desinvesteringsbijtelling. Dat is een fiscale winstbijtelling waarmee investeringsaftrek uit de laatste vijf jaar deels wordt teruggedraaid, als in een kalenderjaar voor meer dan € 2.900 (bedrag 2026) wordt gedesinvesteerd. Er wordt per bedrijfsmiddel gekeken naar het percentage van de

Let op!Investeringsaftrek van destijds en dit wordt toegepast op de huidige overdrachtsprijs. Houd bij bedrijfsoverdracht ook rekening met het vrijvallen van de fiscale reserves. 

Wordt een onderneming verkocht met een onroerende zaak (bedrijfspand) op de balans? Dan moet de overnemer waarschijnlijk overdrachtsbelasting betalen. Bij verkoop van aandelen in een bv is dat niet altijd het geval. Daarnaast is er mogelijk, onder voorwaarden, een vrijstelling van toepassing. Die komt verderop aan bod. 

Schenkt de overdrager de onderneming of verkoopt hij de onderneming voor een te laag bedrag? Dan moet de overnemer schenkbelasting betalen. Er zijn vrijstellingen en betalingsregelingen, maar daarvoor gelden voorwaarden. Die worden hierna kort besproken. 

Tip! De overdrager van een persoonlijke onderneming kan belastingheffing over de stakingswinst, onder voorwaarden, (deels) uitstellen door een premie te betalen voor een zogenoemde stakingslijfrente of door premies te storten op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht. De lijfrentepremie komt dan in aftrek op de belaste winst. De overdrager betaalt pas belasting als de uitkering uit de lijfrente gaat vloeien. Ook kan de overdrager op deze manier de bestaande oudedagsreserve omzetten in een lijfrente. Opbouw van een oudedagsreserve is overigens vanaf 2023 al niet meer mogelijk. 

Is sprake van rechtstreekse overdracht van aandelen in een bv door een dga en is de verkoopprijs hoger dan de verkrijgingsprijs van de aandelen? Dan geniet de overdrager een boekwinst (ofwel: vervreemdingsvoordeel) en dus inkomen uit aanmerkelijk belang. Daarover moet hij in 2026 31% (tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) belasting betalen in box 2. 

Tip! De directe inkomstenbelastingheffing in box 2 bij verkoop van de aandelen kun je voorkomen met een holdingstructuur. De holding verkoopt dan de aandelen in de werk-bv. De boekwinst die de holding-bv daarbij geniet door de verkoop van de werk-bv valt dan onder de deelnemingsvrijstelling. Zet deze structuur wel tijdig op. Zo kan de Belastingdienst bijvoorbeeld een probleem maken van een verkoop binnen drie jaar na opzetten van de holdingstructuur met gebruik van bepaalde faciliteiten. Hoewel er een tegenbewijsregeling is, is het altijd beter om een eventuele discussie met de Belastingdienst te voorkomen. 

Let op! Denk bij schenking van jouw bedrijf ook aan de mogelijke erfrechtelijke gevolgen. Door een schenking van jouw bedrijf kunnen jouww kinderen die het bedrijf niet voortzetten worden benadeeld in hun legitieme portie. Ga daarom ook na of er erfrechtelijke gevolgen zijn verbonden aan de bedrijfsopvolging en pas eventueel jouw testament hierop aan. 

Bedrijfsopvolging persoonlijke onderneming (inkomstenbelasting) 

Een beste manier om inkomstenbelasting te besparen bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming is er niet. Het hangt af van de omstandigheden. Kijkend naar het familiebedrijf zal vaak sprake zijn van een bekende die het bedrijf overneemt: de zoon of dochter of aangetrouwde familie. Om gebruik te kunnen maken van fiscale faciliteiten, moet het wel iemand zijn die al in het bedrijf meewerkt of al als ondernemer betrokken is. Er kan dan worden gekozen tussen afrekenen of doorschuiven. 

Afrekenen 

Afrekenen betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt, de stakingswinst opgeeft aan de Belastingdienst en daarover belasting betaalt. Hij mag in 2026 € 3.630 stakingsaftrek van deze stakingswinst aftrekken als deze € 3.630 of hoger bedraagt. De mkb-winstvrijstelling van in 2026 12,7% is ook in het stakingsjaar van toepassing. Houd er wel rekening mee dat deze aftrek in 2026 slechts plaatsvindt tegen ten hoogste het belastingtarief van 37,56%. Of de bedrijfsoverdrager daadwerkelijk inkomstenbelasting betaalt, hangt ook af van de omvang van zijn gewone jaarwinst, stakingswinst en eventueel de stakingslijfrentepremieaftrek. 

Let op! De regering is van plan om de startersaftrek in 2027 te verlagen en met ingang van 2028 volledig af te schaffen. 

Let op! Een staking op de eerste werkdag van een jaar wordt gezien als een staking in het voorgaande jaar, waardoor de stakingswinst opgeteld wordt bij de gewone jaarwinst van dat jaar. 

Tip! Controleer bij het staken van de onderneming of er misschien nog sprake is van niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek (NGZA) uit het verleden. Een ondernemer kan namelijk niet meer zelfstandigenaftrek claimen dan er fiscale winst is. Het bedrag dat niet in aftrek komt, wordt gestald in de NGZA. 

Afrekenen vanwege onverrekende verliezen of stakingslijfrente 

In de inkomstenbelasting kan een verlies worden verrekend met de inkomsten van de drie voorafgaande jaren en de negen volgende kalenderjaren. Afrekenen in plaats van doorschuiven bij bedrijfsoverdracht kan fiscaal voordelig zijn als de bedrijfsoverdrager nog onverrekende verliezen heeft die hij kan verrekenen met de stakingswinst. Als de bedrijfsoverdrager de stakingswinst kan omzetten in een lijfrente, kan dat ook een reden zijn om te kiezen voor afrekenen. 

De bedrijfsoverdrager betaalt op het moment van de bedrijfsoverdracht dan geen (of veel minder) inkomstenbelasting over de stakingswinst, terwijl de bedrijfsopvolger kan afschrijven over de hogere werkelijke waarde van de onderneming in plaats van over de overgenomen fiscale boekwaarde. Ook heeft de bedrijfsopvolger dan investeringsaftrek en mag hij – als hij starter is – willekeurig afschrijven. 

Tip! Verkoopt de overdrager zijn persoonlijke onderneming aan een natuurlijke persoon en blijft die de koopsom schuldig? Dan kan de overdrager, onder voorwaarden, schriftelijk verzoeken om maximaal tien jaar renteloos uitstel van betaling van de inkomstenbelastingclaim over de stakingswinst zover die betrekking heeft op de overdracht van vermogensbestanddelen. Hij moet dan wel de inkomstenbelasting in gelijke jaarlijkse delen aan de Belastingdienst betalen. Om het uitstel van betaling moet worden verzocht en er moet zekerheid worden gesteld. 

Doorschuiven 

Doorschuiven betekent dat de bedrijfsoverdrager het bedrijf verkoopt en dat de bedrijfsopvolger de inkomstenbelastingclaim van de bedrijfsoverdrager overneemt. De waarde van het bedrijf wordt op hetzelfde bedrag bepaald als bij de variant van afrekenen, maar de (contante waarde van de) overgedragen inkomstenbelastingclaim komt er nog op in mindering. Deze variant heet doorschuiven, omdat de bedrijfsopvolger in deze variant voor de onderneming in zijn fiscale winstaangifte de fiscale boekwaarde van de overgenomen onderneming hanteert. 

Tip! Heb je iemand op het oog aan wie je de zaak fiscaal wil doorschuiven? Dat kan alleen als die persoon al 36 maanden medeondernemer of werknemer is. Laat jou bedrijfsopvolger daarom als medeondernemer of werknemer ten minste 36 maanden voorafgaand aan de overdracht meedraaien in het bedrijf. 

Let op! In sommige situaties, zoals bij langdurige ziekte van de overdrager, wordt de termijn van 36 maanden verkort. 

De bedrijfsopvolger neemt de fiscale boekwaarde over en gaat na het doorschuiven afschrijven zoals de overdrager dat deed. Hij geniet dus geen afschrijvingsvoordeel. Zijn fiscale winst ten opzichte van de variant ‘afrekenen’ zal dus hoger zijn. Hij heeft geen recht op willekeurige afschrijving en als hij binnen drie jaar staakt, heeft hij geen recht op stakingsaftrek. 

Let op! Bij doorschuiving heeft de inkomstenbelastingclaim dus grote invloed op de overnamesom. De waardering van de inkomstenbelastingclaim hangt echter af van vele variabelen, zoals looptijd en rentepercentage, waarover bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer verschillend kunnen denken. 

Doorschuiving moet daarom ‘passen’ bij de personen van de bedrijfsoverdrager en bedrijfsovernemer. Of je nou kiest voor afrekenen of doorschuiven, er zijn veel voorwaarden aan verbonden waar je rekening mee moet houden. Voor een afgewogen beslissing overleg je met een van onze adviseurs. 

Firma als opvolgingsinstrument van persoonlijke onderneming 

Als je jou persoonlijke onderneming liever niet in één keer overdraagt, maar de bedrijfsopvolging wilt blijven begeleiden of zelfs betrokken wilt blijven, dan kun je dat doen met een firma (vof) of cv. Bij de laatste variant kun je beherend vennoot blijven (‘op de bok’) of op de achtergrond als commanditair vennoot (‘geldschieter’). 

Jouw bedrijfsopvolger wordt vennoot in de firma en u spreekt een winstverdeling af die past bij ieders vermogensinbreng. Daarnaast kun je samen een arbeidsbeloning vóór winstverdeling afspreken op grond van de arbeidsinbreng. Vervolgens kun je jouw aandeel in de firma overdragen aan jouw bedrijfsopvolger, in één keer of in fasen. 

Tip! Heb je een onderneming met veel vermogen, maar relatief weinig liquiditeit? Dan kan de firma voor jou een oplossing zijn als opvolgingsinstrument. Je blijft dan in de firma (ofwel cv) zitten als geldschieter. Uw bedrijfsopvolger kan de bedrijfsopvolging dan gemakkelijker financieren. Hij kan zijn winst opsparen om later de commandiet uit te kopen. Let ook op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. 

Samenwerkingsovereenkomst 

Zorg ervoor dat je de afspraken over bedrijfsopvolging vastlegt in een samenwerkingsovereenkomst. Met afspraken over de toedeling van het vermogen regelt u dat de onderneming bij verbreking van de samenwerking kan worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze afspraken worden wel voortzettings-, verblijvens-, toescheidings- of overnemingsbedingen genoemd. Kern van deze bedingen is dat in de samenwerkingsovereenkomst afspraken worden gemaakt over de voortzetting van de onderneming en het ondernemingsgebonden vermogen bij uittreden van een van de firmanten. 

Ook leg je vast wat het ingebrachte vermogen van een ieder is. Als je bijvoorbeeld wil dat het bedrijfspand niet overgaat, kun je dit niet inbrengen en tot je buitenvennootschappelijk ondernemingsvermogen rekenen. De stille reserves in het pand blijven aan je voorbehouden en gaat het bedrijfspand verhuren aan de vof. 

Bedrijfsopvolging bv (inkomstenbelasting) 

Heb je een onderneming in de vorm van één enkele bv, realiseer je zich dan dat bij overdracht van de aandelen een vervreemdingsvoordeel ontstaat. Dat is het verschil tussen de verkrijgingsprijs van uw aandelen en de verkoopprijs of waarde bij overdracht van de aandelen. U betaalt over dat verschil in 2026 31% (tot € 68.843  en bij fiscale partners tot € 137.686 is dat 24,5%) inkomstenbelasting in box 2. 

Ook als je de aandelen schenkt of voor een lagere dan zakelijke prijs verkoopt, wordt de vervreemdingswinst berekend over de volle waarde van de aandelen. In zo’n geval kan, als en voor zover binnen de bv sprake is van ondernemingsvermogen, onder voorwaarden en op verzoek een doorschuiving van de inkomstenbelasting claim plaatsvinden. De schenker rekent dan niet af en de verkrijger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs over. Dit wordt ook wel de doorschuifregeling of DSR genoemd. De doorschuifregeling voor de inkomstenbelastingclaim van aandelen (ook wel DSR ab) mag alleen toegepast worden op ondernemingsvermogen en niet op beleggingsvermogen. 

Een van de voorwaarden voor de DSR ab die in 2024 nog gold, was dat de verkrijger gedurende minimaal 36 maanden voorafgaand aan de overdracht van de aandelen in dienstbetrekking was van de bv. Deze voorwaarde, ook wel de dienstbetrekkingseis genoemd, is met ingang van 1 januari 2025 te vervallen. In plaats daarvan geldt vanaf 2025 de voorwaarde dat de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud moet zijn. 

Tip! Als de doorschuifregeling van toepassing is geldt meestal ook de bedrijfsopvolgingsregeling ofwel BOR, een vrijstelling voor de schenkbelasting. 

Tip! Als jouw bedrijfsopvolger de koopsom schuldig blijft, heb je onder voorwaarden recht op een renteloze betalingsregeling van maximaal tien jaar voor de inkomstenbelastingclaim. Voorwaarde is onder andere dat de bezittingen van de bv voor minder dan 30% uit beleggingen bestaan. De bedrijfsoverdrager moet om uitstel van betaling verzoeken en zekerheid stellen. 

Let op! Schenk je aandelen, dan kun je niet verzoeken om een betalingsregeling voor de inkomstenbelastingclaim. 

Holdingstructuur 

Om belastingheffing over het vervreemdingsvoordeel bij overdracht te voorkomen, kiezen de meeste ondernemers niet voor één bv maar voor een holdingstructuur. Heb je namelijk een holding die de aandelen van de werk-bv houdt, dan hoeft de holding over de overdrachtswinst op de aandelen van de werk-bv niet af te rekenen. Dat komt door de deelnemingsvrijstelling. De ontvangen verkoopprijs van de aandelen kan de holding ter belegging blijven aanhouden. Pas bij uitkering door de holding aan jou als aandeelhouder moet je over het dividend inkomstenbelasting betalen. In 2026 is dat tot € 68.843 en bij fiscale partners tot € 137.686  24,5% inkomstenbelasting in box 2. Voor zover het dividend hoger is, is dat 31% inkomstenbelasting in box 2. 

Bedrijfsopvolging met onroerende zaken – overdrachtsbelasting 

Gaan er bij de bedrijfsoverdracht van uw persoonlijke onderneming of van jouww onderneming in de bv in de vorm van de overdracht van de activa en passiva één of meer onroerende zaken over, let dan op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. De bedrijfsopvolger die de onroerende zaken overneemt, moet 10,4% (8% bij een woning) overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de overgenomen onroerende zaken. Er zijn bij bedrijfsoverdracht echter enkele vrijstellingen voor de overdrachtsbelasting. 

Vrijstellingen overdrachtsbelasting 

Bij bedrijfsoverdracht van een persoonlijke onderneming in de familiesfeer geldt onder voorwaarden een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Dat is het geval bij bedrijfsoverdracht aan kinderen, kleinkinderen, broers, zusters of echtgenoten van deze personen. Het moet gaan om de overdracht (en voortzetting) van de gehele onderneming, al dan niet in fasen. De onroerende zaak moet dienstbaar zijn aan de onderneming. 

Gaat de bedrijfsoverdrager een samenwerkingsverband aan met zijn bedrijfsopvolger, dan geldt onder voorwaarden een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de inbreng van de onderneming met onroerende zaken in het samenwerkingsverband. Bij de verdeling van het vermogen van een samenwerkingsverband geldt een overdrachtsbelastingvrijstelling voor de toedeling van de onroerende zaak aan de oorspronkelijke inbrengers, als de onroerende zaak vrijgesteld van overdrachtsbelasting was ingebracht. 

Let op! Heb je één of meer onroerende zaken op de ondernemingsbalans staan? Let dan bij de bedrijfsopvolging op de gevolgen voor de overdrachtsbelasting. Bij een bedrijfsoverdracht binnen de familiesfeer kan overdrachtsbelasting vaak worden voorkomen. Namelijk door het gebruikmaken van een vrijstelling of door de onroerende zaken niet in te brengen dan wel over te dragen. 

Tip! Regel de bedrijfsopvolging ook in jouw testament. Door aan jouw bedrijfsopvolger via een legaat jouw onderneming na te laten bij jouw overlijden, ontvangt jouw bedrijfsopvolger de onderneming als ‘erfrechtelijke verkrijging’. Zo’n erfrechtelijke verkrijging wordt niet belast met overdrachtsbelasting. Dat geldt ook als je bij zo’n testamentaire regeling bepaalt dat jouw bedrijfsopvolger een bedrag moet betalen aan de boedel dat ten gunste komt van de erfgenamen. 

 

Onroerendezaakrechtspersoon 

Overdrachtsbelasting kan ook aan de orde zijn bij de overdracht van aandelen in een bv die een zogenaamde onroerendezaakrechtspersoon is. Van een onroerendezaakrechtspersoon is kort omschreven sprake als de bezittingen voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken, voor minimaal 30% uit Nederlandse onroerende zaken en de onroerende zaken moeten voor 70% of meer dienstbaar zijn aan het verkrijgen, vervreemden of exploiteren van onroerende zaken. Kort gezegd moet de verkrijger van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon overdrachtsbelasting betalen over de waarde van de onroerende zaken, als hij ten minste een derde aandelenbelang heeft vóór of na de verkrijging van de aandelen. 

Bedrijfsopvolgingsregeling schenk- en erfbelasting 

De bedrijfsopvolgingsregeling, ook wel BOR- in de Successiewet is van toepassing bij het schenken van het vermogen van een persoonlijke onderneming (zoals een eenmanszaak, firma- of cv-aandeel) én bij aanmerkelijkbelangaandelen in een actieve bv. Om hiervan gebruik te maken, moet je bij de Belastingdienst een verzoek indienen. Dat doe je in de aangifte schenkbelasting, die je indient binnen twee maanden na het jaar waarin je de onderneming of aandelen overgedragen hebt gekregen. 

Tip! De BOR geldt, onder voorwaarden, ook bij erven van een persoonlijke onderneming en aanmerkelijkbelangaandelen in een bv. 

Let op! De BOR is vanaf 2025 bij schenken alleen nog van toepassing als de verkrijger op het moment van schenken minimaal 21 jaar oud is. Deze eis gold in 2024 nog niet. 

Let op! Vanaf 2026 gelden antimisbruikbepalingen die voorkomen dat meerdere keren gebruik wordt gemaakt van de BOR. 

 

Om in aanmerking te komen voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) en de BOR bij schenken en erven van aandelen moet de schenker of erflater een aanmerkelijk belang hebben in de bv (kort omschreven: ten minste 5% van het geplaatste aandelenkapitaal).  

Vrijstelling 

De BOR-vrijstelling wordt toegepast op de goingconcernwaarde. Als de liquidatiewaarde hoger is dan de goingconcernwaarde, dan is het verschil tussen de liquidatiewaarde en de goingconcernwaarde volledig vrijgesteld. Dat geldt bijvoorbeeld voor kapitaalintensieve bedrijven met een relatief laag rendement. De goingconcernwaarde is in 2026 100% vrijgesteld tot een bedrag van € 1.543.500 , daarboven geldt een vrijstelling van 75%. 

Betalingsregeling 

Is de goingconcernwaarde hoger dan de vrijstelling, dan kan de verkrijger kiezen voor tien jaar rentedragend uitstel van betaling van de schenkbelasting over de belaste waarde. 

Bezitseis en voortzettingseis 

De schenker moet de onderneming op het moment van de schenking ten minste vijf jaar zelf hebben gedreven (bezitseis). Bij schenking van aandelen moeten deze vijf jaar tot het aanmerkelijk belang van de schenker hebben behoord.  

De voortzetter moet de onderneming een aantal jaren voortzetten. Bij schenkingen vóór 1 januari 2025 bedraagt deze termijn ten minste vijf jaar. Bij schenkingen vanaf 1 januari 2025 geldt een kortere voortzettingstermijn van ten minste drie jaar. Voldoet de voortzetter niet aan de voortzettingseis, dan moet hij alsnog schenkbelasting betalen over de verkregen onderneming. 

Let op! Bij erven van een onderneming geldt een bezitstermijn van een jaar voor het moment van overlijden 

Tip! Vanaf 2026 is het eenvoudiger om van structuur of rechtsvorm te wijzigen zonder dat strijd ontstaat met de voortzettingseis of de bezitseis. Onder voorwaarden zijn onder meer de ruisende omzetting in of terugkeer uit de bv en diverse ruisende fusies en splitsingen niet meer in strijd met de bezitseis of voorzettingseis. 

Let op! Zogenaamde rollatorinvesteringen worden vanaf 2026 ontmoedigd. Bij een rollatorinvestering koopt iemand op leeftijd een onderneming met als doel om erfbelasting bij overlijden of schenkbelasting bij schenken te besparen. Vanaf 1 januari 2026 w geldt een langere bezitstermijn voor iedereen die op het moment van overlijden meer dan twee jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd of die op het moment van schenken meer dan zes jaar ouder is dan de AOW-gerechtigde leeftijd. 

 

Ondernemingsvermogen 

De vrijstelling voor de schenk- en erfbelasting geldt alleen voor het ondernemingsvermogen. Bij een persoonlijke onderneming is dat het vermogen van de onderneming zoals dat op de balans mag staan. Het gaat hierbij om zogenaamd verplicht ondernemingsvermogen of vermogen waarbij je mag kiezen om dit op uw balans te zetten of dit als privé te etiketteren. Vermogen waarbij je die keuze niet hebt, zoals duurzaam beleggingsvermogen, telt niet mee. Dit vermogen mag je namelijk niet op de ondernemingsbalans zetten maar moet je als privé etiketteren. 

Let op! Als vermogen naar keuze als ondernemingsvermogen (op de balans dus) of als privévermogen mag worden geëtiketteerd, dan vormt vanaf 2025 niet altijd meer het gehele vermogensbestanddeel ondernemingsvermogen. Met ingang van 1 januari 2025 geldt dit voor vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer. Als vanaf 2025 namelijk vermogensbestanddelen met een waarde in het economische verkeer van € 100.000 of meer, voor meer dan 10% bestemd zijn voor niet-zakelijke doeleinden, moet er een splitsing plaatsvinden in ondernemingsvermogen (het zakelijke deel) en niet-ondernemingsvermogen (het niet-zakelijke deel). 

 

Ook bij bv’s is de vrijstelling beperkt tot het ‘echte’ ondernemingsvermogen in de bv. Wat echt ondernemingsvermogen is wordt bepaald alsof het vermogen van een persoonlijke onderneming is. Zoals hiervoor beschreven is dus. In de bv mocht je tot en met 2024 het beleggingsvermogen voor een waarde van 5% tot het ondernemingsvermogen rekenen. Dit werd de doelmatigheidsmarge genoemd. Deze doelmatigheidsmarge is met ingang van 2025 vervallen voor de BOR. Je kunt dus niet meer 5% van het beleggingsvermogen tot het ondernemingsvermogen rekenen.  

Let op! Voor de doorschuifregeling bij schenken en erven van aandelen (DSR ab) vervalt de doelmatigheidsmarge op een later moment pas, naar verwachting niet eerder dan per 1 januari 2028. 

Tip! Zorg dat zo veel mogelijk liquide middelen tot het werkkapitaal en/of investeringskapitaal van de onderneming behoren en niet kunnen worden aangemerkt als duurzaam beleggingsvermogen. Deze worden dan meegenomen in de BOR. 

 

Bij een holdingstructuur kan het ondernemingsvermogen geconsolideerd worden beoordeeld. Dat houdt in dat het ondernemingsvermogen van de werk-bv aan de holding kan worden toegerekend, waardoor de vrijstelling toch van toepassing is bij schenking van de aandelen van de holding. De uiteindelijke aandeelhouder moet dan wel een indirect aanmerkelijk belang (ten minste 5%) in de werk-bv hebben. 

Verhuurd vastgoed is meestal beleggingsvermogen 

Zoals aangegeven, geldt de vrijstelling van de BOR en de DSR ab alleen voor ondernemingsvermogen. Verhuurd vastgoed leidde in de praktijk altijd tot een discussie met de Belastingdienst of dit ondernemingsvermogen was of beleggingsvermogen. Aan deze discussie is per 1 januari 2024 een einde gekomen. Vastgoed dat aan derden wordt verhuurd of ter beschikking gesteld, valt met ingang van 1 januari 2024 niet meer onder de BOR en de DSR ab, omdat het in de wet is aangewezen als beleggingsvermogen. 

Tip! Onroerende zaken die gebruikt worden voor de eigen bedrijfsuitoefening zijn uitgezonderd en vormen wel ondernemingsvermogen. Verder blijven onroerende zaken die kortdurend verhuurd/ter beschikking gesteld worden ook ondernemingsvermogen. Denk hierbij aan de verhuur van een hotelkamer of tennis- en bowlingbanen. 

 

Terbeschikkingstellingsregeling (TBS) 

Ook op het ter beschikking gestelde vermogen kan de vrijstelling van de bedrijfsopvolgingsregeling van toepassing zijn. Verhuur je bijvoorbeeld als directeur-grootaandeelhouder een pand aan uw bv en schenk je het pand en de aandelen aan uw opvolger, dan is op het pand en de aandelen deze vrijstelling van toepassing. Let wel, dat de BOR hierop alleen van toepassing is als het ter beschikking gestelde pand dienstbaar is aan de onderneming van de bv. 

Let op! Het schenken wordt minder aantrekkelijk doordat er wel een afrekening plaatsvindt in de inkomstenbelasting. Bij de schenking is het verschil tussen de waarde in het economisch verkeer van het pand minus de boekwaarde belast met progressieve inkomstenbelasting. Er geldt hier geen doorschuifregeling. Wel kan op verzoek de belasting in maximaal tien jaar worden voldaan. 

 

Tot slot 

Start tijdig met de fiscale voorbereiding van de bedrijfsoverdracht. Reken zeker op een voorbereidingsperiode van zo’n vijf tot zeven jaar. Neem voor het overwegen van de beste opties contact met ons op. 

Disclaimer 
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen. 

 

Door |2026-07-25T17:00:42+02:008 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf
  • Zorgplicht uitleners voor juiste inschrijving Basisregistratie Personen

Zorgplicht uitleners voor juiste inschrijving Basisregistratie Personen

Deze plicht geldt vanaf 2027 voor uitleners, zoals uitzendbureaus, detacheerders en payrollbedrijven. 

Onjuiste registratie Basisregistratie Personen 

In veel gevallen staan arbeidsmigranten onjuist geregistreerd in de BRP. Arbeidsmigranten die langer dan 4 maanden in Nederland willen blijven, zijn verplicht zich binnen 5 dagen na aankomst als ingezetene laten inschrijven in de gemeente waar ze gaan wonen. Deze verplichting is niet bij alle arbeidsmigranten bekend. Hierdoor is hun woonadres onduidelijk en lopen ze mogelijk rechten mis. 

Zorgplicht uitleners 

Daarom wil het kabinet toe naar een zorgplicht rondom de registratie van alle arbeidskrachten in de BRP. De zorgplicht valt uiteen in een bevorderings- en een vergewisplicht. Deze plichten zijn al opgenomen in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), welke in 2027 in werking treedt. De verplichting is in de internetconsultatie nader uitgewerkt. 

Let op!De verplichting gaat gelden voor de meest kwetsbare groepen: de arbeidsmigranten die minder dan 150% van het wettelijk minimumloon verdienen. 

Bevorderings-en vergewisplicht 

Uitleners moeten arbeidskrachten straks in een voor hen begrijpelijke taal informeren over de verplichtingen op het gebied van registratie in de BRP. 

De uitlener moet daarnaast nagaan of de arbeidskracht ook uiteindelijk als ingezetene bij zijn woongemeente staat ingeschreven. Hierover komen nadere regels via het toelatingsstelsel voor uitleners (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten). Dit gebeurt pas nadat het toelatingsstelsel volledig is ingericht en de capaciteit van inspectie-instellingen voldoende is. 

Let op! Beide verplichtingen gaan alleen voor uitleners gelden, niet voor andere ondernemers. 

Informatievoorziening 

De overheid gaat vanaf de zomer 2026 arbeidsmigranten via mails wijzen op correcte registratie in de BRP. Arbeidsmigranten kunnen ook regionaal bij fysieke WorkinNL-informatiepunten terecht met vragen over de registratie. 

Door |2026-07-25T17:00:42+02:008 juni 2026|Reacties uitgeschakeld voor Zorgplicht uitleners voor juiste inschrijving Basisregistratie Personen